Uit de diepten van de hel (bis)

Een achttiende-eeuwse weergave van het Concilie van Chalkedon (451). Let op de duivelse influisteringen van twee ketters rechts.

Ik denk dat ik wel ongeveer weet wat een goed boek is. Ik zou het omschrijven als een boek dat onze cultuur helpt verrijken. Dat is inderdaad een flauwe formulering, aangezien er letterlijk honderden definities bestaan van cultuur, maar omdat die onderling familiegelijkenis vertonen, durf ik erop te vertrouwen dat u wel begrijpt in welke richting ik zoek. Als verrijking beschouw ik het als boeken nieuwe – of niet heel gangbare – ideeën toevoegen aan het conglomeraat van opvattingen dat al de ronde doet.

Anders gezegd, ik zoek boeken die iets vertellen dat we nog niet wisten, zoals Gödel, Escher, Bach dat destijds deed. Of die een helder overzicht bieden waar dat online niet bestaat, zoals Gzella’s geschiedenis van het Aramees (bespreking) of Oudheid als ambitie (bespreking) van Enenkel en Ottenheym. Ik noem nu nonfictie-titels, maar ik verwacht hetzelfde van fictie. Dat is immers slechts een andere manier om ideeën over te dragen.

Om me tot geschiedenisboeken te beperken: daarvan verwacht ik om te beginnen dat de argumentatie op orde is. Een auteur moet niet à la Tom Holland negentiende-eeuwse sjabloons herhalen, maar de stand van zaken in het onderzoek kennen. Verder verwacht ik dat een boek in evenwicht is. Een Simon Schama die in zijn geschiedenis van de joden wél alle antijoodse polemieken van de christenen opsomt maar onvermeld laat dat de joden terugscholden, schrijft gewoon geen goed boek.

Lees verder “Uit de diepten van de hel (bis)”

Uit de diepten van de hel

Christus als wetgever. Detail van een sarcofaag uit Rome (Louvre, Parijs)

Griekenland en Rome. Twee volken met een gedeelde, klassieke cultuur: dit is hoe we het beste kunnen kijken naar de antieke mediterrane wereld in de eerste eeuwen van onze jaartelling. We kennen de literatuur van enkele minderheden, zoals teksten in het Armeens, Hebreeuws en Aramees, maar vrijwel alle bewoners van het Romeinse Rijk deelden in meerdere of mindere mate in de klassieke cultuur. Zelfs degenen die erbuiten woonden, keken ernaar op. De Franken en Visigoten probeerden bijvoorbeeld een Romeins staatsapparaat op te bouwen.

Als iedereen Grieks-Romeins wilde zijn, komt de vraag op hoe de klassieke cultuur ten einde is gekomen, want vijanden had ze blijkbaar niet. Die vraag is oud: Zosimos was de eerste die keek naar het Romeinse Rijk als iets dat voorbij was. Als oorzaak wijst deze verstokte heiden op de verwaarlozing van de eredienst van de oude goden; als belangrijkste symptoom van de crisis wijst hij op de komst van vreemde stammen. Die hebben in de achttiende en negentiende eeuw opnieuw een rol gespeeld in de discussie, dit keer als oorzaak van de transformatie, en de twintigste eeuw leverde weer nieuwe verklaringen op.

Lees verder “Uit de diepten van de hel”

De jonge islam

De aqedah (Byzantijns reliefje uit het Nationaal Museum in Beiroet)

Onlangs verzorgde ik een lezing waarbij het ontstaan van de islam ter sprake kwam. Over dat onderwerp is – door gelovige moslims, door islamofoben en door historici – voldoende gezegd dat niet herhaald behoeft te worden, maar ik wil wel wijzen op een punt dat ik belangrijk vind: er gingen ideeën aan de islam vooraf. Nu is dat natuurlijk het intrappen van een wagenwijd openstaande deur: nieuwe ideeën ontstaan doorgaans in wisselwerking met andere. Als het niet zou zijn, zouden we immers niet begrijpen wat er nieuw aan was. Maar het blijft interessant te kijken waartegen Mohammed zich afzette, welke ideeën de zijne voortbrachten, waartegen hij polemiseerde en wat de in de vroege islam gemaakte keuzes zeggen over de eerste gelovigen. Daar ligt, zoals ik zie, momenteel een van de fronten van de geschiedwetenschap.

