Mongolenstorm (1)

Nishapur: slachtoffers van de Mongoolse aanval. Let op het gat in de schedel links.
Nishapur (Iran) slachtoffers van de Mongoolse aanval. Let op het gat in de schedel links.

Gisteren kwam op mijn stukje over de Samarkandse knekelkist de vraag waarom de Mongolenstorm het begin van het einde voor het christendom in Centraal-Azië markeerde. Vandaag en morgen (of overmorgen) een poging tot antwoorden.

Om te beginnen: het was in de eeuwen voor en na 1000 gebruikelijk dat veroveraars degenen die ze hadden onderworpen, onder druk zetten om de religie van de meesters over te nemen. Toen de Byzantijnen terrein wonnen in Syrië, probeerden ze de bevolking voor de Griekse orthodoxie te winnen; wie daar niet mee instemde, verhuisde. De maronitische christenen trokken in deze tijd naar Libanon. Westerse christenen die een land veroverden, zetten hun onderdanen onder druk, zoals de reconquistadores in Spanje deden. Moslims deden dat ook ten opzichte van de religieuze minderheden in hun landen, de zogenaamde dhimmi‘s. Meestal maakte regelgeving met discriminerende bepalingen wel duidelijk dat er maar één superieure religie was. Geweld kwam voor maar was betrekkelijk zeldzaam.

Lees verder “Mongolenstorm (1)”

Een knekelkist uit Samarkand

Een christelijk knekelkistje (Samarkand)
Een christelijk knekelkistje (Samarkand)

Ik blogde gisteren over een fresco uit het Archeologisch Museum van Afrosiab in Samarkand. Daar ga ik nog even mee verder: hierboven een knekelkistje uit de vierde eeuw n.Chr. In Centraal-Azië werden de doden lange tijd neergelegd om door honden en vogels te worden opgegeten, waarna de botten werden verzameld en apart begraven. De gewoonte bestaat nog in bijvoorbeeld Tibet.

De eerste christenen hechtten nogal aan het begraven van het gebeente. Ze geloofden immers in de lichamelijke opstanding en keurden daarom grafrituelen af waarin het lichaam volledig werd vernietigd. Terwijl in West-Europa crematie in onbruik raakte, begroeven de gelovigen in Centraal-Azië de botten van hun dierbare overledenen.

Lees verder “Een knekelkist uit Samarkand”

Het einde van de Oudheid

Drie gezanten op het Afrosiab-fresco (Samarkand)
Drie gezanten op het Afrosiab-fresco (Samarkand)

De foto hierboven is niet heel geweldig, ik weet het. De ruis is ontstaan doordat ik de foto nam in een nauwelijks verlicht vertrek: fresco’s verbleken immers als ze lang worden blootgesteld aan het volle daglicht en daarom heeft het Archeologisch Museum van Afrosiab in Samarkand deze schilderingen geplaatst in een kamer met alleen wat schemerlicht. De ruimte wordt bovendien kunstmatig gekoeld tot 17°, wat behoorlijk fris is als het buiten 30° is.

Al die zorg is terecht want de fresco’s, die in 1965 zijn opgegraven in het enorme ruïnecomplex Afrosiab, zouden werelderfgoed kunnen zijn. Het zijn er drie. De zuidelijke wand toont een processie: op olifanten, paarden en dromedarissen komt een enorme stoet mensen aan, met in hun midden koning Varkhuman, die u zo rond 650 n.Chr. moet plaatsen. Er zijn ook offerdieren afgebeeld: niet alleen ganzen maar ook een prachtig opgetuigde hengst. Het is denkbaar dat Varkhuman een oeroud type offer bracht dat we het beste kennen uit India en dat daar aśvamedhá wordt genoemd: een paardenoffer waarmee een vorst zichzelf legitimeerde.

Lees verder “Het einde van de Oudheid”

Alexander in Pakistan (1)

Herakles bevrijdt Prometheus (Altes Museum, Berlijn)
Herakles bevrijdt Prometheus (Altes Museum, Berlijn)

Een tijdje geleden blogde ik over het verblijf van Alexander de Grote in wat wij Oezbekistan noemen. Hij werd daar geconfronteerd met een totaal andere manier van oorlogvoering en kon het gebied alleen pacificeren door enerzijds de bevolking te deporteren en anderzijds de inzet van Iraanse troepen. Dit laatste dwong Alexander om zichzelf, meer dan daarvoor, te presenteren met een Perzisch hofritueel, wat voor de Macedoniërs en Grieken in zijn leger onaanvaardbaar was. Alexander kreeg te maken met insubordinatie en begon paranoïde trekken te krijgen. We moeten niet te veel psychologiseren, maar Oezbekistan was een keerpunt in Alexanders leven: de ooit ridderlijke heerser werd steeds meer een gewelddadige despoot met een steeds korter lontje. Deze demoralisering werd ook al door Alexanders tijdgenoot en biograaf Kleitarchos beschreven.

