Eunuch

Koning Jehu van Israël onderwerpt zich aan Šalmanasser van Assyrië, met links en rechts twee ša-rēši (British Museum, Londen; meer)

Hoe spreek je het woord “eunuch” uit? Het was een vraag die vanmorgen op Twitter langskwam en ineens moest ik eraan denken dat als ik over dit soort ontmande hovelingen spreek, ik de juiste uitspraak ook niet weet. Spreek je de eerste lettergreep van dit van oorsprong Griekse woord uit als /ui/, zoals in “Zeus”, of als /eu/, zoals in “eucalyptus”? En leg je de klemtoon op de eerste of de tweede lettergreep? Ik weet het gewoon niet, terwijl het toch een woord is dat ik professioneel weleens gebruik.

Ondertussen zijn het interessante mensen. In het oude Assyrië heetten ze ša-rēši, wat zoiets wil zeggen als “degene die staat bij het hoofd”. Dat “hoofd” kan letterlijk worden gelezen en kan dan betekenen dat de man –  u mag hier zelf een flauwe grap maken – heel dicht bij de vorst staat: hij is het oog des konings, hij heeft het oor van de heerser, hij verneemt alles uit de mond van de monarch zelf. Misschien is echter het hoofdeinde van een bed bedoeld en was de ša-rēši niet een hoge uitvoerende beambte maar een kamerling. Het Arabische woord ra’s heeft dezelfde ambiguïteit: het betekent zowel “hoofd” als “uiteinde” (bijv. in ras al-ghul, “hoofd van de demonen”, en in de namen van kapen, zoals Ras-Shamra, Ras al-Hillal, Ras al-A’ali).

Lees verder “Eunuch”

Zware cavalerie

Zwaar bepantserde Romeinse ruiter (Reliëf uit Adamclisi; afgietsel in het Limes Museum, Aalen)

In zijn prachtige catalogus van troepen die met de Perzische koning Xerxes naar Europa kwamen, beschrijft Herodotos allereerst de Perzen zelf.

Zij droegen de volgende uitrusting: een tiara of vilthoed met slappe rand, een geborduurd hemd met lange mouwen, daaronder een maliënkolder die eruitzag als visschubben, en ten slotte een pofbroek. Een metalen schild hadden ze niet, wel een beukelaar van gevlochten takken. Aan de binnenkant daarvan hing de pijlkoker. Verder waren ze voorzien van korte speren, formidabele bogen met rieten pijlen en ook nog dolken die aan de koppel naast de rechterheup waren bevestigd. (Historiën 7.61; vert. Hein van Dolen).

Dit type maliënkolder, bestaand uit allerlei kleine plaatjes, kennen we uit Centraal-Azië. Het was lichter flexibeler dan een plaatharnas en maakte het mogelijk grotere delen van het lichaam te bedekken. Droeg een ruiter zo’n schubbenpantser, dan had hij wel een sterk paard nodig, een Nesaïsche hengst zoals de Grieken het noemden, maar als dat edele dier écht sterk was, kon het ook zelf een maliënkolder krijgen.

Lees verder “Zware cavalerie”

Multicultureel Memfis

Beeldje van een Centraal-Aziatische ruiter (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Het Romeinse Rijk geldt – niet ten onrechte – als een van de grootste multiculturele samenlevingen. Zeker in de grensgebieden was het een komen en gaan van mannen die in het ene deel van het imperium werden gerekruteerd, vervolgens in een ander deel dienden (en hun vriendin leerden kennen) en weer ergens anders konden worden gedemobiliseerd (en dan mochten trouwen). Ik verwijs nog eens naar de blogjes over de carrière van Velius Rufus en over het Tiende Legioen Gemina.

Opvallend als het Romeinse Rijk was, het was niet uniek en het was ook niet de eerste staat die soldaten over en weer verplaatste. De Perzen wisten ook van deze hoed en rand, al komt het meeste bewijsmateriaal uit één gebied: Egypte. Ik heb al eens geblogd over Judeeërs die de zuidgrens bewaakten en daar een eigen joodse tempel hadden. Bovenstaand beeldje uit het Allard Pierson-museum in Amsterdam documenteert een andere militaire eenheid. Denk er wel even een paard bij.

