Het oudst-bekende verhaal van de wereld (3)

Een cederboom in het Libanongebergte

[Voor de vaste bezoekers van deze blog: vandaag zijn jullie even niet aan de beurt, maar is de blog voor kinderen die het verhaal van Gilgamesj nog nooit hebben gehoord. Daar moet verandering in komen. Het staat u natuurlijk vrij een achtjarige voor te lezen; zondag rond ik af. Het eerste deel was hier.]

Koning Gilgamesj en Enkidu waren de beste vrienden. En zoals ze zeggen: ze haalden het beste uit elkaar naar boven. Het meisje dat Gilgamesj naar Enkidu had gestuurd, had ervoor gezorgd dat hij geen beestmens meer was, maar iemand die met andere mensen kon wonen in de stad. En Enkidu zorgde ervoor dat Gilgamesj niet meer iedereen aanviel, want als Gilgamesj dat zou doen, dan zou Enkidu hem wel een paar stevige klappen geven, koning of niet.

Op een dag besloten de twee vrienden dat ze eens iets bijzonders moesten gaan doen, zodat iedereen zou weten wie ze waren. Al gauw hadden ze bedacht dat ze op reis zouden gaan naar het woud waar de cederbomen groeien. Net als de stad Uruk, waar Gilgamesj koning was, bestaat het cederwoud echt. Het heet tegenwoordig Libanon. Hierboven zie je een foto van zo’n ceder. Het hout van die bomen ruikt veel lekkerder en is veel sterker dan dat van gewone bomen. Als je vroeger een mooi paleis wilde bouwen, gebruikte je cederhout omdat je daarmee veel grotere kamers kon maken.

Lees verder “Het oudst-bekende verhaal van de wereld (3)”

Sint-Joris & co

Sint-Joris en de draak(achttiende-eeuwse ikoon uit het Antivouniotissa-museum, Korfu)

Als religie mensenwerk is, en zelfs de diepst gelovigen erkennen dat dit voor minimaal de helft zo is, zijn ook de grenzen tussen religies mensenwerk. En ook de ontkenning van die grenzen. Dat is een van de redenen waarom het moderne Midden-Oosten zo boeiend is: de grens tussen de diverse joodse, christelijke, islamitische en druzische stromingen is vloeiend. Onze Sint-Joris, de drakendoder, wordt niet alleen vereerd door christenen, maar ook door moslims, die hem aanduiden als Khidr, de “groene man”. Ik herinner me dat een van zijn graven me werd aangewezen in de citadel  van Aleppo, waarover zometeen meer.

De joden associëren Joris/Khidr met de profeet Elia. De druzen kennen hem op dezelfde wijze als beschreven in de Koran: iemand die slechte dingen lijkt te doen die in feite goed zijn, al herkent niet iedereen Gods voorzienigheid. Dit weet ik wel: of het nu in Syrië, Libanon of Israël/Palestina is, de gelovigen gebruiken elkaars cultusplaatsen en trekken zich van de grenzen tussen de religies, die in West-Europa zo dogmatisch zijn, niets aan. Ik schreef er al eens over.

Lees verder “Sint-Joris & co”

Waar moet dat heen?

Nadine Labaki in “Et maintenant on va où?” (©Sony Pictures)

Ik ken weinig rauwere films dan Capharnaüm, waarmee de Libanese regisseuse Nadine Labaki twee jaar geleden internationaal de aandacht trok. Simpel samengevat: een jongen klaagt zijn ouders aan omdat ze hem geboren hebben doen worden. Welbeschouwd heeft hij een punt, omdat hij voorbestemd is voor een leven vol ellende. De film loopt goed af maar de ellende die de bioscoopbezoeker te zien krijgt garandeert een doorwaakte nacht.

Ik beken dat ik me met een lichte aarzeling onderwierp aan een eerdere film van Labaki, Et maintenant, on va où? (2011). Hoewel het begon met een uitvaart, was het dit keer allemaal heel wat lichtvoetiger. In een dorpje – de opnames vonden plaats in Taybeh, onder de rook van Baalbek – wonen christenen en moslims gebroederlijk naast elkaar, maar door gebeurtenissen buiten het dorp raken de twee bevolkingsgroepen toch tegen elkaar opgezet. Dat wil zeggen: de mannen voelen zich aan hun eer verplicht aangedane beledigingen te vergelden.

[spoilers na de break]

Lees verder “Waar moet dat heen?”