Ook Arrianus geeft intrigerend commentaar. De situatie: Alexander heeft, in een dronken bui, een van zijn beste vrienden vermoord en overweegt zelfmoord te plegen – wat nogal problematisch is voor een leger waar de interne spanningen al hoog zijn opgelopen. Zonder Alexander zou er wellicht een burgeroorlog ontstaan tussen de kolonels. In die situatie ging een van zijn adviseurs bij hem op bezoek.

Lees verder “Alexander in Pakistan (1)”

Alexander in Oezbekistan

Kampyr Tepe, zuidelijke stadspoort
Kampyr Tepe, zuidelijke stadspoort

Ik had vandaag eigenlijk wakker zullen worden in Tasjkent, waar ik een groep zou rondleiden. Het Nationaal Museum van Oezbekistan stond op het programma, vol interessante oudheden, culminerend in een welhaast tempelachtige zaal voor de nationale held Timoer Lenk – die overigens leefde vóór de horde van Öz Bek zich vestigde in het land dat naar hem is vernoemd. Omdat mijn vader overleed, heb ik in Nederland moeten blijven. Een vriendin begeleidt de groep nu; ik heb dinsdag de groep uitgeleide gedaan op Schiphol; en ik kan niet méér doen dan een stukje schrijven over Alexander de Grote in Sogdië – zoals Oezbekistan heette voordat de Oezbeken zich daar vestigden. Huishoudelijke mededeling voor de trouwe lezers van deze kleine blog: morgen gaan we verder met de reeks over de monotheïsering van jodendom, christendom en heidendom.

**

Hoe raakte Alexander de Grote in vredesnaam verzeild in Sogdië, een land waarvan de Grieken nauwelijks iets wisten? Het antwoord “het behoorde bij het Perzische Rijk waarmee Alexander in oorlog was” is te makkelijk: in de eerste plaats omdat de Perzische controle informeel was – anders dan in Libanon of Egypte of Turkije is er in Oezbekistan geen monumentale Perzische architectuur opgegraven. In de tweede plaats omdat de oorlog, met de dood van de Perzische koning Darius III, in feite ten einde was. De Griekse contingenten in Alexanders leger waren in de zomer van 330 al naar huis gestuurd en werden vervangen door Griekse huurlingen.

Lees verder “Alexander in Oezbekistan”

Alles over Oezbekistan

Kara Tepe
Kara Tepe

Ik heb de laatste tijd veel over Oezbekistan geschreven. Vandaag maak ik het mezelf makkelijk met een overzichtje van alle stukjes, die ik hier opsom in min of meer historische volgorde. Zoals de trouwe lezers van deze kleine blog weten, heb ik geprobeerd wat vat te krijgen op de zo onbekende materie door de geschiedenis te reduceren tot een viertal grote “vegen” over de landkaart.

De eerste integratie van het gebied was een veeg vanuit het noorden naar het zuiden. We kunnen deze associëren met de Indo-Europese migratie. Uit het begin van die tijd stamde dit amulet.

De op de eerste veeg volgende periode werd gedomineerd door de Iraanse volken. Een van de beroemdste personen uit die tijd was Zarathustra. Op de Perzische tijd volgde de Griekse, die ik illustreerde met stukjes over Alexander de Grote, de dood van Bessos, over de stad Kampyr Tepe, over het klooster Kara Tepe en over de Heraklesboeddha.

Lees verder “Alles over Oezbekistan”

Amulet

Slangenamulet uit Soch (Nationaal Historisch Museum van Oezbekistan, Tasjkent)
Slangenamulet uit Soch (Nationaal Historisch Museum van Oezbekistan, Tasjkent)

Om nog even in Oezbekistan te blijven: dit amulet is te zien in het Nationaal Historisch Museum van Oezbekistan in Tasjkent. Het is gemaakt rond 2000 v.Chr. en opgegraven in Soch in de Fergana-vallei. Archeologen rekenen het tot de periferie van wat bekendstaat als het “Bactria-Margiana Archaeological Complex” (BMAC). Er is linguïstische discussie over de vraag of de sprekers de voorlopers zijn van de Indo-Iraanse talen of dat de sprekers van deze talen, door het gebied trekkend, woorden hebben overgenomen van de mensen uit het BMAC.

Lees verder “Amulet”