MoM | Sceptici, antiquariërs en monniken

Mabillon

Ik heb al eens geblogd over het positivisme, dat wil zeggen de methode van waarnemen, het verzamelen van die waarnemingen, het opsporen van patronen (“wetten”) en het hernieuwd doen van waarnemingen om te zien of het gevonden patroon werkelijk bestaat. De methode, doorgebroken in de zeventiende eeuw en vooral bekend uit de natuurwetenschappen, is zó succesvol dat ze geldt als dé wetenschappelijke methode bij uitstek.

Pyrrhonisme

Voor de oudheidkunde vormde de populariteit van deze methode een bedreiging. Experimenten en waarnemingen van het verleden zijn immers onmogelijk. Ook waren er in de zeventiende eeuw de pyrrhonisten, die heel skeptisch waren over de mogelijkheid het verleden, onwaarneembaar als het was, überhaupt te kennen.

Lees verder “MoM | Sceptici, antiquariërs en monniken”

Kwakgeschiedenis: Monaldi en Sorti

Medaille uit Oberaden (Westfälisches Römermuseum, Haltern)
Medaille uit Oberaden (Westfälisches Römermuseum, Haltern)

Een van de boeiendste teksten uit de Oudheid is de Natuurlijke Historie van Plinius de Oudere, een Romeinse bestuurder wiens nieuwsgierigheid slechts werd geëvenaard door zijn leeshonger. Geen boek was zo slecht, vond hij, of er stond wel iets goeds in. De Natuurlijke Historie is een samenvatting van zijn lectuur en biedt een prachtig overzicht van alle antieke kennis. Helaas is die soms ronduit bizar.

Plinius is niet uniek. Alle antieke auteurs bieden een curieus mengsel van ware en onware verhalen. Men had destijds de middelen immers niet om informatie te controleren. Er is dus niets mysterieus aan.

De Italiaanse auteurs Rita Monaldi en Francesci Sorti vinden het wél raadselachtig en opperen in hun roman Mysterium… ja, wat opperen ze eigenlijk? Het wordt niet helemaal duidelijk in de appendix “De verzonnen tijd”. Ze hebben het over vervalste antieke bronnen, suggereren dat de geschiedenis van vele eeuwen is verzonnen, maar noemen die theorie ook weer “gewaagd”. Ze noemen mogelijke daders en motieven, maar eenduidig is het allemaal niet.

Lees verder “Kwakgeschiedenis: Monaldi en Sorti”

Kwakgeschiedenis: pyrrhonisme

Papyrusfragment met een deel van de "Vrouwencatalogus" van Hesiodos (Neues Museum, Berlijn)
Papyrusfragment met een deel van de “Vrouwencatalogus” van Hesiodos (Neues Museum, Berlijn). Papyri als deze bevestigden dat wat geleerden meenden te weten over antieke teksten, redelijk klopte.

In de Renaissance werden de teksten bekend van de Griekse auteur Sextus Empiricus, een filosoof van de zogenaamde Sceptische School, die meende dat onze kennis te onzeker was om er een ethiek op te baseren. Het was beter, zo meenden de sceptici, je oordeel op te schorten. Hoewel deze denkers de mensheid weinig zekerheden hadden te bieden, hadden ze uitgeblonken als bestrijders van schijn-weten, wat hun ideeën actueel maakte toen het middeleeuwse kennisbouwwerk dankzij de Grote Ontdekkingen schudde op zijn grondvesten. Niets was nog langer zeker. De voornaamste zestiende-eeuwse volgeling was de Franse edelman Montaigne, die in zijn essays steeds de verschillende kanten van een vraagstuk onderzocht.

Pyrrhonisme, genoemd naar de Griekse filosoof Pyrrho van Elis, is scepsis op het gebied van de geschiedvorsing. Er waren goede redenen om niet alles uit en over de Oudheid te geloven. De bronnen waren immers bekend uit manuscripten die niet ouder leken dan de negende eeuw. Hoe stelde je de grens vast tussen een vrome legende en een historisch feit? Hadden Sokrates en Homeros eigenlijk wel bestaan? Wie mocht hopen dat voorwerpen de informatie uit de teksten zouden bevestigen, werd wel uit de droom geholpen door het bestaan van vervalsingen. De relikwieënhandel is een berucht voorbeeld.

Lees verder “Kwakgeschiedenis: pyrrhonisme”