Eutropius (5): De feiten verantwoorden

Kleio, de muze van de historische wetenschappen.

Terwijl u dit op leest, breng ik een bezoek aan het nieuwe Nabu-museum in Batrun. Daar ga ik zeker over bloggen, maar het zal wel volgende week worden. Om u toch te vervelen met de Oudheid, bied ik u in tien afleveringen de tekst aan van de inleiding die ik schreef voor de vertaling die Vincent Hunink maakte van de Korte geschiedenis van Rome van de laat-Romeinse auteur Eutropius. Als alles goed gaat, verschijnt die medio november. Het eerste deel van deze reeks vindt u hier.

Toen Polybius zijn negenendertig boekrollen over de opkomst van Rome had voltooid, voegde hij een veertigste toe, waarin hij zijn werkzaamheden verantwoordde. Dat lijkt het eerste deel te zijn geweest dat kopiisten niet langer overschreven, zodat het verloren is gegaan. In de Oudheid bekreunde men zich niet erg om de controleerbaarheid van een geschiedverhaal. Lucianus, die in Hoe schrijf je geschiedenis? vertelt wat de Romeinen van een historicus verwachtten, heeft over het tweede punt op ons lijstje van vijf weinig te melden. Eutropius kan het maar weinig schelen: hij geeft op precies één plaats aan waar zijn informatie vandaan komt en vrijwel zeker heeft hij dat overgeschreven uit een uittreksel van Livius’ verloren twintigste boek.

Lees verder “Eutropius (5): De feiten verantwoorden”

Eutropius (4): De feiten vaststellen

Polybius. Afgietsel uit het Museo nazionale della civiltà romana, Rome

Terwijl u dit op leest, ben ik voor mijn werk een dagje in Sidon. Omdat ik vermoedelijk geen tijd zal hebben voor mijn dagelijkse stukje, bied ik u in tien afleveringen de tekst aan van de inleiding die ik schreef voor de vertaling die Vincent Hunink maakte van de Korte geschiedenis van Rome van de laat-Romeinse auteur Eutropius. Als alles goed gaat, verschijnt die medio november. Het eerste deel van deze reeks vindt u hier.

Toen de historicus Polybius in de tweede eeuw v.Chr. beschreef hoe de Romeinen het Middellandse Zee-gebied hadden verenigd, had hij daarvoor negenendertig boekrollen nodig. Een halve eeuw later gebruikte Valerius Antias eens zoveel rollen voor een geschiedenis van de Romeinse Republiek. Toen Titus Livius aan het begin van onze jaartelling dezelfde materie behandelde, besloeg het resultaat 142 boekrollen. Het moge duidelijk zijn dat Antias en Livius minder tijd besteedden aan archiefonderzoek dan aan het schrijven van hun tekst. Anders dan Polybius, die ooggetuigen interviewde, baseerden Antias en Livius zich op eerdere auteurs, die ze zorgvuldig lazen en in eigen woorden navertelden.

Lees verder “Eutropius (4): De feiten vaststellen”

Polybios’ portret

Polybius. Afgietsel uit het Museo nazionale della civiltà romana, Rome
Polybius. Afgietsel uit het Museo nazionale della civiltà romana, Rome

Het plaatje hierboven toont Polybios van Megalopolis, een Griekse aristocraat die, na een desastreus verlopen oorlog tegen de Romeinen, als gijzelaar werd meegenomen naar Rome. Daar had hij het geluk te worden geïnterneerd bij de familie Cornelius Scipio en vriendschap te kunnen sluiten met Publius Cornelius Scipio Aemilianus, die was voorbestemd tot een grootse militaire carrière. In 146 v.Chr. veroverde hij Karthago en in 133 de belangrijke Spaanse stad Numantia.

Polybios kon met hem mee op campagne en kreeg zo de gelegenheid informatie te verzamelen voor een van de betere geschiedwerken uit de Oudheid. Deze briljante wereldgeschiedenis beslaat de periode vanaf 220 tot 146 v.Chr.: de driekwart eeuw waarin Rome het Middellandse Zee-gebied onderwierp en verenigde.

Lees verder “Polybios’ portret”