Zahak, Azi Dahaka, Azazel

toos_mausoleum_firdowsi_sculpture_feryedun_sedighi_24
Zahak in het mausoleum van Ferdowsi

Dit wordt een curieus stukje over middeleeuwse poëzie, mythologie, de Bijbel, joden, Iraniërs, archeologie en het kerstverhaal, dus zet u schrap.

We beginnen met de Perzische poëzie, meer in het bijzonder met de Shahname van Ferdowsi, het nationale epos van Iran, geschreven rond het jaar 1000. In de eerste verhalen speelt een zekere Zahak een rol, die door een kwade genius wordt aangezet tot allerlei kwaad gedrag en verandert in een duivel in mensengedaante, herkenbaar aan twee mensenetende slangen die uit zijn schouders groeien. Uiteindelijk wordt hij verslagen door de held Fereydun, die hem opsluit in een grot onder de aarde, waar hij tot het einde der tijden zal wachten. Het is afgebeeld op het plaatje: een reliëf uit het mausoleum van Ferdowsi in de Iraanse stad Toos, vervaardigd door de beeldhouwer Abdolhossein Sadeghi.

Lees verder “Zahak, Azi Dahaka, Azazel”

Ondertussen in Syrië

Apamea in de zomer van 2011
Apamea in de zomer van 2011

De bovenste foto (via) dateert uit de zomer van 2011 en toont de ruïnes van de antieke stad Apamea in Syrië. Het is een van de best-onderzochte Grieks-Romeinse steden van het antieke Midden-Oosten. De grote lijn van links naar rechts is de weergaloze processiestraat, die aan beide zijden is omgeven door colonnades. Er is een stadspoort (helemaal links), er is een badhuis, er zijn tempels – kortom, alles wat een antieke stad zo interessant maakt is er te zien. Enkele mooie mozaïeken zijn te zien in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel.

Er is in Apamea simpelweg té veel gevonden. Lang niet alles wat is opgegraven, kon worden gedocumenteerd. Mijn beste vriend en ik hebben in het museum foto’s genomen van een enorme, prachtige verzameling grafschriften. Men deed daar niet moeilijk over, maar verzocht ons wel of we met het online plaatsen wilden wachten tot de officiële publicatie er was.

Lees verder “Ondertussen in Syrië”

Nieuwe RMO-afdeling Nabije Oosten

De vernieuwde afdeling

In 2018 bestaat het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, waarover ik al eens eerder heb geblogd, twee eeuwen. Het zal er dan anders uitzien dan u misschien gewend bent, want momenteel worden de afdelingen een voor een gerenoveerd. De Nederlandse archeologie is al gedaan, de Griekse afdeling staat voor 2015 op het programma en de wereldberoemde Egyptische collectie voor 2017. En vanaf aanstaande zaterdag is de vernieuwde afdeling over het oude Nabije Oosten open.

Met een oppervlakte van 300 vierkante meter is het niet de grootste afdeling van het RMO. Bovendien, eerlijk is eerlijk, is de collectie te willekeurig samengesteld om een volledig chronologisch overzicht te geven van de ontwikkeling van de oud-oosterse culturen. Perzië is goed vertegenwoordigd, maar Sumerië weer wat minder. Je kunt met het aanwezige materiaal geen “rise of civilization”-achtige expositie inrichten.

Lees verder “Nieuwe RMO-afdeling Nabije Oosten”

Toerisme

Nationaal Museum

Ik sta op het punt naar Libanon te gaan. Het is een fijn land. Niet dat ik mijn ogen zal sluiten voor de vluchtelingenproblematiek – ik blogde er al eens over – of dat het me ontgaat dat de plaatselijke politici er almaar niet in slagen over ook maar iets consensus te bereiken. Het falen van de Libanese staat is een reëel gegeven en een probleem, al creëert het ook ruimte voor meer persoonlijke vrijheid dan elders in het Midden-Oosten.