In de eerste plaats: in het laat-Romeinse Rijk won het christendom aan populariteit. Eerst stonden de keizers Licinius en Constantijn het geloof toe, daarna waren er keizers die het als persoonlijke voorkeur hadden, vervolgens kwam een einde aan de overheidssubsidie van de heidense culten en tot slot zag keizer Theodosius erop toe dat de christenen één centrale leer hadden, vastgelegd in de geloofsbelijdenis die op het Concilie van Constantinopel in 381 werd bevestigd.

Lees verder “De jonge islam”

Hulspas’ Mohammed (3)

hulspas_mohammed_en_het_ontstaan_van_de_islamIs Mohammed en het ontstaan van de islam, waarover ik hier en daar al blogde, een goed boek? Ik heb het al gezegd: Hulspas stelt een vraag die menig wetenschapper heeft laten liggen, schrijft een beter boek dan het tweeluik van Hans Jansen en bedt de profeet in een langere traditie in. Dat is wat saaier maar ook realistischer dan het onwaarschijnlijke beeld van een vernieuwer die met werkelijk alles breekt. Niemand kan een totale vernieuwer zijn, iedereen is een kind van zijn tijd, ook Mohammed.

Dus ja, u zult geen spijt krijgen van uw lectuur. Hulspas schrijft goed en beledigt u niet met simplisme. Zijn eerste hoofdstukken zijn taai want hij weet dat u dat aankunt. Hij schuwt de wellichts, misschiens en waarschijnlijks niet: u bent heel goed in staat met hem mee te denken. Ook maakt hij u meer dan eens deelgenoot van de wijze waarop geschiedwetenschappers hun bronnen evalueren:

Lees verder “Hulspas’ Mohammed (3)”

Hulspas’ Mohammed (2)

hulspas_mohammed_en_het_ontstaan_van_de_islamIn mijn vorige stukje legde ik de aard van de problematiek rond de historische Mohammed uit: onze voornaamste bron, Het leven van Gods profeet door Ibn Ishaq, is niet echt meer geïnteresseerd in Mohammeds Eindtijdverwachting, en hedendaagse gelovigen zijn in feite ook niet werkelijk geïnteresseerd in de eigenlijke ideeën van de Profeet. Die vormt een bron van inspiratie, zeker, maar om in elke cultuur en in elke tijd inspirerend te zijn, moet Mohammed voortdurend van betekenis veranderen. Elke gelovige legt eigen accenten.

Dat mag. Geloof en wetenschap zijn twee denkwijzen en de gelovige mag die gescheiden houden. De vraag naar de historische Mohammed, de apocalyptische ziener en de “koning van de Hidjaz”, mag echter óók worden gesteld. Het gros der gelovigen mag deze kwestie dan negeren, het ontstaan van een wereldreligie is belangrijk en te lang genegeerd. Alleen al om de zaak in beweging te krijgen, is het goed dat Hulspas’ Mohammed en het ontstaan van de islam er nu is. Meer dan dat: het is een goed boek, beter dan bijvoorbeeld de twee boeken die Hans Jansen ooit aan het onderwerp wijdde. Hulspas graaft dieper dan Jansen en onthoudt zich bovendien van gratuit commentaar op de PvdA. Dat maakt zijn boek in elk geval een stuk leesbaarder en ik sluit zelfs niet uit dat Hulspas de historische waarheid meer benadert dan zijn voorganger.

Lees verder “Hulspas’ Mohammed (2)”

Hulspas’ Mohammed (1)

hulspas_mohammed_en_het_ontstaan_van_de_islamHet is bijna cliché: stukjes over de historische Mohammed beginnen met een verwijzing naar de negentiende-eeuwse Franse geleerde Ernest Renan, die ooit schreef dat de islam was ontstaan en gegroeid “in het volle licht der geschiedenis”. Hij vergiste zich. Hij zag over het hoofd dat de bronnen over het optreden van de profeet Mohammed zijn geschreven door mensen die niet langer waren geïnteresseerd in de opvattingen van de persoon over wie ze schreven, maar in de op hem teruggrijpende religie.

