Drie koningen (en een keizerin) in Ravenna

Ravenna, San Vitale, Theodora

De basiliek van San Vitale in Ravenna is een van de mooiste gebouwen uit de Byzantijnse wereld. In die havenstad resideerde de exarch, de hoogste magistraat in deze regio, een soort onderkoning. Die had geld te besteden en de herovering van Italië door generaal Belisarius in de jaren na 535 bood daarvoor een mooie aanleiding. In 540 begonnen mozaïekleggers met de decoratie van de bijna voltooide kerk. Acht jaar later volgde de inwijding.

De mozaïeken zijn beroemd door de portretten. Lees een boek over keizer Justinianus (r.527-565) en je zult het portret zien uit de San Vitale. Ook zijn echtgenote Theodora is daar afgebeeld, zie boven. En hieronder is een detail van de mantel van de keizerin.

Lees verder “Drie koningen (en een keizerin) in Ravenna”

De jongeling van Motya

De jongeling van Motya

Helemaal in het westen van Sicilië ligt, tussen Marsala en Trapani, een enorme lagune. Middenin ligt een eilandje, ongeveer twee vierkante kilometer groot, waarop een Fenicische stad ligt. Die is aan het begin van de vierde eeuw v.Chr. door een leger uit Syracuse verwoest, waarna de bewoners zich vestigden in Marsala en Trapani als haven inrichtten. Lange tijd was Motya, zoals het eilandje heet, de enige Fenicische stad die was opgegraven; later is daar Kerkouane in Tunesië bij gekomen.

De eerste archeoloog op Motya was overigens Heinrich Schliemann, die het er snel had bekeken. De feitelijke opgraver is Joseph Whitaker (1850-1936), wiens villa nu een museum is. Een naar hem genoemde stichting graaft er, als ik het wel heb, nog altijd. In elk geval staat het bovenstaande, in 1979 gevonden, standbeeld in het Museum Giuseppe Whitaker. Ik ben er drie keer geweest; pas de laatste keer had het een eigen zaal. De hamvraag: wat stelt de “giovane di Motya” voor?

Lees verder “De jongeling van Motya”

Caesar in Picenum

Een inscriptie (EDCS-25601271) van het Twaalfde Legioen uit Dougga met een vroege vermelding van de bijnaam van het legioen: Fulminata, “bliksemsnel”.

In de nacht van 11 op 12 januari van het jaar waarin Marcellus en Lentulus het consulaat bekleedden of, zoals wij zouden zeggen, in de nacht van 16 op 17 december 50 v.Chr., was Julius Caesar met het Dertiende Legioen de Rubico overgetrokken. Dit was een oorlogshandeling: hij was gouverneur van Gallia, waartoe de Povlakte behoorde, en viel nu met leger en al Italië binnen. Caesar was nu officieel in opstand tegen de Senaat. De reden (en het probleem van een datum vóór de invoering van de juliaanse kalender) heb ik in een eerder stukje behandeld; vandaag het eerste vervolg.

In een ongekend hoog tempo rukte Caesar op langs de Adriatische kust. Rimini was het eerste doelwit en viel zonder noemenswaardige gevechten. Daarna volgden Pesaro, Fano, Ancona en de iets verderop gelegen regio die Picenum heette. De realiteit van de burgeroorlog was voor iedereen zichtbaar; senatoren herinnerden elkaar aan Caesars meedogenloze optreden in Gallië. De brieven van Cicero zijn inktzwart. Er was dan ook reden tot pessimisme. In de vorige burgeroorlog had Sulla, toen hij Rome had bezet, een waar bloedbad aangericht onder zijn tegenstanders. Dat hing nu weer in de lucht.

Lees verder “Caesar in Picenum”

Caesar aan de Rubico

De brug over de Rubico

De meeste antieke volken hadden een kalender van twaalf manen die nu eens 29 en dan weer 30 dagen duurden. Dat zou in principe een jaar van 354 dagen opleveren, waardoor het begin van jaar steeds een dag of elf opschoof ten opzichte van de seizoenen, ongeveer zoals de hedendaagse islamitische kalender. Door in een cyclus van negentien jaar zeven extra manen toe te voegen, bleef deze kalender redelijk in lijn met de seizoenen. Door eens in de vier cycli een dag weg te laten, ging het zelfs perfect. U leest er hier meer over.