Misverstand: Het alfabet

Inscriptie van de Fenicische koning Bodastart van Sidon (Nationaal Museum, Beiroet)

Misverstand: Het alfabet is uitgevonden door de Feniciërs

In Egypte en de oeroude steden in het zuiden van het huidige Irak ontstond het schrift, dat zich al snel verspreidde over de rest van de oude wereld. De hiëroglyfen en het spijkerschrift waren echter ingewikkelde systemen, die alleen een kleine elite begreep. Pas met het alfabet werd het mogelijk dat een substantieel deel van de bevolking kon lezen en schrijven – overigens nog altijd niet meer dan zo’n tien procent.

De uitvinding wordt meestal toegeschreven aan de Feniciërs, die in het late tweede en vroege eerste millennium leefden in de havensteden van Libanon en Syrië. Toen het Institut du Monde Arabe in 2007/2008 een expositie wijdde aan dit oude volk, hing Parijs vol posters met de vraag Quel visage avait la civilisation qui nous a donné l’alphabet? (“Welk gezicht had de beschaving die ons het alfabet gaf?”)

Lees verder “Misverstand: Het alfabet”

Oscar Niemeyer in Tripoli

De ingang van het door Niemeyer ontworpen tentoonstellingsterrein

De Braziliaanse architect Oscar Niemeyer (1907-2012) is het beroemdste geworden als de bouwmeester die allerlei gebouwen ontwierp voor Brasilia, de begin jaren zestig nieuw aangelegde hoofdstad van Brazilië. Hij bouwde veel met beton, maar koos nooit voor alleen vierkante vormen; vaak stulpte er ergens een koepel uit of was er een schaalvormig helicopterplatform. Het Braziliaanse parlementsgebouw heeft allebei de vormen.

Brasilia werd in vier jaar uit de grond gestampt. In dezelfde tijd kreeg Niemeyer opdracht om in de Libanese havenstad Tripoli een enorm terrein te ontwerpen voor tentoonstellingen, congressen en theatervoorstellingen. Een hotel, semipermanente woningen voor langdurige bezoekers, expositieruimtes: van alles moest er zijn. Vergelijk het met de RAI in Amsterdam, maar dan een vierkante kilometer groot.

Lees verder “Oscar Niemeyer in Tripoli”

Enge baby’s

Beeld van een baby met vogel uit Bustan-esh Sheikh (Nationaal Museum, Beiroet)

In het jaar 310 v.Chr. belegerde Agathokles, de alleenheerser van Syracuse, Karthago. De bevolking van de stad begreep al snel dat ze goddelijke steun nodig had en besloot tot een dramatisch offer. Diodoros van Sicilië schrijft daarover dit:

Ze kozen tweehonderd kinderen uit de voornaamste families en offerden die in het openbaar. Niet minder dan driehonderd anderen, die ergens van waren beschuldigd, offerden zich vrijwillig. In de stad stond een bronzen beeld van Baal Hammon, met naar de grond toe uitgestrekte handen, de handpalmen naar boven, zodat een kind dat daarop was geplaatst er vanaf kon rollen en in een soort vurige put kon vallen.

Er bestaan reconstructies waarin het beeld van Baal Hammon een beestachtige kop heeft met een grote openstaande bek, zodat de armen – bewogen door middel van kettingen – konden dienen als een soort scheplepel om de kinderen omhoog te tillen en via de muil in het vuur te laten vallen. Dat is een wel erg fantasierijke uitleg van Diodoros’ beschrijving, die zo al naargeestig genoeg is. Lees verder “Enge baby’s”

Fenicische kolonisatie

Standbeeld van een magistraat (“suffeet”) uit Lepcis Magna (Nationaal Museum, Tripoli)

Zoveel is zeker: de Feniciërs hebben, komend vanuit wat nu Libanon is, een aantal nieuwe steden gesticht. Kition op Cyprus; Palermo en Marsala op Sicilië; nederzettingen op Malta, Gozo en Sardinië; Lepcis, Oea en Sabratha in Libië; Karthago en Utica in wat nu Tunesië heet; steden langs de Algerijnse en Marokkaanse kust; Malaga en Cadiz in Andalusië.

Het bewijs is voor een groot deel archeologisch maar ook teksten spelen een rol, terwijl sommige kolonies pure speculatie zijn, gebaseerd op namen. Kart Hadašt betekent “Nieuwe Stad” en dat is dus Karthago, en wellicht herkennen we het eerste element ook in de stadsnaam Cordoba, maar dat dit een Fenicische stadstichting is, is niet bewezen. Er zijn daar weliswaar Fenicische vondsten gedaan maar die kunnen duiden op zowel kolonisatie als handel. Dat “Marseille” is afgeleid van Marsa’il ofwel “haven van god” is nog minder zeker. Ik geloof wel in Cordoba, zij het met een voorbehoud, en niet in Marseille.

