De Valtherbrug

Het veengebied waar de Valtherbrug lag, zoals het er nu uitziet

Ik blog nu al dagen over de Mediterrane wereld, dus we moeten eens rap overschakelen naar onze eigen contreien. Naar het Drentse dorpje Valthe om precies te zijn, waar in de Romeinse tijd een enorm bouwwerk was te vinden, de zogeheten Valtherbrug. Dit was een van hout gemaakte weg door het veengebied dat de grens vormt tussen oostelijk Drenthe en het zuidoosten van Groningen. Hoewel waterbouwkundig ingenieur J.W. Karsten geldt als degene die de weg in 1818 heeft ontdekt, waren het turfstekers die hem er al een jaar eerder op hadden geattendeerd. U ziet het parcours hier.

Knuppelweg

Houten veenwegen waren niet zeldzaam. Ze zijn al aangelegd in het vierde millennium v.Chr. en werden nog steeds gebouwd in de zeventiende eeuw. Na Christus wel te verstaan. De Romeinen noemden ze pontes longi, “lange bruggen”, en hebben ze aan het begin van de jaartelling gebouwd over de moerassen rond Münster. In het Nederlands heten ze ook wel knuppeldam of knuppelweg. Kortom, niets bijzonders allemaal, maar de Valtherbrug is wel érg lang: twaalf kilometer van Valthe richting Ter Apel. Er moeten 50.000 bomen voor de aanleg zijn geveld. Dat riep aan het begin van de negentiende eeuw nogal wat vragen op, want wie konden dit in vredesnaam hebben gebouwd? En waarom?

Lees verder “De Valtherbrug”

MoM | Archeologie en de Indo-Europese talen

In 1987 publiceerde de Britse archeoloog Colin Renfrew, de grondlegger van de cognitieve archeologie, het bovenstaande boek over de verspreiding van de Indo-Europese talen. Ik herinner het me nog goed; mijn docent Marten Stol, die ons tijdens een college eigenlijk iets spijkerschrifterigs had moeten vertellen, weidde breed uit waarom dit allemaal niet kon kloppen.

Taalverspreiding en archeologie

Het was dan ook niet gering wat Renfrew claimde. Eén: taalverspreiding is archeologisch te herkennen. Weliswaar kun je geluid niet opgraven, maar de mechanismen die leiden tot intensieve taalverandering, zijn zelf ook intensief. Ze laten sporen na in het bodemarchief. Als bijvoorbeeld een gemeenschap een nieuwe elite krijgt die een andere taal spreekt, moet je dat aan materiële artefacten herkennen. De Latijnsprekende elite die zich aan het begin van de jaartelling vestigde aan de Rijn, is herkenbaar aan militaire nederzettingen, steden en een hele batterij andere zaken.

Lees verder “MoM | Archeologie en de Indo-Europese talen”

WvdK | Het Gallisch dorpje dat wij zo goed kennen

De Gallische krijger uit Vachères (kopie uit het Museo nazionale della civiltà romana, Rome)

Laten we eerlijk zijn: u denkt niet werkelijk dat een Gallisch dorpje er uitzag zoals in Asterix. Zelfs in een kleine nederzetting aan de westelijke rand van Gallië (zo heette Frankrijk toen), waar de bewoners moedig weerstand boden aan de Romeinse overweldigers, waren er allerlei dingen die de dorpelingen hadden overgenomen van de aangrenzende cultuur. De verspreiding van Italiaanse vrouwensieraden rond 100 v.Chr. documenteert de handel die op dat moment al plaatsvond. Ze toont trouwens ook langs welke routes Julius Caesar tussen 58 en 50 v.Chr. Gallië zou onderwerpen.

Maar goed, hoe zag zo’n Gallisch dorp er nu wél uit? Hier zijn wat foto’s uit Aubechies in Henegouwen, waar in een historisch openluchtmuseum allerlei antieke gebouwen zijn nagebouwd, dus ook uit de La Tène-tijd, om de archeologische naam te gebruiken voor de cultuur van Gallië in de Late IJzertijd. Plus nog wat zaken uit andere plekken.

