Armenië, de Parthen en Rome

Parthische boogschutter (Altes Museum, Berlijn)
Parthische boogschutter (Altes Museum, Berlijn)

[Derde van vier blogjes over de geschiedenis van Armenië in de Oudheid. Het eerste deel is hier.]

De Romeinen en de Parthen voerden een “asymmetrische oorlog”, wat wil zeggen dat ongelijksoortige vijanden tegenover elkaar stonden. Ze streefden verschillende doelen na en bedienden zich van uiteenlopende tactieken.

De Parthen, die een rijk hadden gebouwd in Irak en Iran, waren goede ruiters. Ze konden overal toeslaan en bedreigden daarom de aanvoerlijnen van de Romeinse legers. Wat ze daarentegen niet konden, was een stad belegeren. Cavalerielegers kunnen immers niet zo makkelijk de materialen meenemen om belegeringswerktuigen te bouwen. Parthische oorlogen waren daardoor nooit op één plek gelokaliseerd en waren niet gericht op verovering. Het waren in feite grootschalige plundertochten, waarbij de ruiters het liefst weidse vlakten opzochten.

Lees verder “Armenië, de Parthen en Rome”

Hellenistisch Armenië

Artashat/Artaxata (op de heuvels). De berg achteraan is de Masis, de zogenaamde Ararat

[Tweede van vier blogjes over de geschiedenis van Armenië in de Oudheid. Het eerste deel is hier.]

In 336 v.Chr. voerde de toenmalige Perzische gouverneur van Armenië, Artašata, een succesvolle staatsgreep uit. Eenmaal koning van Perzië nam hij de naam Darius aan, “de hersteller van het goede”, en erfde hij een oorlog tegen de Macedoniërs. Hun koning, Alexander de Grote, versloeg Darius en onderwierp het volledige Perzische rijk, maar Armenië lijkt in deze tijd onafhankelijk te zijn geworden.

De eerste Yervandiden

Van tijd tot tijd duiken de namen van Armeense leiders op in onze bronnen. Anders gezegd: de schijnwerper flitst een aantal keren achter elkaar aan. Zo vernemen we van een tweede Yervand. Deze zal nog door de laatste Perzische koning zijn aangesteld als gouverneur, kan een door Alexander gezonden generaal hebben weten af te weren en speelde na de dood van Alexander (323 v.Chr.) een rol in de burgeroorlogen tussen de Macedonische generaals.

Lees verder “Hellenistisch Armenië”

Perzisch Armenië

Armeniërs brengen tribuut aan de koning van Perzië (Persepolis)

Ik blogde onlangs over Urartu, het IJzertijdkoninkrijk dat in de eerste helft van het eerste millennium v.Chr. bestond in oostelijk Turkije, Armenië en noordwestelijk Iran. De laatste dateerbare vermelding ervan is te plaatsen rond 640 v.Chr. Het rijk is daarna ten onder gegaan.

Tussen dat moment en de opkomst van het christendom in Armenië, waarover ik later nog eens zal bloggen, verstreken ruim negen eeuwen. In die tijd schreven de bewoners van dit gebied zelf betrekkelijk weinig. We moeten ons deze periode voorstellen als een landschap in het duister, waarop af en toe het licht van een schijnwerper valt als Griekse of Romeinse auteurs erover schrijven. Die schreven niet per se over de belangrijkste gebeurtenissen. Bovendien hebben de middeleeuwse kopiisten die hun teksten overschreven, niet per se het belangrijkste geselecteerd. In feite is de overgeleverde informatie, hoe waardevol ook, volkomen willekeurig.

Lees verder “Perzisch Armenië”

Het koninkrijk Urartu

Erebuni (Yerevan)

Onlangs noemde ik Urartu, een ooit machtig koninkrijk in de regio van het huidige Armenië, Noordwest-Iran en Oost-Turkije. De eerste hoofdstad was de rotsvesting Tušpa, het huidige Van, en het land is voor te stellen als een grote rechthoek rond het Van-meer. Het Urmia-meer in Iran vormde de zuidoostelijke punt, het Sevan-meer in Armenië was de noordoostelijke punt en in het westen vormde de Boven-Eufraat de grens met de Frygische invloedssfeer. De Urarteeërs zelf noemden hun land Biainele; de naam Urartu komt uit het Assyrisch. In de Bijbel heet het koninkrijk Ararat, welbekend van de constatering dat de Ark van Noach aanmeerde op een van de plaatselijke bergen.