Lees verder “Multicultureel Memfis”

Achsenzeit

Boeddha (Nationaal Museum, Tasjkent)

Ik weet niet of ik u de roman Creation van Gore Vidal moet aanraden. Het idee was al lastig: een Perzische edelman, kleinzoon van Zarathustra, reist naar India en ontmoet de grondleggers van het jaïnisme en boeddhisme, reist naar China en ontmoet Confucius en Lao Tse, reist naar Griekenland en hoort Herodotos spreken, en dicteert aan Demokritos (die van de atoomtheorie) het verhaal van koning Xerxes. Dat is teveel name-dropping om geloofwaardig te zijn. Je zou misschien willen denken dat het boek overeind blijft als spoedcursus vergelijkende cultuurwetenschappen, maar daarvoor springt het ontbreken van de joden teveel in het oog. Dat Vidal een negatief portret van Athenes “gouden eeuw” baseert op een kritiekloze lectuur van Herodotos, zij het met reverse bias, maakt het eigenlijk ook nog tot een hypocriet boek.

Maar er is nog een dieper probleem. Al in de achttiende eeuw had de eerste westerse wetenschapper die het Perzische heilige boek Avesta bestudeerde, Abraham Hyacinthe Anquetil-Duperron – wat hadden ze destijds toch mooie namen –, geopperd dat de zesde/vijfde eeuw v.Chr. het moment vormde waarop de mensheid een soort spirituele geboorte meemaakte. In de Avesta kwamen ethische noties voor die ook elders doorklonken. Ook Mahavira en Boeddha, ook Confucius en Lao Tse, ook de Grieken stelden vragen over de relatie tussen mens en samenleving. We kunnen de door Vidal genegeerde joodse profeten Maleachi, Haggai, Zacharia toevoegen en de auteurs van het slot van Jesaja en de eerste hoofdstukken van Spreuken. De Duitse filosoof Karl Jaspers noemde deze creatieve periode de Achsenzeit, het tijdperk waarom de wereldgeschiedenis draaide.

Lees verder “Achsenzeit”

Misverstand: Gaugamela

Alexander met ramshoorns (Numismatisch museum, Athene)

Misverstand: Bij Gaugamela vond een belangrijke veldslag plaats

Sparta zou, nadat het Athene had verslagen, de machtigste staat van Griekenland moeten zijn, maar het was een omstreden hegemonie. In 395-386 verdedigde het zijn heerschappij tegen een coalitie van Argos, Korinthe, Thebe en Athene, dat van de Perzische koning een nieuwe vloot ter beschikking had gekregen. Meer oorlogen volgden. De Thebanen wisten de macht van de Spartanen te breken in de slag bij Leuktra, Athene verwierf en verloor een tweede bondgenootschap, en vanaf 354 tot 346 waren alle Griekse stadstaten met elkaar in oorlog.

De voornaamste resultaten van al dit bloedvergieten waren een snelle ontwikkeling van de krijgskunst, almaar grotere invloed voor Perzië en het verlies van Griekse controle over de gebieden in het noorden, waar de stammen van Macedonië zich verenigden. Vanaf 346 beheerste hun koning het noorden van Griekenland en het voornaamste Griekse heiligdom, Delfi.

Lees verder “Misverstand: Gaugamela”

Armeniër met kruik

Armeniër (Persepolis)

Ik blogde vanmorgen over een zilveren kan die, als oor, een gevleugelde steenbok had, rustend op een Bes. Een van de trouwe volgers van deze blog reageerde met de vraag dat hij zich probeerde een kruik voor te stellen met twee van steenbok-oren.

Hierboven hebt u een voorbeeld, al is draagt deze Armeniër een kan met griffioen-oren, die hij als cadeau zal aanbieden aan de Perzische koning. Te zien in Persepolis, op de oostelijke trap van de troonzaal. Gebouwd door Darius de Grote en gedecoreerd door knappe kunstenaars is dat een van de beroemdste kunstwerken uit de oude wereld.

Dit is dus een Achaimenidenvaas – Drs.P. is altijd in de buurt.

Een Achaimenidische Bes

Oor van een Achaimenidische kruik (Louvre, Parijs)

Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, ben ik vorige maand een paar dagen naar Parijs geweest. We bezochten de Al-‘Ula-expositie in het Institut du Monde Arabe en als u wil weten wat we daar zagen en waarom het interessant is, dan kunt u terecht op een drietal webpagina’s dat ik onlangs heb gewijd aan de IJzertijdstad Dedan, het bergheiligdom Umm Daraj en de Nabatese stad / het Romeinse fort Hegra. Mooie sculptuur.

