Fenicische kolonisatie

Standbeeld van een magistraat (“suffeet”) uit Lepcis Magna (Nationaal Museum, Tripoli)

Zoveel is zeker: de Feniciërs hebben, komend vanuit wat nu Libanon is, een aantal nieuwe steden gesticht. Kition op Cyprus; Palermo en Marsala op Sicilië; nederzettingen op Malta, Gozo en Sardinië; Lepcis, Oea en Sabratha in Libië; Karthago en Utica in wat nu Tunesië heet; steden langs de Algerijnse en Marokkaanse kust; Malaga en Cadiz in Andalusië.

Het bewijs is voor een groot deel archeologisch maar ook teksten spelen een rol, terwijl sommige kolonies pure speculatie zijn, gebaseerd op namen. Kart Hadašt betekent “Nieuwe Stad” en dat is dus Karthago, en wellicht herkennen we het eerste element ook in de stadsnaam Cordoba, maar dat dit een Fenicische stadstichting is, is niet bewezen. Er zijn daar weliswaar Fenicische vondsten gedaan maar die kunnen duiden op zowel kolonisatie als handel. Dat “Marseille” is afgeleid van Marsa’il ofwel “haven van god” is nog minder zeker. Ik geloof wel in Cordoba, zij het met een voorbehoud, en niet in Marseille.

Lees verder “Fenicische kolonisatie”

2x Priamos en Achilleus

Het loskopen van van het lijk van Hektor (sarcofaag uit Tyrus, nu in het Nationaal Museum in Beiroet)

Het laatste boek van de Ilias bevat de aangrijpende scène dat Priamos, de oude koning van Troje, in het holst van de nacht de vlakte rond zijn stad oversteekt om het lijk van zijn gesneuvelde zoon Hektor voor een enorme prijs los te kopen van diens moordenaar, Achilleus. De Griekse krijger heeft zijn woede op Hektor uitgeleefd door zijn stoffelijk overschot zoveel mogelijk te onteren en Priamos weet dat zijn missie niet bepaald zonder gevaar is. Hij heeft echter een hart van ijzer en de goden kijken vol compassie naar de oude man. Zeus stuurt de god Hermes om hem te begeleiden. Ook Iris bemoeit zich met de nachtelijke tocht.

Het vervolg ziet u hierboven op een Romeinse sarcofaag, afkomstig van het indrukwekkende Al-Bass-grafveld bij Tyrus en nu in het Nationaal Museum in Beiroet. Priamos heeft zich rechts voor de knieën van Achilleus ter aarde geworpen, vertelt dat al zijn zonen zijn gedood en vraagt de Griekse krijger te denken aan zijn eigen oude vader. Achilleus kan zijn emoties niet de baas en wendt zich af. Iris en Hermes staan erbij en zien dat het goed is. Op de linkerzijde zien we een van Achilleus’ knechten, twee paarden, een paardenknecht, de wagen met de wagenmenner (gekleed alsof hij in een Romeins circus optreedt) en een knecht die een kostbare vaas uit de wagen haalt.

Lees verder “2x Priamos en Achilleus”

Kort Libanees (7): Oriëntaals oriëntalisme

Tot de dingen die ik in het buitenland altijd leuk vind om te zien behoren oude ambachten. In Peshawar heb ik bijvoorbeeld toegekeken hoe een smid metaal bewerkte, in Shiraz heb ik gesproken met een inktmaker en deze week heb ik in Tyrus even staan kijken hoe de kiel van een schip werd gelegd. Wie mijn foto’s zou bekijken, vindt afbeeldingen van slash-and-burn-landbouw, van een primitieve bronsoven, van een ganzendrijver en van een perkamentrek. Je zou makkelijk kunnen concluderen dat ik in het Midden-Oosten vooral ben geïnteresseerd in een wereld die ouder en anders is dan de westerse.

Die houding wordt wel “oriëntalisme” genoemd. Het gaat er dan om dat je alleen kijkt naar het exotische, het oosterse, en dat je het nieuwe (dat mijn fotografische belangstelling niet heeft maar waarover ik wel schrijf) niet herkent. In de negentiende en vroege twintigste eeuw was dit regelrechte mode. Dichters, schilders: iedereen leek mee te doen.

Lees verder “Kort Libanees (7): Oriëntaals oriëntalisme”

Het mineralenmuseum van Beiroet

Opstelling in het MIM

Tegenover het Nationaal Museum in Beiroet verrijzen enkele hypermoderne gebouwen van de Université Saint-Joseph, een van de oudste westerse onderwijsinstellingen van het Midden-Oosten. In een kelder daarvan bevindt zich het mineralenmuseum MIM, dat de privécollectie toont van de chemicus Salim Eddé. Rijk geworden door de ontwikkeling van financiële software, begon hij in 1997 met een eigen verzameling, die hij vervolgens uitbreidde door op veilingen enkele oudere collecties aan te kopen en tot slot afrondde door bij mijnbouwbedrijven de ontbrekende mineralen te verwerven. Het in 2013 geopende museum wil een totaaloverzicht bieden van de mineralogie: niet alleen toont het 1400 mineralen uit eenenzestig landen, het behandelt ook hun chemische, industriële en economische belang. De nadruk ligt echter op de esthetiek.