Urartu en Assyrië

De Urarteeërs waren beroemde metaalbewerkers, spraken een taal die verwant was aan het verder slecht bekende Hurritisch en schreven met een vereenvoudigd Assyrisch spijkerschrift. Daardoor zijn de meeste inscripties te lezen en te begrijpen: ze verwijzen vrijwel allemaal naar koninklijke bouwactiviteiten. Voor de reconstructie van de Urartese geschiedenis hebben we er daardoor betrekkelijk weinig aan.

Lees verder “Het koninkrijk Urartu”

Domitianus (34): Het verre oosten

Domitianus (Badisches Landesmuseum, Karlsruhe)

Misschien is bovenstaande zilveren schijf wel het meest curieuze stuk op de expositie over keizer Domitianus (r.81-96) in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Het moge duidelijk zijn dat het gaat om een portret van Domitianus. Aan de hand van het kapsel is te zeggen: gemaakt na 84. Verder is duidelijk dat het gaat om een zilveren schijf. Maar wat is het?

De uitleg in het museum identificeert het als de achterkant van een spiegel. Maar het zou ook een medaillon kunnen zijn of, zoals archeologen het noemen, een contorniaat. De naam van de maker is bekend: hij heet Euporos. Maar die naam helpt ons niet verder. Het meest bijzondere is echter de vindplaats. Het bordje in het museum zegt doodleuk “Noord-Iran”.

Lees verder “Domitianus (34): Het verre oosten”

De Tabaksopstand

Samarra

Mijn grootvader heeft zijn gezin enige tijd in leven gehouden door tabak van Antwerpen naar Arnhem te smokkelen. Verhalen over tabak en illegaliteit hebben dus altijd mijn belangstelling, zoals het verhaal over de Tabaksopstand.

Mirza Shirazi

De protagonist heet Muhammad Hasan en was in 1814 geboren in Shiraz. Zijn vader Mirza Mahmud was naar Mekka geweest en droeg daarom de titel sayyid, die Muhammad Hasan zelf ook kreeg na die pelgrimage. Hij zou dus Sayyid Muhammad Hasan ibn Sayyid Mirza Mahmud al-Shirazi hebben kunnen heten, ware het niet dat hij een zoon Muhammad Mu’iz al-Din had, zodat hij die woorden, samen met abu (“vader van”) ook nog ergens in zijn naam kon voegen. Hij heet kortweg Mirza Shirazi.

Lees verder “De Tabaksopstand”

De sji’ieten van Irak (slot)

Vlag van de Vredesbrigade

[Dit is het laatste stuk over de geschiedenis van de sji’ieten. Het eerste is hier.]

Wie nu door Irak reist, merkt overal dat de sji’a bestaat en het politieke leven domineert. Een simpel voorbeeld: in de kopermarkt in Bagdad hangen overal vlaggen met de portretten van de imams. Dit is opvallend, want Bagdad is traditioneel een gemengde stad, waar alle gezindten wonen. De soennitische koperwerkers zijn echter tijdens de Surge vertrokken. Pas nu keren ze terug.

De Surge was de naam die president Bush Jr in 2007 gaf aan de versterking van de Amerikaanse troepenmacht die in 2003 Saddam Hussein had verdreven en een steeds chaotischer land had geërfd. Het werd inderdaad rustiger, maar dat was niet doordat de Amerikanen het gebied nu pacificeerden maar doordat de sji’ieten hun politieke doelen bereikten: meer gezag in hun woongebied. Hun milities wisten grote gebieden in hun macht te krijgen en breidden hun invloedssfeer ook uit, terwijl sji’itische politici meer macht kregen.

Lees verder “De sji’ieten van Irak (slot)”

De sji’ieten van Irak (4)

Abbas haalt water: afgebeeld op een fontein in Basra. Dit is een standaardmodel-fontein dat je overal in Irak ziet.

