Caesar verovert Marseille

Zomaar een Romeinse adelaar (Museum van Constantine)

Als ik u zeg dat het op de Romeinse kalender eind oktober was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls waren, en als ik dat omreken naar eind september 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Clementie in het vooruitzicht

Hij was terug in Marseille na beide Iberische provincies te hebben overmeesterd en hij maakte zich nu op voor de inname van de havenstad. Het was een van Romes oudste bondgenoten buiten Italië en als zodanig een bevriende stad. Ook nu de Massilioten zich tegen Caesar verzetten, hadden ze enkele onomschreven maar daarom niet mindere morele rechten. Het is niet onvergelijkbaar met de gevoelens die de Spartanen behielden voor de Atheners: toen ze de vijandelijke stad in 404 v.Chr. belegerden, wilden ze toch enige genade betonen voor de kleinkinderen van degenen die driekwart eeuw eerder zij aan zij met hen hadden gestreden tegen de Perzen. Zo mochten ook de bewoners van Marseille rekenen op enige consideratie. Temeer omdat Caesar graag een show maakte van zijn clementie.

Lees verder “Caesar verovert Marseille”

Cato’s vijgen en het klimaatonderzoek

De Derde Punische Oorlog werd onvermijdelijk toen Massinissa, de koning van Numidië, te machtig werd en dreigde Karthago in te nemen. Romes beleid was erop gericht in Afrika geen al te machtige staat te laten ontstaan. Om die reden had het Karthago geholpen toen het tijdens de Huurlingenoorlog dreigde te verliezen. Om die reden had het Sardinië aan Karthago ontnomen toen het de Huurlingenoorlog had gewonnen. En om die reden had het Massinissa lange tijd gesteund. Maar in 149 was er geen andere mogelijkheid meer dan voorwaartse verdediging: annexatie.

De vijgen van Cato

Het uitbreken van de Derde Punische Oorlog zal wel voor eeuwig geassocieerd blijven met de Romeinse politicus Cato de Oudere. Deze zou zijn toespraken steeds hebben beëindigd met de opmerking dat hij voor het overige van mening was dat het beter was als Karthago niet langer bestond. Bij één gelegenheid zou hij tijdens een Senaatsvergadering enkele vijgen hebben getoond die pas drie dagen eerder zouden zijn gekocht op een Afrikaanse markt. Niebuhr, de grondlegger van de Romeinse geschiedenis als wetenschap, schijnt de eerste te zijn geweest die erop attendeerde dat zeilschepen er doorgaans wat langer dan drie dagen over doen om van Tunesië naar Midden-Italië te varen. Mijn leermeester P.W. de Neeve gebruikte het vijgenverhaal als voorbeeld dat je de bronnen niet kritiekloos moet geloven.

Lees verder “Cato’s vijgen en het klimaatonderzoek”

Caesar dictator

Marcus Lepidus (British Museum, Londen)

Als ik u zeg dat het ergens in oktober was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar september 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

In zijn Commentaren op de Burgeroorlog vertelt hij het zelf. Hij was vertrokken vanuit Tarraco , waar hij een landdag had voorgezeten, en op weg gegaan richting Marseille. Zijn kolonels Decimus Brutus en Gaius Trebonius waren nog steeds bezig met het beleg van de havenstad. Eenmaal aangekomen

vernam Caesar dat [in Rome] een wetsvoorstel was ingediend om een dictator te benoemen, en dat praetor Marcus Lepidus hem als dictator had aangewezen.

Lees verder “Caesar dictator”

Caesar in Tarragona

De republikeinse stadsmuur van Tarragona

Als ik u zeg dat het van 25 september tot en met 1 oktober was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 23 tot en met 28 augustus 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Hij kwam aan in Tarraco, het huidige Tarragona, de hoofdstad van de provincie Hispania Citerior. In zijn eigen commentaar heeft hij daarover, in de vertaling van Hetty van Rooijen, het volgende over te melden:

Zelf bereikte hij met de schepen die Marcus Terentius Varro en, op zijn order, de bewoners van Cadiz  hadden gebouwd, in enkele dagen Tarraco. Daar wachtten delegaties van bijna de hele provincie op Caesars komst. Nadat hij er op dezelfde manier persoonlijk en officieel aan enkele gemeenten eer had bewezen, vertrok hij uit Tarraco en begaf zich over land via Narbo naar Massilia.

