De Olympische Spelen

Een coach, twee worstelaars en een scheidsrechter (Nationaal Museum, Athene)

O ja, de Olympische Spelen, die zijn er ook nog. Er zullen de komende dagen wel weer commentatoren zijn die het een Griekse uitvinding noemen. Dat zegt vooral iets over de negentiende-eeuwse gewoonte om alles te voorzien van een Grieks antecedent. Ook onze democratie zou uit Griekenland komen, hoewel ze feitelijk is ontstaan in onze waterschappen en de middeleeuwse standenvergaderingen. Trouwens, ons systeem is, vanuit oud-Grieks perspectief bezien, op z’n best een gecontroleerde oligarchie. Dat wij het laatste woord niet hebben over staatsverdragen, zou een Athener maar vreemd hebben gevonden.

Griekse Olympische Spelen

Zoiets is het ook met de Olympische Spelen: een verzonnen antiek antecedent voor een wezenlijk modern iets. De kloof tussen de twee is groot. De Griekse Olympische Spelen waren alles wat hun moderne naamgenoot nou net verafschuwen. De toenmalige sportwedstrijden waren bijvoorbeeld niet internationaal, maar exclusief Grieks. Niet-Grieken waren simpelweg niet welkom. Voor de koningen van Macedonië, die beweerden uit de Griekse stad Argos te komen, wilde men wel een uitzondering maken toen dat om politieke redenen opportuun was.

Lees verder “De Olympische Spelen”

Geliefd boek: Het hoofdkussenboek

Jarenlang bezat ik een Engelse vertaling van de Japanse klassieker The Pillow Book waaruit ik regelmatig stukjes las, maar die Britse pocket viel langzamerhand uit elkaar. Toen in 2018 een Nederlandse vertaling verscheen, heb ik die meteen gekocht: Sei Shonagon, Het hoofdkussenboek. Over de nauwkeurigheid van de vertaling kan ik niet beoordelen, maar het Nederlands leest erg prettig. Uit een vergelijking met de Engelse vertaling blijkt dat de Belgische vertaler Jos Vos (1960) in voetnoten vaak een betere uitleg geeft bij passages. Daarvoor had hij jaren besteed aan de integrale vertaling van een ander klassiek Japans meesterwerk Het verhaal van Genji uit dezelfde periode en geschreven door de schrijfster Murasaki Shikibu.

Sei Shonagon leefde ongeveer tussen 966 en 1017. Ze was de dochter van een provinciegouverneur, een niet erg hoge ambtelijke rang. Ze was in dienst van keizerin Teishi tussen ongeveer 993 en 1000. De vertaler merkt op dat Het Hoofdkussenboek getuigt van een hoogst elegante levensstijl maar dat de houten gebouwen bijna ‘spartaans’ waren en in de winter verschrikkelijk koud. Bovendien was het overheersende dieet zo karig dat zelfs de adel last had van ondervoeding. Geen wonder dat Het Hoofdkussenboek (…) niet een lijstje bevat van ‘dingen die lekker zijn om te eten’, merkt de vertaler op.

Lees verder “Geliefd boek: Het hoofdkussenboek”

De herinneringen van Zjoekov: Khalkhin Gol

Zjoekov ten tijde van de slag bij Khalkhin Gol (1939)

Een paar maanden geleden ben ik begonnen in de mémoires van de Sovjet-maarschalk Georgi Zjoekov, de man die in 1945 Berlijn innam en die enkele jaren later als minister van defensie verantwoordelijk was voor het neerslaan van de Hongaarse Opstand. Ik heb over mijn eerste indrukken van de meer dan duizend pagina’s tellende Herinneringen en overwegingen (1969) al eens eerder geblogd. Het is soms taaie kost en daarom vorder ik maar langzaam. Inmiddels heb ik echter toch het jaar 1939 bereikt.

