MoM | Wat is een grens? (2)

Detail van de Peutinger-kaart: Arae Philaenorum wordt hier getypeerd als de grens tussen de provincies Africa en Cyrenaica, m.a.w. als de grens tussen de imperia van twee gouverneurs.

[In het eerste deel van dit artikel constateerde ik aan de hand van Baktrië en Germanië dat machtsuitoefening – dat wil zeggen: dat je mensen dingen kunt laten doen die ze anders niet zouden hebben gedaan – niet altijd archeologisch terug te vinden is. Hoe herken je in het bodemarchief waar een grens heeft gelegen?]

***

Dat machtsuitoefening niet samenvalt met de bouw van forten, wegen en andere monumenten, en dat ze daardoor archeologisch moeilijk vindbaar is, past goed bij het Romeinse denken over macht. Het woord imperium is misschien het beste te vertalen als “invloedssfeer” en duidt niet – of beter: niet per se – op een territoriaal begrensd gebied. Het slaat op de bevoegdheden van een magistraat (bijvoorbeeld het imperium proconsulare).

Voor ons relevant is het commando in een oorlog. De commandanten van de noordelijke legers hadden elk een eigen imperium om aan de overzijde van de rivier te vechten, maar er was geen duidelijke grens aan het strijdtoneel. Het was daardoor mogelijk dat een commandant die imperium had in het ene gebied, actief raakte in een gebied waar ook anderen actief waren. Eén oplossing was het imperium maius, waarin werd vastgelegd wie dan voorrang had. Een andere maatregel was het aanwijzen van gebieden waarin het imperium geldig was: een provincia. De voor zover ik weet enige territoriale afbakening die een imperium kende, was dus de grens met het imperium van een collega. Zie ook het plaatje hierboven.

Lees verder “MoM | Wat is een grens? (2)”

MoM | Grote stappen, snel thuis

“Claudius Civilis”, leider van de opstand der “Batavieren”: een gevelsteentje bij mij in Amsterdam om de hoek herinnert me dagelijks aan het Gelderse geschiedbeeld (alleen als ik in Amsterdam ben natuurlijk)

Afgelopen vrijdag sprak ik op een middelbare school over de Lage Landen in de Romeinse tijd en daar heb ik onder meer verteld dat de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden zich ooit, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, een Bataafse voorgeschiedenis heeft aangemeten. Dat ik dit vertelde was niet zonder risico, want ook jonge mensen weten genoeg van de “Tijd van ontdekkers en hervormers” om te herkennen dat dit beeld van het verleden nooit kan zijn ontstaan tijdens de Opstand. Degenen die zich destijds verzetten tegen Filips II waren natuurlijk niet dom en zouden nooit een parallel hebben gekozen die impliceerde dat ze, net als de Bataven, de strijd gingen verliezen. Dit beeld van het verleden moet ergens anders zijn ontstaan, en inderdaad: het is veel ouder. De identificatie met de Bataven stamt vermoedelijk uit de Gelderse Oorlogen. U leest hier meer over het ontstaan van het vanaf de zestiende eeuw steeds populairder geworden Gelderse geschiedbeeld.

Waarom vertelde ik het dan, als het niet waar is? Het antwoord is simpel: omdat mijn les ging over de limes en omdat ik weinig zou winnen door me te verliezen in de minutiën der Gelderse historie. Los daarvan was ik in Oud-Beijerland, waar ik wél mocht veronderstellen dat de leerlingen wisten wat er in het naburige Den Briel was gebeurd maar niet mocht aannemen dat ze zouden weten wie Karel van Egmont was. Met grote stappen was ik snel thuis.

Lees verder “MoM | Grote stappen, snel thuis”

Limes-les

Model van een Romeins oorlogsschip

Eergisteren heb ik les gegeven aan de Willem van Oranje scholengemeenschap in Oud-Beijerland. Ik spreek graag op middelbare scholen en zoals verwacht werd het een fijne dag, waarin ik aan vier groepen van elk ongeveer veertig onderbouwleerlingen anderhalf uur uitleg gaf over de limes. De dagen ervoor waren ze naar plekken als Archeon en het Thermenmuseum geweest, dus ze hadden al wat voorkennis.

