De slag bij de Hondenkoppen (4)

“De melancholieke Romein”: vermoedelijk Flamininus. (Museum van Delfi)

[Vierde deel van een stuk over de Tweede Macedonische Oorlog, ofwel het conflict tussen het Romeinse legioen en de Macedonische falanx. Het eerste deel was hier.]

 Ook de andere staten trokken hun conclusies. Ruim een generatie na de slag bij Kynoskefalai, zo rond het jaar 160, hadden de meeste legers afstand genomen van de aloude falanxstrijdwijze en probeerden de generaals te vechten zoals de Romeinen. Het baatte weinig: na Macedonië zouden ook het Seleukidische Rijk en het Ptolemaïsche Egypte bezwijken.

Zover was het echter nog niet. Het vredesverdrag liet twee problemen open: de al genoemde kwestie-Argos en de wijze waarop de Romeinen hun Griekse alliantie vorm wilden geven. Om over het laatste uitsluitsel te geven, wachtte Flamininus op de sportwedstrijden die in 196 bij Korinthe werden georganiseerd, waarbij vertegenwoordigers van alle Griekse stadstaten aanwezig zouden zijn.

Lees verder “De slag bij de Hondenkoppen (4)”

De slag bij de Hondenkoppen (3)

Mogelijk Romeins kamp bij Kynoskefalai

[Derde deel van een stuk over de Tweede Macedonische Oorlog, ofwel het conflict tussen het Romeinse legioen en de Macedonische falanx. Het eerste deel was hier.]

Polybios zou meer over de slag hebben kunnen vertellen. Onvermeld blijft het ruitergevecht dat er moet zijn geweest en ook over de olifanten zegt hij weinig. Hij is dan ook vooral geïnteresseerd in de botsing van de Romeinse legioenen, die Afrika hadden veroverd, en de Macedonische falanx, waarmee ooit de Perzen waren verslagen. Wat volgt is een van de beroemdste militaire analyses uit de Griekse letteren: Polybios, Wereldgeschiedenis 18.25-32. De vertaling is van Wolter Kassies.

Lees verder “De slag bij de Hondenkoppen (3)”

De slag bij de Hondenkoppen (2)

Kynoskefalai

[Tweede deel van een stuk over de Tweede Macedonische Oorlog, ofwel het conflict tussen het Romeinse legioen en de Macedonische falanx. Het eerste deel was hier.]

De afwijzing van de voorwaarden was voldoende om de Volksvergadering alsnog te laten instemmen met de oorlogsverklaring en eind 200 staken de legioenen de Adriatische Zee over. De eerste Romeinse generaal bracht Filippos voldoende kleine nederlagen toe om te bewerkstelligen dat de Aitolische steden in het westen, waarmee Rome na 215 al had samengewerkt, zich opnieuw aansloten bij Rome.

In het volgende jaar opende Filippos onderhandelingen. Hij bleek bereid tot flinke concessies. Maar de nieuwe Romeinse generaal, Titus Quinctius Flamininus rook bloed en stelde hogere eisen: Filippos moest maar beginnen met de evacuatie van Thessalië, een Grieks gebied dat al anderhalve eeuw door de Macedoniërs werd bestuurd. Hij moet hebben geweten dat dit onaanvaardbaar was. De oorlog werd hervat.

Lees verder “De slag bij de Hondenkoppen (2)”

De slag bij de Hondenkoppen (1)

Filippos V (Numismatisch Museum, Athene)

Toen Hannibal de veldslag bij het Trasimeense Meer had gewonnen, gaf hij zijn manschappen opdracht de wapenrustingen aan te trekken van de gesneuvelde legionairs. Het staat vast dat hij bij een latere veldslag, die bij Zama, zijn soldaten opstelde in de voor de Romeinse legioenen typerende drievoudige slaglinie. Anders gezegd: hij nam aspecten over de Romeinse manier van oorlogsvoering. Die was dan ook superieur, zoals bleek tijdens de Tweede Macedonische Oorlog, waarin de tot dan toe onverslaanbaar geachte Macedonische falanx het onderspit dolf.

