Meer over Obbink

Een fragment uit de Handelingen van de Apostelen (tweede of derde eeuw; Neues Museum, Berlijn). Voor het goede begrip: hiermee is niets verdachts aan de hand.

“The shit hits the fan”, zullen ze wel zeggen in Oxford en Washington. Het bewijs dat Oxford-classicus Dirk Obbink papyri heeft gestolen en dat het Museum of the Bible in Washington die heeft geheeld, is inmiddels geleverd. Voor het goede begrip van de ernst van de affaire twee punten.

  1. Momenteel worden enkele christelijke papyri onderzocht maar de zaak lijkt breder. Van de Sapfo-papyri, eveneens ontdekt door Obbink, is al sinds 2014 bekend dat er dingen verkeerd zijn (hier het stuk dat ik in 2016 schreef in Skepter).
  2. Als de problemen al vijf jaar zichtbaar zijn, moeten Obbinks collega’s die hebben herkend en hebben laten doorwoekeren. De affaire gaat in feite niet slechts over één man of één specialisme, maar over het falende zelfreinigend vermogen van de wetenschap.

Hieronder eerst een samenvatting en daarna het nieuws.

Lees verder “Meer over Obbink”

Eerste-eeuwse Marcus

Een mummie-kartonnage (Archeologisch Museum, Zagreb)

Ik had nooit verwacht dat ik veel over papyrologie zou gaan bloggen, en ik had voor vandaag ook een heel ander artikel in gedachten, maar er zijn verwikkelingen in papyrologieland die er niet om liegen.

Eén: even wat eerstejaarsstof. Een papyrus is, zolang je antiek materiaal koopt op eBay en het recept gebruikt van antieke inkt, en zolang je het juiste schrijfmateriaal hanteert, zó te vervalsen dat het in een laboratorium niet valt te ontdekken. Een papyrus waarvan de herkomst onbekend is – die geen geldige provenance heeft, in jargon – kan dus niet dienen als wetenschappelijk bewijs omdat het kan gaan om een vervalsing (zie bijv. het Evangelie van de Vrouw van Jezus, de Artemidorospapyrus of de vijf Dode-Zee-rol-snippers van oktober j.l.). Onderzoekers hoeven gelukkig ook niets met unprovenanced papyri te doen aangezien er nog eeuwen werk is met het uitgegeven van de wel provenanced papyri in de museumdepots.

Lees verder “Eerste-eeuwse Marcus”

Datafraude

Leiden, Galgenwater

Als u op straat een fiets krijgt aangeboden voor vijfentwintig euro, hebt u een redelijk vermoeden dat er iets niet in de haak is. U zou vrijwel zeker een heler zijn als u die fiets kocht.

Als een oudheidkundige een papyrus- of perkamentfragment zonder provenance krijgt aangeboden, heeft hij een redelijk vermoeden dat het ding óf vals is óf is verworven door plundering. Hij zou vrijwel zeker datafraude plegen als hij ze uitgaf. Los daarvan ontzegt een wetenschapper die teksten zonder provenance bestudeert, zich een manier om de vondst te dateren: een tekst zonder archeologische context kan alleen paleografisch (dat wil zeggen: aan de vorm van het handschrift) worden gedateerd en dat is een berucht subjectieve methode.

Lees verder “Datafraude”

Transparantie

Zo ben je evangelist, zo ben je de inzet van wetenschapsfraude. Arme Marcus.

Ik zit op een hotelkamer in Vlorë, ben te vroeg wakker en lees dit. Het komt erop neer dat het eerste-eeuwse fragment van het Evangelie van Marcus dat een tijd geleden is opgedoken, nu wordt uitgegeven. Dat is op zich aardig nieuws, maar er lijkt een bommetje te zijn verborgen. Ik schrijf “lijkt” want ik kan het hier, op een hotelkamer dus, niet zo snel controleren.

Waarom is dat bijzonder? Omdat het papyrusfragment waar het om gaat, ooit met veel bombarie uit een kartonnage is gehaald. Een kartonnage is het papier-maché-deel van een mummie; de methode om zo portretten aan te brengen, kwam aan het begin van de jaartelling ten einde. Degenen die de kartonnage destijds “disassembleerden” toonden het op film en vertelden dat het geen probleem was omdat ze het voorwerp hadden gekocht. Het probleem is nu dat een Marcus-fragment nooit voor het jaar 70 n.Chr. (de datering van dat evangelie) kan zijn geschreven. Een eerste-eeuws Marcusfragment is dus niet alleen verschrikkelijk oud (en reden tot vreugde voor evangelische christenen) maar vormt tevens bewijs dat de gewoonte mummies te voorzien van kartonnages langer heeft bestaan dan we wisten. De evangelische christenen hadden onvervangbare egyptologische data vernietigd.

Lees verder “Transparantie”

Ezechiël de Tragicus

Feniks (Allard Piersonmuseum, Amsterdam)

Familiewaarden in Griekenland: een moeder heeft haar man gedood en denkt dat haar minnaar haar zoon heeft vermoord. Ze haast zich om het lijk te zien, maar de bloedige resten blijken die te zijn van haar minnaar. Superieure ironie, want het publiek van het toneelstuk Elektra weet al dat Orestes Aigisthos heeft gedood en weet welke schokkende ontdekking Klytaimnestra zal gaan doen. Niemand zal ontkennen dat Sofokles een van de grootste toneelschrijvers aller tijden is.

Het is maar al te begrijpelijk waarom classici steeds opnieuw Sofokles en zijn collega’s Aischylos en Euripides herlezen. Al in de Oudheid geloofde men dat dit drietal niet te overtreffen viel. Er circuleerde een wetenschappelijke uitgave van hun werk, waarvan een deel over is (alle tragedies van Euripides die beginnen met een E). We weten ook dat er een geannoteerde uitgave was van driemaal zeven tragedies, een soort ‘het beste van’, geselecteerd door een goede geleerde. Zijn selectie is didactisch superieur: drie tragedies over Elektra helpen de leerling bijvoorbeeld het specifieke te zien van de benadering van Aischylos, Sofokles en Euripides.

Lees verder “Ezechiël de Tragicus”