De slag bij Vlaardingen

Op 29 juli 1018, over twee weken dus een millennium geleden, stuurde keizer Hendrik II van het Roomse Rijk, waar de Lage Landen destijds deel van uitmaakten, een leger uit om graaf Dirk III tot de orde te roepen. Deze heerste over onder andere de mondingen van de Maas en Rijn, een gebied de kern vormt van het graafschap Holland maar in de elfde eeuw misschien beter kan worden aangeduid als West-Frisia.

Dirk was, zonder dat hij daartoe bevoegd was, tol gaan eisen van de kooplieden die voeren op de Merwede. De graaf was kansloos tegen het keizerlijke leger, dat werd aangevoerd door de ervaren hertog Godfried en vermoedelijk drieduizend man sterk was. Dirk zal er op zijn hoogst duizend tegenover hebben kunnen zetten, meest bewapende boeren, maar hij behaalde desondanks de overwinning. Ik blogde er al eens over.

Lees verder “De slag bij Vlaardingen”

Karel de Grote

charlemagne
Handtekening van Karel de Grote. Dit soort monogrammen waren de Late Oudheid en Vroege Middeleeuwen heel gangbaar en zeggen niets over Karels veronderstelde analfabetisme.

Het is natuurlijk best leuk de machtigste man in West-Europa te zijn, maar je wil natuurlijk ook iets nalaten, zodat mensen zich jou herinneren. Karel de Grote koos voor een onderwijshervorming. Rond 795 dicteerde hij de circulaire die bekend is komen staan als De brief over het cultiveren der letteren. Wie de tekst wil nalezen, kan terecht in de reeks middeleeuwse bronnen die bekendstaat als Monumenta Germaniae Historica, en wel in het eerste deel met Capitularia Regum Francorum. Daarin is het nummer 29.

Het is tekst met twee stemmen. Enerzijds zien we hoe de klerken zich inspanden om het mooi te formuleren, anderzijds horen we de spreektaalwoorden van de grote koning, die de zorg voor het onderwijs legt bij de bisdommen en abdijen. Hier is een deel van de tekst:

Lees verder “Karel de Grote”

De grote Arabische veroveringen

De Jarmuk, waar de Arabieren de Byzantijnen beslissend versloegen

De vestiging van het Arabische wereldrijk verliep extreem snel: tussen 632, het overlijdensjaar van de profeet Mohammed, en 750, toen een einde kwam aan de Umayyadische dynastie, verschoof de grens elk jaar met zo’n vijfenzestig kilometer. Dat is ruim zeven meter per uur, dertien centimeter per minuut, twee millimeter per seconde: je zou, als de grens herkenbaar zou zijn als een lijn op de grond, de expansie kunnen hebben zien plaatsvinden. Het eindresultaat was een imperium, groter dan het Romeinse ooit was geweest, zich uitstrekkend van de Atlantische tot de Indische Oceaan en van de Pyreneeën tot de Pamir.

De Arabische legers trokken door allerlei gebieden, verwierven de loyaliteit van de heersende klassen en gingen verder naar het aangrenzende gebied. Hun enorme snelheid betekende dat de veroveraars meer nieuwe volken onderwierpen dan ze tot de islam konden bekeren. Anders gezegd: de vestiging van het Arabische wereldrijk was niet hetzelfde als de islamisering van de onderdanen, die eeuwen kon duren. De eigenlijke leer ontstond pas in de achtste eeuw en de bekering van het gros der onderdanen liet nog langer op zich wachten. Landen als Turkije, Syrië en Egypte hebben nog altijd niet-islamitische minderheden; in Libanon is de christelijke minderheid zelfs de grootste van alle bevolkingsgroepen.

Lees verder “De grote Arabische veroveringen”

Christelijke disputen

Nikolaas van Myra tijdens een herderlijke discussie over de twee naturen van Christus

De Jezus van Nazaret van het Evangelie van Marcus is een menselijke mislukking. In de steek gelaten door zijn leerlingen, gearresteerd, verhoord door de Joodse autoriteiten, beschimpt door de Joden, uitgeleverd aan de Romeinen, verhoord door Pilatus, beschimpt door soldaten, uitgeleverd aan de beul, aan het kruis genageld, beschimpt door de andere gekruisigden, en stervend met de uitroep dat God hem heeft verlaten. Een uitroep die, onverdraaglijk ironisch, verkeerd wordt begrepen.

