Een andere “ander”

Wie de Griekse teksten leest over de Skythen of de Romeinse teksten over de Germanen, stuit al snel op passages waarvan je je afvraagt wat daar aan de hand kan zijn. Zo zijn er Germanen die het haar op hun voorhoofd lang dragen en op hun achterhoofd kort. De Germaan is dan de anti-Romein, levend in een omgekeerde wereld. Hij is de Ander. Hetzelfde geldt voor de Skythen en nog een hele trits volken rondom de Grieks-Romeinse wereld.

Over “de constructie van de Ander” is veel geschreven. Op zich gaat het om een simpele constatering: u en ik, we definiëren wie we zijn door (onder meer) aan te geven wat ons onderscheidt van onze naasten. Ik ben niet mijn zus, want ik woon in Amsterdam en zij woont op Curaçao. Ook ben ik mijn buurman niet, want hij woont aan de voorkant van het huis terwijl ik uitkijk op de achtertuin. Elk “ik” veronderstelt een ander, zo simpel.

Lees verder “Een andere “ander””

De ondergang van het Romeinse Rijk

Een van de aardigste boeken die ik de afgelopen jaren heb gelezen, is The Fate of Rome van Kyle Harper. Ik schreef al eerder over het boek, dat groot is in een klein genre.

Een klein genre

Dat kleine genre is “ondergang van het Romeinse Rijk”. We hebben relatief weinig geschreven bronnen, hoewel er met de gestage publicatie van papyri en Aramese teksten wel wat bij komt, en het archeologisch materiaal is nog onvoldoende verkend. De voorkeur ging immers lange tijd naar de klassieke periode. Lees verder “De ondergang van het Romeinse Rijk”

Latijnse, heidense literatuur

Manuscript van Caesars Gallische Oorlog (Biblioteca Nazionale, Napels)

Als u iets wil weten over een antieke auteur, pakt u uw telefoon of tablet en zoekt het op. De Wikipedia biedt u een eerste inleiding tot Ploutarchos en als u wil  weten wat de Wijze van Chaironeia dacht over vleesconsumptie, vindt u zijn essay met een paar klikken in het Grieks, Engels of Frans. Simpel. Nog geen kwart eeuw geleden was het zo makkelijk nog niet en moesten geïnteresseerde lezers zich behelpen met boeken. Er bestonden destijds diverse kennismakingen met de antieke literatuur; zo herinner ik me dat er eens twee tegelijk verschenen, een van Hein van Dolen en een van Ilja Pfeijfer. Allebei niet meer leverbaar want zulke werkjes zijn inmiddels even overbodig als een stoker op een elektrische trein.

Dat wil niet zeggen dat het boek helemaal geen bestaansrecht meer heeft. Voor de tweede lijn van de wetenschapsvoorlichting, waarin we uitleggen hoe we weten wat we weten en tonen waarom een wetenschappelijke opleiding zin heeft, zullen we vooralsnog boeken nodig hebben. Een fijne vorm is de persoonlijke selectie, waarin een ervaren lezer aangeeft wat hij of zij mooi vindt én – en dat is cruciaal – waarom. (Concreet voorbeeld: ik heb net een 842 pagina’s tellend monster over het Aramees liggen; een dunner boek waarin een professor Gzella uitlegt waarop ik moet letten, zou ik minder angstaanjagend vinden.)

Lees verder “Latijnse, heidense literatuur”

Romeinse landbouw

Een “vallus”, Gallische oogstmachine (Institut archéologique, Arlon)

Toen Umberto Eco het manuscript van De naam van de roos naar een uitgever bracht, zei die dat het een prachtboek was maar dat het begin te lang was. Het verhaal kwam te traag op gang. Eco schijnt te hebben gezegd dat hij wilde dat de lezer aan het ritme van de Middeleeuwen gewend raakte. Het lijkt me eerlijk gezegd wat overdreven dat je zo meer van een roman zou genieten. Maar toch. Het is ook niet helemáál onzinnig dat je, als je je bezighoudt met een onderwerp, een soort gevoel moet hebben voor het ritme, de natuur, de omgangsvormen, de vanzelfsprekendheden.

Boerderijstage

De ideale oudheidkundige heeft een tijdje op een boerderij gewerkt. Hij weet wat het is om door de dieren en de seizoenen een ritme opgelegd te krijgen. Hij herkent dat het onvermijdelijk is kuddes te verweiden – en wat dit betekent voor de verspreiding van informatie. Hij weet wat het betekent als de oogst mislukt en begrijpt dat je, om je risico’s te spreiden, het liefst velden gebruikt aan twee zijden van een heuvel. Hij begrijpt wat het is om, totdat je tot de aarde terugkeert, te moeten zweten voor het brood.

Lees verder “Romeinse landbouw”

Clerinx over de Romeinen in de Lage Landen

Ik ken de Vlaamse wetenschapsjournalist Herman Clerinx persoonlijk; de laatste keer dat ik hem sprak was bij een persconferentie in Tongeren waarbij een vloektabletje werd gepresenteerd. Als de huidige lockdown voorbij is, hoop ik weer eens met hem te lunchen en te luisteren naar de vele nieuwtjes die hij te delen heeft. Want Herman weet alles.

Zijn boeken zijn dan ook geweldig, zoals zijn boek over de Trechterbekercultuur – u mag ook hunebedbouwers zeggen – en zijn navertelling van de Keltische verhalen. In mijn reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast” haal ik Clerinx’ boek Romeinse sporen tevoorschijn. Er is veel te prijzen, want behalve het verhaal van de Romeinse aanwezigheid in de Benelux biedt hij ook een bezoekersgids voor de vele plekken waar Romeins erfgoed te zien is.

