De Indo-Europese migraties

Stele uit Nevsha (Archeologisch Museum van Varna)

Zoals ik gisteren vertelde, is de vraag waarom de Indo-Europese talen op elkaar lijken, in een kwaad licht komen staan doordat de nationaalsocialisten zich meester maakten van de hypothese dat de veronderstelde Urheimat, waar de Indo-Europeanen hadden gewoond voor ze naar alle windstreken waren gemigreerd, had gelegen op de Noordduitse Laagvlakte. In de nationaalsocialistische interpretatie waren de oerbewoners van dat gebied (de “Ariërs”) autochtoon, onvermengd met migranten die bij hen waren komen wonen, raszuiver en daardoor in allerlei opzichten briljant.

Er was een tweede reden waarom het onderzoek stokte. Weliswaar betwijfelde niemand dat de Indo-Europese talen op elkaar leken doordat ze afstamden van één oertaal, maar men had domweg onvoldoende gegevens om daarover werkelijk uitspraken te doen. Zoals we zagen, probeerde men eerst aan de hand van de gedeelde woordenschat enkele aspecten van het thuisland te reconstrueren – er waren bepaalde dieren en gewassen geweest, men had de ploeg gekend en men had er met karren gereden – en was zo’n reconstructie in principe archeologisch toetsbaar.

Lees verder “De Indo-Europese migraties”

Timoer Lenk

Timoer Lenk
Timoer Lenk

Het uiteenvallen van de Sovjet-Unie plaatste de eerste postcommunistische leiders voor een probleem: waar laat je al die standbeelden die waren opgericht voor Lenin? De Hongaren legden een park aan waar zo’n tweehonderd van die beelden bij elkaar stonden. In de DDR verstopte Potsdam het monument achter wat bomen en verpatste Merseburg zijn beeld, zodat het nu staat in het Oost-Groningse Tjuchem. En in Oezbekistan zorgde de vorige week overleden president Islam Karimov ervoor dat de leninistische persoonsverheerlijking werd ingeruild voor de cultus van Timoer Lenk. Het was een poging een nieuw focus te geven aan een staat die zijn ideologische veren kwijt was geraakt en een nieuwe identiteit zocht.

De middeleeuwse veroveraar Timoer is in Nederland niet zo bekend, dus eerst even een korte introductie. Rond 1220 had de Mongoolse leider Dzjengis Khan Centraal-Azië onderworpen en de oorspronkelijke bevolking uitgemoord. Het lege land werd overgenomen door Mongools- en Turkssprekende nomaden die, toen het Mongoolse rijk na een kleine eeuw uiteenviel, nieuwe rijken vormden met nieuwe leiders. Een daarvan was Timoer Lenk (1336-1405), die een dynastie stichtte die nog een eeuw zou regeren, tot het land werd overgenomen door weer een nieuwe stam, waarover straks meer.

Lees verder “Timoer Lenk”

Baktrië en zijn kenners

Lost_world_of_the_golden_king

We associëren de Griekse Oudheid doorgaans niet met Afghanistan of de Punjab. Ten onrechte, denkt de Amerikaanse onderzoeker Frank Holt, die zich al jaren bezighoudt met wat destijds “Baktrië” en “Gandara” heette. Lost World of the Golden King is zijn recentste en interessantste boek, maar anders dan zijn eerdere publicaties gaat het minder over de Oudheid dan over haar bestudering. Zo toont Holt de oudheidkundige disciplines op hun best.

Het centrale thema in de vaktheorie is het gierende informatiegebrek en de geschiedenis van de disciplines valt te lezen als een reeks pogingen deze handicap te overwinnen. Aan de geschreven bronnen werden eerst munten en inscripties toegevoegd, vervolgens etnografische vergelijkingen en kunstvoorwerpen, daarna archeologische vondsten. De vergelijkend-oorzakelijke verklaringsmodellen die de oogst vormen van de twintigste eeuw, kunnen inmiddels worden verbeterd met computersimulaties. Het datatekort dwingt de oudheidkundige van alle markten thuis te zijn.