Blader even verder en lees het Evangelie van Johannes. Proloog: God is mens geworden. Jezus is een god. Blader verder naar het verhoor door Pilatus, en je vraagt je af wie hier eigenlijk terecht staat. Zelfs aan Jezus’ kruisiging zit iets triomfantelijks – hij sterft niet met een kreet vol wanhoop maar met de simpele constatering dat het volbracht is.

Lees verder “Christelijke disputen”

Byzantijnse keizerkroniek

Het Byzantijnse keizerlijk hof (op een reliëf uit Istanbul).

Ik heb de woorden van de Duitse filosoof Georg Hegel al eens eerder geciteerd: de geschiedenis van het Byzantijnse Rijk was “eine tausendjährige Reihe von fortwährenden Verbrechen, Schwächen, Niederträchtigkeiten und Charakterlosigkeit”. Andere negentiende- en twintigste-eeuwse auteurs hebben soortgelijke uitspraken gedaan. Moderne auteurs over het onderwerp nemen deze opmerkingen vaak als uitgangspunt om aan te geven hoe sterk onze opvattingen sindsdien zijn veranderd.

Zo ook Hein van Dolen in zijn sympathieke Een kleine geschiedenis van het Byzantijnse Rijk. Hij begint met de constatering dat het onderwerp “verwaarloosd en ondergewaardeerd” is geweest, wijst erop dat dit beeld de afgelopen halve eeuw radicaal is gekanteld en neemt de lezer vervolgens mee door een geschiedenis van ruim elf eeuwen.

Lees verder “Byzantijnse keizerkroniek”

Renan, Renan, steeds Renan (3)

Ernest Renan, de ontdekker van het oude Fenicië

[Dit is het derde van enkele stukjes over een Franse geleerde die ik werkelijk overal lijk tegen te komen. Het eerste was hier.]

Ik betoogde dat Renan werkte vanuit een soort sjabloon, waarin de Semitische volken neigden tot mystiek, geweldige poëzie schreven en het monotheïsme hadden uitgevonden, terwijl de Indo-Europees-sprekenden polytheïsten waren die zich uitdrukten via mythen en later de filosofie hadden uitgevonden. Dit was Renans vorm van een al oudere visie dat “Het Despotische Oosten” tegenover “Het Vrije Westen” zou staan.

Lees verder “Renan, Renan, steeds Renan (3)”

Michael Psellos

Manzikert

Stel je voor: een zeer voorname medewerker van het Witte Huis, die zijn leven lang in Washington heeft doorgebracht en elke president persoonlijk heeft gekend, en die zowel het einde van de Tweede Wereldoorlog als 9/11 heeft meegemaakt, trekt zich terug uit de politiek en schrijft een reeks biografieën van Roosevelt tot en met Obama. Als je je zoiets kunt voorstellen, zie je de contouren van Michael Psellos, wiens Chronographia de levens van veertien Byzantijnse keizers bevat, vanaf het moment waarop het Griekse keizerrijk zijn grootste triomf kende tot het moment waarop de zaken een keer ten slechte namen.

Wat een tijd! Michaels verhaal begint met Basileios II (r. 976-1025), een capabele generaal die de Bulgaren definitief onderwierp en aan zijn bikkelhard krijgsbeleid de bijnaam Boulgaroktonos dankt, “de Bulgarenslachter”. Het was het hoogtepunt van de Byzantijnse macht. Een moderne historicus, Julius Norwich, tekent aan dat op de dag waarop Basileios overleed, het verval van het imperium inzette. In Michaels verslag volgt daarna een beschrijving van de regering van de ene keizer na de andere, inclusief de trieste jaren van Romanos IV Diogenes, die in 1071 bij Manzikert werd verslagen, een ramp die het Byzantijnse Rijk nooit meer te boven is gekomen. Het slothoofdstuk is gewijd aan de regering van Michael VII, voor wie de auteur de hoogste lof heeft, hoewel deze jonge, in feite zwakke keizer moest aanschouwen hoe de Turken het naar hen genoemde gebied veroverden. Korte tijd daarna waren de Byzantijnen genoopt militaire hulp te vragen in het Westen: de Eerste Kruistocht.

Lees verder “Michael Psellos”