Het meest intrigerende van Zjoekovs herinneringen is misschien wel de enorme trots die hij voelt op wat de Sovjet-Unie in de twintig jaar na de Revolurie heeft bereikt. Dat leidt tot dat typische volksdemocratische proza waarin de lof wordt gezongen van de industrialisering en vernieuwing van het leger: glorieuze overwinningen die werden bereikt door het eerste en tweede vijfjarenplan zoals vastgesteld door het Centrale Comité van de Communistische Partij van de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken, die de grootheid bewezen van de ideeën van de Oktoberrevolutie alsmede de juistheid van de leer van K. Marx en V.I. Lenin. Een en ander uiteraard onderbouwd met de productiecijfers die dit proza zo wonderlijk maken.

Lees verder “De herinneringen van Zjoekov: Khalkhin Gol”

Factcheck: Romeinen in Japan?

Romeinse munten, gevonden in Japan (Uruma City Education Board)
Romeinse munten, gevonden in Japan (Uruma City Education Board)

Okinawa is een Japans eiland maar het is misschien wat misleidend het zo te noemen. Daarmee bedoel ik dat het eigenlijke Japan bestaat uit twee heel grote eilanden en twee reeksen kleine eilandjes, waarvan de noordoostelijke richting Siberië loopt en de zuidwestelijke richting Taiwan. In die tweede reeks, de Ryukyu-eilanden, ligt Okinawa halverwege (landkaart).

Onlangs zijn daar Romeinse munten gevonden, daterend uit de vierde eeuw. Uiteraard gehypet als “Romeinen in Japan”, hoewel het dus eigenlijk meer “Romeinen richting Japan” zou moeten zijn. Of nog beter: “Romeinse handelsartikelen richting Japan”. Zouden de munten zijn aangeboden in de antiquiteitenhandel, ze zouden zijn genegeerd, want deze vondst kán eigenlijk niet zijn gedaan. Ze zijn echter opgegraven in wat “gecontroleerde omstandigheden” heet: in een professionele, wetenschappelijke opgraving. Hoe komen die munten daar?

Lees verder “Factcheck: Romeinen in Japan?”

Ex oriente nox

spraakverwarring

Het licht komt uit het oosten, zegt men, maar de duisternis zet er ook wat vroeger in. Zesentwintig van de zestig Japanse universiteiten hebben aangekondigd dat ze sterk zullen bezuinigen op hun faculteiten geestes- en sociale wetenschappen, of deze helemaal zullen opheffen. Tot de universiteiten die geen gehoor zullen geven aan de oproep van het ministerie om wat nuttigers te gaan doen, behoren die in Tokyo en Kyoto. Ik vrees echter dat zij het avondrood vormen in het land van de ondergaande zon.

Ik vrees verder dat Nederland het voorbeeld gaat volgen en dat het ook in andere landen minder wordt. Overal op deze wereld hebben de geesteswetenschappen immers álles gedaan om hun belang te verbergen. Voor het goede begrip: de overdracht van informatie is een van de drie door de wetgever aan de universiteiten opgedragen taken. (De andere zijn onderwijs en onderzoek.) Hier zijn enkele voorbeelden van de wijze waarop de geesteswetenschappers hun licht onder de korenmaat houden, ontleend aan mijn vakgebied, de oudheidkunde:

Lees verder “Ex oriente nox”

Hypochonder met faalangst

Niemand eet een doos bonbons in een keer leeg. Je neemt er slechts af en toe een om er zo lang mogelijk van te genieten. Zo heb ik ook Detlev van Heests De verzopen katten en de Hollander gelezen: nooit verbleef ik langer dan een pagina of vijf per dag in de Tokyose Nieuwloofwijk, waar de roman zich afspeelt. Zo heb ik bijna een half jaar kunnen genieten van een van de geslaagdste romans van de afgelopen jaren.

Van Heests boek lijkt wel speciaal geschreven om beetje bij beetje te lezen. Via een reeks prachtige snapshots maakt de lezer kennis met de buurtgenoten van de hoofdpersoon: een dementerende dame bijvoorbeeld, een evangeliste, een oplichter, een man met een oorlogsverleden. Stuk voor stuk zijn het mooie ronde karakters waar je als lezer niet anders dan sympathie voor kunt voelen. Wie het boek uit heeft, heeft het idee vrienden te hebben gemaakt.

Lees verder “Hypochonder met faalangst”