Perzisch Cyprus

Cypriotisch mannenportret (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Rond 530 v.Chr. hadden de Perzen Cyprus onderworpen. De lokale heersers bleven aanvankelijk aan de macht, maar dit begon te veranderen tijdens het bewind van koning Darius (r.521-486), de grote organisator van het Achaimenidische Rijk. Hij verstevigde de Perzische greep op het eiland. Als we de Griekse onderzoeker Herodotos moeten geloven, was de directe oorzaak een conflict tussen Cypriotische heersers, waarbij Onesilos, de heerser van de noordelijke stadstaat Soloi, de macht overnam in Salamis. Behalve van Amathous ontving hij steun van het gehele eiland.

Tegelijkertijd – we hebben het over het 499 v.Chr. – kwamen de Griekse steden in Klein-Azië in opstand tegen de Perzische heersers. Om de orde te herstellen, stuurden de Perzen een expeditieleger, dat ook Cyprus zou passeren en daar de zaken zou regelen. Onesilos vroeg hulp van de Griekse rebellen, die hij vrijwel onmiddellijk ontving: net als koning Amasis van Egypte (zie hierboven) beseften de rebellen dat Cyprus een perfecte basis was om de Fenicische havens aan te vallen. Zolang ze Cyprus zouden beheersen, hadden ze geen Perzische vloot te vrezen.

Lees verder “Perzisch Cyprus”

Feniciërs, Assyriërs en Egyptenaren

Sargon op een reliëf uit Kition (Pergamonmuseum, Berlijn)

Als je op de hellingen van het Libanon-gebergte staat kun je bij zonsondergang, met een beetje geluk, de bergen van Cyprus herkennen: een dunne zwarte lijn aan de horizon. Het is gemakkelijk te begrijpen waarom de Feniciërs van Akko, Tyrus, Sidon, Berytus, Byblos en Aradus zich aangetrokken voelden tot het eiland in het westen, dat zo rijk was aan koper en hout.

Rond 820 v.Chr. namen de Tyriërs – om redenen waarover ik eerder deze week schreef – de verlaten stad Kition over. Het werd al snel een knooppunt in het Fenicische handelsnetwerk, dat een voortzetting was van het systeem uit de Bronstijd. Vanaf Cyprus zouden de Fenicische schepen varen naar Sicilië, naar Karthago en verder. Cyprus was nu weer verbonden met Egypte, Fenicië, Griekenland, Italië en het westelijke Middellandse Zee-gebied.

Lees verder “Feniciërs, Assyriërs en Egyptenaren”

Een oude en een nieuwe Xerxes

Faravahar, het zichtbare aspect van Ahuramazda (Persepolis)

In het eerste hoofdstuk van Xerxes in Griekenland behandel ik de informatie waarop oudheidkundigen hun reconstructie van zijn oorlog tegen de Grieken baseren. Dat is voornamelijk de tekst die bekendstaat als de Historiën van Herodotos. Dat boek, een amusante collectie verhalen met als rode draad de expansie van het Perzische Rijk, staat bomvol informatie en je kunt er diverse Xerxes-beelden uit distilleren. Meestal lezen mensen er een verhaal in over een harde oosterse heerser die enerzijds zijn menselijke maat tegenover de goden niet kende en anderzijds in staat was tot generositeit én een open oog had vrouwelijk schoon.

Die interpretatie lijkt gebaseerd op het Bijbelboek Esther. Daarin belandt Xerxes in problemen van eigen makelij, die hij niet zou hebben gehad als hij meer pietas zou hebben bezeten: het juiste respect voor de God boven hem en de mensen onder hem – in casu een koningin die hij in een dronken bui heeft beledigd. Toen Herodotos’ Historiën in West-Europa bekend werden, was deze Bijbeltekst het model bij de lectuur en de Historiën zijn rijk genoeg om voorbeelden te vinden om Xerxes op deze manier te interpreteren.

Lees verder “Een oude en een nieuwe Xerxes”

Koning en hoveling

Het defilé in Persepolis begint: de hoveling rechts kondigt het begin aan (Nationaal Museum Teheran)

Het bovenstaande reliëf uit Persepolis is een van de beroemdste uit de Perzische kunst. Middenin zit de koning. Je mag hem Darius noemen, omdat het reliëf is bedacht tijdens zijn regering, of Xerxes, omdat het tijdens zijn regering is gemaakt. In feite is het gewoon De Koning. De afbeelding lijkt een feest te weer te geven dat we voor het gemak zouden kunnen gelijkstellen aan het Nederlandse Prinsjesdag: de dag waarop de monarchie door het volk wordt bevestigd. In Nederland gebeurt dat met de troonrede, waarin de koning alle mooie plannen bekendmaakt, en roept iemand “leve de koning!”; in Perzië deelden de mensen over en weer geschenken uit.

