Herodotos’ Koninklijke Weg

Het netwerk van koninklijke wegen in het Perzische Rijk

Een van de aardigste inkijkjes in het Perzische Rijk in het aan inkijkjes in het Perzische Rijk bepaald niet arme geschiedwerk van Herodotos is zijn beschrijving van wat hij aanduidt als de Koninklijke Weg: de route van Sardes in het westen van het huidige Turkije naar het kerngebied van het Perzische Rijk. Hier is het begin, in de vertaling van Hein van Dolen:

Langs de hele route zijn koninklijke pleisterplaatsen met voortreffelijke herbergen te vinden. Er is geen gevaar te duchten, want de hele weg gaat door bewoond gebied. Op het stuk dwars door Lydië en Frygië liggen twintig van zulke pleisterplaatsen over een afstand van 520 kilometer. Aan de andere grens van Frygië stroomt de rivier de Halys. Daar staan poorten die je in ieder geval moet passeren om de rivier te kunnen oversteken en daar bevindt zich een belangrijke wachtpost. Na de overtocht naar Kappadocië gaat de reis verder tot de grenzen van Cilicië, een afstand van 572 kilometer, met 28 pleisterplaatsen. Aan deze grenzen staan twee poorten, beide zijn bewaakt. Die moet je voorbij om de weg door Cilicië te vervolgen, een afstand van drie dagreizen of 85 kilometer. (Historiën 5.52)

Het tracé is hier en daar opgegraven. In de Frygische stad Gordion was de straat bijvoorbeeld zes meter breed, maar dat zal niet overal het geval zijn geweest.

Lees verder “Herodotos’ Koninklijke Weg”

Herodotos’ Marathon

De grafheuvel bij Marathon

In 492 v.Chr. besloot koning Darius de Grote dat het tijd werd het Perzische Rijk te beschermen tegen aanvallen van de Yauna. Sommige groepen van deze piraten waren al onderworpen maar anderen hadden de voorafgaande jaren lelijk zitten stoken en hoewel ze geen bedreiging vormden voor de Perzische orde, was het verstandig een cordon sanitaire te scheppen tussen de al onderworpen “Yauna aan deze kant van de zee” en de onafhankelijke “Yauna aan de andere kant van de zee”. De eerste operatie was echter gericht tegen de “Zonnehoed-Yauna”, die zich in 492 onderwierpen aan generaal Mardonius. Wij noemen dit volk de Macedoniërs. De Yauna noemen wij Grieken: de Ioniërs in het Perzische Rijk en de onafhankelijke stadstaten daarbuiten.

Twee jaar later lanceerden de Perzische generaals Datis en Artafernes een scheepsexpeditie naar de Egeïsche eilanden. Als deze waren onderworpen en er een cordon sanitaire was geschapen, en als het vaarseizoen nog tijd overliet, zouden ze proberen het piratennest in Eretria in te nemen en in Athene een pro-Perzische alleenheerser aan de macht te brengen, Hippias.

Lees verder “Herodotos’ Marathon”

Herodotos’ catalogi

De Lydiërs (reliëf uit Persepolis)

Er zijn teksten die je het liefste overslaat. Wie de Bijbel begint te lezen en begint bij Genesis, zal doorgaans afhaken halverwege Exodus, als er een eindeloze reeks ge- en verboden begint die doorloopt in Leviticus, Numeri en Deuteronomium. (Het is beter de Bijbel anders te lezen.) Wie de Ilias leest, zal vermoedelijk in het tweede boek de zogeheten Scheepscatalogus overslaan: een opsomming van Griekse steden die deelnamen aan de Trojaanse Oorlog. En in HerodotosHistoriën liggen grote delen van de boeken Drie en Zeven klaar om te worden genegeerd.

In Boek Drie is dat een overzicht van alle provincies in het Perzische Rijk: een lange reeks van belastingdistricten. De lijst, die vermoedelijk is opgesteld door Herodotos’ voorganger Hekataios van Milete, biedt een overzicht van alle volken waarover koning Darius de Grote regeerde. Echt leuk is het op het eerste gezicht niet, al is het hierin opgenomen verhaal over goudwinning in India de moeite meer dan waard. Ik zal het straks online plaatsen.

Lees verder “Herodotos’ catalogi”

Herodotos’ halflegendarische volken

Perzisch reliëf van een Nubiër

Een van onhebbelijkheden van antieke auteurs is dat ze bij het schrijven niet het fatsoen hadden rekening te houden met ons. Ik ga niet lang zoeken naar een voorbeeld en neem Herodotos, over wie ik momenteel wel vaker blog, en neem ook Nubië, waarover de al eerder beschreven expositie is in het Drents Museum. Herodotos heeft het evident over Nubië als hij vertelt dat de Perzische koning Kambyses wilde oprukken naar de hoofdstad van een koninkrijk ten zuiden van Egypte. De vraag is welke hoofdstad dat was: Napata of Meroë.