Was het aankondigen van de schrikkelmaan lange tijd het privilege van de koning van Assyrië of – later Babylonië – geweest, vanaf de late zesde eeuw gebeurde het volgens de hierboven beschreven procedure. De reden is dat er, sinds de Perzen Babylon hadden veroverd, geen Babylonische koning meer was. De met astronomie belaste priesters, de zogenaamde chaldeeën, zagen er vanaf toen op toe dat de juiste procedure gevolgd bleef worden. Toen Alexander Babylon veroverde, zorgde hij ervoor dat de vier-cycli-min-één-dag-regels in de hele wereld bekend werden.

De hele wereld? Nee, een klein stadstaatje in Italië bleef moedig weerstand bieden aan de Griekse cultuur.

Lees verder “Caesar aan de Rubico”

WvdK | Lacus Curtius

Marcus Curtius tijdens zijn laatste actie

Op het Forum Romanum, het centrale plein van het oude Rome, ligt het kleine monumentje dat bekendstaat als Lacus Curtius ofwel het Curtische Meer. De website met de vele vertalingen is ernaar vernoemd. Ooit was dit werkelijk een meertje, gelegen in een dal tussen de heuvels van Rome. Na drainage veranderde de vochtige vallei in een plein en bleef alleen een vijver over. In de loop der tijden werd die steeds kleiner. Vanaf de tweede eeuw v.Chr. resteerde slechts een twaalfhoekig bassin.

Waarom was die er überhaupt, die vijver op het plein? Waarom was het gebied niet helemaal gedraineerd? De vermoedelijk juiste verklaring is dat in de jaren veertig van de vijfde eeuw v.Chr. de bliksem bij de vijver is ingeslagen en dat een consul Gaius Curtius daarop de plaats omheinde. De Romeinse traditie bewaarde echter een oudere herinnering. De geschiedschrijver Livius weet te vertellen dat tijdens de strijd die uitbrak na de schaking van de Sabijnse meisjes een Sabijnse ruiter met de naam Mettius Curtius op deze plaats in het moeras vast was komen zitten. Dit klinkt als een verzinsel, al is de naam Mettius een weergave van meddìs, een oud-Italiaanse naam voor legercommandant. Een andere sage speelt in het midden van de vierde eeuw…

Lees verder “WvdK | Lacus Curtius”

Galla Placidia

Galla Placidia (©Wikimedia Commons, gebruiker Sailko)

De Romeinse keizer Theodosius I had twee zonen, aan wie hij in 395 n.Chr. het keizerrijk naliet: de oudste, Arcadius, kreeg het Grieks en Aramees sprekende oosten met zijn eeuwenoude steden,  terwijl de jongste, Honorius, het Latijnse westen kreeg, waar de stedelijke levenswijze wat minder diep was geworteld. De twee keizers hadden nog een halfzus, Galla Placidia, die de pech had in 408 in Italië te zijn. Op dat moment trokken de Visigoten – er is discussie over de naam mogelijk, maar die verdaag ik naar een andere gelegenheid – daar rond, op zoek naar goede landbouwgronden. De gevangenname van Galla Placidia en de  plundering van Rome in 410 waren daarbij drukmiddelen.

Eerste huwelijk: Athaulf

De gevangen prinses moest in 414 trouwen met koning Athaulf. Het huwelijk zou moeten dienen om de Visigotische elite respectabiliteit te verlenen en zo te integreren in het Romeinse Rijk; de zoon heette daarom naar zijn grootvader Theodosius. Omdat in het oosten Arcadius zijn eerstgeborene ook naar diens opa had vernoemd, zou het mogelijk zijn geweest dat beide rijkshelften ooit gelijktijdig geregeerd zouden worden door twee naamgenoten:–een Theodosius II (oost) en een Theodosius II (west). Het mocht echter niet zo zijn: Galla Placidia’s zoontje stierf jong.

Lees verder “Galla Placidia”

De gesel Gods (7)

Het graf van Theodorik in Ravenna

[Laatste deel van een zevendelige reeks over Attila de Hun. Het eerste deel was hier en ik behandelde de slag op de Catalaunische Velden, waarin Aetius de Hunnen versloeg.]

Een jaar later, in 452, probeerde Attila Italië binnen te vallen, maar zijn leger was al niet meer zo groot en hij keerde terug. Deze expeditie lijkt bedoeld te zijn geweest om het prestige van de Hunnen op te vijzelen en de coalitie bij elkaar te houden. Niet veel later overleed hij, naar verluidt tijdens zijn huwelijksnacht met een prinses die Hildico heette. (Ze is een van de historische personages achter de Kriemhild van het Nibelungenlied.) De Hunse federatie spatte uit elkaar en al in 454 liepen de Ostrogoten, die tot dan toe Attila hadden gediend, over naar Rome. Later zouden ze onder leiding van koning Theodorik trekken naar Italië.

