Tyrannenmoord (6)

Septimius Severus (Archeologisch Museum Thessaloniki)
Septimius Severus (Archeologisch Museum Thessaloniki)

Didius Julianus heeft altijd de schijn tegen gehad dat hij het keizerschap als in een veiling heeft gekocht. Zijn eigen visie zal zijn geweest dat hij, doordat zijn rivaal Sulpicianus had willen nemen wat Pertinax aan Julianus had toegezegd, veel geld was kwijt geraakt om de wil van de vermoorde keizer uit te voeren. Dat hij de macht bij opbod had gekocht, is hoe zijn rivalen het in de weken erna definieerden. Die laster klinkt nog steeds door.

Toch valt tussen de regels door te lezen dat Julianus geen slechte keizer was. Hij ontsloeg het hoofd van de keizerlijke garde, Laetus: niet alleen had hij Commodus opgeofferd, hij was ook niet in staat geweest Pertinax te beschermen. Aan het hoofd van de garde stonden vanaf nu twee commandanten, die elkaar in de gaten konden houden. Julianus hield het hoofd koel toen de stedelijke bevolking de volgende dag rellen begon te trappen en ondernam geen actie tegen zijn persoonlijke vijanden, zoals Cassius Dio. Julianus’ probleem was dat hij geen leger had: alleen de keizerlijke garde steunde hem. En de garde had al twaalf jaar niet meer hoeven vechten.

Lees verder “Tyrannenmoord (6)”

Tyrannenmoord (5)

Didius Julianus
Didius Julianus

Ik blogde op oudejaarsdag over de staatsgreep waarmee de Romeinse keizer Commodus werd afgezet en Pertinax aan de macht kwam. Alles was zorgvuldig gepland: de keizer zou met gif worden gedood en als dat niet werkte, dan stond er een worstelaar klaar om korte metten te maken. Er was dus een plan-B. Een en ander gebeurde op oudejaarsdag, waarop de soldaten maar half zo waaks waren als anders. In de voorgaande tijd waren betrouwbare mensen benoemd op sleutelposities, met bijvoorbeeld Plautianus als hoofd van de vigiles en – mocht er toch militair geweld nodig zijn – met Geta en Lucius Septimius Severus als commandanten van de Donaulegers. Er was dus zelfs een plan-C. Door de zorgvuldige voorbereiding bleef het bloedvergieten beperkt tot één dode: de keizer.

Pertinax’ regering begon rustig en er waren eigenlijk maar twee wolkjes aan de hemel. Het ene was dat hij al oud was en er geen natuurlijke opvolger was: zijn zoon was pas twaalf en hoewel de Senaat hem alvast als caesar, kroonprins, wilde aanwijzen, vond de vader dat prematuur. Eerbewijzen kon de jongen krijgen als hij ze had verdiend. Er waren verschillende volwassen mannen die eveneens in aanmerking kwamen, zoals Didius Julianus, met wie Pertinax in het verleden had samengewerkt en die hem in verschillende functies was opgevolgd. Een andere kandidaat was de nieuwe burgemeester van Rome, Sulpicianus, die ook Pertinax’ schoonvader was. Omdat de keizer in goede gezondheid verkeerde, was er geen reden aan te nemen dat dit probleem acuut zou worden.

Lees verder “Tyrannenmoord (5)”

Tyrannenmoord (4)

Pertinax (Museum van Antiochië)
Pertinax (Museum van Antiochië)

De moord op Commodus was gepland – onze bronnen zijn daar expliciet over. Maîtresse Marcia, prefect Laetus en kamerheer Eclectus voelden zich bedreigd en namen het zekere voor het onzekere. Hun planning was grondig: ze handelden op oudejaarsdag, toen half Rome de feestmuts op had, en ze hadden in de persoon van de atleet Narcissus een plan-B voor het geval de gifmoord niet zou lukken.

Er zijn echter aanwijzingen dat de planning nog grondiger was en dat is de reden waarom ik in mijn tweede stukje inging op Commodus’ benoemingen in 191. Het ging om capabele mensen, maar er is meer aan de hand: de sleutelposities waren in handen van mannen die behoorden tot twee netwerken, enerzijds de vrienden van Pertinax, anderzijds een groep die afkomstig was uit de provincie die hij kort voor 190 had bestuurd, Africa.

Lees verder “Tyrannenmoord (4)”

Tyrannenmoord (3)

Pertinax (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)
Pertinax (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik liet u achter met de dood van Commodus die, door gif verzwakt, door een atleet werd gedood. Er waren nu vier mensen op de hoogte van wat was gebeurd in de keizerlijke privévertrekken: om te beginnen zijn maîtresse Marcia; dan de praetoriaanse prefect Laetus; de kamerheer Eclectus; en de atleet, Narcissus. Lang zouden ze het niet stil kunnen houden, want op nieuwjaarsdag zou de keizer de nieuwe consuls moeten verwelkomen.

Het was nu zaak heel snel – een kwestie van uren – een aanvaardbare keizer te zoeken die op 1 januari door iedereen kon worden erkend. “Iedereen”: dat wilde op de zeer korte termijn zeggen dat de nieuwe heerser de steun moest krijgen van de keizerlijke garde in de stad, van de andere veiligheidstroepen en van de Senaat. Het moest dus iemand zijn die én in Rome was én geloofwaardig kon beloven dat de garde haar geld en de senatoren het hun verschuldigde respect zouden krijgen. Op de middellange termijn moest het gaan om iemand die zou kunnen rekenen op de sympathie van de legers. Dit betekende dat het een competente generaal moest zijn, wat voor de lange termijn vanzelfsprekend ook wel praktisch was: graag een keizer die daadwerkelijk iets kón.

Lees verder “Tyrannenmoord (3)”