Leuke migranten: flora en fauna

Katoen in Andalusië

Het thema van de Week van de Klassieken is migratie en het is logisch dat u daarbij denkt aan mensen. Maar ook planten- en diersoorten kunnen knap mobiel zijn. De Grieken en Romeinen waren zich daar van bewust: de encyclopedist Plinius de Oudere weet bijvoorbeeld dat zijn landgenoten een rol hadden gespeeld bij de verspreiding van de kersenboom.

Voor de overwinning van Lucullus in de Mithridatische Oorlog [70 v.Chr.] waren er geen kersen in Italië. Hij importeerde ze eerst uit het Zwarte-Zeegebied en in de loop van 120 jaar zijn ze over de Oceaan tot in Brittannië gekomen. Overigens is het, ondanks alle zorg, nooit gelukt ze in Egypte te kweken. (Plinius de Oudere, Natuurlijke historie 15.102.)

Lees verder “Leuke migranten: flora en fauna”

MoM | Wat is een grens? (1)

Baktriërs brengen tribuut aan de koning van Perzië (Oostelijke Apadana-trap, Persepolis)

Ik heb op deze plaats al vaker verteld over Baktrië, een Iraans gebied waar een uitloper van de Grieks-Romeinse wereld in contact stond met de culturen van Centraal-Azië en de Indusvallei. Hier en daar presenteren de bewoners zich onmiskenbaar als Grieks en dat wil zeggen dat de “dooie stenen” in Noord-Afghanistan en Zuid-Oezbekistan illustreren wat de bewoners beschouwden als het voor hun relevantste deel van het Griekse culturele aanbod. Een oudheidkundige die wil begrijpen wat de kern is van de Grieks-Romeinse beschaving, moet niet zijn in centra als Athene en Rome, waar deze cultuur vanzelfsprekend was, maar aan de periferie, waar ze niet vanzelfsprekend was, waar keuzes moesten worden gemaakt en waar we, om zo te zeggen, het klassiekste der klassieken zien.

Een grenszone, maar grappig genoeg zijn er geen aanwijzingen voor een grens. We weten dat dit gebied vanaf de zesde eeuw het uiterste noordoosten was van het Perzische Rijk, van het rijk van Alexander de Grote en van het Seleukidenrijk. De kastelen van de lokale heersers zijn opgegraven, maar je kunt archeologisch niet vaststellen dat dit de grens was van de Perzische of Macedonische heerschappij. Terwijl de kastelen van de plaatselijke heersers bekend zijn, kennen we geen douaneposten, geen grensforten, geen versterkte wegen. Sterker nog: als we het niet uit geschreven bronnen zouden weten, zouden we nooit op het idee zijn gekomen dat dit gebied onderdeel was geweest van het Perzische Rijk. Opvallend is bijvoorbeeld dat de monetaire economie die in de westelijke gebiedsdelen heeft bestaan en die een systeem van belastingheffing documenteert, volledig ontbreekt in Oezbekistan, Afghanistan en Pakistan.

Lees verder “MoM | Wat is een grens? (1)”

Boeddha

Fayaz Tepe

Al in de late zesde eeuw v.Chr. deporteerde de Perzische koning Darius de Grote Grieken naar het verre Baktrië (de vlakte van de Boven-Oxus ofwel het grensgebied tussen Afghanistan en Oezbekistan). Zijn zoon en opvolger Xerxes ging daar vrolijk mee verder en de Griekse kolonie in het verre oosten moet aanzienlijk zijn geweest. Eén van de aanwijzingen daarvoor is dat in Baktrië imitaties circuleerden van Griekse munten; een andere aanwijzing is dat toen Alexander de Grote in 329 v.Chr. in deze contreien aankwam, hij afstammelingen van de gedeporteerden aantrof. Gewoontegetrouw moordde hij die uit.

Enkele jaren later liet hij er duizenden Griekse huurlingen achter. Hij had de Baktrische bevolking, die deels leefde van de landbouw en deels heen en weer trok met kuddes, gedeporteerd naar nieuw-gestichte steden als Ai Khanum en Kampyr Tepe, en het was de bedoeling dat de Griekse kolonisten erop toezagen dat de Baktriërs ook in die makkelijk te controleren steden bleven wonen.

Lees verder “Boeddha”

De Indo-Europese migraties

Stele uit Nevsha (Archeologisch Museum van Varna)

Zoals ik gisteren vertelde, is de vraag waarom de Indo-Europese talen op elkaar lijken, in een kwaad licht komen staan doordat de nationaalsocialisten zich meester maakten van de hypothese dat de veronderstelde Urheimat, waar de Indo-Europeanen hadden gewoond voor ze naar alle windstreken waren gemigreerd, had gelegen op de Noordduitse Laagvlakte. In de nationaalsocialistische interpretatie waren de oerbewoners van dat gebied (de “Ariërs”) autochtoon, onvermengd met migranten die bij hen waren komen wonen, raszuiver en daardoor in allerlei opzichten briljant.