In 200 v.Chr. brak voor de tweede keer oorlog uit tussen Rome en Macedonië. Sinds koning Filippos V in 215 een verdrag met Hannibal had gesloten waren de relaties niet al te best en na de Tweede Punische oorlog stuurden sommige Romeinse politici aan op een campagne aan de overzijde van de Adriatische Zee. De grote vraag is waarom zij dat deden. Een vredesverdrag was ook in de Oudheid een vredesverdrag en Filippos had de bestaande overeenkomst niet geschonden.

Lees verder “De slag bij de Hondenkoppen (1)”

Het goud van Macedonië

Gouden krans uit Stavroupolis (Archeologisch Museum van Thessaloniki)

Al aan het begin van zijn regering toonde de Macedonische koning Filippos II dat hij even slim als onvoorspelbaar was. In 359 v.Chr. veroverde hij de stad Amfipolis, die behoorde tot de Atheense invloedssfeer. De Atheners wilden de stad graag terug, waarop Filippos zei dat hij dan de havenstad Pydna in ruil wilde hebben. De Atheners stemden in en stonden hem Pydna af. Daarmee hadden ze een basis in de noordelijke wateren minder en was het moeilijker om de oorlog met Macedonië te hernemen. Filippos had daarna geen reden meer om Amfipolis nog af te staan.

Het aardige van die stad was dat er grote wouden waren, waar het Atheense scheepstimmerhout vandaan kwam, en goudmijnen. Door het verlies was Athene serieus afgezwakt. De ooit machtige stad, die al te maken had gehad met een door de Perzen gesteunde opstand onder de bondgenoten, was nu definitief een mogendheid van het tweede plan. En voor Macedonië begon een mooie toekomst. We zien die aan het goud in de graven.

Lees verder “Het goud van Macedonië”

Alexander in India (3)

In de Oudheid meenden Alexanders biografen dat de Macedonische koning was gecorrumpeerd door zijn aanhoudende succes. Vaak vergastten deze auteurs hun lezers op naargeestige beschrijvingen van de wreedheden waarin Alexander zich had verlustigd. De historicus Arrianus is terughoudender, maar ook zijn relaas is gruwelijk.

De terugkeer naar het westen, die ik gisteren al vermeldde, begon met een simpele mars naar de Hydaspes, waar al een vloot in gereedheid was gebracht. Daarmee wilde Alexander naar de Indische Oceaan varen, terwijl op de oevers van de rivier twee legers zouden marcheren. Nog nooit hadden de Macedoniërs een operatie van vloot en leger samen ondernomen, maar de rivieren boden een goede gelegenheid tot oefenen alvorens de troepen, eenmaal aangekomen aan de kust, een soortgelijke maar veel gewaagder operatie zouden uitvoeren door langs de kust van de Oceaan en de Perzische Golf terug te keren naar Babylonië.

Lees verder “Alexander in India (3)”

Alexander in India (2)

Alexander als Zeus, met bliksemschicht in de hand

De twee jaar in Oezbekistan, waarover ik gisteren schreef, veranderden Alexander. In een onbekend land vocht hij tegen een vijand waartegen zijn eigen troepen niets konden uitrichten, terwijl zijn pas in dienst genomen Perzische cavalerie wel successen boekte. Dat leidde tot spanningen en toen Alexander probeerde wijzigingen in het hofprotocol aan te brengen om de Perzen wat meer ter wille te zijn, werd hij door de Macedoniërs tegengewerkt. Toen er versterkingen aankwamen, bleken dat vooral huurlingen uit Griekenland, wat niet op prijs werd gesteld door de Macedoniërs. In een poging de inheemse bevolking voor zich te winnen, trouwde Alexander met de lokale prinses Roxane en bruuskeerde daarmee zijn Perzische maîtresse Barsine en haar familie.

