Artabazos

Een Perzisch edelman (Nationaal Museum, Teheran)

Het identificeren van de bronnen van HerodotosHistoriën is voor oudhistorici een geliefde tak van sport. Hij noemt zelf een hoop mensen die hem te woord zouden hebben gestaan en daaronder zijn niet de geringsten. Hij claimt bijvoorbeeld dat hij in Egypte, dat hij mogelijk heeft bezocht tijdens de Atheense expeditie naar dat land in 459-454 v.Chr., te hebben gesproken met “de priesters van Hefaistos in Memfis”, dat wil zeggen de geestelijkheid van de allerheiligste tempel van Ptah. Dat is toch een beetje alsof je vertelt dat je tijdens je verblijf in Iran een grootayatollah hebt gesproken.

Niettemin: hij lijkt zich te hebben laten informeren in vrij hoge kringen. Dat hij bijvoorbeeld de Spartaanse koningin Gorgo heeft gesproken, de echtgenote van Leonidas, lijkt me redelijk zeker. Tijdens het schrijven van mijn boek Xerxes in Griekenland kreeg ik het idee dat ik misschien nog iemand wist te identificeren.

Lees verder “Artabazos”

Mykale en de Feniciërs

Perzisch kapiteel uit Sidon, waar de Perzisch vloot een van zijn voornaamste bases had (Nationaal Museum, Beiroet)

De zeeslag bij Salamis, een eiland voor de kust van Athene, geldt als een keerpunt in de wereldgeschiedenis. De Perzen hadden in de zomer van 480 v.Chr. de Griekse vloot bij Artemision verslagen en het Griekse leger bij Thermopylai, hadden de macht overgenomen in Midden-Griekenland en hadden Athene ingenomen. Ze moesten alleen de resterende Griekse schepen nog verdrijven van Salamis om onverstoord gebruik te kunnen maken van de havens van Athene en door te stoten over de istmus van Korinthe. Het mocht niet zo zijn: de Griekse vloot versloeg de Perzische, waardoor de Perzen hun aanvoerlijnen over zee niet veilig hadden weten te stellen voor de winter inviel. De terugtocht was onvermijdelijk en volgens de negentiende-eeuwse interpretatie overleefde zo de Griekse cultuur deze aanval van barbaarse Aziatische horden.

Dat dit kwakgeschiedenis is, heb ik in februari al eens beschreven en in augustus nog eens. En het komt ook aan de orde in mijn nieuwe boek, Xerxes in Griekenland, dat in feite gaat over de wijze waarop het verleden, doordat oudheidkundigen kwakhistorici niet beter tegenspreken, de laatste tijd is gepolitiseerd. Als u mijn schrijfsels moe bent, leest u Max Webers “Kritische Studien auf dem Gebiet der kulturwissenschaftlichen Logik” (1905) maar. Waar het mij vandaag om gaat is een simpel krijgshistorisch probleem: waarom keerden de Perzen niet terug? Hun leger was onverslagen, hun vloot was nog intact. De schepen lagen in de winter in Kyme, waar ze werden opgekalefaterd. Vermoedelijk was de Perzische vloot, die bestond uit zwaardere en snellere schepen dan de Grieken konden inzetten, ook nog steeds numeriek superieur aan de Griekse zeestrijdmacht. Simpel gezegd: de beslissing viel niet bij Salamis maar in de winter erna.

Lees verder “Mykale en de Feniciërs”

Marathon in Brescia

De slag bij Marathon (Brescia, Museo Sta Giulia)

De gevechtsscène hierboven is te zien op een sarcofaag in het Museo di Santa Giulia in Brescia in Noord-Italië. Het was in het Romeinse Rijk heel erg gebruikelijk om veldslagen af te beelden op grafkisten: vaak gaat het dan om taferelen uit de Trojaanse Oorlog of de strijd tussen de Grieken en de Amazonen. Dit is echter geen mythologisch gevecht: het stelt de laatste fase voor van de Slag bij Marathon, waarin de Atheners een Perzisch leger terugdreven. Dat was in 490 v.Chr.

Dertig, veertig jaar later wijdden de Atheners een monument aan hun overwinning: de Stoa Poikile of “geschilderde colonnade”. Op de agora zijn, vlakbij de metrolijn, enkele resten te zien. Er waren vier fresco’s, gemaakt door óf Polygnotos óf Mikon en Panainos (de bronnen spreken elkaar tegen), en de laatste van het kwartet toonde het gevecht op de vlakte van Marathon. De Griekse schrijver Pausanias vermeldt “een gevecht bij de schepen waarin de Grieken de Perzen afslachtten die wilden inschepen”.

Lees verder “Marathon in Brescia”