Interview met Daan Nijssen

Vandaag verschijnt het boek Het wereldrijk van het Tweestromenland van Daan Nijssen. Het is een geschiedenis van het antieke Nabije Oosten, een thema dat enerzijds belangrijk en boeiend is, maar anderzijds lastig. Veel van die namen, plaatsen en volken zijn ons immers vreemd. Nijssen, die online al publiceerde op zijn eigen blog en op Sargasso en die dus weet wat hij doet, heeft het kunststukje toch geflikt: een leesbaar boek over een van de grootste oude beschavingen.

Als de gezondheidssituatie beter was geweest, zou er vandaag een presentatie zijn geweest in het Rijksmuseum van Oudheden, maar zo heeft het niet mogen zijn. Het alternatief is per livestream; u leest er hier meer over en kunt zich daar aanmelden. Per e-mail heb ik hem geïnterviewd.

Lees verder “Interview met Daan Nijssen”

Een leeuw uit Perzië

Achaimenidische mantelgesp (Rijksmuseum van Oudheden Leiden)

Het logo van GrondslagenNet, waar komt dat vandaan? Ik zocht een voorwerp dat zich leende voor een abstract beeld, dus geen wandschildering uit Pompeii of zo. Ik wilde ook dat het iets was uit een Nederlands of Vlaams museum. Dus alle schatten uit het Louvre en het Vaticaan vielen af. Ten slotte wilde ik een motiefje dat in alle antieke culturen voorkwam. Dan kom je al vrij snel uit op de leeuw, die kunstenaars uit vrijwel alle beschavingen uit de Oudheid hebben afgebeeld. Ook in streken waar de koning der dieren niet voorkwam.

De bovenstaande leeuw is een mantelspeld uit Iran, vervaardigd in de vijfde of vierde eeuw v.Chr. Het voorwerpje is een centimeter of vijf groot en gemaakt van verguld zilver. Reken maar dat deze mantelspelden, die per twee werden gedragen, ooit hebben toebehoord aan een voorname Pers. Twee van die spelden zijn in 1960 aangekocht door het Rijksmuseum van Oudheden, waar het koppel nu is te zien op de afdeling Archeologie van het Nabije Oosten.

Lees verder “Een leeuw uit Perzië”

Xerxes’ non-comeback

Een Fenicisch oorlogsschip op eens munt uit Byblos (Nationaal Museum, Beiroet)

In 480 v.Chr. probeerde de Perzische koning Xerxes de Griekse stadstaten te onderwerpen. Hij veroverde Thessalië, zegevierde bij Thermopylai en Artemision, onderwierp Boiotië en verwoestte Athene. Ik heb er al eens over geblogd. Zijn vloot leed echter een nederlaag in de haven van Athene – de zeeslag bij Salamis – en daarop keerde Xerxes terug naar Klein-Azië. De slag bij Salamis geldt daarom als keerpunt in deze oorlog, ja als een gebeurtenis van wereldhistorische betekenis. Dat laatste is onzin, zoals ik hier uitleg, maar het eerste, tja, eigenlijk is het maar de vraag of Salamis zo belangrijk was.

Logistiek?

De grote, onoplosbare vraag is namelijk waarom de Perzen de winter niet benutten om hun vloot, die met 300 of 400 oorlogsbodems nog ruimschoots was opgewassen tegen de Griekse, verder te versterken en waarom ze niet profiteerden van het feit dat in het voorjaar van 479 de Atheners en Spartanen ruzieden over de te volgen koers.

Eén verklaring is dat het voor de Perzen onmogelijk was in de winter voldoende voedselvoorraden op te bouwen. Als dit correct is, was niet de zeeslag bij Salamis beslissend voor de uitkomst van de oorlog. Dan ligt de oorzaak van de Griekse overwinning vooral in de logistiek. De Perzen konden tegenover de technisch superieure Grieken alleen superieure aantallen stellen, maar die veronderstelden onmogelijk grote voedselvoorraden. De operatie moest zijn afgerond voor het einde van het vaarseizoen. De late zomer van 480 was de enige kans die de Perzen hadden gehad, stormen hadden het succes belet en Salamis was de klap geweest die ze niet meer te boven kwamen.

Lees verder “Xerxes’ non-comeback”

Verdachte transactie

Een Perzische “speerdrager”: reliëf uit Sousa, nu in het Louvre in Parijs.