Alexander kon niet alle mensen tegemoet komen en zijn frustratie blijkt uit het radicale karakter van zijn maatregelen. Als Spitamenes werd gesteund door de bevolking, dan moesten die mensen maar worden gedeporteerd. Als er spanningen waren tussen Macedoniërs en Grieken, dan liet hij de laatsten achter als kolonisten. En toen Alexander bij een drinkgelag eens een vriend doodsloeg, was er niets aan de hand, want net als zijn vader Zeus was hij de belichaming van het recht. Het idee was hem aan de hand gedaan door de filosoof Anaxarchos, maar de auteur van een van onze bronnen, Arrianus, plaatste vraagtekens bij het denkbeeld:

Lees verder “Alexander in India (2)”

Alexander in India (1)

Detail van de Alexandersarcofaag (Archeologisch Museum van Istanbul)

Alexander had van zijn vader Filippos niet alleen zijn koninkrijk, zijn leger en zijn oorlog tegen Perzië geërfd, maar ook enkele bijbehorende problemen. Filippos had de macht van de koning sterk uitgebreid en daarmee de betekenis van de adel verminderd, maar hij had de aristocraten tevreden gesteld met grote geschenken. De gouden voorwerpen in het archeologisch museum van Thessaloniki getuigen daar na een kleine vierentwintig eeuwen nog altijd van. De noodzaak geschenken uit te delen had voor Filippos tot gevolg dat hij altijd oorlog moest voeren: enerzijds om buit te bemachtigen, anderzijds omdat zijn bijzondere positie samenhing met zijn bevelhebberschap.

Voor zijn zoon gold hetzelfde. Hij moest veroveren blijven. Hij kon na de zege bij Issos niet anders dan verder gaan naar Tyrus, naar Egypte, naar Gaugamela, naar Babylon. Hij baande zich een weg door het Zagrosgebergte, verwoestte de paleizen van Persepolis. In 330 opende hij de jacht op zijn tegenstander Darius, die in Ekbatana bezig was een leger op te bouwen. Op het nieuws van Alexanders nadering ontruimde de Perzische vorst zijn basis en trok langs de oude handelsweg naar het oosten, waar zijn nieuwe troepen zich ophielden.

Lees verder “Alexander in India (1)”

Livius.org, hoe verder?

Inscriptie van Antigonos (Archeologisch Museum van Amfipolis)

Jaren, jaren geleden moest ik concluderen dat ik de Livius.org-website eigenhandig om zeep had geholpen. Ooit was ik er trots op, want Livius.org was de grootste Oudheid-site ter wereld. Er was echter wat je noemt een fatal flaw: ik had een verzoek ingewilligd geen literatuurverwijzingen op te nemen, omdat studenten anders mijn pagina’s zouden overschrijven en als werkstuk inleveren. Ik vond dit destijds een vreemd verzoek – studenten hebben niets op het internet te zoeken, nog steeds niet – maar plagiaat schijnt inderdaad voor te komen. Ik willigde het verzoek dus in en maakte Livius.org zo minder nuttig dan het project had kunnen zijn. De Wikipedia haalde me later in, en terecht. Mijn trots haal ik nu uit het ontsluiten van duizenden foto’s.

De ontbrekende literatuurverwijzingen vormden niet het enige probleem. De software waarmee ik Livius.org heb gebouwd, verouderde. Ik schakelde over op een veelbelovend nieuw content management system, wat nogal een klus was. Bovendien was het, tot het allemaal handmatig overgezet was, lastig bestaande pagina’s te actualiseren en de annotatie toe te voegen. Het nieuwe content management system is sindsdien veelbelovend gebleven, en zo kwam het dat ik naar een gangbaarder systeem moest overschakelen. Dat gebeurt binnenkort en ik hoop daarna een begin te maken met het verbeteren van de bestaande pagina’s. En nog meer foto’s te ontsluiten.

Lees verder “Livius.org, hoe verder?”

Gaugamela: wat er gebeurde er nu echt?