Zo eindigde de slag op de Catalaunische Velden in een Romeinse zege, zij het mede behaald door legers van Germaanse afkomst. Hoe noodzakelijk was de West-Romeinse overheid eigenlijk nog? Voor de rijksverdediging en de rechtspraak had ze weinig betekenis meer en het gezag van de keizers reikte niet ver. Dat bleek in 455.

Lees verder “De gesel Gods (7)”

De gesel Gods (2)

Petrus en Paulus op een glazen penning van bisschop Damasus (Vaticaanse Musea, Rome)

[Tweede deel van een zevendelige reeks over Attila de Hun. Het eerste deel was hier en behandelde de doorbraak van enkele Germaanse stammen over de Rijn, het Romeinse Rijk binnen. In 410 viel Rome.]

De inname van Rome was voor de Visigoten en hun leider Alarik een middel om een regeling af te dwingen. Ze wilden land. De Romeinse auteur Orosius beschrijft de gebeurtenissen in zijn Wereldgeschiedenis. De vertaling is van Hein van Dolen.

Lees verder “De gesel Gods (2)”

Misverstand: Archimedes

De stadsmuren van Syracuse zijn wél gebouwd door Archimedes

Misverstand: Archimedes stak Romeinse schepen in brand met spiegels

Terwijl de Grieken streden tegen de Perzen en tegen elkaar, breidde in Italië de Romeinse republiek zijn macht gestadig uit. Rond 275 v.Chr. verenigde ze Italië, waarna oorlog uitbrak met de Karthagers, die een imperium hadden gesticht langs de kusten van Andalusië en noordelijk Afrika. Deze Eerste Punische Oorlog (264-241) ‘duurde zonder onderbreking vierentwintig jaren en was de meest lange, intensieve en grootschalige oorlog uit de geschiedenis’, noteerde de Griekse historicus Polybios (ca. 200- ca. 118). Hij overdreef niet. Aan één gevecht, de zeeslag bij Eknomos, namen 287 000 soldaten deel, een cijfer dat vermoedelijk niet overdreven is. Na afloop van het enorme conflict was Rome meester van Sicilië en zon Karthago op wraak.

De Tweede Punische Oorlog brak uit in 218. De Karthaagse generaal Hannibal (247-192) verbaasde de wereld door laat in het seizoen nog over de Alpen te trekken en Italië te veranderen in een oorlogszone. Onder de indruk van Hannibals successen koos de Siciliaanse havenstad Syracuse, een Romeinse bondgenoot, partij voor Karthago. In 213 begonnen de Romeinen aan de belegering van de afvallige stad, waarbij hun gevaarlijkste tegenstander de slimme ingenieur Archimedes (287-212) was, die allerlei nieuwe wapens ontwikkelde. Eén daarvan zou een brandspiegel zijn geweest waarmee hij vuur kon ontsteken aan boord van de Romeinse schepen. Het is een van de beroemdste gebeurtenissen uit de Oudheid; de reconstructie in Cabiria, een van ’s werelds eerste speelfilms (1914), is onvergetelijk.

Lees verder “Misverstand: Archimedes”

Misverstand: De Titusboog

De triomfboog van Titus (rechts), vele jaren geleden. Foto William P. Thayer.

Misverstand: De triomfboog van Titus staat bij het Forum Romanum

Na de verwoesting van Jeruzalem vierde generaal Titus in Rome een triomftocht, en elke reisgids voor Rome vermeldt dat de toen gebouwde triomfboog staat op de heuvelrug tussen het Forum Romanum en het Colosseum. De boog is inderdaad gewijd aan Titus, maar de inscriptie maakt duidelijk dat het monument geen triomfboog kan zijn. Er is namelijk geen sprake van glorieuze overwinningen, maar wel van de divus Titus, “de vergoddelijkte Titus”. En aangezien keizers gewoonlijk pas na hun overlijden onder de goden werden opgenomen, moet het monument dateren van na Titus’ dood.

De echte triomfboog stond een paar honderd meter verder naar het zuiden in de bocht van het Circus Maximus. Een middeleeuwse reiziger, aangeduid als de Anonymus van Einsiedeln, heeft het overwinningsteken – dat later is gesloopt – nog gezien en citeert het opschrift:

Lees verder “Misverstand: De Titusboog”