Lees verder “Baktrië en zijn kenners”

Mongolenstorm (2)

Skeletten van de slachtoffers van de Mongolen in Kara Tepe
Skeletten van de slachtoffers van de Mongolen in Kara Tepe

Gisteren begon ik te vertellen hoe de komst van de Mongolen de verhoudingen tussen islam en christendom op scherp zette. Ik noemde de door Djengiz Khan en Hulagu aangerichte verwoestingen: het huidige Oezbekistan en Iran werden onder de voet gelopen. Bij de val van Bagdad, hét culturele en politieke centrum van de islam, maakten de veroveraars onderscheid tussen wat christelijk en islamitisch was: het eerste werd gespaard, het tweede vernietigd. Hoewel religieuze vervolging al bestond – elke godsdienst stelde andere godsdiensten achter – en hoewel de machthebbers destijds geweld niet schuwden, was het geweld van de Mongolen van een andere categorie. Dit was geen aanmoediging tot bekering en zelfs geen gewelddadige dwang tot bekering, dit was een regelrechte genocide, waarbij de moslims geen kans kregen zich het leven te redden. Wie voordien een stad veroverde, plunderde die en nam de macht over, maar waar de Mongolen waren geweest, waren geen steden meer.

Sommige Mongoolse leiders sympathiseerden met het christendom. Hulagu was getrouwd met een christin, zijn zoon trouwde een Byzantijnse prinses en hijzelf was vermoedelijk zelf ook christen. 100% zeker is het niet maar hoe dat ook zij, hij verleende in de op de moslims veroverde gebieden allerlei rechten aan de christenen die ze eerder hadden verloren: ze mochten weer kerken bouwen en wijn drinken bijvoorbeeld, en openbare processies houden. De Kruisvaarders zagen wel wat in samenwerking met de Mongolen en waren daarom bereid vrije doorgang te verlenen aan de naar Egypte oprukkende Mongoolse generaal Kitbuga, een nestoriaanse christen. In zijn horde trokken ook Georgiërs en Armeniërs mee.

Lees verder “Mongolenstorm (2)”

Mongolenstorm (1)

Nishapur: slachtoffers van de Mongoolse aanval. Let op het gat in de schedel links.
Nishapur (Iran) slachtoffers van de Mongoolse aanval. Let op het gat in de schedel links.

Gisteren kwam op mijn stukje over de Samarkandse knekelkist de vraag waarom de Mongolenstorm het begin van het einde voor het christendom in Centraal-Azië markeerde. Vandaag en morgen (of overmorgen) een poging tot antwoorden.

Om te beginnen: het was in de eeuwen voor en na 1000 gebruikelijk dat veroveraars degenen die ze hadden onderworpen, onder druk zetten om de religie van de meesters over te nemen. Toen de Byzantijnen terrein wonnen in Syrië, probeerden ze de bevolking voor de Griekse orthodoxie te winnen; wie daar niet mee instemde, verhuisde. De maronitische christenen trokken in deze tijd naar Libanon. Westerse christenen die een land veroverden, zetten hun onderdanen onder druk, zoals de reconquistadores in Spanje deden. Moslims deden dat ook ten opzichte van de religieuze minderheden in hun landen, de zogenaamde dhimmi‘s. Meestal maakte regelgeving met discriminerende bepalingen wel duidelijk dat er maar één superieure religie was. Geweld kwam voor maar was betrekkelijk zeldzaam.

Lees verder “Mongolenstorm (1)”

Een knekelkist uit Samarkand

Een christelijk knekelkistje (Samarkand)
Een christelijk knekelkistje (Samarkand)

Ik blogde gisteren over een fresco uit het Archeologisch Museum van Afrosiab in Samarkand. Daar ga ik nog even mee verder: hierboven een knekelkistje uit de vierde eeuw n.Chr. In Centraal-Azië werden de doden lange tijd neergelegd om door honden en vogels te worden opgegeten, waarna de botten werden verzameld en apart begraven. De gewoonte bestaat nog in bijvoorbeeld Tibet.

De eerste christenen hechtten nogal aan het begraven van het gebeente. Ze geloofden immers in de lichamelijke opstanding en keurden daarom grafrituelen af waarin het lichaam volledig werd vernietigd. Terwijl in West-Europa crematie in onbruik raakte, begroeven de gelovigen in Centraal-Azië de botten van hun dierbare overledenen.

Lees verder “Een knekelkist uit Samarkand”

Het einde van de Oudheid

Drie gezanten op het Afrosiab-fresco (Samarkand)
Drie gezanten op het Afrosiab-fresco (Samarkand)

De foto hierboven is niet heel geweldig, ik weet het. De ruis is ontstaan doordat ik de foto nam in een nauwelijks verlicht vertrek: fresco’s verbleken immers als ze lang worden blootgesteld aan het volle daglicht en daarom heeft het Archeologisch Museum van Afrosiab in Samarkand deze schilderingen geplaatst in een kamer met alleen wat schemerlicht. De ruimte wordt bovendien kunstmatig gekoeld tot 17°, wat behoorlijk fris is als het buiten 30° is.