Er was een tweede reden waarom het onderzoek stokte. Weliswaar betwijfelde niemand dat de Indo-Europese talen op elkaar leken doordat ze afstamden van één oertaal, maar men had domweg onvoldoende gegevens om daarover werkelijk uitspraken te doen. Zoals we zagen, probeerde men eerst aan de hand van de gedeelde woordenschat enkele aspecten van het thuisland te reconstrueren – er waren bepaalde dieren en gewassen geweest, men had de ploeg gekend en men had er met karren gereden – en was zo’n reconstructie in principe archeologisch toetsbaar.

Lees verder “De Indo-Europese migraties”

Timoer Lenk

Timoer Lenk
Timoer Lenk

Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie plaatste de eerste postcommunistische leiders voor een probleem: waar laat je al die standbeelden die waren opgericht voor Lenin? De Hongaren legden een park aan waar zo’n tweehonderd van die beelden bij elkaar stonden. In de DDR verstopte Potsdam het monument achter wat bomen en verpatste Merseburg zijn beeld, zodat het nu staat in het Oost-Groningse Tjuchem. En in Oezbekistan zorgde de vorige week overleden president Islam Karimov ervoor dat de leninistische persoonsverheerlijking werd ingeruild voor de cultus van Timoer Lenk. Het was een poging een nieuw focus te geven aan een staat die zijn ideologische veren kwijt was geraakt en een nieuwe identiteit zocht.

De middeleeuwse veroveraar Timoer is in Nederland niet zo bekend, dus eerst even een korte introductie. Rond 1220 had de Mongoolse leider Dzjengis Khan Centraal-Azië onderworpen en de oorspronkelijke bevolking uitgemoord. Het lege land werd overgenomen door Mongools- en Turkssprekende nomaden die, toen het Mongoolse rijk na een kleine eeuw uiteenviel, nieuwe rijken vormden met nieuwe leiders. Een daarvan was Timoer Lenk (1336-1405), die een dynastie stichtte die nog een eeuw zou regeren, tot het land werd overgenomen door weer een nieuwe stam, waarover straks meer.

Lees verder “Timoer Lenk”

Baktrië en zijn kenners

Lost_world_of_the_golden_king

We associëren de Griekse Oudheid doorgaans niet met Afghanistan of de Punjab. Ten onrechte, denkt de Amerikaanse onderzoeker Frank Holt, die zich al jaren bezighoudt met wat destijds “Baktrië” en “Gandara” heette. Lost World of the Golden King is zijn recentste en interessantste boek, maar anders dan zijn eerdere publicaties gaat het minder over de Oudheid dan over haar bestudering. Zo toont Holt de oudheidkundige disciplines op hun best.

Het centrale thema in de vaktheorie is het gierende informatiegebrek en de geschiedenis van de disciplines valt te lezen als een reeks pogingen deze handicap te overwinnen. Aan de geschreven bronnen werden eerst munten en inscripties toegevoegd, vervolgens etnografische vergelijkingen en kunstvoorwerpen, daarna archeologische vondsten. De vergelijkend-oorzakelijke verklaringsmodellen die de oogst vormen van de twintigste eeuw, kunnen inmiddels worden verbeterd met computersimulaties. Het datatekort dwingt de oudheidkundige van alle markten thuis te zijn.

Lees verder “Baktrië en zijn kenners”

Mongolenstorm (2)

Skeletten van de slachtoffers van de Mongolen in Kara Tepe
Skeletten van de slachtoffers van de Mongolen in Kara Tepe

Gisteren begon ik te vertellen hoe de komst van de Mongolen de verhoudingen tussen islam en christendom op scherp zette. Ik noemde de door Djengiz Khan en Hulagu aangerichte verwoestingen: het huidige Oezbekistan en Iran werden onder de voet gelopen. Bij de val van Bagdad, hét culturele en politieke centrum van de islam, maakten de veroveraars onderscheid tussen wat christelijk en islamitisch was: het eerste werd gespaard, het tweede vernietigd. Hoewel religieuze vervolging al bestond – elke godsdienst stelde andere godsdiensten achter – en hoewel de machthebbers destijds geweld niet schuwden, was het geweld van de Mongolen van een andere categorie. Dit was geen aanmoediging tot bekering en zelfs geen gewelddadige dwang tot bekering, dit was een regelrechte genocide, waarbij de moslims geen kans kregen zich het leven te redden. Wie voordien een stad veroverde, plunderde die en nam de macht over, maar waar de Mongolen waren geweest, waren geen steden meer.

Sommige Mongoolse leiders sympathiseerden met het christendom. Hulagu was getrouwd met een christin, zijn zoon trouwde een Byzantijnse prinses en hijzelf was vermoedelijk zelf ook christen. 100% zeker is het niet maar hoe dat ook zij, hij verleende in de op de moslims veroverde gebieden allerlei rechten aan de christenen die ze eerder hadden verloren: ze mochten weer kerken bouwen en wijn drinken bijvoorbeeld, en openbare processies houden. De Kruisvaarders zagen wel wat in samenwerking met de Mongolen en waren daarom bereid vrije doorgang te verlenen aan de naar Egypte oprukkende Mongoolse generaal Kitbuga, een nestoriaanse christen. In zijn horde trokken ook Georgiërs en Armeniërs mee.

Lees verder “Mongolenstorm (2)”