Lees verder “Fenicische kolonisatie”

2x Priamos en Achilleus

Het loskopen van van het lijk van Hektor (sarcofaag uit Tyrus, nu in het Nationaal Museum in Beiroet)

Het laatste boek van de Ilias bevat de aangrijpende scène dat Priamos, de oude koning van Troje, in het holst van de nacht de vlakte rond zijn stad oversteekt om het lijk van zijn gesneuvelde zoon Hektor voor een enorme prijs los te kopen van diens moordenaar, Achilleus. De Griekse krijger heeft zijn woede op Hektor uitgeleefd door zijn stoffelijk overschot zoveel mogelijk te onteren en Priamos weet dat zijn missie niet bepaald zonder gevaar is. Hij heeft echter een hart van ijzer en de goden kijken vol compassie naar de oude man. Zeus stuurt de god Hermes om hem te begeleiden. Ook Iris bemoeit zich met de nachtelijke tocht.

Het vervolg ziet u hierboven op een Romeinse sarcofaag, afkomstig van het indrukwekkende Al-Bass-grafveld bij Tyrus en nu in het Nationaal Museum in Beiroet. Priamos heeft zich rechts voor de knieën van Achilleus ter aarde geworpen, vertelt dat al zijn zonen zijn gedood en vraagt de Griekse krijger te denken aan zijn eigen oude vader. Achilleus kan zijn emoties niet de baas en wendt zich af. Iris en Hermes staan erbij en zien dat het goed is. Op de linkerzijde zien we een van Achilleus’ knechten, twee paarden, een paardenknecht, de wagen met de wagenmenner (gekleed alsof hij in een Romeins circus optreedt) en een knecht die een kostbare vaas uit de wagen haalt.

Lees verder “2x Priamos en Achilleus”

Kort Libanees (7): Oriëntaals oriëntalisme

Tot de dingen die ik in het buitenland altijd leuk vind om te zien behoren oude ambachten. In Peshawar heb ik bijvoorbeeld toegekeken hoe een smid metaal bewerkte, in Shiraz heb ik gesproken met een inktmaker en deze week heb ik in Tyrus even staan kijken hoe de kiel van een schip werd gelegd. Wie mijn foto’s zou bekijken, vindt afbeeldingen van slash-and-burn-landbouw, van een primitieve bronsoven, van een ganzendrijver en van een perkamentrek. Je zou makkelijk kunnen concluderen dat ik in het Midden-Oosten vooral ben geïnteresseerd in een wereld die ouder en anders is dan de westerse.

Die houding wordt wel “oriëntalisme” genoemd. Het gaat er dan om dat je alleen kijkt naar het exotische, het oosterse, en dat je het nieuwe (dat mijn fotografische belangstelling niet heeft maar waarover ik wel schrijf) niet herkent. In de negentiende en vroege twintigste eeuw was dit regelrechte mode. Dichters, schilders: iedereen leek mee te doen.

Lees verder “Kort Libanees (7): Oriëntaals oriëntalisme”

Het mineralenmuseum van Beiroet

Opstelling in het MIM

Tegenover het Nationaal Museum in Beiroet verrijzen enkele hypermoderne gebouwen van de Université Saint-Joseph, een van de oudste westerse onderwijsinstellingen van het Midden-Oosten. In een kelder daarvan bevindt zich het mineralenmuseum MIM, dat de privécollectie toont van de chemicus Salim Eddé. Rijk geworden door de ontwikkeling van financiële software, begon hij in 1997 met een eigen verzameling, die hij vervolgens uitbreidde door op veilingen enkele oudere collecties aan te kopen en tot slot afrondde door bij mijnbouwbedrijven de ontbrekende mineralen te verwerven. Het in 2013 geopende museum wil een totaaloverzicht bieden van de mineralogie: niet alleen toont het 1400 mineralen uit eenenzestig landen, het behandelt ook hun chemische, industriële en economische belang. De nadruk ligt echter op de esthetiek.

Het is een gewoon goed museum, waar duidelijk over is nagedacht. De naam is overigens gekozen omdat de mim de eerste letter is van de Arabische (Franse, Engelse en Nederlandse) woorden voor mijn, mineraal, museum. Het is ook de eerste letter van Eddés bedrijf.

Lees verder “Het mineralenmuseum van Beiroet”