Lees verder “Caesar in Tarragona”

Hannibal op zoek naar wraak

Artaxata (op de heuvels)
Artaxata (op de heuvels)

[Dit is het laatste van vier stukjes over het leven van de Karthaagse veldheer Hannibal. Het eerste was hier.]

De economie van Karthago was geruïneerd en in 196 v.Chr. koos de volksvergadering Hannibal tot suffeet. Hij reorganiseerde de staatsinkomsten en nam maatregelen om de landbouw en de handel te stimuleren. Er gingen echter geruchten dat hij van plan was een bondgenootschap aan te gaan met het Seleukidische Rijk, om samen Rome voor de tweede keer in Italië aan te vallen – als koning Antiochos III de Grote hem maar een leger wilde geven. Het is onbekend of deze beschuldiging op waarheid berustte, maar toen de Romeinen een onderzoekscommissie stuurden, vluchtte Hannibal naar Antiochië, de hoofdstad van het Seleukidische rijk. Hij was minder dan een jaar aan de macht geweest. Zijn huis werd verwoest.

In deze jaren hadden zowel Rome als de Seleukidische koning belangstelling voor Griekenland en Macedonië. Rome versloeg koning Filippos in de Tweede Macedonische Oorlog (200-197) en riep toen onverwacht zijn troepen terug om Griekenland onbeschermd te laten voor een Seleukidische invasie. Antiochos trapte in de val en liet zich naar Griekenland lokken (192), waar Rome het voordeel had van de korte aanvoerlijnen en vertrouwdheid met het terrein. In deze Syrische Oorlog adviseerde Hannibal koning Antiochos om Italië binnen te vallen en het valt makkelijk te raden wie de bevelhebber van dat expeditieleger had moeten worden. In plaats daarvan kreeg Hannibal een ondergeschikt vlootcommando. In een zeeslag ter hoogte van Side werd hij verslagen door Romes bondgenoot Rhodos (190).

Lees verder “Hannibal op zoek naar wraak”

Hannibal: van Cannae tot Zama

Scipio Africanus (Capitolijnse Musea, Rome)

[Dit is het derde van vier stukjes over het leven van de Karthaagse veldheer Hannibal. Het eerste was hier.]

Ondanks de bloedige nederlaag bij Cannae en het verlies van Capua weigerde de Senaat tot een vergelijk te komen. Logisch, want de strategische situatie was dezelfde gebleven: Romes vermogen afvallige bondgenoten te straffen was groter dan Hannibals vermogen hen te beschermen. De noodzaak de bondgenoten die hij wél had te beschermen, verzwakte bovendien Hannibals slagkracht. En hij kreeg nog altijd geen versterkingen. Kortom, er was geen enkele reden waarom Rome concessies zou doen.

Dus koos Hannibal voor een diplomatiek offensief dat de oorlog zou uitbreiden naar de Balkan. In 215 sloot hij een verbond met koning Philippos van Macedonië. Ook Syracuse werd een Karthaagse bondgenoot.

Lees verder “Hannibal: van Cannae tot Zama”

Hannibal: van Saguntum tot Cannae

Het slagveld bij het Trasimeense Meer

[Dit is het tweede van vier stukjes over het leven van de Karthaagse veldheer Hannibal. Het eerste was hier.]

Terwijl in Karthago diplomaten spraken over de uitlevering van Hannibal, was deze bezig met de voorbereiding van een grote oorlog. Hij benoemde zijn broer Hasdrubal tot bevelhebber in Iberië, en stak in de zomer van 218 v.Chr. de rivier de Ebro over om de verovering van het Iberisch schiereiland te voltooien. Het was oorlog, zoveel was duidelijk. Onmiddellijk stuurde Rome versterkingen naar Sicilië, waar het de belangrijkste Karthaagse aanval verwachtte. De Romeinse vloot bleek oppermachtig, schakelde de Karthaagse vloot uit en verhinderde zo dat Hannibal overzee bevoorraad zou worden als hij in Italië was. Dit zou de komende jaren maar één keer gebeuren.