Lees verder “WvdK | Het Gallisch dorpje dat wij zo goed kennen”

Jiroft en het ontstaan van de eerste steden

    Gewicht uit Jiroft (Museum van Azerbaijan, Tabriz)

Ooit was het simpel: de beschaving – te definiëren als de stedelijke levenswijze, met koningen en gebouwen en schrift en dit alles archeologisch te vinden – was ontstaan in de dalen van de Nijl, de Eufraat en de Tigris, de Indus en de Ganges. (Ik laat de Huanghe en de Jangtsekiang even buiten beschouwing.) Voor de relatie tussen waterbeheer, koningschap, steden en administratie waren ook verklaringen, waarmee ik u vandaag niet zal lastig vallen.

Synchronisatie

Ergens rond 3000 v.Chr. synchroniseerden Egypte, Mesopotamië en India. Daarmee is bedoeld dat culturele ontwikkelingen steeds meer tegelijkertijd plaatsvonden. Egypte was bijvoorbeeld een buitenbeentje geweest met een late introductie van de landbouw, nog wel zonder sedentaire boeren. Eind vierde millennium gingen de culturen echter in de pas lopen. De verklaring is vrijwel zeker dat de handel in tin, een zeldzaam metaal, interregionale handelsnetwerken had geschapen. Het tin uit Centraal-Azië belandde in zowel India als Mesopotamië en mensen konden via de handelsroutes elkaars ideeën vernemen. Kort nadat het spijkerschrift was ontstaan, begonnen de Egyptenaren aan het hiërogliefenschrift. Vermoedelijk ontstond toen ook het Indusschrift (dat we niet kunnen lezen).

Lees verder “Jiroft en het ontstaan van de eerste steden”

MoM & misverstand: Natuurgodsdiensten

Standbeeld uit Ain Ghazal, even ten noorden van Amman, ongeveer 8000 v.Chr. Tot de ontdekking van een beeld in Şanli Urfa gold dit als de oudste vrijstaande sculptuur ter wereld. Het mythologisch-religieuze karakter staat met zo’n dubbel lichaam niet ter discussie (Archeologisch Museum van Amman)

Natuurgodsdiensten zijn de oudste vorm van religie. Zegt men. Vóór de moderne wetenschap bestond verklaarde de primitieve mensheid namelijk alle natuurverschijnselen als goddelijk ingrijpen. En nog eerder, vóór de mens begreep dat er goden bestonden, zag de oermens overal vage en ambigue natuurkrachten. Althans, dat dachten antropologen en godsdiensthistorici aan het eind van de negentiende eeuw. Zij meenden ook dat de oermens de vruchtbaarheid van het land had geïdentificeerd met die van de vorst. Vandaar dat de Graalkoning in een verwoest land leefde zolang de wond in zijn lendenen niet was genezen.

Koningsmoord

In natuurgodsdiensten was het niet onlogisch ’s konings vruchtbaarheid zo geconcentreerd mogelijk in te zetten: als men elk jaar een andere heerser aanstelde, maximaliseerde men diens vermogen de natuur te doen uitlopen en de oogst overvloedig te laten zijn. Aan het einde van het jaar moest de koning dan dood. Vandaar dat in zoveel Griekse mythen en sagen de koning akelig aan zijn einde komt: Herakles verbrandde, Agamemnon bezweek aan bijlslagen, Pelias werd geslacht.