Al die zorg is terecht want de fresco’s, die in 1965 zijn opgegraven in het enorme ruïnecomplex Afrosiab, zouden werelderfgoed kunnen zijn. Het zijn er drie. De zuidelijke wand toont een processie: op olifanten, paarden en dromedarissen komt een enorme stoet mensen aan, met in hun midden koning Varkhuman, die u zo rond 650 n.Chr. moet plaatsen. Er zijn ook offerdieren afgebeeld: niet alleen ganzen maar ook een prachtig opgetuigde hengst. Het is denkbaar dat Varkhuman een oeroud type offer bracht dat we het beste kennen uit India en dat daar aśvamedhá wordt genoemd: een paardenoffer waarmee een vorst zichzelf legitimeerde.

Lees verder “Het einde van de Oudheid”

Alexander in Oezbekistan

Kampyr Tepe, zuidelijke stadspoort
Kampyr Tepe, zuidelijke stadspoort

Ik had vandaag eigenlijk wakker zullen worden in Tasjkent, waar ik een groep zou rondleiden. Het Nationaal Museum van Oezbekistan stond op het programma, vol interessante oudheden, culminerend in een welhaast tempelachtige zaal voor de nationale held Timoer Lenk – die overigens leefde vóór de horde van Öz Bek zich vestigde in het land dat naar hem is vernoemd. Omdat mijn vader overleed, heb ik in Nederland moeten blijven. Een vriendin begeleidt de groep nu; ik heb dinsdag de groep uitgeleide gedaan op Schiphol; en ik kan niet méér doen dan een stukje schrijven over Alexander de Grote in Sogdië – zoals Oezbekistan heette voordat de Oezbeken zich daar vestigden. Huishoudelijke mededeling voor de trouwe lezers van deze kleine blog: morgen gaan we verder met de reeks over de monotheïsering van jodendom, christendom en heidendom.

**

Hoe raakte Alexander de Grote in vredesnaam verzeild in Sogdië, een land waarvan de Grieken nauwelijks iets wisten? Het antwoord “het behoorde bij het Perzische Rijk waarmee Alexander in oorlog was” is te makkelijk: in de eerste plaats omdat de Perzische controle informeel was – anders dan in Libanon of Egypte of Turkije is er in Oezbekistan geen monumentale Perzische architectuur opgegraven. In de tweede plaats omdat de oorlog, met de dood van de Perzische koning Darius III, in feite ten einde was. De Griekse contingenten in Alexanders leger waren in de zomer van 330 al naar huis gestuurd en werden vervangen door Griekse huurlingen.

Lees verder “Alexander in Oezbekistan”

Alles over Oezbekistan

Kara Tepe
Kara Tepe

Ik heb de laatste tijd veel over Oezbekistan geschreven. Vandaag maak ik het mezelf makkelijk met een overzichtje van alle stukjes, die ik hier opsom in min of meer historische volgorde. Zoals de trouwe lezers van deze kleine blog weten, heb ik geprobeerd wat vat te krijgen op de zo onbekende materie door de geschiedenis te reduceren tot een viertal grote “vegen” over de landkaart.

De eerste integratie van het gebied was een veeg vanuit het noorden naar het zuiden. We kunnen deze associëren met de Indo-Europese migratie. Uit het begin van die tijd stamde dit amulet.

De op de eerste veeg volgende periode werd gedomineerd door de Iraanse volken. Een van de beroemdste personen uit die tijd was Zarathustra. Op de Perzische tijd volgde de Griekse, die ik illustreerde met stukjes over Alexander de Grote, de dood van Bessos, over de stad Kampyr Tepe, over het klooster Kara Tepe en over de Heraklesboeddha.

Lees verder “Alles over Oezbekistan”

Amulet

Slangenamulet uit Soch (Nationaal Historisch Museum van Oezbekistan, Tasjkent)
Slangenamulet uit Soch (Nationaal Historisch Museum van Oezbekistan, Tasjkent)

Om nog even in Oezbekistan te blijven: dit amulet is te zien in het Nationaal Historisch Museum van Oezbekistan in Tasjkent. Het is gemaakt rond 2000 v.Chr. en opgegraven in Soch in de Fergana-vallei. Archeologen rekenen het tot de periferie van wat bekendstaat als het “Bactria-Margiana Archaeological Complex” (BMAC). Er is linguïstische discussie over de vraag of de sprekers de voorlopers zijn van de Indo-Iraanse talen of dat de sprekers van deze talen, door het gebied trekkend, woorden hebben overgenomen van de mensen uit het BMAC.

Lees verder “Amulet”