Ik kom er dus graag, maar ja, dat reizen hè. Ik zal niet klagen over Schiphol, want ik krijg eigenlijk – en ik haat het dit toe te moeten geven – steeds meer bewondering voor de wijze waarop ze daar duizenden en duizenden mensen redelijk feilloos naar hun bestemming loodsen. Vergelijk dat eens met Malpensa in Milaan, waar het aantal kledingzaken een aanwijzing is voor het aantal stukken vermiste bagage.

Lees verder “Toerisme”

De Hezbollah

Hezbollah-vlaggen

Het is een bekende klacht: de Amerikanen hebben een sjabloonachtige kijk op de wereld, die zou bestaan uit een pro- en een anti-Amerikaans kamp. Ik denk dat het verwijt in zijn algemeenheid onjuist is. Voor zover ik weet doen Amerikaanse diplomaten hun best en kennen ze alle relevante nuances. De politiek en de massamedia pakken die echter niet altijd op.

In zijn boekje Hezbollah. A Short History probeert A.R. Norton de nuance terug te brengen voor de in de titel genoemde Libanese politieke beweging, sji’itische militie of islamistische terreurorganisatie. U mag doorhalen wat u niet van toepassing acht.

Lees verder “De Hezbollah”

Libanese identiteiten (1)

De Sykes-Picot-overeenkomst
De Sykes-Picot-overeenkomst (Wikimedia Commons)

Wie de film Lawrence of Arabia heeft gezien, kent het verhaal. Tijdens de Eerste Wereldoorlog rukte de Britse generaal Allenby van Egypte op naar Palestina en Syrië. In zijn strijd tegen de Ottomaanse Turken kreeg hij de hulp van het leger van Arabische opstandelingen, gecommandeerd door de latere koning Faisal. Hem was toegezegd dat in de gebieden die op de Turken zouden worden veroverd, een Arabisch koninkrijk zou komen.

De Britten hadden echter meer afspraken gemaakt: met de Fransen was overeengekomen dat zij de veroverde zouden verdelen. Het kaartje toont deze zogenaamde Sykes-Picot-overeenkomst. Deze strijdige toezeggingen vormen de oorzaak van de huidge problemen in het Midden-Oosten.

Lees verder “Libanese identiteiten (1)”

Vooroordelen

Gehoofddoekte meiden in Faqra

Café Laziz in Beiroet is niet moeilijk te vinden. Het zit aan de Rue Hamra, vlakbij de plaats waar deze de Rue Jeanne d’Arc kruist. Veel centraler kan een café in West-Beiroet (“de islamitische wijk” in het jargon van de burgeroorlogen) niet zijn gevestigd. Het is een fijne plek, waar je lekker kunt eten en waar waterpijpen worden gepresenteerd zoals God waterpijpen heeft bedoeld.

In de Rue Hamra zitten twee van de beste boekhandels van het Midden-Oosten, een derde zit in de Rue Jeanne d’Arc, en niets is aangenamer dan je aan het einde van de dag op de lage banken te zetten, te genieten van je aanschaf (voorbeeld), te roken, een karaf minted lemonade te drinken en af te ronden met wat hapjes. Laziz was ook de plek waar – ik noemde het al eens – we tegelijkertijd het kerstliedje “komt laten wij aanbidden” en de oproep tot gebed van de dichtstbijzijnde muezzin hoorden. Ik schreef al dat Beiroet het aards paradijs niet is, maar soms komt het in de buurt.