Lees verder “Clerinx over de Romeinen in de Lage Landen”

Wanneer is een historicus een historicus?

Tacitus’ grafsteen (Thermenmuseum, Rome)

Aanstaande woensdagavond is er een online-presentatie van Vincent Huninks nieuwe vertaling van de Annalen van de Romeinse auteur Tacitus. U kunt zich hier inschrijven. Het is een fascinerende tekst, dit overzicht van het Romeinse Rijk tussen de troonsbestijging van keizer Tiberius tot en met de beginnende desintegratie van het gezag van keizer Nero. Ik heb er geen cijfers over, maar vermoed dat de Annalen behoren tot de meest-gelezen teksten uit de oude wereld.

Thematiek

De auteur presenteert een reeks ontspoorde keizers en stelt in feite de vraag hoe een heer van stand zich moet gedragen in tijden van despotie. Je wil je verantwoordelijkheid nemen maar als je in ongenade valt, lopen ook de jouwen gevaar. Een aanklacht is zó verzonnen.

Na hen wordt Sextus Marius, rijkste man van Spanje, aangegeven wegens incest met zijn dochter en van de Tarpeïsche rots geworpen. En er mocht blijkbaar geen twijfel zijn dat ’s mans vele geld hem fataal was geworden: zijn goud‑ en zilvermijnen, hoewel geconfisqueerd voor de staat, hield Tiberius apart voor zichzelf. (Annalen 6.19; vert. Vincent Hunink)

Lees verder “Wanneer is een historicus een historicus?”

Het Mausoleum van Augustus

Het mausoleum van Augustus

Nu in Rome het Mausoleum van Augustus, dat lange tijd gesloten was, weer open gaat, en omdat het vandaag de eerste dag is van de mooie maand april, herplaats ik een oud blogje waar ik ooit veel plezier in had.

***

Het moet 2007 zijn geweest dat ik met een stuk of vijf mensen wandelde door Rome, langs de Via del Corso, de grote straat van de noordelijke toegangspoort naar het stadscentrum. Tussen die straat en de Tiber ligt het Mausoleum van keizer Augustus, een grote ruïne van tweeduizend jaar oude bakstenen. Het monument is altijd op slot. De antieke toegangspoort is altijd afgesloten met een groot metalen hek.

Lees verder “Het Mausoleum van Augustus”

Honorius op de troon

Jean-Paul Laurens, Honorius (1880; Chrysler Museum of Art)

Een van de aardigste mensen om op Twitter te volgen is Lauren van Zoonen. Ze is sowieso een van de aardigste mensen die ik ken. Haar tweets gaan over van alles en nog wat, maar geschiedenis vormt een flink bestanddeel. Ook houdt ze van historische schilderijen. Vaak koppelt ze haar tweets aan de datum op de kalender; ze moet ergens een enorm archief hebben.

Aan het bovenstaande doek wijdde ze afgelopen zondag een tweet.

Op 28 maart 1838 werd Jean-Paul Laurens geboren. Deze Franse Academieschilder creëerde vele historische genrestukken met onderwerpen geïnspireerd door de middeleeuwen. Desalniettemin vind ik dit schilderij van de jonge Romeinse keizer Honorius het mooiste werk uit zijn oeuvre!

Lees verder “Honorius op de troon”

De Kastalische Bron

De Kastalische Bron

De Kastalische bron in Delfi bevindt zich niet in het eigenlijke heiligdom van Apollo zelf, maar een eindje vóór de hoofdingang tot het tempelcomplex. Volgens Euripides’ toneelstuk Ion gingen de bezoekers van het orakel eerst naar deze bron om zich ritueel te reinigen. Het wassen van het haar was daarbij voldoende. Alleen moordenaars moesten zich van top tot teen wassen.

Het bronwater diende ook om de tempel van Apollo te besprenkelen. Het kwam van de twee rotsen die bekend stonden als de Faidriades en stortte zich als een beekje naar beneden, om zich onder Delfi te voegen bij de rivier de Pleistos. Volgens de Griekse schrijver Pausanias was het water heerlijk van smaak.

Lees verder “De Kastalische Bron”

De beproeving in de woestijn (2)

De “high place of worship” in Petra

In het vorige stukje presenteerde ik de twee uitwerkingen die Matteüs en Lukas gaven van het simpele zinnetje in Marcus, die had geschreven dat Jezus door de Satan op de proef werd gesteld in de woestijn. De uitwerkingen tonen allebei een gesprek dat bijna lijkt op een spelletje: de duivel daagt Jezus drie keer uit, Jezus geeft lik op stuk met een citaat uit Deuteronomium.

Challenge and riposte

Dit soort gesprekken staat bekend als challenge and riposte. We kennen het goed uit de oude wereld, waarin iemands eer belangrijk was. Dat was iets heel concreets. Een mens had recht op een bepaalde hoeveelheid respect, dat hij in bepaalde situaties kon verliezen. (“Respect” is dus anders dan bij ons, waarin respect iets is dat je verwerft.) Een voorbeeld dat u morgen mooi kunt citeren is het gesprek tussen Julius Caesar en een ziener, die hem had gewaarschuwd op zijn hoede te zijn voor de vijftiende maart. Op die vijftiende maart sneerde Caesar “Nou, die vijftiende maart van je is mooi aangebroken.” Dit is de uitdaging (challenge) van de eer van de ziener. Die is niet uit het veld geslagen: de riposte is “Gekomen maar niet voorbij”. Eer hersteld. De rest is geschiedenis.

Lees verder “De beproeving in de woestijn (2)”