Het was dus een waagstuk, dat Hannibal de Pyreneeën overstak om de oorlog naar Italië te brengen. Hij zou er op zichzelf zijn aangewezen. Of hij dit altijd van plan is geweest, zoals onze bronnen beweren, is moeilijk uit te maken. Ze vertellen het verhaal zoals Rome het graag zou hebben gezien. In elk geval: hij trok met een leger van 50.000 man infanterie, 9.000 man cavalerie en 37 olifanten door de Languedoc, stak de rivier de Rhône over (misschien bij Avignon), rukte op naar een plek die Het Eiland wordt genoemd en trok daarvandaan de Alpen over. Begin november 218 hadden 38.000 soldaten en 8.000 ruiters de vlakten langs de rivier de Po bereikt in de buurt van de stad Turijn.

Lees verder “Hannibal: van Saguntum tot Cannae”

De jeugd van Hannibal

Saguntum

Toen Hannibal (in zijn eigen Punische taal: Hanba’al, “genade van Ba’al”) in 247 v.Chr. werd geboren, stond zijn geboortestad Karthago op het punt een lange en belangrijke oorlog te verliezen, de Eerste Punische Oorlog (264-241). De stad was de welvarendste zeehaven van de Middellandse Zee geweest en had rijke provincies bezeten, maar het was onvoldoende om én tegen de Romeinen én tegen Numidië te vechten. Uiteindelijk nam Rome niet alleen Sicilië in bezit, maar ook Sardinië en Corsica. De vernedering moet grote indruk gemaakt hebben op de jonge Hannibal.

Hij was de oudste zoon van de Karthaagse generaal Hamilkar Barka, die de jongen in 237 meenam naar Iberië. Daar waren verschillende Karthaagse steden, zoals Gadir (“kasteel”, het moderne Cádiz) en Malkah (“koningsstad”, Málaga). Nieuw-Karthago, het huidige Cartagena, zou korte tijd later worden gesticht. De oude naam van Córdoba is onbekend, hoewel het Punische element Kart, “stad”, herkenbaar is in de naam.

Lees verder “De jeugd van Hannibal”

Caesar en Varro (2)

De brug van Cordoba was er al in de tijd van Caesar en Varro

Varro probeerde, zoals we in het vorige stukje zagen, Hispania Ulterior vanuit Cádiz te verdedigen tegen de naderende legers van Julius Caesar. Dat liep niet goed.

Cordoba sloot de poort voor Varro en even later schreef de gemeenteraad van Cádiz dat Varro er niet welkom was. Vervolgens deserteerde een van Varro’s legioenen. Het trok zich terug in Sevilla. Toen ook Italica, de oudste Romeinse stad in Ulterior, zich tegen Varro keerde, begreep deze het hopeloze van zijn positie. In Cordoba onderwierp hij zich aan Caesar. Daarna ging Caesar naar Cádiz, waar hij twaalf jaar geleden voor het laatst was geweest.

Daar liet hij het geld en de gedenktekens die uit het heiligdom van Hercules naar een particuliere woning waren overgebracht naar de tempel terugbrengen. Hij gaf Quintus Cassius de leiding over de provincie en wees hem vier legioenen toe.

Lees verder “Caesar en Varro (2)”

Caesar en Varro (1)

Portret van een Romein (derde kwart eerste eeuw v.Chr.; Museum für Kunst und Gewerbe, Hamburg)

Als ik u zeg dat het 17 september was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 15 augustus 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Aankomen in Cádiz.

Twee provincies

De Romeinen bestuurden het Iberische Schiereiland als twee provincies, Hispania Citerior en Hispania Ulterior, ofwel het nabijgelegen en verderop gelegen Spanje. Je kunt het ook opvatten als de gebieden aan weerzijden van de Ebro en de vlakte van de Guadalquivir. Ofwel Catalonië en Andalusië met achterland.

Lees verder “Caesar en Varro (1)”