De Dame van Byblos

De Dame van Byblos (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Hunter S. Thompson was ooit te ver heen – drugs of alcohol, daar wil ik vanaf zijn – om de reportage die hij moest inleveren, fatsoenlijk af te ronden. Daarom leverde  hij toen bij wijze van ooggetuigenverslag zijn aantekeningenbriefjes maar in. Zo ontstond de gonzo-journalistiek. Eigenlijk zou ik de grotendeels onbewerkte, notitieachtige filmpjes die mijn geliefde en ik maakten in Irak en in Byblos, gonzo-filmpjes moeten noemen. De draad van de microfoon komt regelmatig in beeld, de horizon ligt scheef, op de achtergrond gebeurt van alles, er duiken Kruisvaarderskastelen op zonder dat iemand daarom heeft gevraagd. Wij waren niet dronken of stoned. De reden van onze gonzo-filmpjes is dat we een telefoon als camera gebruikten en in het felle licht niet goed konden zien wat we precies filmden.

Dame van Byblos

Nou ja, het gaat om de inhoud. Vandaag de Dame van Byblos ofwel Ba’alat Gubla. De Egyptenaren identificeerden haar lange tijd met hun godin Hathor. Na de IJzertijd lijkt ze gelijkgesteld te zijn aan Astarte. In de hellenistische tijd kwamen identificaties met Afrodite en met de gehelleniseerde Egyptische godin Isis. De Romeinen dachten dan weer aan Venus. De vraag is wel gesteld hoe de bewoners van Byblos hun godin noemden, maar dat is misschien de verkeerde vraag. In de Levant heette de oppergod gewoon Ilu of El of Allah (“god”), Balu of Ba’al (“heer”), of Adon (“meester”). Een godin heette Allat (“godin”) of Ba’alat (“heerseres”). De Dame van Byblos heette dus gewoon Dame.

Lees verder “De Dame van Byblos”

Byblos, Porte de la mer

Porte de la mer

Oké, kort blogje vandaag. Over de noordwestelijke stadspoort van Byblos is niet bijster veel te vertellen. De eerste bouwfase van de muur, waarover we het onlangs hadden, dateert uit het vroege derde millennium en is daarna enkele keren herbouwd. Aanvankelijk waren er vier poorten: een naar de zuidelijke haven en drie naar het noorden, waarvan de middelste later is gesloten. De noordwestelijke poort, ook wel aangeduid als Porte de la mer omdat hij uitziet op de noordwestelijke haven, is echter een beetje vreemd.

Kijk maar hierboven. Welke idioot bouwt nu een trap in een poort?! Dit is toch niet handig, als je met een wagen vol overzeese producten naar de stad wil?

Lees verder “Byblos, Porte de la mer”

De stadsmuren van Byblos

De derde fase van de stadsmuur

Een filmpje over Byblos, waarom ook niet? Helaas kan ik er geen kameel of dromedaris in stoppen, en ook al geen Zijderoute waarover die beesten, beladen met allerlei soorten handelswaar, voortsjokken tot ze in China zijn. Maar handel en Byblos, dat lukt natuurlijk wel.

Vanaf het einde van het vierde millennium v.Chr. stuurde men cederhout vanuit Byblos naar Egypte. En er kwamen allerlei kostbaarheden terug. Naarmate de havenstad rijker en rijker werd, werden de verschillen met de omgeving groter. En dus de jaloezie. Om zich tegen bewapende aanvallen van piraten en rovers te beschermen, bouwde men aan het begin van de Bronstijd een stadsmuur.

Lees verder “De stadsmuren van Byblos”

Byblos’ Grande Résidence

De Grande Résidence

Naast de Torentempel van Byblos waarover ik onlangs schreef, stond een groot gebouw dat de Franse archeologen aanduidden als de “Grande Résidence”. Groots was het zeker, althans voor wie zo praktisch is geen energie te verspillen aan het opwerpen van die horizonvervuiling die ze piramiden noemen. De Grande Résidence is, voor een utiliteitsgebouw uit het derde millennium v.Chr., behoorlijk indrukwekkend.

Indrukwekkende muren

Het was vijfendertig meter lang en tweeëndertig meter breed. Het dak moest worden gestut met pilaren. Een architectonische primeur voor Byblos. De hamvraag is: wat is de Grande Résidence? De opgravers kunnen het dan wel een residentie hebben genoemd, maar dat wil niet zeggen dat het dat ook was. De huidige interpretatie is dat het een administratieve functie heeft gehad. Misschien lagen hier ook de meest kostbare voorraden opgeslagen.

Lees verder “Byblos’ Grande Résidence”

De bron van Byblos

De bron van Byblos

Het plateau waarop Byblos verrees, bestaat uit twee heuvels, eigenlijk keihard geworden duinen. Daar tussenin lag nog tot in de jaren dertig van de vorige eeuw een bron. Regenwater dat neersloeg op de Libanon, sijpelde door allerlei aardlagen heen naar beneden, naar het voorgebergte, naar de uitlopers, naar de kust. En zo lag er, vlakbij de kust, een fijne bron voor redelijk zoet water. Nou ja, een tikje brak, want de zee was in de buurt.

Misschien dankt de stad haar naam aan de bron, want Byblos, Gubla in de Semitische taal die er in de Bronstijd werd gesproken, is te lezen als Gub-El, wat zoiets betekenen kan als “put van god”. Alleen weten we natuurlijk niet of er altijd een Semitische taal is gesproken in deze regio. Het kan gaan om een volksetymologie waarin aan een oude naam een nieuwe betekenis werd gegeven. Niemand weet wat Babylon betekent, maar latere bewoners hoorden er Bab-Ili in, wat zoiets betekent als “poort der goden”.

