Wetenschappelijke zelfcensuur

logo_knaw

Ik had niet verwacht dat het zou gebeuren, dat de Kamer zou meegaan met de motie van de VVD om de KNAW onderzoek te laten doen naar zelfcensuur in de wetenschap. De achterliggende aanname is dat in de wetenschap niet alle politieke geluiden zouden zijn vertegenwoordigd. Wie zo over wetenschap denkt – en een meerderheid in de Kamer lijkt die mening toegedaan – heeft niet begrepen wat wetenschap is.

Het is, zoals ik al eerder betoogde, een door een methode gecontroleerde zoektocht naar inzicht. Daarbij dient de methode ertoe om die queeste te structureren, persoonlijke voorkeuren te neutraliseren en allerlei misstanden (zoals zelfcensuur) te vermijden. Dat weet de VVD ook.

Dat ze deze malle motie indiende, lijkt bedoeld om publiciteit te genereren, wat in de aanloop naar de verkiezingen geen kwaad kan. Het leuke (voor de VVD althans) is dat de aantijging niet te weerleggen valt. Als de KNAW namelijk zegt “er is bij het gros van de wetenschappen niks aan de hand”, kan dat vrij snel worden afgedaan als een poging te verbergen dat er wel iets aan de hand is.

Lees verder “Wetenschappelijke zelfcensuur”

Logica

Wie een academische instelling bestuurt, doet het altijd wel in iemands ogen verkeerd. Je zou dus mild moeten zijn in je kritiek, maar soms neemt de verbijstering het toch over. Neem bijvoorbeeld dit interview met Hans Clevers, de president van de KNAW. Hij krijgt een simpele vraag voorgelegd die hij, toen hij zich voorbereidde op het gesprek, moet hebben zien aankomen: of de affaire-Stapel niet duidt op “een afkalvend moreel besef bij wetenschappers”. Zijn antwoord:

De vermeende afkalvende integriteit van Nederlandse wetenschappers is iets wat vooral Nederlandse wetenschappers zelf bezig houdt. Voor het publiek geldt de wetenschap nog altijd als betrouwbaar.

Lees verder “Logica”

Kantoorruimte

amsterdam_knaw_bureau_lorentz
Een foto waar ik al ruim twee jaar eens iets mee wil doen: het bureau van Lorentz.

1.

Een paar maanden geleden moest ik even bij de KNAW zijn, de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen, gevestigd in het Trippenhuis aan de Amsterdamse Kloveniersburgwal. Een bezoek aan dat bolwerk van geleerdheid is voor mij geen routine. De zes of zeven keer dat ik er ben geweest, was ik altijd beduusd. Niet om de ruimte zelf, maar omdat hier het bureau van Lorentz staat, omdat daar een afgietsel van de hand van Bilderdijk ligt en omdat je overal in het gezelschap bent van degenen die onze wereld hebben helpen vormen. Ik ben hier eens stotterend aan een lezing begonnen omdat ik werd aangestaard door de buste van Brouwer.

Wie geen last hadden van beduusdheid, waren de twee heren die tegelijk met me binnen kwamen lopen. Terwijl ze in de hal wachtten om te worden afgehaald, becommentarieerden ze de locatie: “Op een onpraktisch punt in de Grachtengordel,” bromde de een, en de ander vulde hem aan, “opdat de burger niet op het idee komt dat er geen geld wordt verspild.”

Lees verder “Kantoorruimte”

Jubileum

Zesentwintig maanden geleden ben ik begonnen met deze blog en dit stukje is het duizendste dat ik publiceer. Eigenlijk het duizend-en-tweede, maar ik heb twee stukjes over de Kruistochten weer weggehaald, omdat mediëvist Henk ’t Jong me uitlegde dat ik een mystificatie niet had herkend.

Duizend stukjes in zesentwintig maanden komt neer op 1¼ stukje per dag. Dat lijkt indrukwekkender dan het is, want de eerste maanden heb ik ook oud materiaal online geplaatst, omdat ik een plek nodig had waar al die stukken bij elkaar staan. Dat zal overigens nooit lukken, want mijn recensies in het NRC Handelsblad zitten achter de betaalmuur van die krant.

Lees verder “Jubileum”

Droom

Wilhelm von Humboldt

Ik rommelde vanmorgen tegen een interessante vraag aan. In de huidige wetenschappelijke praktijk wordt kwaliteit vooral gemeten door wetenschappelijke publicaties te tellen. De gevolgen zijn bekend: publicatiedwang, een stortvloed aan artikelen over kleine onderwerpen en een neiging tot specialisme. De meeste artikelen worden vervolgens nauwelijks geciteerd.

Ik herinner me hoe, toen de publicatienorm werd geïntroduceerd, deze in eerste instantie was: publiceren in een internationaal tijdschrift. Al snel verschenen dus tijdschriften met titels als Münstersche Beiträge zur Antiken Handelsgeschichte, zodat er voor iedereen gelegenheid was om van elk belang gespeende bijdragen te publiceren. Ik koester “Der Waren- und Dienstleistungsaustausch zwischen dem Römischen Reich und dem Freien Germanien in der Zeit des Prinzipats – Eine Bestandsaufnahme”: ofwel een artikel waarvan de eigenlijke analyse nog moest beginnen. Destijds ging het gerucht dat de universiteiten waren gedwongen soortgelijke tijdschriften uit te geven, om die tegen andere pulpblaadjes te kunnen ruilen. Om dit soort excessen te vermijden ontstond een rating-systeem en werd vastgesteld welke tijdschriften er echt toe deden. Zo veranderde de eis in: publiceren in de tijdschriften met de grootste impact.