Het is een gewoon goed museum, waar duidelijk over is nagedacht. De naam is overigens gekozen omdat de mim de eerste letter is van de Arabische (Franse, Engelse en Nederlandse) woorden voor mijn, mineraal, museum. Het is ook de eerste letter van Eddés bedrijf.

Lees verder “Het mineralenmuseum van Beiroet”

Kort Libanees (6): de vlag

Het eerste ontwerp van de Libanese vlag (Privémuseum Robert Mouawad).

Na de Eerste Wereldoorlog werd Libanon een Frans mandaatgebied. Dat is een soort kolonie, maar dan zo georganiseerd dat de belastingen in eigen land blijven, dus niet bestemd zijn voor de kas van de koloniale macht. L’État du Grand Liban kreeg ook een vlag: in feite de Franse, maar uitgebreid met een cederboom.

De onafhankelijkheid kwam in de Tweede Wereldoorlog. Als ik me goed herinner werd die beloofd door de Vichy-Fransen (Pétain) en toegekend door de Vrije Fransen (De Gaulle). Hoe dat ook zij, er moest een vlag komen en hierboven ziet u het oorspronkelijke ontwerp uit 1943. Het is ontstaan door de oorspronkelijke vlag een kwart slag te draaien en de blauwe balk te vervangen door een rode.

Lees verder “Kort Libanees (6): de vlag”

Het Nabu-museum

Het Nabu-museum in Batroun

De Libanese bevolking varieert van stervensarm, zoals de Syrische bedelaars, tot stinkend rijk, zoals de drie families die besloten in het stadje Batroun het Nabu-museum te bouwen. Batroun is overigens leuk voor een bezoekje, met een mooie kerk aan zee en een wonderlijke Fenicische muur in de branding. En nu is er dus ook een museum, langs de weg naar Tripoli, vernoemd naar de Babylonische god van de wijsheid.

Het museum is gebouwd in precies acht maanden, werd eerder dit jaar geopend en dient om de kunstcollecties van die drie families met de wereld te delen. Ik kies met opzet voor die formulering, want dat is precies wat de opzet is: de oprichters willen niet als enigen genieten van wat ze aan moois bezitten. Het museum en de catalogus van de lopende expositie zijn dus gratis en ook door middel van drietalige uitleg probeert men een zo breed mogelijk publiek te bereiken. De ambitie is overigens niet alleen het tonen van de eigen collecties, maar ook het organiseren van nieuwe tentoonstellingen, waarbij samenwerking wordt gezocht met andere musea, zoals het Sursock, het museum van de Amerikaanse Universiteit in Beiroet, het Nationaal Museum, het museum in Damascus en het Bardomuseum.

Lees verder “Het Nabu-museum”

Archeologie in Libanon

Beit ed-Din: het funky mozaïek en een jonge cederboom

Gisteren ben ik naar Beit-ed-Din en Sidon geweest. Het eerste is het paleis van Bashir II, die in de vroege negentiende eeuw een eigen staatje stichtte, vrij succesvol was, maar uiteindelijk op het verkeerde paard wedde en door de Ottomaanse heersers werd afgezet. In de voormalige stallen en in de tuinen liggen momenteel prachtige laatantieke mozaïeken, zoals het funky mozaïek waarover ik al eens blogde. De kunstige voorwerpen zijn gevonden tijdens de Burgeroorlogen en de leider van de druzen, Walid Jumblatt, heeft ze voor grote bedragen gekocht van de vinders en in die stallen laten leggen. (Hij is ook de man die ingreep toen de Libanese ceders dreigden uit te sterven en een nieuw woud liet planten.)

Hoe netjes het ook is wat Jumblatt deed, er ligt hier wel een probleem: waar komen die mozaïeken nu vandaan? Het punt is dit keer niet dat unprovenanced voorwerpen vervalsingen kunnen zijn. Dit zijn geen papyri. De kwestie is dat je wil weten uit welk gebouw ze komen. Een afbeelding van een pauw in een kerk representeert de wederopstanding, een pauw in een tempel is een aanwijzing voor de cultus van Hera. Een ander prachtig mozaïek kan, afhankelijk van de vindplaats, zowel Johannes de Doper als Dionysos voorstellen. We mogen blij zijn met wat we wél hebben, maar het niet registreren van een provenance is toch wel behoorlijk onpraktisch. We hadden meer kunnen weten.

Lees verder “Archeologie in Libanon”