David Bowie

Ik zocht vanmiddag iets anders maar vond dit. Jaren niet op gehad. Nu klonk het ineens weer zoals ik het ooit voor het eerst hoorde. De wonderlijk hypnotiserende dreun. De onvermijdelijkheid. Het optimisme tegen de klippen op. Voor een moment was ik weer zestien, woonde ik bij mijn ouders in Apeldoorn, was ik nog nooit in Berlijn geweest en had ik alleen maar een mooi stuk vinyl gehaald uit de fonotheek in Deventer.

En vanmiddag was ik weer overdonderd, weggevaagd.

Hole

Kurt Cobain was nog niet zo heel lang dood toen Hole, de band van zijn echtgenote Courtney Love, optrad in Paradiso. Of beter: de band had daar een optreden zullen verzorgen maar liet op zich wachten. Het voorprogramma was allang klaar, er gebeurde weinig op het podium. Het viel me op hoe jong het publiek was en hoeveel jongens een vlasbaardje droegen. Net zoals hun overleden idool.

Uiteindelijk behaagde het de dames en heer van Hole om hun optreden te beginnen. Het eerste nummer was Plump. Daarna speelden ze nog drie nummers en toen was het optreden alweer voorbij: iemand had vanaf het balkon iets naar het podium gegooid en dat was mevrouw Love allerminst bevallen, dus ze was over een versterker naar boven geklommen en stond daar op iemand in te meppen. Het gebeurde ongeveer vijf meter van me vandaan.

Lees verder “Hole”

Nee, het is geen inspiratie, laat staan invloed

Ik zou het best leuk vinden als de Beach Boys inspiratie waren komen opdoen bij de Koptische kunst in het Rijksmuseum van Oudheden, en met de bovenstaande foto zou je het mensen nog op de mouw kunnen spelden ook. Maar neem van mij aan dat de Beach Boys dit mooie reliëf nooit hebben gezien. Ook de onderstaande parallellen zijn nep.

Lees verder “Nee, het is geen inspiratie, laat staan invloed”

Buzzcocks

Er is een fraai verhaal – en het is nog waar ook* – dat BBC-diskjockey John Peel, nadat hij “Teenage Kicks” van The Undertones had gedraaid, de single nog een tweede keer draaide, met de historische woorden “It doesn’t get much better than this”. Dat was 1978 en het is makkelijk te begrijpen waarom Peel er zo over dacht. “Teenage Kicks” heeft alles wat een liedje moet hebben.

Ik heb dat toen niet mee gekregen. Ik was aan het puberen op een Apeldoornse middelbare school en de muziek waar wij naar luisterden was Grease, al kan ik niet zeggen dat de nieuwe muziek ongemerkt aan ons voorbij ging. Onze conrector, meneer Duzijn, kwam midden in het jaar op een brommer door de gangen van de school knetteren, verkleed als punk-sinterklaas. Zelfs de nieuwbouwwijk Zevenhuizen kon zijn momenten hebben.

Lees verder “Buzzcocks”

Yas, Arabology

Yas

Het begon met een misverstand. Een vriendin had gehoord over een rapper uit Iran, Yas, die in zijn teksten aangaf zijn identiteit te baseren op zijn Perzische verleden. Zoals ik al schreef, vind ik dat geen prettige manier om met geschiedenis om te gaan, maar dat betekent niet dat ik geen begrip zou hebben voor Yas’ nationalistisch strijdlied. De aanleiding was namelijk de wijze waarop de oude Perzen werden getypeerd in de speelfilm 300: beestachtiger nog dan in het oorspronkelijke stripverhaal (meer).

Yas’ muziek was aardig genoeg om op Youtube verder te zoeken, en zo vond ik het onderstaande liedje, “Get it right”. Ik erken dat het niet veel om het lijf heeft. Het clipje begint stom, het Arabische deel van de tekst is een telliedje zoals ook in Sesamstraat wordt gezongen, en de Engelse tekst is ook niet bepaald verheffend. Maar het videoclipje is geweldig: een verzameling beelden van het dagelijks leven van gewone, jonge middenklassemensen in Cairo. Robert Altman zou de verschillende verhaallijnen hebben kunnen filmen en zo hebben kunnen documenteren hoe het Nabije Oosten werkelijk is. (Het kan zijn dat je even moet doorklikken.)

Lees verder “Yas, Arabology”

Aristoteles over David Bowie

Aristoteles (Kunsthistorisches Museum, Wenen)

Eén van de meest antieke ideeën waar ik de meeste moeite mee heb, is Aristoteles‘ axioma dat dingen een natuurlijke vorm zouden hebben. Als dat betekent dat een eikel kan uitgroeien tot een eik, heb ik er geen moeite mee, maar het wordt lastiger als de filosoof in de Poetica de toneelstukken van zijn eigen tijd beschouwt als datgene wat altijd de bedoeling is geweest, en de grote tragici van de vijfde eeuw typeert als niets meer dan stappen in de richting van wat het altijd al had moeten zijn.

Voor het moderne gevoel is de vorm van het toneel een afgeleide van de inhoud. Heb je een plot die met twee acteurs kan, dan neem je er twee, zoals in Heijermans’ Brand in de Jongejan; heb je er vier nodig, zoals Sofokles in Oidipous in Kolonos, dan neem je er vier. Er bestaat geen natuurlijke eis dat het er drie zouden moeten zijn.

Lees verder “Aristoteles over David Bowie”