Ik herhaalde eerst wat er zoal in de Lage Landen is gebeurd in de Romeinse tijd. Het genocidale begin ten tijde van Caesar, de stichting van Nijmegen, de veldtochten van Drusus in het gebied tussen Rijn en Weser. Ik vertelde over de slag in het Teutoburgerwoud in 9 n.Chr. en over het ontstaan van de reeks forten langs de Rijn ten tijde van de Romeinse invasie van Brittannië, over Claudius’ bevel aan Corbulo zich op de linker-Rijnoever terug te trekken, over de onduidelijke status van de Bataven (bondgenoot of onderdaan?), over de Bataafse Opstand en over de (vanuit Romeins perspectief) normalisering van de verhoudingen in de jaren daarna. De bezoekjes van Domitianus, Trajanus en Hadrianus aan het Nederlandse rivierengebied passeerden eveneens de revue.

Lees verder “Limes-les”

Alles van waarde is kwetsbaar (2)

Kwetsbaar

De culturele sector is verward. Wat willen we ook alweer, wat is daarvoor nodig, waardoor loopt het spaak, wat is nu de situatie? En ook: voel ik me niet een beetje belachelijk dat ik anno 2018 nog vasthoud aan een ideaal dat al dertig jaar onhaalbaar is?

Wat willen we ook alweer?

Een liefde voor geschiedenis (geesteswetenschappen, klassieken, cultuur, humaniora, erfgoed, letteren…) zou haar eigen beloning kunnen zijn – en is dat gelukkig ook vaak. Het is een prima hobby. Je hebt het bovendien getroffen als je van die hobby je beroep kunt maken, zoals al die kleine bureautjes en cursus-instituten van mensen die hun enthousiasme willen delen.

Naast deze welbeschouwd hedonistische visie op het belang van het verleden – ik laat het vanaf nu aan uzelf over in te vullen dat het ook gaat om de letteren, het erfgoed, klassieken, humaniora… – is er ook een wat verhevener visie. Je kunt er iets van leren. Als u dat laatste een hatelijk woord vindt: we kunnen onszelf verrijken, bevoordelen. Ik heb bijvoorbeeld op deze blog onlangs verteld hoe je door de bestudering van keizer Constantijn zou kunnen ontdekken dat het in West-Europa gangbare idee dat je maximaal één godsdienst kunt hebben, is ontstaan onder vrij specifieke laatantieke omstandigheden. Zoiets brengt je dan tot het inzicht dat er geen reden is waarom je niet én islamitisch én christelijk zou kunnen zijn of én gelovig én ongelovig. Je hebt zo je eigen, westerse standpunt beter doorgrond. Of, ouderwets gezegd: je bent wijzer geworden.

Lees verder “Alles van waarde is kwetsbaar (2)”

Limesmoeheid (3)

De fundamenten van een Romeinse toren bij de poort van het limes-fort te Aardenburg. Op de achtergrond liggen borden waar een link wordt gelegd met de klassieke literatuur.

Ik wees er in mijn eerste stukje op dat het project om de limes te maken tot werelderfgoed een zodanige omslag is in ons denken over de Lage Landen in de Romeinse tijd, dat de voorlichting een tweede lijn behoeft om toekomstige critici de pas af te snijden. Die ontbreekt. In het tweede stukje wees ik erop dat de limes-organisaties een tweede communicatie-infrastructuur scheppen om mensen bij informatie te krijgen, terwijl er al een functionerende infrastructuur is. Het voornaamste effect van het limes-project is verwarring.

En informatie die aan de oppervlakte blijft. De website RomeinseLimes.nl bevat (deels onjuiste) informatie waar een kind iets mee kan, maar die er niet voor zorgt dat een volwassene ontdekt dat de Romeinen belangrijk zijn of waarom de ommekeer in perspectief (van noord-zuid-kijken naar zuid-noord-kijken) een verbetering is. Zo’n website is dus contraproductief en dat geldt voor wel meer projecten rond de limes. Wie een specifieke visie op het verleden wil promoten, en niet wil lijken op een Oezbeekse of Bulgaarse propagandist, zal beter moeten bieden dan momenteel gebeurt. Ik weet dat het klinkt als een hyperbool maar ik ben serieus: zolang de limes-organisaties er niet in slagen de Romeinse tijd als een intellectueel serieus te nemen onderwerp te presenteren, dragen ze vooral bij aan de trivialisering ervan.

