De vorst van Oss

Het vorstengraf van Oss (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik was afgelopen zondag voor een lezing van Petra Sijpestijn in het Rijksmuseum van Oudheden en maakte van de gelegenheid gebruik om de mooie Cyprusexpositie te bekijken en ook even te wandelen over de afdeling Nederlandse archeologie. Een aanleiding was er niet, maar die heb je natuurlijk ook niet nodig. En zo stond ik ineens voor de vitrine met het Vorstengraf van Oss.

Dat is een bijzonder iets. Het begint in de Bronstijd (2000-800 v.Chr.), als een enorme grafheuvel wordt opgeworpen. Doorsnede: ruim vijftig meter. Hoogte: drie tot vier meter. Fast forward naar de IJzertijd, zeg pakweg 650 v.Chr., als de mensen hun doden bijzetten in urnen. De mensen zoeken de oeroude grafheuvel op om daarin een voornaam persoon – we mogen hem “de vorst van Oss” noemen – bij te zetten. Ze graven een kuil en plaatsen daarin een soort emmer, een situla, met daarin de gecremeerde resten van de overledene. De emmer, eigenlijk een vat om wijn in te mengen, komt uit het oostelijk Alpengebied en is een kostbaar artikel.

Lees verder “De vorst van Oss”

Prehistorisch Cyprus

Cchoirokoitia

Overmorgen opent in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden de expositie “Cyprus, eiland in beweging” en het leek me aardig iets te vertellen over het verleden van dat mooie eiland. Dat moet beginnen met de Prehistorie en dan is Choirokoitia de plaats om te beginnen. Hierboven ziet u enkele gereconstrueerde huizen uit de tijd die archeologen aanduiden als het einde van het Pre-keramische Neolithicum, ofwel de eeuwen tussen 7000 en 6800 v.Chr.

De naam is een beetje raar, maar het komt erop neer dat het Neolithicum oorspronkelijk werd gedefinieerd als dat deel van de Steentijd waarin er aardewerk was. Ook de landbouw ontstond en de sedentaire levenswijze. Later werd duidelijk dat er toch een fase was geweest waarin aan alle kenmerken van het Neolithicum was voldaan, behalve aardewerk. Vandaar: de pre-keramische fase van het Neolithicum. Göbekli Tepe, waarover ik al eens schreef, behoort ook tot die fase, die in Turkije overigens eerder wordt geplaatst.

Lees verder “Prehistorisch Cyprus”

MoM | Seriatie

Seriatie van Bronstijd-bijlen (Grand Curtius Museum, Luik)

Onder de Place Saint-Lambert in Luik is het Archeoforum, waar de resten van een Romeinse villa zijn te zien en voorwerpen vanaf de Late Steentijd tot op heden. Even verderop is het historisch museum Grand Curtius, dat een mooie archeologische collectie heeft uit oostelijk Wallonië, uitgebreid met voorwerpen uit andere delen van Europa. Beide instellingen zijn modern en mooi, en als u toch in Luik bent moet u er zeker heen, maar ik beken dat je wel veel van de Oudheid moet houden om er speciaal voor naar Luik te gaan. Tongeren is in dit opzicht aantrekkelijker. Waar ik in het Grand Curtius echter heel blij van werd, was dat er uitleg was van een seriatie.

Archeologen graven dingen op en de oudere voorwerpen liggen doorgaans onder de jongere. Als je maar genoeg materiaal hebt, kun je een ontwikkeling vaststellen. Op de foto hierboven loopt die van links naar rechts en op de foto’s die ik hieronder zal tonen, is – eigenlijk heel ergerlijk – het oudste boven en het jongste onder. Eerst de bijl die op de foto boven links is te zien: een vuurstenen bijl uit het Late Neolithicum. Dit voorwerp, een Flint Rechteckbeil, is afkomstig uit Denemarken.

Lees verder “MoM | Seriatie”

Theo Verhoeven en de ontdekking van de Floresmens

Theo Verhoeven

Het had anders kunnen lopen in de zomer van 1965. Heel anders. Theo Verhoeven – die u mag typeren als classicus, archeoloog en paleontoloog – was begin juli bezig met onderzoek in de grot van Liang Bua op het Indonesische eiland Flores en had al genoteerd dat “deze grot extra belangrijk” was, toen de politie hem van zijn werkplek weghaalde. Eenmaal op het bureau, twintig kilometer verderop, toonde Verhoeven zijn vergunning en maakte de politie excuses voor het ontstane oponthoud, maar toen Verhoeven op zijn opgraving terugkwam, bleek deze te zijn geplunderd door mensen uit de omgeving.

Er viel met de middelen waarmee Verhoeven werkte geen eer meer te behalen aan de extra belangrijke grot en het zou jaren duren eer de plek opnieuw werd onderzocht. In 2003 werd gevonden wat Verhoeven had gemist op die julidag in 1965: een skelet van een vrouw, zo’n 60.000 jaar oud en slechts een meter lang. Het ging om een nieuwe mensensoort, die sindsdien bekendstaat als Homo floresiensis, of ook wel “de hobbit”. De ontdekking bevestigde Verhoevens stellige overtuiging dat de vroegste mensen, de Homo erectus, al in het oosten van Indonesië waren geweest. Op een geïsoleerd eiland als Flores zou deze mensensoort, onbedreigd door natuurlijke vijanden maar met beperkte voedingsmiddelen, zich hebben ontwikkeld tot een kleinere soort. Helaas maakte Verhoeven de erkenning van zijn gelijk niet meer mee: hij is op 3 juni 1990 overleden, vandaag negenentwintig jaar geleden.