Napata was de oude hoofdstad, maar na de verwoestingen die koning Psamtek II van Egypte daar had aangericht – ik blogde er onlangs over – verplaatsten de Nubiërs hun residentie naar Meroë. Voor de interpretatie van Kambyses’ beleid scheelt het nogal wat zijn doel was. Rukte hij op naar Napata, dan zette Kambyses het beleid voort van de eerdere koningen van Egypte; was het daarentegen Meroë, dan was het beleid aanzienlijk ambitieuzer, om niet te zeggen irreëel. Er is echter een dieper probleem: Herodotos noemt Kambyses’ vijanden “Ethopiërs”.

Lees verder “Herodotos’ halflegendarische volken”

Behistun en Herodotos

Darius (meer dan manshoog) en achter hem Xerxes (bijna een kop groter dan de rest van de aanwezigen) staan op het punt de representanten van de onderworpen volken te gaan ontvangen. De hoveling rechts kondigt het begin aan van het defilé. Links twee wachters, de koninklijke wapendrager en de opper-magiër, helemaal rechts nog twee wachters. (Nationaal Museum Teheran)

Met een oog op de laatste dagen van de Irantentoonstelling in het Drents Museum heb ik de afgelopen dagen geblogd over de Behistuninscriptie: de sleutel om het spijkerschrift te ontcijferen, het model voor de beschrijving die Herodotos gaf van de staatsgreep van de Perzische koning Darius én een verhaal dat Herodotos heeft laten liggen.

Als u de twee voorafgaande stukken hebt gelezen, waarin ik vertelde over de burgeroorlog die uitbrak ná Darius’ staatsgreep, dan kunt u een vermoeden hebben waarom Herodotos er niet op inging: het is eigenlijk nogal saai – en dan heb ik het nog niet gehad over de eigenlijke inscriptie, die helemáál stereotiep is. Ik beken dat ik de amusementswaarde van Herodotos’ vertelling over Darius’ inname van Babylon aanzienlijk hoger vind dan het gortdroge verhaal uit de Behistuninscriptie. Dat zullen de Grieken ook wel hebben gevonden, want die zullen het verhaal van Zopyros hebben herkend als een knipoog naar het (ons alleen uit een uittreksel bekende) epische gedicht Ilioupersis. Daarin viel te lezen dat de Griek Sinon zich aandiende bij de Trojanen en hun op de mouw spelde dat ze het Trojaanse Paard moesten binnenhalen. (Vondels Vosmaer de Spie is een derde voorbeeld van dit motief.)

Lees verder “Behistun en Herodotos”

Behistun (5)

Darius en zijn verslagen tegenstanders

Darius had, zo weten we uit de Historiën van Herodotos en dankzij de Behistuninscriptie, het koningschap bemachtigd en had het rebellerende Babylon getuchtigd. Het Perzische Rijk leek in rustiger vaarwater te komen en leek als eenheidsstaat te zijn gered. Leek, want in de laatste dagen van het jaar 522 ontving de nieuwe koning slecht nieuws.

Terwijl ik verbleef in Babylon, kwamen deze provincies tegen mij in opstand: Persis, Elam, Medië, Assyrië, Egypte, Parthië, Margiana, Sattagydia en Skythië. (Behistuninscriptie 21)

Uiteraard waren dit geen opstanden. Dat veronderstelt immers dat er een moment was geweest waarop deze gebieden Darius als heerser hadden erkend en dat was niet het geval. Dit waren gebieden die na de dood van Kambyses en Bardiya/Gaumata voor zichzelf waren begonnen en niet van zins waren hun herwonnen onafhankelijkheid op te geven. De lijst is overigens niet eens compleet: Herodotos weet dat de satraap van Lydië (in wat nu Turkije is) eveneens een nogal onafhankelijke koers was gaan varen.

Lees verder “Behistun (5)”

Behistun (4)

Een Perzische soldaat (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

De Behistuninscriptie beschrijft hoe Darius koning werd, een verhaal dat ook Herodotos vertelt, al lijkt er een mondelinge tussenschakel geweest. We zagen ook dat de Griekse onderzoeker moeiteloos overschakelt op een oosters sprookje als hij dat blijkt te kennen. En soms laat hij iets liggen. Hij weet bijvoorbeeld van een opstand van de Meden (vermeld in Historiën 1.130) maar gaat er nauwelijks op in. Het past blijkbaar niet in het plan van zijn boek. Als het gaat om de stad Babylon, zo zullen we zien, kiest Herodotos eveneens voor een fantastisch verhaal en niet voor de zakelijke beschrijving die hij uit de mondeling doorgegeven Behistuninscriptie moet hebben gekend. Babylon moest voor in zijn Historiën iets bijzonders zijn.

Welk verhaal liet hij liggen? Wat ontdekte Rawlinson over de geschiedenis van Perzië dat in zijn tijd niet al bekend was? Dat is het verhaal van de burgeroorlog na Darius’ troonsbestijging: hij moest negentien keer slag leveren in één jaar. Het verslag is redelijk slaapverwekkend en je begrijpt dat Herodotos het liet liggen. Cyrus en Kambyses hadden de volken van Azië onderworpen en Gaumata zou ze, althans volgens Herodotos, een belastingvrijstelling hebben verleend. Dat lijkt op een concessie aan groepen die geen eenheidsstaat wilden. Darius wilde die wél en moest optreden tegen separatisten. Hijzelf zegt:

Lees verder “Behistun (4)”