Lees verder “Limesmoeheid (3)”

Limesmoeheid (2)

Het skelet van een Germaan die zo onverstandig was al te dicht bij Fort Aardenburg te komen.

Ik wees er in mijn vorige stukje op dat het project om de limes te maken tot werelderfgoed een omslag vormt in ons denken over de Romeinse tijd in Nederland. Ik behoor tot degenen die de voordelen zien, maar dat betekent niet dat ik blind ben voor de tekortkomingen. Ik noemde het ontbreken van een tweede lijn, waardoor het project onnodig kwetsbaar is voor de onvermijdelijke scepsis. Helaas zijn er meer problemen.

Die hebben te maken met het eenvoudige gegeven dat de limessamenwerking eigenlijk nogal raar is. Het behoort te gaan om de grens van het Romeinse Rijk, maar twee van de  belangrijkste militaire locaties in Nederland zijn buitengesloten: Velsen en Aardenburg. Dat komt omdat ze liggen in Noord-Holland en Zeeland, terwijl de limes-samenwerking in handen is van Zuid-Holland, Utrecht en Gelderland. Daarmee is één ding duidelijk: niet het belang van een adequaat gepresenteerd verleden staat centraal maar iets wat ik, bij gebrek aan beter woord, zal aanduiden als “bestuurlijk gemak”. In dit enorme project, waarin allerlei belangen samenkomen, weegt dus niet het zwaarst dat het publiek belang heeft bij goede informatie.

Lees verder “Limesmoeheid (2)”

Limesmoeheid (1)

De Romeinse vlootbasis van Velsen (Graham Sumner)

Ik herinner me niet waar ik het woord “limesmoeheid” voor het eerst heb gehoord: misschien was het in het Thermenmuseum, misschien in het Rijksmuseum van Oudheden, misschien was het een re-enactor, misschien een archeoloog, een classicus, een historicus. Maar een jaar of drie geleden was het woord er ineens. Het is taalkundig interessant omdat het een typisch spreektaalwoord is dat nauwelijks wordt geschreven. (Wie het op Google opzoekt, ziet twee vindplaatsen: het Taalmeldpunt en deze blog.)

Dit maakt “limesmoeheid” ook wat verontrustend. Er zijn mensen druk met de werelderfgoedstatusaanvraag en er is daarnaast een parallelle realiteit waarin men redenen heeft niet op te schrijven wat men denkt, maar ondertussen wel met elkaar bespreekt hoe moe men is van bijvoorbeeld nieuwsbrieven die beginnen met “Limes! Limes! Limes!” Het limesproject is geïsoleerd en loopt zo draagvlak mis. Dat is voor een project van deze omvang nogal problematisch. Daarover wil ik het vandaag hebben, maar eerst: wat maakt de limes zo speciaal?

Lees verder “Limesmoeheid (1)”

#Romeinenweek: Kunst in de Sahara

Ghirza, noordelijke necropool, Mausoleum C

Rond het jaar 200 n.Chr. besloot de Romeinse keizer Septimius Severus dat het tijd werd in Libië de stad Lepcis Magna, waar hij was geboren, beter te beschermen tegen invallen van woestijnnomaden. Dat kon alleen door alle oasen in de Sahara te bezetten, zodat de nomaden niet langer het gecultiveerde land rond Lepcis konden bereiken. De nieuwe rijksgrens staat bekend als de Limes Tripolitanus en is het Libische broertje van de limes die hier in Nederland liep langs de Rijn.