Lees verder “De bron van Byblos”

De haven van Byblos

Links de dichtgeslibde zuidelijke haven

De trouwe lezers van deze blog weten het: medio oktober begint in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden een expositie over Byblos en met David Kertai maakte ik het publieksboek. Byblos is interessant omdat het feitelijk de eerste wereldhaven is. Dankzij de rivier de Adonis, waarover ik afgelopen maandag blogde, was het eenvoudig cederhout uit de Libanonbergen naar de kust te brengen. Overigens is “eenvoudig” hier zéér relatief. Bijlen waren in de Bronstijd vrij klein. Bovendien voert ook een Adonis nog niet zo simpel boomstammen met zich mee.

Dat gezegd zijnde: Byblos exporteerde het hout naar Egypte en groeide uit tot een internationale haven. Maar waar legden de schepen aan? Even een kengetal: een zeevarend schip was al gauw een meter of veertig lang. De boot die is opgegraven bij de piramide van Khufu meet 43½ meter. Het Egyptische Verhaal van de Schipbreukeling noemt schepen met een lengte tussen de 54 en 63 meter.

Lees verder “De haven van Byblos”

Adonis: mythe en rivier

De waterval bij Afqa.

U weet het: oudheidkundigen hebben altijd te weinig informatie. Dataschaarste is wat de oudheidkunde onderscheidt van andere wetenschappen. Leren denken over wat je weten kunt als je te weinig gegevens hebt, is de voornaamste vaardigheid die het vak biedt. En vaak weet de oudheidkundige helemaal niets. Of bijna niets.

Romeinse mythe

Zoals bij de mythe van Adonis. De naam is onmiskenbaar Semitisch – Adon betekent zoiets als “heer” – maar over de oudste, Fenicische mythe valt weinig te weten. We moeten tot de Romeinse tijd wachten eer we een bron hebben. Dat is de dichter Ovidius, die leefde aan het begin van onze jaartelling. In zijn Metamorfosen vertelt hij dat Adonis een knappe jager was die de aandacht trok van de godin Venus. Tot haar verdriet doodde een everzwijn haar minnaar, uit wiens bloed de anemoon was ontstaan.

Lees verder “Adonis: mythe en rivier”

Byblos in het Chalcolithicum

Chalcolithische amuletten (Nationaal Museum, Beiroet)

In het vorige filmpje over de (oude) geschiedenis van Byblos legde ik uit hoe de eerste mensen er in de Prehistorie waren komen wonen. Dat was ergens in het zevende millennium v.Chr. We slaan twee millennia over en komen dan, ergens rond 4500 v.Chr., aan bij het Chalcolithicum. Dat betekent letterlijk “kopersteentijd” maar we zeggen vaak Kopertijd.

Die naam is wat misleidend. Het betekent alleen dat men in die tijd – en niet per se in Byblos – in staat was ovens te bouwen waarmee men temperaturen kon halen om koper te bewerken. Dat zegt vooral veel over het technologisch potentieel van die tijd en vertelt iets over de oplossingen die de mensen kiezen konden. Ook als je geen koper gebruikte, waren er bepaalde opties die eerder niet hadden bestaan en dus is “Kopertijd” een redelijke typering voor een bepaalde samenleving. Zelfs als daar geen koper of ander metaal wordt gebruikt.

Lees verder “Byblos in het Chalcolithicum”

Byblos in het Neolithicum

Een begraving in een kruik (Nationaal Museum, Beiroet)

Ik vertelde het u al: mijn geliefde en ik wilden weten hoe het met onze Libanese vrienden ging. Los daarvan werk ik met David Kertai aan het publieksboek over de komende expositie over Byblos, waarvoor ik nog wat landschapsfotografie wilde doen. En het leek me leuk om, zoals we deden in Irak, wat filmpjes te maken in Byblos. Het Rijksmuseum van Oudheden gunde een bijdrage uit het potje dat ze hebben voor persreizen. En dus was ik onlangs in Libanon.

Hoe het met mijn vrienden ging? Naar omstandigheden redelijk. Hoe de foto’s zijn geworden? U ziet het wel als het boek er is. Hoe de filmpjes eruit zien? Dat kunt u vandaag zien. Zoals u weet: het is simpel gedaan, zonder veel toeters en bellen, maar de inhoud is zo goed als ik kon, en Kees Huijser was zo vriendelijk nog even een begin en einde toe te voegen.

Lees verder “Byblos in het Neolithicum”

Over nut en nadeel van toerisme voor het leven

Toerist aan zee

Ach ja, het toerisme. We mogen klagen. Het centrum van Amsterdam is momenteel onleefbaar. Ik begrijp dat hetzelfde geldt voor Barcelona (waar ik nooit ben geweest) en voor Venetië (waar ik nooit meer terug wil). Maar mopperen over toerisme is ook een beetje flauw en voorspelbaar. Hypocriet ook, want we gaan allemaal op reis. En onze hypocrisie is ook al zó vaak becommentarieerd dat stukjes daarover al even flauw en voorspelbaar zijn.

Desondanks waag ik een stukje aan toerisme. Ik wil namelijk, hoewel ik de geldigheid van alle bezwaren ken en erken en bekend veronderstel, er toch een lans voor breken. De toerist leert namelijk, opzettelijk of onbedoeld, mensen kennen uit een ander land. En hoewel ik niet denk dat het buitenland uitsluitend bestaat als decor voor onze persoonlijke queestes, is het wel zo dat je, door de mensen daar te ontmoeten, ook jezelf een beetje leert kennen.

Lees verder “Over nut en nadeel van toerisme voor het leven”