Maar ons voornaamste doel was natuurlijk het Louvre en daar bekeken we onder andere de Perzische afdeling. Tot de mooiste voorwerpen behoort een prachtig, van zilver gemaakt en deels verguld beeldje van een gevleugelde steenbok dat ooit het oor is geweest van een metalen kruik. (Het andere oor is tegenwoordig te zien in Berlijn.) Ik had het beeldje al eerder gezien maar dit keer viel me iets op.

Lees verder “Een Achaimenidische Bes”

Deportatie en kruisiging (1)

Elamitische gedeporteerden (Louvre, Parijs(

Omdat ik het afgelopen jaar veel heb gevlogen en nu lijd aan vliegschaamte, besloot ik penitentie te doen met het lezen van Dominion, het laatste boek van Tom Holland, die getuige de ondertitel wil uitleggen hoe de Western Mind is ontstaan. Zijn ambitie neem ik hem niet kwalijk, integendeel. Wat ik echter jammer vind is dat hij het historische belang van het christendom wil beschrijven. Dat maakt het boek wat curieus want geen historicus heeft dat belang ooit betwijfeld.

Holland is echter geen historicus. En dat wreekt zich.

Ik wil de komende tijd enkele stukjes schrijven over zijn aanpak en tonen dat hij door gebrek aan vakkennis fouten maakt. Vandaag zijn feiten. Dat zijn namelijk geen feiten maar decorstukken in wat Holland presenteert als een drama.

Lees verder “Deportatie en kruisiging (1)”

Perzisch Cyprus

Cypriotisch mannenportret (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Rond 530 v.Chr. hadden de Perzen Cyprus onderworpen. De lokale heersers bleven aanvankelijk aan de macht, maar dit begon te veranderen tijdens het bewind van koning Darius (r.521-486), de grote organisator van het Achaimenidische Rijk. Hij verstevigde de Perzische greep op het eiland. Als we de Griekse onderzoeker Herodotos moeten geloven, was de directe oorzaak een conflict tussen Cypriotische heersers, waarbij Onesilos, de heerser van de noordelijke stadstaat Soloi, de macht overnam in Salamis. Behalve van Amathous ontving hij steun van het gehele eiland.

Tegelijkertijd – we hebben het over het 499 v.Chr. – kwamen de Griekse steden in Klein-Azië in opstand tegen de Perzische heersers. Om de orde te herstellen, stuurden de Perzen een expeditieleger, dat ook Cyprus zou passeren en daar de zaken zou regelen. Onesilos vroeg hulp van de Griekse rebellen, die hij vrijwel onmiddellijk ontving: net als koning Amasis van Egypte (zie hierboven) beseften de rebellen dat Cyprus een perfecte basis was om de Fenicische havens aan te vallen. Zolang ze Cyprus zouden beheersen, hadden ze geen Perzische vloot te vrezen.

Lees verder “Perzisch Cyprus”

Feniciërs, Assyriërs en Egyptenaren

Sargon op een reliëf uit Kition (Pergamonmuseum, Berlijn)

Als je op de hellingen van het Libanon-gebergte staat kun je bij zonsondergang, met een beetje geluk, de bergen van Cyprus herkennen: een dunne zwarte lijn aan de horizon. Het is gemakkelijk te begrijpen waarom de Feniciërs van Akko, Tyrus, Sidon, Berytus, Byblos en Aradus zich aangetrokken voelden tot het eiland in het westen, dat zo rijk was aan koper en hout.

Rond 820 v.Chr. namen de Tyriërs – om redenen waarover ik eerder deze week schreef – de verlaten stad Kition over. Het werd al snel een knooppunt in het Fenicische handelsnetwerk, dat een voortzetting was van het systeem uit de Bronstijd. Vanaf Cyprus zouden de Fenicische schepen varen naar Sicilië, naar Karthago en verder. Cyprus was nu weer verbonden met Egypte, Fenicië, Griekenland, Italië en het westelijke Middellandse Zee-gebied.

Lees verder “Feniciërs, Assyriërs en Egyptenaren”