Bisschoppen in ballingschap (1)

Vergilius (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Als het goed gaat is het oudheidkundige deelgebied dat het sterkst zal veranderen door de DNA-revolutie de bestudering van de Griekse en Latijnse literatuur. De conclusie daarvan lijkt te zijn dat de mensheid in de voorindustriële tijd mobieler was dan aangenomen, veel mobieler. En waar mensen mobiel zijn, reizen hun ideeën mee. Dat verandert het werk van een classicus. Als hij bezig is met een Latijnse tekst uit Midden-Italië, zal hij voor het begrip van die tekst niet slechts kijken naar Latijnse en Griekse teksten, zoals nu gebeurt, maar meer dan nu het geval is ook naar teksten in andere talen (waarvan het Aramees de grootste is).

Heel nieuw is dit niet. Zeker bij de bestudering van vroegchristelijke teksten is er ook nu al een wijdere wereld van niet-Griekse en niet-Latijnse teksten. De Bijbel is immers geschreven in het Hebreeuws. En het christendom kende vanaf het begin teksten in bijvoorbeeld het Koptisch en Ethiopisch. Je kunt het voor-Constantijnse christendom niet bestuderen zonder een blik in bijvoorbeeld het Ethiopische Boek van Henoch; wie alleen Grieks en Latijn bekijkt, zal kijken naar teksten die een latere, orthodoxe selectie hebben doorstaan en doet de oorspronkelijke veelkleurigheid tekort. De implicatie van de DNA-revolutie is dat deze brede aanpak, die bij de vroegchristelijke literatuur dus al bestaat, veel vaker zal worden toegepast. De netten zullen breder geworpen gaan worden. Anders gezegd: de interpretatiehorizon wordt wijder. Als ik talent had voor taal en als ik opnieuw kon beginnen, zou ik richting klassieke talen gaan, want dat is de komende tien jaar the place to be.

Lees verder “Bisschoppen in ballingschap (1)”

Klassieke literatuur (7b): wetenschap

Entasis in de (onvoltooide) tempel van Segesta

[Bij mijn mail zat een tijdje geleden de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich er echt in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit bij een cursus aanschuiven, zoals deze. Voor de Latijnse literatuur is er Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Vandaag behandel ik de antieke wetenschappelijke literatuur.]

In het vorige stukje behandelde ik dé antieke wetenschappelijke tekst bij uitstek, de encyclopedie van Plinius de Oudere. Daarmee begon ik in feite aan het einde, want Plinius is, behalve een goed observator die zijn eigen ervaring nooit negeert, vooral een verzamelaar, vertaler en bewerker van oudere, vooral Griekse wetenschappelijke teksten. Het woord “wetenschap” moet u overigens met een slag om de arm nemen. Andere literaire doelen waren zelden ver weg, maar vandaag behandel ik toch vooral wat zakelijker teksten.

Lees verder “Klassieke literatuur (7b): wetenschap”

Manuscript met drakendoder

Middeleeuws Ovidius-manuscript (Vaticaanse Bibliotheek, Rome)

Scherp als uw ogen zijn en paraat als uw kennis van de Latijnse poëzie is, had u het bovenstaande natuurlijk terstond geïdentificeerd als de regels 27 tot en met 58 uit het derde boek (zie het cijfer bovenaan) van de Metamorfosen van Ovidius. Dat is het begin van een heel mooi verhaal dat ik hieronder aan u zal geven in de vertaling van Marietje d’Hane-Scheltema. Het manuscript is afkomstig uit de Vaticaanse Bibliotheek.

Het verhaal? Jupiter (zoals de Romeinen Zeus noemen) heeft van het strand bij de Phoenicische stad Tyrus – ik blogde er al eens over – het meisje Europa ontvoerd. Haar broer Cadmus gaat haar zoeken. Diens naam is overigens Semitisch: qedem betekent zoiets als “oosterling”. Hij belandt met wat vrienden in Griekenland en wil daar een stad gaan stichten. Hieronder leest u wat er toen gebeurde. Daarna, nog verder naar onder, nog een enkel woord over de slang in de boom.