Nu kun je wel een garnizoen leggen in een oase, je moet het ook nog voeden, en geen oase produceert genoeg water om voor 500 man en 500 dromedarissen voedsel te produceren. Geen nood: de Romeinen legden dammen en cisternes aan in de wadi’s, zodat ze boeren in de halfwoestijn konden vestigen en van de winterregens konden profiteren. Septimius Severus paste dus gewoon even een ecosysteem aan. Je bent keizer van Rome of niet.

Lees verder “#Romeinenweek: Kunst in de Sahara”

Verkiezingprogramma’s

Dit plaatje heeft niets met verkiezingen te maken maar verkiezingen hebben wel alles te maken met haar toekomst.

De afgelopen twee weken heb ik de verkiezingsprogramma’s doorgelezen om te kijken wat de politieke partijen hadden te bieden aan mensen die, zoals ik, lijden aan ongeneeslijke liefde voor ons erfgoed en dan – in mijn geval – vooral de Oudheid. In dit stukje zal ik samenvatten waar de politieke partijen zoal aan denken, in een vervolg zal ik dan nog uitleggen wat volgens mij nodig is.

Wetenschap en politiek

Opvallend is, om te beginnen, dat de partijen meer mooie woorden wijden aan het belang van cultuur dan aan het belang van wetenschap. Vermoedelijk is dat omdat ze vinden dat het laatste vanzelf spreekt. Of vanzelf zou behoren te spreken. De consequentie is immers dat er ook met de wetenschap rekening wordt gehouden, en zoals iedereen weet heeft de politiek zich de laatste tijd weinig aangetrokken van wat bekend is over immigratie, klimaatverandering, slaapklinieken, obesitas en de opvang van mensen met psychische problemen.

Lees verder “Verkiezingprogramma’s”

Limes en scepsis (4)

Gereconstrueerde Romeinse brug in Leidschendam, bedoeld om aan te geven dat hier het Corbula-kanaal lag.
Gereconstrueerde Romeinse brug in Leidschendam, bedoeld om aan te geven dat hier het Corbula-kanaal lag.

[Ik heb woensdag in Utrecht op een bijeenkomst over de Romeinse limes gesproken over de vraag hoe we wetenschapsscepsis vóór kunnen zijn. In het eerste deel legde ik uit wat wetenschapsscepsis is, in het tweede wees ik op de punten waar de limes kwetsbaar is en in het derde vertelde ik iets over het eerste van drie niveaus waarmee ik de communicatie zó zou willen aanpakken dat we scepsis vermijden.]

Het tweede niveau

Zo komen we bij het tweede niveau, waar we het wetenschappelijk proces uitleggen. Soms gebeurt dit al, zoals wanneer wordt uitgelegd wat dendrochronologie is. Tegelijk kan er meer en ik hoop dat u me toestaat dat ik verwijs naar eigen werk: in het tijdschrift dat ik redigeer, Ancient History Magazine, hebben we een vaste rubriek “How do they know?” waarin we wat dieper ingaan op de methoden. Wat is, om eens iets te noemen, een koolstofdatering en wat is een reservoireffect? De lezers reageren daar heel positief op en ik zie geen reden waarom we aan de limes deze verdieping niet eveneens zouden aanbieden.

Om een voorbeeld te geven: bij het Corbulo-kanaal wordt verteld dat Tacitus schrijft dat het is gegraven in het jaar 47 terwijl de dendro-dateringen suggereren dat het later is gebeurd. Leg maar uit waarom je uit één en dezelfde tekst de door de auteur genoemde datum niet gelooft maar de rest van zijn informatie – dat Corbulo gouverneur was, dat soldaten het kanaal groeven – kritiekloos overneemt. Op deze wijze toon je mensen iets van het oudheidkundig ambacht en maak je duidelijk dat de oudheidkundige disciplines wetenschappen zijn en dat een vakopleiding belangrijk is. Ik denk dat de Nijmeegse aquaductenkwestie vermeden had kunnen worden als het publiek duidelijker geïnformeerd was geweest over de aard van de oudheidkundige bewijsvoering – dat het bewijs voor de aanwezigheid van een aquaduct niet was gebaseerd op aanwezige data maar op vergelijking.

Lees verder “Limes en scepsis (4)”