Sapfo: van kwaad tot erger

Nog een Sapfo waarvan we niet weten of ze echt is: een buste uit Herculaneum, nu in het Museo nazionale archeologico in Napels.

Op een bepaald moment moet iets klaar zijn. Toen ik een boek over het oude Rome schreef las ik over die stad alles wat los en vast zat, maar toen het eenmaal was verschenen, verloor ik mijn belangstelling. Ik heb ook nauwelijks meer omgekeken naar Alexander de Grote nadat ik er een boek over had geschreven. Ik had de stof verkend, ik had de stof in eigen woorden naverteld, ik was de stof voldoende meester om iets nieuws te gaan verkennen. Ik zou dus, nu Bedrieglijk echt is verschenen, niet meer over papyrologie willen schrijven. Soms drijft de verontrusting je echter terug.

Echt of vals?

Sapfo dus. In Bedrieglijk echt behandelde ik diverse dossiers: Artemidoros (vals), Geheime Marcus (incompetent beoordeeld), het Evangelie van de Vrouw van Jezus (vals), de Dode Zee-rol-fragmenten uit de Green-collectie (vals), de Dode Zee-rol-fragmenten uit de Schøyen-collectie (vals), het Marcusfragment (gestolen) – steeds was wel duidelijk hoe de vlag erbij hing. De Sapfo-fragmenten vormden echter een open einde. Er is geen afdoende gedocumenteerde provenance.

Lees verder “Sapfo: van kwaad tot erger”

Junk news

Ik probeer me voor te stellen wat er zou gebeuren als de NASA zou melden dat er methaan was aangetroffen in de atmosfeer van Mars. Of hoe uw reactie zou zijn als scheikundigen aankondigen dat ze element 112 hebben ontdekt. Of wat de media zouden berichten als biologen opperen dat ijsberen kleiner worden. Of wat u zou denken als u las dat je voortaan je persoonlijke DNA-profiel kunt laten maken.

Inderdaad, u zou het gevoel hebben dat u in het ootje wordt genomen, want dit zijn berichten van tien jaar geleden. Maar oudheidkundigen doen niet anders. Neem “Precise timing of abrupt increase in dust activity in the Middle East coincident with 4.2 ka social change”. Door onderzoek naar stalactieten in een grot in Iran kunnen onderzoekers nu met iets meer precisie dan voorheen vaststellen dat er tegen het einde van het derde millennium v.Chr. een klimaatcrisis was waarbij opvallend veel stof in de lucht hing.

Ja. Duh.

Lees verder “Junk news”

Veel geschreeuw en weinig wetenschap (3)

Woerden, Drive-in Museum: een goed voorbeeld van eerstelijns-voorlichting… maar er is geen tweede lijn.

[Afgelopen vrijdag was aan de Vrije Universiteit het Romeinensymposium, waar ik een van de sprekers was. De tekst van mijn lezing, waarvan het eerste deel hier is, zal niets bieden wat niet al eerder is gezegd. Doorlezen op eigen risico.]

Junk news en aanverwante problemen

Je hebt fake news en junk news. De eerste categorie is het bekendst: onjuiste informatie, niet per se moedwillig verspreid, zoals de opmerking eerder dit jaar in De Volkskrant dat er in Nederland geen Romeinse ruïnes zichtbaar zijn. Het waren niet alleen Heerlenaren die zich ergerden.

Ergerlijk als fake news is, is het minder problematisch dan junk news. Dat is een platte boodschap die zó vaak wordt herhaald dat mensen de echte informatie niet meer vinden kunnen. Bad information drives out good. Dit is hét centrale probleem voor de limes: waar je ook zoekt, je vindt steeds dezelfde flauwe informatie en het echte verhaal is onvindbaar. We bieden veel geschreeuw en tonen weinig wetenschap.

De onvindbaarheid van de juiste informatie wordt versterkt door de “tweede trechter”. Een trechter is een metafoor om aan te geven hoe mensen naar inzicht brengt: je trekt eerst hun aandacht en leidt ze steeds verder naar de eigenlijke informatie. Je kunt ook de metafoor gebruiken van een ladder waarlangs je opklimt richting wetenschap.

Vanouds hebben we bladen als Archeologie Magazine en Hermeneus, de Week van de Klassieken, voortreffelijke musea en lesprogramma’s voor de scholen. Perfect is het niet, maar de mensen weten de weg naar deze informatie te vinden en de betrokkenen kunnen hun positie benoemen in het grote gebouw der humaniora. Ze kunnen duidelijk maken waarom de geesteswetenschappen maatschappelijk belangrijk zijn, waarom een vakopleiding nut heeft en welke betekenis archeologie heeft voor onze cultuur.

De limes-organisaties hebben deze structuur grotendeels genegeerd: naast de Week van de Klassieken is er een Romeinenweek gekomen. Je kon nog beweren dat de eerste ging over de Oudheid en de tweede over de Nederlandse Oudheid, maar volgend jaar is het thema “de vrouw”, waarbij dit onderscheid onmogelijk is. Het thema valt immers alleen te behandelen door de gegevens te halen uit Italië. Dan heb je twee keer hetzelfde evenement.