Lees verder “MoM & misverstand: Natuurgodsdiensten”

Een Keltisch graf bij Heumen

Ritueel vernietigde bronzen situla (© Restaura/Museum Het Valkhof)

Misschien heeft u in het Handelsblad het stuk van mijn hand gelezen waarin staat dat in Heumen, even ten zuiden van Nijmegen, een Keltisch wagengraf is gevonden. Samenvatting:

  • een elitegraf uit de vijfde eeuw v.Chr. (La Tène A) met een strijdwagen;
  • een opvallende luxe voor een regio met een vrij egalitaire samenleving;
  • uit alles blijkt dat de betrokkenen aansluiting hadden bij de Keltische cultuur en ermee om wisten te gaan;
  • het is onduidelijk hoe de overledene aan zijn welvaart kan zijn gekomen maar hij kan deel hebben uitgemaakt van de cliënteel (Gefolgschaft) van iemand uit zuidelijker streken.

Het schrijven was een leuke klus, waar ik eigenlijk al anderhalf jaar op hoopte. Toen Nico Roymans een week of twee geleden belde om te vertellen dat het nieuws nu dan toch naar buiten zou komen, overviel het me desondanks toch, maar ik heb veel plezier beleefd aan het schrijven van dit stuk. Vandaag wat aanvullinkjes voor wie meer wil weten.

Lees verder “Een Keltisch graf bij Heumen”

Misverstand: Neanderthaler

Skelet van een Neanderthaler (Rheinisches Landesmuseum, Bonn)

De reeks over misverstanden, gebaseerd op mijn boekje Spijkers op laag water, mag dan zijn afgerond, dat betekent natuurlijk niet dat er geen nieuwe misverstanden ontstaan of dat ik ze niet zelf de wereld in help. Dat deed ik bijvoorbeeld in mijn boek De klad in de klassieken, mijn overzicht van de theoretische onderbouwing van de oudheidkunde. In mijn beschrijving van de groei van de archeologie schreef ik:

In de negentiende eeuw veranderde het Europese beeld van het verleden sterker dan ooit daarvoor. Al eerder was men op het idee gekomen dat de mensheid van wildheid naar beschaving was geëvolueerd en was intrigerend bewijsmateriaal gevonden: veenlijken in Drenthe en skeletten in de vallei van de Neander, om eens iets te noemen, en vuistbijlen, ketels, pijlpunten en mantelspelden, maar ook mosasaurussen en iguanodons. De vraag hoe “diep” de menselijke Prehistorie was, werd urgent toen de Franse onderzoeker Jacques Boucher de Perthes het opmerkelijke idee opperde dat er meer dan één Zondvloed moest zijn geweest. Dikke kleilagen golden in de vroege negentiende eeuw als bewijs voor de historiciteit van de oudtestamentische catastrofe, en stenen werktuigen onder zo’n kleilaag werden beschouwd als de voorwerpen die de verdronkenen hadden verloren. Boucher de Perthes zag echter verschillende kleilagen boven elkaar, met verschillende soorten werktuigen er tussenin. In zijn Antiquités celtiques et antediluviennes (1847) concludeerde hij daarom dat de mensheid verschillende keren was ontstaan. De laatste keer vanuit de overlevenden van de Zondvloed, de voorlaatste keer vanuit Adam en Eva. De kleilagen en de stenen voorwerpen bewezen dat de mensheid nog vaker door het oog van de naald was gekropen.

Lees verder “Misverstand: Neanderthaler”

Echt archeologie-nieuws

Ik mopper weleens dat het in de voorlichting over archeologie meer gaat over vondsten dan over archeologie. Zo’n vondst wordt dan opgehypet tot sensatie en vervolgens valt het tegen: er is géén graf van Alexander (of zelfs maar van een tijdgenoot) in Amfipolis, we zouden Israël inmiddels kunnen bezaaien met paleizen van koning David als elke claim waar was gebleken, het badhuis van Heerlen is niet Nederlands oudste gebouw en in Nijmegen herhalen ze negentiende-eeuwse ideeën. En die kamers in het graf van Toetanchamon, die vielen ook al tegen.