[Dit is het vierde stuk over de geschiedenis van de sji’ieten. Het eerste is hier.]

Irak is momenteel een overwegend sji’itisch land. De imams die ik in het vorige stukje noemde, liggen begraven in grote heiligdommen in Najaf, Kerbala, Bagdad en Samarra en meer dan de helft van de bevolking rekent zich tot de sji’a. Na de verdrijving van Saddam Hussein wonnen de sji’ieten aan politieke invloed. Toen het leger op de vlucht sloeg voor de zogenaamd Islamitische Staat, speelden sji’itische milities een belangrijke rol bij het herstel van het centrale gezag. De laatste verkiezingen gingen vooral over de vraag welke sji’itische groep de meeste stemmen zou krijgen, degenen die vooral naar Iran keken of degenen die een meer nationale koers wilden varen.

Soennitisch Irak

Omdat de heiligdommen hier zijn en het sji’itische bevolkingsdeel zo groot is, zou je verwachten dat deze vorm van islam altijd de meeste aanhang heeft gehad. Toegegeven, de Abbasidische kaliefen en de Ottomaanse sultans waren soennieten, maar een soennitische overheid sluit een sji’itische bevolking niet uit. Het wonderlijke is dat de bevolking van het Tweestromenland pas na pakweg 1830 is gesji’itiseerd. Voordien beperkte de sji’a zich tot de steden met de heiligdommen – en die waren klein. In Najaf woonden op een gegeven moment maar dertig families.

Lees verder “De sji’ieten van Irak (4)”

De sji’ieten van Irak (3)

Najaf, het graf van Ali

[Dit is het derde stukje over de geschiedenis van de sji’ieten. Het eerste is hier.]

De graven van de imams zijn belangrijke pelgrimsoorden waar honderdduizenden naartoe komen. Anders dan de voor alle moslims aanbevolen pelgrimage naar Mekka, die plaatsvindt op specifieke data, is het bezoek aan de sji’itische pelgrimsheiligdommen niet aan een bepaalde tijd van het jaar verbonden. Langs de weg van Teheran naar Mashhad en langs de grote wegen in Centraal-Irak zie je dus altijd wel mensen wandelen met vlaggen, op weg naar zo’n mausoleum. In dit blogje wat foto’s.

Hieronder ziet u de mihrab in Kufa, waar de eerste imam, Ali dus, is vermoord. Daarna is hij begraven in Najaf, dat u hierboven zag. Het is een mooi heiligdom, waar ik met plezier heb rondgelopen. Het is met het Iraanse Qom het belangrijkste centrum voor sji’itische studie. U heeft wellicht gezien hoe de lokale leider, grootajatollah Sistani, dit voorjaar in zijn bescheiden huis in Najaf een ontmoeting had met de paus.

Lees verder “De sji’ieten van Irak (3)”

De sji’ieten van Irak (2)

De Umayyadenmoskee in Damascus, door de eerste kaliefen gebouwd in een kerk.

[Dit is het tweede stuk over de geschiedenis van de sji’ieten. Het eerste is hier.]

In mijn vorige stukje vertelde ik het officiële verhaal over de scheiding van soennieten en sji’ieten. Er was onduidelijkheid over de aard van het leiderschap. Degene die het uitoefende, genoot Gods steun, zoveel is duidelijk, maar wie was de ware heerser der gelovigen? Was het de Umayyadenkalief in Damascus of was het de imam, het familiehoofd van Ali’s afstammelingen?

Zoals de soennieten zijn verdeeld over vier rechtsscholen, zo zijn de sji’ieten verdeeld over wie nu de belangrijkste imams zijn. Niet iedereen wijst dezelfde vijfde en zevende imam aan, terwijl de meeste sji’ieten wachten op een twaalfde imam, Mahdi genaamd, die ooit zal terugkeren en een rol speelt aan het einde der tijden. Shi’iten waren betrokken bij enkele opstanden tegen de Umayyaden. Grosso modo was de tendens echter: depolitisering.

Lees verder “De sji’ieten van Irak (2)”