De Limes Tripolitanus: de Late Oudheid

De versterkte boerderij van Qasr Banat

[Dit is het vijfde deel van artikel dat oorspronkelijk verscheen in het tijdschriftje dat Livius Onderwijs enige tijd uitgaf, Momentum; het eerste deel verscheen hier.]

De ambitie van keizer Septimius Severus was een krachtige, op zorgvuldig watermanagement gebaseerde grenscultuur, waarin kolonisten voedsel produceerden voor de garnizoenen. In het Zeskeizerjaar 238 bleek het ongelijk van critici als Cassius Dio. Het Derde Derde Augusta, dat de verkeerde pretendent had gesteund, werd ontbonden en de Tripolitaners kwamen er alleen voor te staan. Maar de kolonisten trokken niet weg van de akkers die ze hadden ontgonnen en organiseerden zelfbewust de verdediging van hun eigen land.

Op grote schaal versterkten ze hun huizen, die ze aanduidden als centenaria. Er zijn er ongeveer tweeduizend bekend, herkenbaar aan wat plompe, uit regelmatige stenen gebouwde muren, rechthoekige plattegronden en signaaltorens waarmee ze in contact stonden met andere versterkte boerderijen. Voorbeelden zijn Gheriat esh-Shergia, Qasr Banat en Suq al-Awty. Mochten de Garamanten het land naderen, dan konden de bewoners rekenen op steun van hun buren en van milities in de drie grensforten.

Lees verder “De Limes Tripolitanus: de Late Oudheid”

De Limes Tripolitanus: de Bu Njem-ostraca

Het vertrek waar de Bu Njem-ostraca zijn gevonden

[Dit is het vierde deel van artikel dat oorspronkelijk verscheen in het tijdschriftje dat Livius Onderwijs enige tijd uitgaf, Momentum; het eerste deel verscheen hier.]

De opgraving van Bu Njem – of Gholaia, zoals het destijds heette – is een van de meest spectaculaire van Libië: half bedekt door het woestijnzand ligt daar een goed bewaard Romeins fort, dat ooit onderdak bood aan een cohort van het Derde Legioen Augusta en een eenheid bereden hulptroepen. Tot de vondsten behoren onder meer 146 op ostraca geschreven rapporten uit de jaren 253-259. Ze bieden een doorkijkje naar het dagelijks leven van de soldaten en maken duidelijk dat, hoe ingrijpend de ‘crisis van de derde eeuw’ elders wellicht ook geweest moge zijn, het er in elk geval in deze grenssector geordend aan toeging.

Lees verder “De Limes Tripolitanus: de Bu Njem-ostraca”

De Limes Tripolitanus: watermanagement

Septimius Severus (Archeologisch Museum Thessaloniki)

[Dit is het derde deel van artikel dat oorspronkelijk verscheen in het tijdschriftje dat Livius Onderwijs enige tijd uitgaf, Momentum; het eerste deel verscheen hier.]

De hierboven beschreven vicieuze cirkel werd doorbroken door keizer Septimius Severus, die uit Tripolitana afkomstig was. In 201 maakte hij een begin met de uitvoering van een goed-doordacht strategisch plan, waarin alles draaide om de beheersing van de oases en wadi’s. Geen nomade zou naar het noorden kunnen komen als hij geen water kon vinden, en daarom werden de oases van Ghadames, Gheriat el-Garbia en Bu Njem voorzien van forten.

Dit klinkt eenvoudiger dan het is. Er was immers te weinig neerslag om de op zich vruchtbare aarde langs de woestijnrand om te zetten in akkerbouwgrond. Maar als het ecosysteem de oplossing niet toestond, lijkt Severus te hebben gedacht, dan moest het ecosysteem maar veranderen. En dus investeerde hij in de waterhuishouding van de wadi’s, waar voortaan geen druppel verloren mocht gaan. Hoewel geen enkele antieke auteur ’s keizers blauwdruk noemt, zijn er zulke grote kapitalen mee gemoeid geweest, dat het besluit alleen op het hoogste niveau kan zijn genomen. Wie anders dan de keizer kon de import van Siciliaans eikenhout financieren om sluisdeuren te maken?

Lees verder “De Limes Tripolitanus: watermanagement”

De Limes Tripolitanus: ontstaan

De Libische halfwoestijn tussen Sebha en Germa

[Dit is het tweede deel van artikel dat oorspronkelijk verscheen in het tijdschriftje dat Livius Onderwijs enige tijd uitgaf, Momentum; het eerste deel verscheen hier.]

De westerse krijgstraditie, die in de hellenistische tijd is ontstaan en nog altijd bestaat, is sterk in de verovering van herkenbare krijgsdoelen en de beveiliging van afgebakende territoria. Maar alle finesses van de belegeringsoorlog en alle discipline van de geregelde veldslag baten niets in een strijd met nomaden, die zich niet laten belegeren en veldslagen ontwijken. De legionairs stonden even machteloos tegenover de Garamanten als de Macedoniërs van Alexander tegenover de Saken of de hedendaagse coalitietroepen tegenover de Talibaan. De enige strategie waarop een westers leger mag vertrouwen is het verbreken van het contact tussen de nomadenstrijders en hun voedselleveranciers. Dat kan gebeuren door de boeren massaal over de kling te jagen (Alexander in Sogdia) of door hun een duurzaam, vreedzaam alternatief te bieden (provinciale reconstructieteams in Afghanistan). De Garamanten hadden hun winterbases echter zo diep in de woestijn dat de Romeinen deze strategie niet konden volgen.

Lees verder “De Limes Tripolitanus: ontstaan”

De Limes Tripolitanus: inleiding

Gheriat esh-Shergia

[Dit artikel verscheen oorspronkelijk in het tijdschriftje dat Livius Onderwijs enige tijd uitgaf, Momentum.]

De Romeinse machtovername in Tripolitana verliep rommelig. De veroveraars bemachtigden het droge noordwesten van Libië toen ze Jugurtha hadden verslagen (105 v.Chr.) en behielden het omdat het nu eenmaal belastbaar was. Maar ze hadden nooit nagedacht over de consequenties van de annexatie van de drie steden Sabratha, Oea en Lepcis, en stonden daarom al snel voor een lastig probleem: de nomaden in het achterland.

De Garamanten woonden ’s winters in het zuidwesten van het huidige Libië, waar enkele vochtige gebieden zijn en waar ze een grote stad hadden gebouwd, en brachten hun kuddes in de zomer naar Tripolitana. Daar leverde hun vee mest aan de boeren en dienden hun dromedarissen als trekdier, terwijl zij zelf olijven plukten en zuivel, weefsels en artikelen uit subsaharaal Afrika ruilden tegen stedelijke nijverheidsproducten.

Lees verder “De Limes Tripolitanus: inleiding”