Mooie foto hè, hierboven. Dat vond een mevrouw uit Italië ook. Ze was een boek aan het maken over de geschiedenis van Perzië en wilde deze foto daarin graag gebruiken. Dus ze mailde me en ik stuurde haar het digitale bestand. Daarna nam ze nog wat andere foto’s af en uiteindelijk stuurde ik haar een factuur voor de tijd die ik had besteed aan het zoeken naar de bestanden. Niets ingewikkelds, geen groot bedrag. Iedereen tevreden.

Tot de bank me schreef.

Verdachte transactie

De bank had een betaalopdracht gekregen uit het buitenland en wilde wat informatie ontvangen. Het betrof namelijk een betaling met de vermelding “nine photos of several Persia-related themes”. Perzië! Iran! Hóógst verdacht natuurlijk. En dan gaat het ook nog om fotografie die maar een paar tientjes kost. Dat maakte dit tot een zéér verdachte transactie.

Lees verder “Verdachte transactie”

Gaugamela: wat er gebeurde er nu echt?

Het Astronomische Dagboek dat de slag bij Gaugamela vermeldt (British Museum, Londen)

Ik liet u gisteren achter met de vraag wat er bij Gaugamela gebeurd kon zijn. Vast staat alleen dat de Macedonische koning Alexander de Grote er zijn Perzische collega Darius III Codomannus versloeg. Het gevecht voltrok zich in een stofwolk. Daarom kunnen we moeilijk kiezen tussen de twee bronnen die we hebben. De ene bron, Arrianus, beweert dat Darius als eerste op de vlucht sloeg en zijn leger meesleepte; de andere bron, Diodoros, meent dat de Perzische vleugels desintegreerden en dat Darius als laatste het slagveld verliet. Op basis van deze bronnen kunnen we niet bepalen wat er gebeurde. Gelukkig is er meer.

Het Astronomische Dagboek

Het is waarschijnlijk gegaan zoals Diodoros zegt. Dat valt af te leiden uit een Babylonisch kleitablet in het British Museum. Voor de liefhebbers: het Astronomische Dagboek van AD -330, obv. 14-18. (“AD -330” is astronomenjargon voor 331 v.Chr. en obv. staat voor de voorkant.)

De Macedoniërs bivakkeerden tegenover de koning (Darius). Op de ochtend van de vierentwintigste van de maand ululu (1 oktober) richtte de koning van de wereld (Alexander) zijn standaard op … De legers bestreden elkaar en een zware nederlaag werd toegebracht aan de troepen van de koning. De troepen verlieten de koning (Darius) en keerden terug naar hun steden; ze vluchtten naar de landen in het oosten.

De woorden “koning van de wereld” vormen de vertaling van Alexanders titel “koning van Azië”, een begrip dat de Babylonische klerken niets zei. Het gebruik ervan bewijst dat degene die dit opschreef de officiële Macedonische lezing van de veldslag kende. Hij liet zich echter niet op de mouw liet spelden dat Darius als een lafaard was gevlucht. Duizenden overlevenden van de veldslag hadden in Babylon iets anders verteld.

Voortekens

Het was namelijk geen schande toe te geven dat men was gevlucht. Uit andere delen van dit kleitablet valt de reden van de Perzische demoralisering af te leiden: een reeks voortekens. Eén daarvan was de maansverduistering op 13 ululu ofwel 20 september. De verklaring van dat voorteken is bekend uit het oud-oosterse voortekenhandboek, dat is overgeleverd op een reeks kleitabletten uit het drie eeuwen eerder verwoeste Nineveh:

Als op de dertiende of veertiende ululu de maan wordt verduisterd, de wake voorbijgaat en het donker blijft, de omtrekken van de maan donker zijn als lapis lazuli, ze verduisterd is tot aan haar middelpunt en haar westelijke kwadrant bedekt is, de westenwind waait, de hemel donker blijft en het licht bedekt is, dan zal de zoon van de koning een reinigingsritueel ondergaan voor de troon, maar hij zal de troon niet bestijgen. Een indringer zal een inval doen met de vorsten uit het westen; acht jaar zal hij het koningschap uitoefenen … een vijandelijk leger zal hij overwinnen; er zal overvloed en rijkdom op zijn weg zijn; hij zal voortdurend zijn vijand achtervolgen, en zijn voorspoed zal geen einde kennen.