Lees verder “Vooroordelen”

De grote Arabische veroveringen

De Jarmuk, waar de Arabieren de Byzantijnen beslissend versloegen

De vestiging van het Arabische wereldrijk verliep extreem snel: tussen 632, het overlijdensjaar van de profeet Mohammed, en 750, toen een einde kwam aan de Umayyadische dynastie, verschoof de grens elk jaar met zo’n vijfenzestig kilometer. Dat is ruim zeven meter per uur, dertien centimeter per minuut, twee millimeter per seconde: je zou, als de grens herkenbaar zou zijn als een lijn op de grond, de expansie kunnen hebben zien plaatsvinden. Het eindresultaat was een imperium, groter dan het Romeinse ooit was geweest, zich uitstrekkend van de Atlantische tot de Indische Oceaan en van de Pyreneeën tot de Pamir.

De Arabische legers trokken door allerlei gebieden, verwierven de loyaliteit van de heersende klassen en gingen verder naar het aangrenzende gebied. Hun enorme snelheid betekende dat de veroveraars meer nieuwe volken onderwierpen dan ze tot de islam konden bekeren. Anders gezegd: de vestiging van het Arabische wereldrijk was niet hetzelfde als de islamisering van de onderdanen, die eeuwen kon duren. De eigenlijke leer ontstond pas in de achtste eeuw en de bekering van het gros der onderdanen liet nog langer op zich wachten. Landen als Turkije, Syrië en Egypte hebben nog altijd niet-islamitische minderheden; in Libanon is de christelijke minderheid zelfs de grootste van alle bevolkingsgroepen.

Lees verder “De grote Arabische veroveringen”

De danseres van Palmyra

tombstone_aqma_mus_palmyra

Portret van een dame uit PalmyraPalmyra, 2008. Het is de laatste avond van een lange reis met een veel te grote groep toeristen, die zo’n beetje elke antieke ruïne in Syrië hebben bekeken. Ze zijn moe. Ik zoek dichtbij het hotel een leuke locatie voor een slotdiner, maar er is eigenlijk niets, behalve een groep bedoeïenen die de reputatie heeft lekkere maaltijden te bereiden. Het zou mijn eigen keuze niet zijn geweest, maar er is geen alternatief.

En zo zitten we die avond in een grote bedoeïenentent uitstekend te eten. Er wordt zelfs gedanst. Mijn aandacht wordt vooral getrokken door een jonge vrouw die opvallend gracieus beweegt. Ik vraag me af waar ze vandaan komt. Niet uit West-Europa of Amerika, maar ook niet uit Syrië. Een van mijn medereizigers zegt dat ze het meisje Tsjechisch heeft horen spreken, dus dat zal het wel zijn.

Lees verder “De danseres van Palmyra”

De vijfde zuil

Wie een moslim vraagt wat zijn of haar geloof inhoudt, zal al snel vernemen dat het draait om vijf dingen, de ‘vijf zuilen’ van het de islam. De eerste daarvan is het inzicht dat er maar één God is en dat Mohammed Diens profeet is. Deze geloofsbelijdenis zul je in het Midden-Oosten enkele keren per dag horen, want ze vormt ook de oproep tot het gebed. Dat gebed vormt de tweede zuil, en zoals bekend wenden de geloven zich daarbij naar Mekka en maken ze verschillende buigingen. De derde zuil is de vastenmaand ramadan, tijdens welke een moslim zich gedurende de dag moet onthouden van drinken en eten. Ten vierde is er de plicht aalmoezen te geven.

De overgrote meerderheid van de gelovigen zal zich hiertoe beperken en ieder geeft er op zijn eigen wijze vorm aan. Ik heb eens een reis door oostelijk Turkije gemaakt met een chauffeur die bleef vasten (hoewel reizigers dispensatie hebben voor de ramadan en ondanks het feit dat hij vijfentwintig man in zijn bus had), maar ik heb ook meer seculiere mensen ontmoet die weinig deden aan de vasten. Mijn buurjongen krijgt elke dag SMSjes die hem in staat stellen zich tot op de minuut te houden aan de gebedstijden, terwijl een goede vriend in Teheran meteen na het opstaan al zijn gebeden opzegt. Zoveel hoofden, zoveel zinnen.

Lees verder “De vijfde zuil”