Dat is niet hetzelfde, zoals een vergelijking met het christendom leert. Jezus en Mohammed meenden allebei dat ze leefden in een Eindtijd, en zoals u weet is die nog altijd niet aangebroken. Ook al was de Eindtijd voor de betrokkenen de kern van de zaak, voor de gelovigen ligt dat anders. Het christendom is daarom het geloof in Jezus maar niet het geloof van Jezus. Evenzo geloven moslims andere dingen dan hun profeet. De geloofsinhoud is veranderd en dat proces van verandering loopt door tot op de dag van vandaag: de gelovigen leven in een veranderende wereld en zoeken in de gevarieerde traditie van hun godsdienst naar bruikbare elementen.

Lees verder “Hulspas’ Mohammed (1)”

Hulspas’ islam

Wetenschapsjournalist Marcel Hulspas – full disclosure: ik ken hem persoonlijk – heeft de laatste jaren gewerkt aan een boek over de profeet Mohammed en de door hem gestichte religie. Nu het bijna af is, mengt hij zich vaak in de almaar niet ten einde komende discussie over de hedendaagse islam. Zo ook in dit stuk op ThePostOnline, waarin hij erop wijst dat veel moderne moslims zeggen dat hun islam anders is dan het geloof van degenen die uit naam van datzelfde geloof gruweldaden plegen.

Maar daar komen moslims niet mee weg. Blijkbaar is de islam een verzameling opvattingen waaruit iedereen ‘zijn’ islaampje mag kneden. En de een moordt uit naam van ‘zijn’ islam, en de ander babbelt vanwege ‘zijn’ islam over vrede en verdraagzaamheid. … En als dat zo is, hebben niet-moslims het volste recht om te vragen: waar staat ‘de’ islam dan voor? Staat zij überhaupt ergens voor? Heeft zij principes?

Lees verder “Hulspas’ islam”

Het ontstaan van de islam (2)

Zoals ik al aangaf, meende ik dat het onderzoek naar de historische Mohammed een doodlopende weg was. Aan de ene kant is veel van de kritiek op de gerationaliseerde legende die moest doorgaan voor een wetenschappelijk beeld, volledig terecht: de bronnen zijn inderdaad laat, de aanwezigheid van christelijke soldaten in de islamitische legers schreeuwt om een verklaring, en de overlevering van de Koran is – zonder wetenschappelijke uitgave – onduidelijk.

Tegelijk zijn de voorgestelde alternatieven nog erger dan de kwaal, en helpt het ook al niet dat sommige arabisten vooral politiek bedrijven. (In het tweede deel van De historische Mohammed schiet Hans Jansen bijvoorbeeld over zijn doel.) Ik meende daarom dat we niet langer konden achterhalen wat er echt is gebeurd in Mekka en Medina in de eerste helft van de zevende eeuw.

Lees verder “Het ontstaan van de islam (2)”

Het ontstaan van de islam (1)

Wanneer kwam er een einde aan de Oudheid? Wat vormt het begin van de Middeleeuwen? Het is moeilijk alle aspecten te benoemen, maar je zou in elk geval het verdwijnen van het keizerlijk bestuur uit West-Europa kunnen noemen: geen Romeinse staat, geen Romeinse belastingen, geen Romeinse legers. In het oosten was de overgang echter minder abrupt. Het Byzantijnse Rijk ging door met het heffen van belastingen, kon zijn legers onderhouden en overleefde. De grote oorlog tegen de Sassanidische Perzen werd gewonnen, al leidde die tot zo’n enorme verzwakking dat meteen daarna Syrië, Palestina en Egypte moesten worden afgestaan aan de Arabieren.

Er was ook een mentale overgang. Voor de ouden waren “wij” en “zij” identiek geweest aan “de Grieks-Romeinse beschaving” en “de barbaren”. In de Middeleeuwen was de voornaamste tegenstelling die tussen christendom en islam, zoals mooi is beschreven door D.L. Lewis in God’s Crucible.

Lees verder “Het ontstaan van de islam (1)”