Het defilé staat op het punt te beginnen en van rechts komt een hoffunctionaris aanlopen die de gasten aankondigt. Links van de koning – meer dan menshoog afgebeeld – staat zijn beoogde troonopvolger, ook wat groter dan de anderen. Ze hebben ruikers in hun hand om hun verheven positie aan te geven. Achter de kroonprins een religieuze functionaris, een doek voor de mond, en ’s konings wapendrager. De doek voor de mond heeft dezelfde functie als de twee wierookbranders middenin: de koning moet leven tussen de aangename geuren, dus geen mondgeur als iedereen hem een kushand toe blaast. Bedenk dat dit een tijd was waarin een rotte tand niet werd gevuld maar bleef rotten.

Lees verder “Koning en hoveling”

MoM | Je leest nooit slechts één tekst

Salamis

De zeeslag van Salamis vond plaats op 29 september 480 v.Chr. en de slag bij Marathon vond tien jaar eerder plaats. Over de maand waarin dat laatste gevecht plaatsvond, augustus of september, valt een boom op te zetten, maar over het jaar bestaat geen twijfel.

Beide gevechten zijn namelijk te dateren aan de hand van de magistraten in wier ambtsjaar de gebeurtenissen plaatsvonden. Marathon vond plaats toen Fainippos archont was, lezen we bij Ploutarchos, bij Aristoteles en in de inscriptie die bekendstaat als Marmor Parium, terwijl Salamis plaatsvond ten tijde van Kalliades, aldus Diodorus van Sicilië. Salamis valt bovendien te dateren aan de hand van een zonsverduistering enkele dagen later. Voeg nog toe dat Thoukydides weet dat er tien jaar tussen beide veldslagen verstreek en je hebt echt een sterk verhaal.

Vreemd is het dus niet dat elke tekstuitgave, elk commentaar en elke vertaling van Herodotos 490 v.Chr. vermeldt als datum voor de slag bij Marathon en 480 v.Chr. als het jaar van Salamis. Het is immers correct. Alleen: het staat helemaal niet bij Herodotos. Loop maar mee.

Lees verder “MoM | Je leest nooit slechts één tekst”

Herodotos’ Koninklijke Weg

Het netwerk van koninklijke wegen in het Perzische Rijk

Een van de aardigste inkijkjes in het Perzische Rijk in het aan inkijkjes in het Perzische Rijk bepaald niet arme geschiedwerk van Herodotos is zijn beschrijving van wat hij aanduidt als de Koninklijke Weg: de route van Sardes in het westen van het huidige Turkije naar het kerngebied van het Perzische Rijk. Hier is het begin, in de vertaling van Hein van Dolen:

Langs de hele route zijn koninklijke pleisterplaatsen met voortreffelijke herbergen te vinden. Er is geen gevaar te duchten, want de hele weg gaat door bewoond gebied. Op het stuk dwars door Lydië en Frygië liggen twintig van zulke pleisterplaatsen over een afstand van 520 kilometer. Aan de andere grens van Frygië stroomt de rivier de Halys. Daar staan poorten die je in ieder geval moet passeren om de rivier te kunnen oversteken en daar bevindt zich een belangrijke wachtpost. Na de overtocht naar Kappadocië gaat de reis verder tot de grenzen van Cilicië, een afstand van 572 kilometer, met 28 pleisterplaatsen. Aan deze grenzen staan twee poorten, beide zijn bewaakt. Die moet je voorbij om de weg door Cilicië te vervolgen, een afstand van drie dagreizen of 85 kilometer. (Historiën 5.52)

Het tracé is hier en daar opgegraven. In de Frygische stad Gordion was de straat bijvoorbeeld zes meter breed, maar dat zal niet overal het geval zijn geweest.

Lees verder “Herodotos’ Koninklijke Weg”

Herodotos’ Marathon

De grafheuvel bij Marathon

In 492 v.Chr. besloot koning Darius de Grote dat het tijd werd het Perzische Rijk te beschermen tegen aanvallen van de Yauna. Sommige groepen van deze piraten waren al onderworpen maar anderen hadden de voorafgaande jaren lelijk zitten stoken en hoewel ze geen bedreiging vormden voor de Perzische orde, was het verstandig een cordon sanitaire te scheppen tussen de al onderworpen “Yauna aan deze kant van de zee” en de onafhankelijke “Yauna aan de andere kant van de zee”. De eerste operatie was echter gericht tegen de “Zonnehoed-Yauna”, die zich in 492 onderwierpen aan generaal Mardonius. Wij noemen dit volk de Macedoniërs. De Yauna noemen wij Grieken: de Ioniërs in het Perzische Rijk en de onafhankelijke stadstaten daarbuiten.

Twee jaar later lanceerden de Perzische generaals Datis en Artafernes een scheepsexpeditie naar de Egeïsche eilanden. Als deze waren onderworpen en er een cordon sanitaire was geschapen, en als het vaarseizoen nog tijd overliet, zouden ze proberen het piratennest in Eretria in te nemen en in Athene een pro-Perzische alleenheerser aan de macht te brengen, Hippias.

Lees verder “Herodotos’ Marathon”