(Tussen haakjes wijs ik erop dat we hier een voorbeeld hebben van eclecticisme: je kunt een vraag niet beantwoorden, haalt informatie dus van elders en neemt maar aan dat wat daar en toen gold, ook voor jouw regio en tijdperk geldt. Als het doel is een zo breed mogelijk publiek zo snel mogelijk te voorzien van adequate informatie, is dat laatste mislukt. Het zal worden herkend en het zal de scepsis verder versterken.)

Andere voorbeelden van verdubbeling: online hebben we een educatief platform over de limes naast Quamlibet, het platform dat classici en historici al gebruiken. Het zou makkelijker zijn geweest alles op één al vertrouwd punt onder te brengen. Verder herhalen de diverse limes-websites vrijwel allemaal dezelfde informatie – allemaal eerstelijns en nooit Web 2.0. Afhankelijk van wie je vraagt zijn er nu vier of zes limes-fietsroutes. Ze zijn niet identiek maar het kon efficiënter.

Kortom: goede informatie is onvindbaar door het herhalen van dezelfde, platte boodschap. De dubbele trechter maakt het nog verwarrender. Het kan dus efficiënter.

Aanbevelingen

Triest als het is: er zijn voldongen feiten. Die zijn niet allemaal slecht maar er is ruimte voor verbetering. Het moge duidelijk zijn dat ik ervoor pleit dat we naast de eerste lijn een tweede lijn openen, opdat we geïnteresseerden niet langer afstoten. Dat betekent:

  1. Het wetenschappelijk proces moet uitgelegd. Hoe weten we wat we weten? Waartoe dient dat? Wat is het belang van kennis van archeologie, limes, humaniora? Dit uitleggen heeft als voordeel dat je belet dat een olijke staatssecretaris van Cultuur zich afvraagt wat ’ie moet met musea vol opgegraven potten en pannen.
  2. Leg uit waarom de omkering van het Gelderse geschiedbeeld excess empirical content oplevert en een verbetering is. Of misschien moet ik zeggen: excess educational content. Het voordeel is dat je scepsis vóór bent.
  3. Toon hoe de limes, als onderdeel van de geesteswetenschappen, helpt onze eigen denkbeelden te doorgronden. Gebruik de Romeinse noties over de grenzen van het imperium om de betrekkelijkheid van de eigentijdse (op de negentiende eeuw teruggaande) noties over territoriaal begrensde staten te begrijpen.
  4. Overschat je eigen kennis niet want de academische opleidingen zijn sinds de jaren tachtig te kort. Werk dus samen met wetenschapscommunicatoren, classici en historici. Bedenk hierbij dat het grote publiek de academische specialismen niet (h)erkent. (Een archeoloog die spreekt over veenlijken, krijgt te maken met een publiek dat deze vondsten interpreteert met behulp van TacitusGermania en een classicus die spreekt over die tekst, krijgt vragen over het Meisje van Yde.) Het voordeel van samenwerking is dat ook anderen je inzichten verspreiden.
  5. Vermijd junk news en fuseer de trechters. Als de Romeinenweek samengaat met de Week van de Klassieken is het voordeel dat een evenement ontstaat dat er echt toe doet. Voor Romeins Nederland is het beste nieuws in tijden dat het Rijksmuseum van Oudheden een conservator voor Nederland in de Romeinse Tijd heeft gekregen, zodat de gangbare trechter is versterkt.
  6. Gezond wetenschapscommunicatiebeleid heeft als vertrekpunt de informatiebehoefte van de doelgroepen, niet wat de betrokken partijen toevallig hebben te bieden.

Hysterie

Delen van het Antikythera-mechanisme (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

Oké, zoals de oudheidkunde in het nieuws komt, het kan dus altijd nóg slechter. Ik meende het ergste wel te hebben gezien. Maar dat de Washington Post ooit nog zou koppen dat “een verloren stad” is teruggevonden, “gebouwd door krijgsgevangenen uit de Trojaanse Oorlog”, dat had ik niet meer zien aankomen. U vindt dat brok hysterie hier. Het erge is dat dit soort kulleklap helemaal niet nodig is omdat er over Tenea, want daarover hebben we het, ook een gewoon interessant stuk te schrijven zou zijn geweest.

Nu bent u, waarde lezer, slim genoeg om voorbij de kop te kijken. De meeste lezers doen dat echter niet en voor hen is de eerste indruk meteen de laatste: oudheidkundigen zijn weer eens aan het overdrijven. Aandachtshoeren.

In dit geval lag de nonsens er duimendik bovenop. Maar het kan ook subtieler. Ik ben al van vier kanten, door mensen die ik hoog acht en die zich doorgaans niet gek laten maken, gewezen op het bericht in Ha’aretz dat er een nieuw onderdeel van het Antikythera-mechanisme is gevonden. (Ik hoop dat de link werkt, ik had er moeite mee.) Dat zou leuk zijn, want dit mechanisme, dat is te zien in het Nationaal Archeologisch Museum in Athene, is een soort rekenmachine om de planeetstanden te berekenen. De maker was weliswaar geen Eise Eisinga – als de moderne reconstructies kloppen deed het ding het niet heel erg goed – maar zijn werkstuk is natuurlijk eindeloos fascinerend.

Lees verder “Hysterie”