Papeloze kerk

Hunebed D49 bij Schoonoord, de Papeloze Kerk

Als u dit leest, ben ik in Yerevan, de hoofdstad van Armenië. Misschien vind ik daar tijd om wat te schrijven, maar ik weet het niet zeker. En eerlijk gezegd wil ik de avonden op mijn hotelkamer vooral benutten om wat te lezen. Om er toch zeker van te zijn dat hier op de blog wat gebeurt, heb ik voor de komende dagen kleine stukjes gepland over fietstochtjes die ik de afgelopen tijd heb gemaakt. Vandaag de provincie Drenthe en meer in het bijzonder een hunebed met de opmerkelijke naam Papeloze Kerk. U vindt het als u van Schoonoord naar Sleen gaat, aan de rechterhand van de weg.

Een papeloze kerk is een kerk zonder priesters, wat in de negentiende eeuw werd uitgelegd alsof dit de plaats is geweest van protestantse hagepreken in de jaren van de Nederlandse Opstand tegen de Spanjaarden. Enigszins problematisch is die verklaring wel, want deze plek is wel érg ver buiten de bewoonde wereld. Even goed kan de naam zijn ontstaan omdat mensen hebben gedacht dat dit een heidens heiligdom was.

Lees verder “Papeloze kerk”

Antieke paarden

Romeins legerpaard uit Ockenburg (Museon, Den Haag)
Romeins legerpaard uit Ockenburg (Museon, Den Haag). Dit dier was opvallend groot, vergeleken met de paarden die de naburige Cananefaten gebruikten. In het antieke Zuid-Holland bestonden dus minimaal twee paardensoorten naast elkaar.

Ik schreef een paar dagen geleden een stukje over de verspreiding van de Indo-Europese talen. Oorspronkelijk werden die – volgens de meest gebruikelijke interpretatie van het complexe bewijsmateriaal – gesproken door de mensen van de Yamnaya-cultuur (koergan-cultuur, putgrafcultuur…) uit Oekraïne. Die hadden het paard gedomesticeerd, wat hun extra mobiliteit verschafte. Hun cultuur verspreidde zich over een steeds groter gebied en ze namen hun taal met zich mee. Of beter gezegd talen. Door de steeds grotere onderlinge afstanden viel de oertaal steeds verder uiteen.

De expansie naar het westen begon tussen 3500 en 3000 v.Chr.: eerst langs de Zwarte Zee naar de Beneden-Donau – u leest er hier meer over – en dan daarvandaan stroomopwaarts naar het Karpatenbasin en daarvandaan naar West-Europa, later ook van de Beneden-Donau over het Balkangebergte richting Griekenland. Die laatste beweging wordt geplaatst rond 2000 v.Chr. De uitbreiding naar het oosten begon op datzelfde moment – eerst naar Kazachstan, later door Turkmenistan en Oezbekistan naar het zuiden, en tot slot richting Iran en India. Zoals de trouwe lezers van deze blog weten, is dit beeld van de recente Prehistorie gebaseerd op taalkundig en archeologisch materiaal en in 2015 bevestigd door DNA-onderzoek, al blijven er natuurlijk vragen en vraagjes.

Lees verder “Antieke paarden”

Een sprookjesstamboom

Bijlen uit de Pontische vlakte, ongeveer 3000 v.Chr. (Archeologisch Museum van Burgas)

In 2016 publiceerden S.G. da Silva en J.J. Tehrani in Royal Society Open Science een elegant artikel met een weinig elegante titel (“Comparative phylogenetic analyses uncover the ancient roots of Indo-European folktales”), waarin ze betoogden dat ze van een aantal sprookjes de verspreiding konden verklaren. Eén voorbeeld is het verhaal van Sjaak en de grote bonenstaak (AT 328A), dat is overgeleverd in zowel Engeland als de Balkanlanden. Ver uit elkaar dus, en zonder de mogelijkheid dat het ene gebied het had overgenomen van het andere.

Omdat sprookjes worden doorverteld in een taal, zo redeneerden de auteurs, en omdat we de Indo-Europese taalstamboom redelijk kennen, was aannemelijk dat het verhaal in de Germaanse tak (de Engelse versie) en in de Slavische tak (de Balkanversie) was terechtgekomen doordat ze een gemeenschappelijke voorouder hadden, vóór deze twee takken gescheiden waren geraakt. Dat zou dan ergens in het late vierde millennium v.Chr. kunnen zijn geweest, toen deze twee taalgroepen nog naast elkaar lijken te hebben geleefd in Moldavië en het westen van Oekraïne.

Lees verder “Een sprookjesstamboom”

Meer over isotopenonderzoek

Een kaak uit Kessel, gebruikt voor isotopenanalyse (© VU). Dit heeft verder niets met Stonehenge of Denemarken te maken maar ik heb zo snel geen ander plaatje.

Leuk artikel in De Volkskrant vandaag: de mensen voor wie Stonehenge een belangrijk heiligdom was, legden enorme afstanden – denk aan honderden kilometers – af om daar aanwezig te zijn. Dat blijkt uit isotopenonderzoek dat is uitgevoerd op de botten van de offerdieren, zoals varkens en runderen. Waar dieren zich verplaatsen, trekken herders mee, dus dit duidt op grote mobiliteit: de voornaamste conclusie van de DNA-revolutie wordt opnieuw bevestigd.