Lees verder “Manuscript met drakendoder”

Zondvloedverhalen

Een van de kleitabletten waarop het Babylonische Zondvloedverhaal valt te lezen (British Museum)

 

Zoals de trouwe lezers van deze kleine blog weten, ben ik bezig met het omzetten van de Livius.org-website. Die draaide ooit op klassieke html en kan weer tien jaar mee als alle pagina’s worden geconverteerd naar een eigentijds content management-systeem. Een en ander moet handmatig, want de html was echt heel, heel oud. Ik ben al drie jaar bezig, denk ik, en inmiddels is 94% van de klus gedaan. Ik kan gaan denken aan de volgende fase: het toevoegen van enkele hoogstnoodzakelijke pagina’s, zoals over de Hittieten, over de Neo-Hittieten en over de stad Aššur. Iets minder hoogstnoodzakelijk was een kattebelletje over de Kittim. Het is leuk om weer eens wat te kunnen toevoegen.

De grote tweede klus is de correctie van de ruim 3600 pagina’s. Het wemelt van de verouderde inzichten en andere evidente tekortkomingen, de uitleg van de methode is incompleet en ladders van makkelijke naar moeilijke literatuur ontbreken. Ik zal alle pagina’s stuk voor stuk moeten herlezen, te beginnen met het notitieblok dat ik de afgelopen drie jaar heb bijgehouden. In feite is het project me boven het hoofd gegroeid en dat is eigenlijk ook logisch: vroeger kon een website door één man of vrouw worden gedaan, nu is het hele takenpakket iets voor acht mensen. En dan heb ik het nog niet gehad over het feit dat ik voor sommig illustratiewerk eigenlijk een professional nodig heb.

Lees verder “Zondvloedverhalen”

Klassieke literatuur (2): leerdicht

Of Hesiodos een historisch personage is, staat te bezien, maar dat heeft antieke beeldhouwers er niet van weerhouden zijn portret te maken. Deze mooie kop is in het British Museum, Londen.

[Bij mijn mail zat onlangs de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich er echt in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit bij een cursus aanschuiven, zoals deze. Voor de Latijnse literatuur is er Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet.]

Het genre: leerdicht

Toen in de jaren tachtig de hiphop werd uitgevonden waren er, zo had ik de indruk, twee subgenres. In het eerste bluften rappers over wat van geweldige kerels ze wel waren, in het andere waarschuwden ze voor heroïne en crack. Verder werd er danig geïmproviseerd. Wellicht overdrijf ik de parallel, maar de Griekse poëzie is niet heel anders begonnen: geïmproviseerd voordragen, deels zingend over de roem der mannen, deels didactisch. Heldendicht en leerdicht.

Lees verder “Klassieke literatuur (2): leerdicht”

Filemon en Baucis

Adam Elsheimer, Philemon en Baucis
Adam Elsheimer, Philemon en Baucis

“Filemon en Baucis” is een club in Utrecht waar, zo lezen we, iemand van Marokkaanse afkomst niet welkom was. Dat is wel heel ironisch. Philemon en Baucis – voor de spelling van de eigennamen, zie helememaal beneden – zijn namelijk de hoofdpersonen in een antieke sage over twee stervensarme mensen die als enigen in hun stadje de wetten der gastvrijheid respecteren. Dat je de deur krijgt gewezen in een naar uitgerekend dit tweetal genoemde club, is onverdraaglijk ironisch.

Hieronder de sage, zoals verteld door de Romeinse dichter Ovidius (Metamorfosen 8.626-724) in de prachtvertaling van Marietje d’Hane-Scheltema.

Lees verder “Filemon en Baucis”

Meer kwakende kikkers

Kikker in Seleucia

Een van de leuke dingen van een blog is dat je soms reacties krijgt. Het zijn er inmiddels al meer dan ik allemaal kan beantwoorden, maar ik kreeg vandaag twee reacties op mijn verhaaltje over Ovidius in Amsterdam, allebei van mensen die er meer van wisten. Ze verwezen me allebei naar de Tweede Wereldoorlog, toen het huis met het gevelsteentje, Prinsengracht 535, werd gebruikt door onderduikers. Ze trokken er in de zomer van 1941 in.

Eén ervan was Annie Zadoks-Josephus Jitta (1904-2000), de auteur van Antieke cultuur in beeld, een boek over de kunstgeschiedenis van de Oudheid dat zeker twee generaties lang in gebruik is geweest op alle Nederlandse gymnasia en lycea. Ook haar elfjarige zoon heeft er gewoond; hij was al vertrokken van dit adres toen de Duitsers de schuilplaats in de winter van 1942/1943 ontruimden. Annie werd meegenomen naar de Hollandsche Schouwburg, wist daar te ontsnappen en wist dankzij een vals persoonsbewijs de oorlog te overleven.

Lees verder “Meer kwakende kikkers”