Lees verder “Theo Verhoeven en de ontdekking van de Floresmens”

“Woestijnkunst” (bij gebrek aan betere naam)

Een herder met een struisvogel, een haan en een schaap (Wadi Imla)
Een herder met een struisvogel, een haan en een schaap (Wadi Imla)

Als het gaat om antiek materiaal, heb je vandalen en vandalen. Je hebt er die ruïnes plunderen om de vondsten te gelde te maken en je hebt er die verlost willen zijn van erfgoed dat hun niet bevalt. De eerste categorie zal het zichzelf niet al te moeilijk maken en richt zich op plekken waarvandaan de oudheden snel kunnen worden afgevoerd; de tweede groep ziet er geen been in naar moeilijk bereikbare plaatsen te gaan om de boel kort en klein te slaan. Het berichtje, alweer een jaar of wat geleden, dat in Libië mensen diep de woestijn in waren getrokken om daar prehistorische kunst kapot te gaan maken, behoort tot die tweede categorie. Het is pure haat.

Wilde fauna

Terwijl het juist zo boeiend is dat de Sahara ooit een savanne is geweest waar mensen de rotswanden versierden met reliëfs en schilderingen. Er is in het zuiden van Libië van alles te zien: jagers, dansers, krijgers en zelfs zwemmers. Oké, de beroemde “Cave of the Swimmers” is in Egypte maar u snapt mijn punt.

Het is des te fascinerender als we zien hoe oud de woestijnkunst is. Dit is geen primitieve imitatie van Griekse of Romeinse kunst, zoals kunsthistorici aanvankelijk dachten, maar is eeuwen ouder. Dat werd alleen pas duidelijk toen het prehistorische klimaat een beetje werd begrepen, toen was gebleken dat dit gebied ooit een savanne, ja zelfs bos was geweest en toen kon worden beredeneerd welke dieren op welk moment over de savanne zwierven.

Lees verder ““Woestijnkunst” (bij gebrek aan betere naam)”

MoM | The Rise of Civilization (2)

(klik met rechter-muisknop = groot)

Als voorbeeld van de op neo-evolutionisme gebaseerde New Archaeology kan de overgang dienen van een egalitaire, agrarische maatschappij uit de Late Steentijd naar de eerste stadstaten. Anders gezegd: het immer fascinerende Chalcolithicum. Beide samenlevingstypen kunnen worden beschreven als structureel en functioneel samenhangend maar hoe kwam men van het ene type maatschappij naar het andere? Hoe veranderde het ene culturele systeem in het andere?

In de eerste helft van de twintigste eeuw zochten oudheidkundigen het in een keten van opeenvolgende oorzaken en gevolgen: een klimaatverandering had ertoe geleid dat men dijken en kanalen moest gaan aanleggen, dit had coördinatie verondersteld, daardoor was het centraal gezag versterkt, en dus waren paleizen en steden ontstaan. Onderzoekers als Braidwood waren er al van overtuigd geweest dat het zo niet kon zijn en de koolstofdateringen bevestigden in elk geval dat het geen revolutionaire ommekeer was geweest maar een geleidelijke evolutie. (Politiek buskruit, zoals ik al eens schreef.) De nieuwe archeologen conceptualiseerden het daarom als een geleidelijk proces, dat bestond uit allerlei wisselwerkingen, zoals blijkt uit het schema hierboven: de Nederlandse versie van een plaatje uit Redmans The Rise of Civilization.

Lees verder “MoM | The Rise of Civilization (2)”

MoM | The Rise of Civilization (1)

Hier ben ik dus echt superblij mee, met het boek dat u hierboven ziet: Charles Redmans The Rise of Civilization. U hoeft er niet voor naar de boekhandel want het is niet langer leverbaar. Het verscheen in 1978 en al in mijn studietijd moesten we ons behelpen met fotokopieën. De puntgave eerste druk die ik sinds enkele dagen bezit, heb ik verworven dankzij de bemiddeling van een aardige mevrouw die wist wat ik leuk vind: een boek namelijk waarin de auteur een paar dingen tegelijk doet.

  1. Redman beschrijft de transformatie van de mens als dier tot de mens die in steden woont, informatie deelt, welvaart opbouwt en bewust zoekt naar manieren om zijn positie verder te verbeteren;
  2. hij legt uit hoe archeologen, die welbeschouwd slechts beschikken over (meestal kapotte) oude voorwerpen, in staat zijn samenlevingen én hun ontwikkeling te reconstrueren;
  3. hij legt voorbeeldig uit waarvoor de toenmalige New Archaeology stond;
  4. en – helaas nog altijd een punt van aandacht – Redman gebruikt fatsoenlijk beeldmateriaal.

Lees verder “MoM | The Rise of Civilization (1)”