Berbers en Arabieren

Dat had u natuurlijk nóóit verwacht, dat ik een stukje over het het ontstaan van het emiraat van Cordoba zou illustreren met een heel originele foto van de moskee die Abdelrahman bouwde in opgemelde Andalusische stad.

Gisteren blogde ik over het Rijk van Toledo en ik schreef dat deze laat-Romeinse staat, centraal georganiseerd als ze was, door Arabieren in één keer kon worden overgenomen. Koning dood, het hof uitgeschakeld, hoofdstad ingenomen: dan houdt het verder op. Ik werd terecht gecorrigeerd: het leger dat de genadeklap uitdeelde bestond uit Berbers. Het grappige is dat ik daar bij het schrijven aan had gedacht. Omdat het leger marcheerde uit naam van de Umayyadische kalief van Damascus, had ik besloten het stukje niet nog ingewikkelder te maken dan het al was – maar het is geen onbeduidend detail.

De verovering begon in april 711, toen generaal Tariq, een islamitische Berber, met zo’n 12.000 soldaten de Straat van Gibraltar overstak. (“Gibraltar” is overigens een verbastering van Jebel Tariq, “Tariqberg”.) In juli versloeg hij bij Jerez het leger van de Toledaanse koning Roderik, waarna de joden in Cordoba en Écija Tariq en zijn mannen als bevrijders binnenhaalden. Of het enthousiasme oprecht was of een lepe reactie op het simpele feit dat er geen Toledaans leger meer was dat de steden kon beschermen, zullen we nooit meer weten. Wel moet worden aangetekend dat de handelingen van de diverse kerkelijke synodes duidelijk maken dat de christelijke autoriteiten de joden liever zagen gaan dan komen.

Lees verder “Berbers en Arabieren”

Essaouira

Essaouira
Essaouira

In de eerste helft van de zesde eeuw v.Chr. maakte een Karthaagse zeeman, Hanno, een spectaculaire tocht langs de westkust van Afrika. De drie webpagina’s die ik er ooit aan wijdde, behoren tot mijn favorieten. Het verhaal is nou eenmaal te mooi: hoe Hanno met enkele schepen voorbij de Zuilen van Herakles voer, hoe hij enkele steden stichtte, hoe hij de Bocht van Benin bereikte, hoe hij een uitbarsting zag van Mount Cameroon en – tot slot – hoe hij streed tegen een vervaarlijke inheemse stam, de Gorilla’s.

Gave lectuur en niet zonder reden hebben we, toen we eenmaal hadden besloten het eerste nummer van uw favoriete oudheidkundige tijdschrift te wijden aan ontdekkingsreizen, ook aandacht besteed aan Hanno. Johnny Shumate’s centerfold roept perfect het The Land That Time Forgot-gevoel op dat we wilden hebben, want de Oudheid is méér dan marmeren standbeelden, piramiden, legionairs en elegante poëzie. Het verhaal van Hanno is het ultieme jongensboekverhaal en ik was blij te horen dat een van onze lezers, een leraar klassieke talen, na het lezen van ons Hanno-artikel heeft besloten Hanno te gaan lezen in de klas. Het heeft alles voor een zeer geslaagde les.

Lees verder “Essaouira”

Waarom oudheidkunde?

In mijn komende boek laat ik iemand aan het woord die in Marokko de ruïnes bezocht van de Romeinse stad Volubilis, en een jaar later stond bij de Muur van Hadrianus. “Romeinen hier en Romeinen daar,” constateerde hij, en vroeg zich af: “Hoe zit dat?”

Oudheidkunde begint, zoals elke hobby of wetenschap, met verbazing, en verbazing zal er altijd blijven voor wie zich met de Oudheid bezighoudt. Je vraagt je af hoe de gedachte bij Eukleides kon post vatten dat iets bewezen kon zijn als je kon aantonen dat het tegendeel leidde tot inconsistenties. Je vraagt je af hoe de contrapposto werd ontdekt. Je verbaast je over de Macedonische soldaten die Alexander volgden, helemaal tot in Pakistan. De liefhebber van de Oudheid heeft steeds opnieuw de aangename sensatie iets niet te begrijpen, de geruststelling dat dat totaal niet erg is en de zekerheid dat ergens nog veel meer schitterends ligt te wachten om te worden ontdekt.

Lees verder “Waarom oudheidkunde?”