Het Astronomische Dagboek dat de slag bij Gaugamela vermeldt (British Museum, Londen)

Ik liet u gisteren achter met de vraag wat er bij Gaugamela gebeurd kon zijn. Vast staat alleen dat de Macedonische koning Alexander de Grote er zijn Perzische collega Darius III Codomannus versloeg. Het gevecht voltrok zich in een stofwolk. Daarom kunnen we moeilijk kiezen tussen de twee bronnen die we hebben. De ene bron, Arrianus, beweert dat Darius als eerste op de vlucht sloeg en zijn leger meesleepte; de andere bron, Diodoros, meent dat de Perzische vleugels desintegreerden en dat Darius als laatste het slagveld verliet. Op basis van deze bronnen kunnen we niet bepalen wat er gebeurde. Gelukkig is er meer.

Het Astronomische Dagboek

Het is waarschijnlijk gegaan zoals Diodoros zegt. Dat valt af te leiden uit een Babylonisch kleitablet in het British Museum. Voor de liefhebbers: het Astronomische Dagboek van AD -330, obv. 14-18. (“AD -330” is astronomenjargon voor 331 v.Chr. en obv. staat voor de voorkant.)

De Macedoniërs bivakkeerden tegenover de koning (Darius). Op de ochtend van de vierentwintigste van de maand ululu (1 oktober) richtte de koning van de wereld (Alexander) zijn standaard op … De legers bestreden elkaar en een zware nederlaag werd toegebracht aan de troepen van de koning. De troepen verlieten de koning (Darius) en keerden terug naar hun steden; ze vluchtten naar de landen in het oosten.

De woorden “koning van de wereld” vormen de vertaling van Alexanders titel “koning van Azië”, een begrip dat de Babylonische klerken niets zei. Het gebruik ervan bewijst dat degene die dit opschreef de officiële Macedonische lezing van de veldslag kende. Hij liet zich echter niet op de mouw liet spelden dat Darius als een lafaard was gevlucht. Duizenden overlevenden van de veldslag hadden in Babylon iets anders verteld.

Voortekens

Het was namelijk geen schande toe te geven dat men was gevlucht. Uit andere delen van dit kleitablet valt de reden van de Perzische demoralisering af te leiden: een reeks voortekens. Eén daarvan was de maansverduistering op 13 ululu ofwel 20 september. De verklaring van dat voorteken is bekend uit het oud-oosterse voortekenhandboek, dat is overgeleverd op een reeks kleitabletten uit het drie eeuwen eerder verwoeste Nineveh:

Als op de dertiende of veertiende ululu de maan wordt verduisterd, de wake voorbijgaat en het donker blijft, de omtrekken van de maan donker zijn als lapis lazuli, ze verduisterd is tot aan haar middelpunt en haar westelijke kwadrant bedekt is, de westenwind waait, de hemel donker blijft en het licht bedekt is, dan zal de zoon van de koning een reinigingsritueel ondergaan voor de troon, maar hij zal de troon niet bestijgen. Een indringer zal een inval doen met de vorsten uit het westen; acht jaar zal hij het koningschap uitoefenen … een vijandelijk leger zal hij overwinnen; er zal overvloed en rijkdom op zijn weg zijn; hij zal voortdurend zijn vijand achtervolgen, en zijn voorspoed zal geen einde kennen.

Vanzelfsprekend herkende u het 29e Ahû-tablet van Enuma Anu Enlil obv. 59-61; de vertaling is van Bert van der Spek. Samenvatting: het zag er slecht uit voor Darius. Zijn zoon zou hem niet opvolgen. Zijn vijand mocht rekenen op acht jaar voorspoed.

Wat gebeurde er nou?

Dit soort voorspellingen waren geen geheim. En ze werkten als self-fulfilling prophecy. De aankondiging moet de soldaten in Darius’ leger van elk zelfvertrouwen hebben beroofd, want ook al kenden ze de finesses der astrologie niet, het was algemeen bekend dat een maansverduistering weinig goeds voor voorspelde voor hun koning. Toen de slag bij Gaugamela eenmaal was begonnen, lieten ze hun vorst dus in de steek.

Naschrift

En er is nog een vervolg: hier.