Dit is cruciaal. Sensationalisme dat niet wordt waargemaakt is alleen maar sensationalisme. Hierdoor haakt de voor elke wetenschap cruciale doelgroep af: de mensen die geïnteresseerd zijn. Als je die groep verliest, is er niemand die namens jou uitlegt waar je vak zinvol voor is. Dan gaat de staatssecretaris van Cultuur zich afvragen wat hij moet met musea vol opgegraven potten en pannen. Dan ontslaat de gemeente Cuijk zichzelf van zijn wettelijke verplichtingen. Als je je pas gaat uitleggen als de kritiek daar is, zal een sceptisch publiek je uitleg niet meer geloven (het backfire-effect). Wetenschapsvoorlichting moet en kan proactief zijn.

Lees verder “Echt archeologie-nieuws”

Prehistorisch Roemenië

Olltenita, godin di een pot draagt (Gurnelniţa-cultuur, 4600-3900 v.Chr.)

Le Grand Curtius – dit voor de Nederlandse lezers van deze blog – is het historische museum van de Waalse stad Luik. Afgelopen zomer ben ik er een kijkje wezen nemen en hoewel de archeologische collectie me, om de waarheid te zeggen, ietwat tegenviel, wist ik wel dat dit een plek was om nog eens terug te komen. Men probeert het publiek echt iets mee te geven, zoals wel blijkt uit de seriatie van bijlen waarover ik ooit eens heb geblogd. Gisteren was ik er opnieuw, voor de expositie “Racines, les civilisations du Bas-Danube”. Anders dan de titel suggereert, gaat het alleen om prehistorische voorwerpen uit Roemenië en niet uit Bulgarije, hoewel ook dat land toch aan de Beneden-Donau ligt.

De tentoonstelling bestaat uit twee delen. Op de bovenste verdieping liggen de vondsten uit het Neolithicum waarover ik het vandaag wil hebben, daaronder de vondsten uit de Brons- en IJzertijd. (Elke archeoloog zal glimlachen: het is namelijk niet zo gebruikelijk als voorwerpen uit de Bronstijd liggen onder die uit het Neolithicum.) Het betekent dat de afdeling boven wat ruimer van opzet is en de afdeling beneden wat krapper, maar de verdeling is logisch, aangezien de Vroege Bronstijd in Roemenië opvallend slecht is gedocumenteerd.

Lees verder “Prehistorisch Roemenië”

Hallstatt

Reconstructie van een wagen uit de IJzertijd (Palais Rohan, Straatsburg)

Het is maar hoe je ernaar kijkt. De door mij bewonderde archeoloog Barry Cunliffe meende dat de Keltische cultuur ontstond vanuit een elite die de handel beheerste tussen de Griekse en Italische culturen in het zuiden en de leveranciers van ruwe grondstoffen in het noorden, waar tin en barnsteen werd gewonnen. Daar valt best iets voor te zeggen: Champagne, Lotharingen, de Elzas, het Zwarte Woud, Beieren en Bohemen (het gebied waar de Keltische La Tène-cultuur ontstond) liggen inderdaad tussen zuid en noord.

Je kunt het ontstaan van de Centraal-Europese IJzertijdculturen ook zien als een autonome ontwikkeling. Benoorden de Alpen werden allerlei metalen gewonnen: veel ijzer, een beetje tin en koper (de bestanddelen van brons), en daarnaast ook zout, dat kwam uit mijnen in de noordelijke uitlopers van de Alpen. Degenen die rijk werden van de metaal- en zoutwinning ruilden hun producten tegen textiel, levensmiddelen, pelzen, huiden en slaven. Hierdoor ontstond tussen Champagne en Bohemen een handelsnetwerk. De elite van de tussenhandelaren toonde haar kapitaal door zich te laten begraven in wagengraven. Dit was het begin van de Hallstatt-cultuur, die is te beschouwen als de voorganger van de Keltische La Tène-cultuur.

Lees verder “Hallstatt”