Voor uitleg van die methode verwijs ik naar het stukje in mijn reeks Methode op Maandag. Grosso modo komt het erop neer dat je door isotopenonderzoek kunt vaststellen op welke bodem iemand gewoond heeft. Aangezien je tanden niet allemaal tegelijk worden gevormd en aangezien je botten nog weer later mineraliseren, kun je aan verschillen zien dat iemand is gemigreerd. In een klein land als Nederland zijn al zes verschillende landschappen aan te wijzen, gebaseerd op de verhouding tussen diverse isotopen.

Lees verder “Meer over isotopenonderzoek”

Kwakgeschiedenis: Karahunj

De centrale cirkel rond de lage grafheuvel van vlakke stenen

Het megalithische complex van Karahunj of Zorats Karer in Armenië, waar ik vorige week ging kijken, is een van de indrukwekkendste plekken die ik ooit heb gezien. Toch is het helemaal niet groot. Het gaat om weinig meer dan een lage grafheuvel van vlakke grauwe stenen, omgeven door een cirkel van veertig menhirs, elk zo’n twee meter hoog, waarvandaan twee linten van rechtopstaande stenen zich uitstrekken naar het noorden en zuiden. In het uiterste noorden en zuiden staan nog wat aanvullende menhirs. In totaal zijn er 222 of 223 stenen brokken basalt.

In vierentachtig daarvan zijn gaten geboord, waardoor soms een fluitend geluid schijnt te klinken. Ik heb het niet zelf gehoord maar het geldt als verklaring voor de naam Karahunj (“de sprekende stenen”). De fluitende stenen zullen indrukwekkend zijn, want ze staan in een verder overdonderend leeg, desolaat landschap, vlakbij een ravijn.

Hoe oud zou het complex zijn? Hier ontspoort de zaak en begint het vermaak.

Lees verder “Kwakgeschiedenis: Karahunj”

Tepe Hesar

Beeldje uit Tepe Hesar (Nationaal Museum, Teheran)

Zoals u misschien weet is momenteel in Assen in het Drents Museum een prachtige tentoonstelling met voorwerpen uit het Nationaal Museum in Teheran. U moet er echt heen, want veel van die voorwerpen, zoals de enorme gouden drinkbeker uit Hamadan die op de poster staat, worden zelfs in Iran zelden aan het publiek getoond. En als u er dan toch bent, loop ook even binnen bij de expositie over Tjerk Vermaning, die al evenzeer de moeite waard is.

Eén van de mooiste stukken vond ik het beeldje hierboven, dat is gevonden in Tepe Hesar. Ik ben er in de winter van 2005 ooit aangespoeld. Het was eind van de middag en wat te vroeg om al naar ons hotel te gaan, zodat we improviserenderwijs besloten naar Hesar te gaan. We waren dus redelijk onvoorbereid en hebben in het wilde weg maar wat gefotografeerd zonder precies te weten wat. Maar zelfs als we ons wel hadden ingelezen, zou niets ons hebben voorbereid op wat we zouden vinden.

Lees verder “Tepe Hesar”

MoM | Periodisering en naamgeving

Een Mesopotamische stofstorm

Er bestaat een soort conventie dat de Oudheid eindigde in 500 n.Chr. en dat de Middeleeuwen daarna duurden tot 1500. Daarop volgen de Nieuwe Tijd en de Nieuwste Tijd. Een echte grens tussen die twee laatste valt niet te trekken: sommigen vinden de Franse Revolutie en de daarop volgende Napoleontische Oorlogen belangrijk, anderen 1848 of 1870, weer anderen wijzen op het breukvlak rond 1900. Er is voor alles wat te zeggen, zoals je ook kunt zeggen dat de eindgrens van de Middeleeuwen een eeuw voor of een halve eeuw na 1500 mag worden gelegd. Ik denk dat er momenteel meer historici zijn die de eindgrens van de Oudheid rond 650 plaatsen dan historici die vasthouden aan het einde van de vijfde eeuw. Het kan allebei.

De reden van dit alles is natuurlijk dat onze belangstelling verschuift. Eind vijfde eeuw vond de desintegratie van het West-Romeinse staatsapparaat plaats en ontstonden opvolgersstaten die eind zesde eeuw pseudo-etnische namen kregen als  “Frankisch” of “Ostrogotisch”. In de negentiende eeuw was men geobsedeerd door eenheidsstaten en dus vond men de in de vorige zin genoemde gebeurtenissen rond 500 belangrijk. Tegenwoordig kijken we minder naar de eenheidsstaat en meer naar de economie, zodat een latere cesuur voor de hand ligt. Zouden we religie belangrijk vinden, dan zijn de implosie van het heidendom eind vierde eeuw of de formalisering van de islam eind zevende eeuw relevant. Zoveel hoofden, zoveel zinnen.

Lees verder “MoM | Periodisering en naamgeving”