Vanzelfsprekend herkende u het 29e Ahû-tablet van Enuma Anu Enlil obv. 59-61; de vertaling is van Bert van der Spek. Samenvatting: het zag er slecht uit voor Darius. Zijn zoon zou hem niet opvolgen. Zijn vijand mocht rekenen op acht jaar voorspoed.

Wat gebeurde er nou?

Dit soort voorspellingen waren geen geheim. En ze werkten als self-fulfilling prophecy. De aankondiging moet de soldaten in Darius’ leger van elk zelfvertrouwen hebben beroofd, want ook al kenden ze de finesses der astrologie niet, het was algemeen bekend dat een maansverduistering weinig goeds voor voorspelde voor hun koning. Toen de slag bij Gaugamela eenmaal was begonnen, lieten ze hun vorst dus in de steek.

Naschrift

En er is nog een vervolg: hier.

Gaugamela: waar Alexander Darius versloeg

Alexander: detail van de Alexandersarcofaag (Archeologisch Museum van Istanbul)

Na zijn nederlaag tegen Alexander de Grote in de slag bij Issos begon de Perzische koning Darius III Codomannus een nieuw leger op te bouwen, terwijl Alexander de havensteden van Fenicië innam om zijn vijanden de mogelijkheid van een vlootaanval te ontnemen. Het beleg van Tyrus is beroemd.

Na een vakantie in het niet langer verdedigde Egypte, waar Alexander probeerde de inheemse bevolking gunstig te stemmen door deel te nemen aan de inheemse cultus, keerden de Macedoniërs terug naar Syrië. Het plan was nu om, zoals de Griekse huurlingenleider Xenofon zeventig jaar eerder, langs de Eufraat naar Babylonië te trekken. Het Perzische cavalerieleger dat de oversteekplaats bewaakte, trok zich al snel terug. Dat leek een succesje, maar Alexander begreep dat een opmars langs de rivier nu onmogelijk was. De vijandelijke ruiters die voor hen uit trokken zouden immers al het voedsel vernietigen. Er restte niets anders dan een omweg langs de Tigris, dwars door het centrum van wat ooit het Assyrische Rijk was geweest. Darius had alle gelegenheid om achter de Tigris het terrein in gereedheid te brengen en zijn leger verder te trainen.

Dromedarissenbult

In september 331 maakten de legers contact, vlakbij het huidige Mosul, bij een heuvel die Gaugamela heette, Dromedarissenbult. Veel mannen in het Perzische leger zouden er hun vuurproef doorstaan.

Lees verder “Gaugamela: waar Alexander Darius versloeg”

Darius III Codomannus

Darius III Codomannus op het Alexandermozaïek (Pompeii, nu in het Archeologisch Museum van Napels)

De dood van de Perzische koning Artaxerxes III, waarmee ik het stukje van gisteren beëindigde, bood Filippos van Macedonië een uitgelezen kans op wraak voor de vernedering die hij bij Perinthos had ondergaan. Zoals gezegd hadden de Perzen niet alleen verhinderd dat Filippos de havenstad innam maar zelfs drie legers naar Europa overgezet. De Macedonische koning had vervolgens een oorlog met de Griekse stadsstaten nodig gehad. Die diende enerzijds om zijn prestige te herstellen en anderzijds om zijn rug te verzekeren voordat hij Perzië kon aanvallen. En nu was de gelegenheid gunstig.

Immers, in het oosterse wereldrijk verliep de successie vanouds problematisch. Het was het moment waarop de rijksgroten hun macht trachtten te vergroten ten koste van het centrale gezag. Dat daarbij in de regel burgeroorlog uitbrak, had Filippos kunnen lezen in HerodotosHistoriën, in KtesiasGeschiedenis van de Perzen en in Xenofons Anabasis. De Macedonische koning wist wat hem te doen stond en dwong in de winter van 338/337 de Griekse stadstaten een verdrag te tekenen waarin ze hun onderlinge conflicten beëindigden en hem erkenden als leider van een gemeenschappelijk leger dat tegen Perzië ten strijde zou trekken. De Griekse soldaten waren tegelijk gijzelaars die instonden voor het beleid van hun moedersteden.

