Semiramis’ nalatenschap

Het defilé in Persepolis begint: de hoveling rechts kondigt het begin aan (Nationaal Museum Teheran)
Reliëf uit Persepolis begint (Nationaal Museum Teheran)

Ik blogde een tijdje geleden over het feit dat de oudheidkundige disciplines iets negentiende-eeuws hebben behouden. We hebben immers te maken met gebrek aan data. De verbanden die we leggen, zijn daardoor empirisch zwak en moeilijk te toetsen. Weerleggen gaat dus lastig en zo gaan oude ideeën lange tijd mee. Wellicht ook wel omdat ze in een tijd waarin meer tijd was voor geschiedenisonderwijs ingang hebben kunnen vinden in het publiek bewustzijn.

De geschiedenis van het oude Perzië is een voorbeeld. Die werd aanvankelijk geschreven aan de hand van Griekse bronnen. Voor de Achaimenidische tijd zijn dat Herodotos, Xenofon, Ktesias en de Alexanderhistorici; voor de Parthische en Sasanidische periodes weer andere bronnen, die helaas net niet zo lekker lezen als de genoemde auteurs (wat misschien verklaart waarom deze tijdperken minder bekend zijn). Er zijn meer Griekse auteurs geweest die schreven over het oude Perzië, maar hun werk is grotendeels verloren gegaan. Ze zijn bekend uit citaten die u aantreft in een serie die bekendstaat als Die Fragmente der griechischen Historiker. Naar goed academisch gebruik wordt het consulteren daarvan voor het publiek geblokkeerd.

Lees verder “Semiramis’ nalatenschap”

Shapur II

Shapur II (Metropolitan Museum of Art, New York)
Shapur II (Metropolitan Museum of Art, New York)

Dit portret is dus gewoon mooi. Dat is iets waar ik meestal niet zo op let. Of misschien moet ik zeggen: heb gelet. Maar daarover zo direct meer. In principe maakt schoonheid echter niet zoveel uit: ik vind de Oudheid interessant en de esthetische dimensie is bijzaak. Als historicus wil ik alleen weten hoe de dingen zijn geweest – niet meer, niet minder – en of zo mooi of lelijk zijn, dat is niet zo heel erg belangrijk.

Zoals ik zei: “zo direct meer”. De esthetische kant van de zaak mag dan bijzaak zijn, ze is er wel degelijk. Net zoals een wiskundige op zich blij is met een bewijs, maar dubbel blij is als het bewijs ook elegant is. Of een andere vergelijking: een planeetwetenschapper wil weten hoe Pluto eruit ziet, maar is extra opgewonden als er een mooi plaatje is.

Lees verder “Shapur II”

Een Perzische scherf

Perzische soldaat (Archeologisch Museum Thessaloniki)
Perzische soldaat (Archeologisch Museum Thessaloniki)

Bovenstaande scherf is – ik erken het meteen – niet de grootste kunst ter wereld. U ziet links een mannetje met een rond hoofddeksel en in zijn handen een speer. De inscriptie is geschreven in een alfabet dat misschien Pamfylisch is. Ik weet dat niet zeker maar het prachtige archeologische museum van Thessaloniki verzekert in de toelichting dat het “een van de alfabetten uit het Perzische Rijk” is en dat is voor het moment voldoende.

Het mannetje zelf lijkt sterk op de Perzische soldaten die ook zijn afgebeeld op de trappen van de Apadana en de Tripylon in Persepolis. Dit soort hoofddeksels, een bolle kap gemaakt van asgrijs vilt, wordt nog steeds gedragen door Iraanse nomaden. Plaatje na de breek.

Lees verder “Een Perzische scherf”

Pazuzu

Pazuzu (Louvre, Parijs)
Pazuzu (Louvre, Parijs)

Ik ben Pazuzu, de zoon van Hanpa. De koning van de kwade stormgeesten die vol geweld en woede aan de bergen ontsnappen, dat ben ik.

Dat staat althans te lezen op de rug van dit handgrote Assyrische beeldje, dat tegenwoordig is te zien in het Louvre. De demonenkoning heeft een hondenkop met uitpuilende ogen, een graatmager lijf, vogelpoten en cherubijnenvleugels. Dat maakt hem weliswaar tot een sinister heerschap, maar schijn bedriegt.

Lees verder “Pazuzu”

Sogdië en Perzië

Een krijger van de Centraal-Aziatische steppe (British Museum)
Een krijger van de Centraal-Aziatische steppe (British Museum)

Zoals ik in de eerste aflevering in deze onregelmatige reeks over Centraal-Azië heb aangegeven, is de geschiedenis het beste samen te vatten als een viertal “vegen” over de landkaart, waarin achtereenvolgens de eenheid werd geschapen (een veeg van noord naar zuid die we kunnen associëren met de komst van de Indo-Iraanse volken), de religieuze scheidslijnen werden getrokken, de etnische kaart tot stand kwam en de huidige staten werden gevormd. Daar tussenin waren periodes van betrekkelijke rust.

Die eerste rustperiode duurde zo’n twee millennia, van ergens rond het midden van het tweede millennium v.Chr. tot de komst van de islam in de zevende eeuw. Er woonden verschillende verwante volken in het gebied, die elkaar redelijk konden verstaan en zaken als de vuurcultus met elkaar deelden. In Iran gaat het vanaf pakweg 900 v.Chr. om bijvoorbeeld de Perzen, Meden en Parthen, terwijl in het huidige Afghanistan de Arachosiërs en Baktriërs verbleven.

Lees verder “Sogdië en Perzië”

Lamassu

Lamassu uit Khorsabad (nu in het Louvre)
Lamassu uit Khorsabad (nu in het Louvre)

Misschien kwam het door overbejaging, misschien was er een andere reden, maar in elk geval zijn ze al in de Oudheid uitgestorven, de lamassu’s. De beesten leefden oorspronkelijk in het oude Assyrië, waar ze grote indruk moeten hebben gemaakt op de bevolking: soms vrij vliegend op hun adelaarsvleugels, soms stoer wandelend op hun stierenpoten, altijd intelligent denkend met hun mensenhoofd.

Lamassu’s waren intelligent, vrij en krachtig. Geen wonder dat de Assyrische koningen deze dieren gebruikten zoals wij waakhonden hebben: bij de poort hielden ze de wacht. Omdat ze vijf poten hadden, zag je er altijd minimaal vier, of je nu van voren of opzij keek. Indrukwekkend als ze waren, hielden ze elke vijand buiten. (De vakterm voor zulke kwaadafwerende wachters is “apotropaïsch”.)

Lees verder “Lamassu”