Lees verder “Droom”

De technocratie ingerommeld

Breughel, “De parabel der blinden” (1568)

Voorbeeld één

In De Volkskrant van vandaag schrijft Ellen de Visser dat in het Leidse Universitair Medisch Centrum een reuma-onderzoekster vrij systematisch de resultaten van haar onderzoek heeft vervalst. Het is gelukkig uitgekomen op de normale manier: collega’s konden de resultaten niet reproduceren. Twee al gepubliceerde artikelen zijn inmiddels teruggetrokken, de vrouw is ontslagen en het onderzoek – dat had moeten leiden naar een geneesmiddel – is beëindigd. Het excuus van de onderzoekster is inmiddels al even normaal: de combinatie van hoge werkdruk en de noodzaak resultaten te kunnen tonen, leidde tot fraude. Blijkbaar vinden althans sommige onderzoekers het normaal dat bij de keuze tussen patiëntenbelang en eigenbelang het laatste prevaleert.

Voorbeeld twee

Ik vernam de afgelopen maand van twee identieke wetenschappelijke benoemingsprocedures. Beide keren ging het om een mij bekende onderzoeker – briljant, blank, Europees en man – die werd uitgenodigd te solliciteren bij een internationaal project. Beide waren de droomkandidaat. Beide keren bleek er een complicatie: op beide projecten werkten al veel briljante blanke Europese mannen en uiteindelijk werd in beide gevallen iemand benoemd met mindere wetenschappelijke kwalificaties. Dit betekent, met andere woorden, dat de wetenschap zélf inbreuk maakt op de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om de best-denkbare wetenschap te leveren en dus de burger dupeert. In één geval leidde het tot een boze reactie van een bedrijf dat bij het project was betrokken; die kwestie speelt nog.

Voorbeeld drie

Een onderzoeker was boos op een mij bekende wetenschapsjournalist. De onderzoeker vroeg daarop een onderzoeksschool een integriteitsonderzoek in te stellen naar de journalist. Door welke kortsluiting de onderzoeksschool de zaak in behandeling nam, is mij onbekend, maar ik weet wel dat de KNAW erop wees dat integriteitsonderzoek wordt verricht door een CvB en dat ook een CvB onbevoegd is over een niet-medewerker te oordelen. De onderzoeksschool negeerde de aanwijzing en deed uitspraak. Met andere woorden, men meende dat men, ook als de procedures het niet toestonden, mocht oordelen over niet-academici.

Voorbeeld vier

Gisteren leverde ik bij het NRC Handelsblad een stukje in over Reza Aslans Zealot. The Life and Times of Jesus of Nazareth. Misschien kent u hem van zijn opmerkelijke interview met Fox News: men vroeg hem waarom hij als moslim een boek zou schrijven over de bron van christelijke inspiratie. Aslan antwoordde dat hij een academicus is met vier titels en dat onderzoek naar religie nu eenmaal zijn werk was. Het hilarische filmpje was al snel populair, vaak met commentaren van geleerden die erop wezen dat Fox niet begreep dat in de wetenschap het persoonlijk oordeel van de onderzoekers geen rol speelt.

Maar zo hilarisch is het niet. Aslan kreeg kritiek van zijn collega’s omdat zijn titels bij dit onderzoek niet relevant zouden zijn en omdat hij geen officieel onderzoek doet. Dat is echter het feitelijke drama niet. Doordat Aslan met zijn titels schermde, en niet inging op het feit dat de interviewster en de kijkers van Fox News zich zorgen maken om de islam, bevestigde hij het vooroordeel dat academici niet echt met bezorgde burgers communiceren en kritische vragen ontwijken. Waarom herkenden degenen die bromden over Aslans kwalificaties niet dat hij in feite een middenvinger opstak naar de burger?

**

Wetenschap is het collectief bezit van de mensheid. Iedereen is er vroeg of laat bij betrokken: onderzoekers, patiënten, het bedrijfsleven en journalisten, maar ook gewone belangstellenden. Die groepen hebben allemaal hun eigen belangen en hun eigen zorgen. In de vier voorbeelden – gewone zaken waarover ik lees in de krant, waarover ik spreek met collega’s of waarover ik schrijf – conflicteerden die belangen. Wat steeds opvalt is dat de mensen die werken aan de universiteiten weinig begrip tonen voor de andere belangen.

Natuurlijk, de directie van het LUMC greep in voordat de patiënten de dupe waren. En natuurlijk, dat de genoemde onderzoeksschool weigerde de correcte procedure te volgen, lag niet aan de KNAW. Er zijn nog volop integere bestuurders en integere onderzoekers. Het gemak waarmee academici hun belang laten prevaleren, is echter verontrustend en ik begin me wat zorgen te maken of we niet, zoals Hans Harbers het verwoordde in zijn toespraakje bij het jubileum van Kennislink, de technocratie worden ingerommeld.

Klassieken & communicatie (3)

Pantheon, Hadrianus

[Dit is het derde van vijf stukjes over het belang van een uitgedachte communicatiestrategie voor de oudheidkundige disciplines. Het eerste is hier. Ik beschreef dat de structuur van de universiteit belet dat een communicatiestrategie wordt ontwikkeld.]

Zoals gezegd hebben de oudheidkundige disciplines enkele ontwikkelingen in de wetenschapscommunicatie gemist. De belangrijkste is de toename van het aantal hoogopgeleiden. Momenteel heeft een derde van de beroepsbevolking HBO of meer. Er is een publiek ontstaan dat vergissingen kan herkennen, waardoor er meer kritiek komt op academisch medewerkers. De classici en oudhistorici zijn voor deze kritiek kwetsbaar, want ze hebben, anders dan bijvoorbeeld de archeologen, in feite geen kwaliteitsnorm voor de publieksvoorlichting.

Lees verder “Klassieken & communicatie (3)”