Lees verder “Darius III Codomannus”

Het Perinthos-incident

Filippos II (Rheinisches Landesmuseum, Trier)

Het Perinthos-incident is niet heel bekend, maar het is een van de belangrijkste gebeurtenissen uit de oude geschiedenis. In de vierde eeuw v.Chr. beheersten Sparta, Athene en Thebe het Griekse politieke leven, maar Sparta was in 371 door Thebe kreupel gebeukt, Athene was na een dreigende Perzische interventie in 355 zijn imperium kwijtgeraakt en Thebe bloedde dood in de Derde Heilige Oorlog (356-346). De Perzische koning Artaxerxes III Ochos zag het gedonder in het noordwesten met genoegen aan. Het bood hem de gelegenheid zich te richten op het zuidwesten, waar hij in 343 een einde maakte aan de onafhankelijkheid van Egypte, dat zich rond 404 aan de Perzische macht had onttrokken.

Filippos

Een ander profiteur was koning Filippos, die in 360 aan de macht was gekomen in Macedonië, het koninkrijk dat voordien een van de tonelen was geweest waar Sparta, Athene en Thebe hun conflicten uitvochten. De nieuwe koning trok het initiatief al snel naar zich toe, breidde zijn koninkrijk uit met enkele goudmijnen en bouwde een op Perzische en Griekse leest geschoeid staatsapparaat.

Lees verder “Het Perinthos-incident”

Eunuch

Koning Jehu van Israël onderwerpt zich aan Šalmanasser van Assyrië, met links en rechts twee ša-rēši (British Museum, Londen; meer)

Hoe spreek je het woord “eunuch” uit? Het was een vraag die vanmorgen op Twitter langskwam en ineens moest ik eraan denken dat als ik over dit soort ontmande hovelingen spreek, ik de juiste uitspraak ook niet weet. Spreek je de eerste lettergreep van dit van oorsprong Griekse woord uit als /ui/, zoals in “Zeus”, of als /eu/, zoals in “eucalyptus”? En leg je de klemtoon op de eerste of de tweede lettergreep? Ik weet het gewoon niet, terwijl het toch een woord is dat ik professioneel weleens gebruik.

Ondertussen zijn het interessante mensen. In het oude Assyrië heetten ze ša-rēši, wat zoiets wil zeggen als “degene die staat bij het hoofd”. Dat “hoofd” kan letterlijk worden gelezen en kan dan betekenen dat de man –  u mag hier zelf een flauwe grap maken – heel dicht bij de vorst staat: hij is het oog des konings, hij heeft het oor van de heerser, hij verneemt alles uit de mond van de monarch zelf. Misschien is echter het hoofdeinde van een bed bedoeld en was de ša-rēši niet een hoge uitvoerende beambte maar een kamerling. Het Arabische woord ra’s heeft dezelfde ambiguïteit: het betekent zowel “hoofd” als “uiteinde” (bijv. in ras al-ghul, “hoofd van de demonen”, en in de namen van kapen, zoals Ras-Shamra, Ras al-Hillal, Ras al-A’ali).

Lees verder “Eunuch”

Zware cavalerie

Zwaar bepantserde Romeinse ruiter (Reliëf uit Adamclisi; afgietsel in het Limes Museum, Aalen)

In zijn prachtige catalogus van troepen die met de Perzische koning Xerxes naar Europa kwamen, beschrijft Herodotos allereerst de Perzen zelf.

Zij droegen de volgende uitrusting: een tiara of vilthoed met slappe rand, een geborduurd hemd met lange mouwen, daaronder een maliënkolder die eruitzag als visschubben, en ten slotte een pofbroek. Een metalen schild hadden ze niet, wel een beukelaar van gevlochten takken. Aan de binnenkant daarvan hing de pijlkoker. Verder waren ze voorzien van korte speren, formidabele bogen met rieten pijlen en ook nog dolken die aan de koppel naast de rechterheup waren bevestigd. (Historiën 7.61; vert. Hein van Dolen).

Dit type maliënkolder, bestaand uit allerlei kleine plaatjes, kennen we uit Centraal-Azië. Het was lichter flexibeler dan een plaatharnas en maakte het mogelijk grotere delen van het lichaam te bedekken. Droeg een ruiter zo’n schubbenpantser, dan had hij wel een sterk paard nodig, een Nesaïsche hengst zoals de Grieken het noemden, maar als dat edele dier écht sterk was, kon het ook zelf een maliënkolder krijgen.

Lees verder “Zware cavalerie”