Verliefd, verloren

De Selle

Een noot in een publicatie van vondsten uit Thuin waarvan ik de gegevens momenteel niet bij de hand heb, was de eerste keer dat me opviel dat er weer mensen zijn die denken dat de Sabis de Samber is. Terwijl het gaat om de Selle.

Wellicht verdient dat enige uitleg.

In het jaar 57 v.Chr. viel Julius Caesar de Belgen aan. Even ten noordwesten van het huidige Reims, aan de Aisne, versloeg hij zijn tegenstanders voor de eerste keer. Daarna rukte hij verder op tot hij bij de Nerviërs kwam, die de Romeinse bereden verkenners wisten te verrassen bij de rivier de Sabis. Dankzij de routine waarmee de legionairs reageerden, wonnen de Romeinen het gevecht. Korte tijd later veroverden ze het fort van de Aduatuci, dat is geïdentificeerd bij Thuin. De vraag is nu waar tussen de Aisne en Thuin de Sabis ligt. Het woord is een hapax, dat wil zeggen dat het maar één keer voorkomt in de antieke literatuur, en wel in Caesars eigen verslag.

Lees verder “Verliefd, verloren”

Curtius of Anchouros?

Olielampje (Rheinisches Landesmuseum, Trier)

De Romeinse geschiedschrijver Titus Livius kan het vaak aardig vertellen. Hier is, in de vertaling van mw. Van Katwijk-Knapp, een verhaal uit het zesde boek van zijn Geschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad:

In hetzelfde jaar zakte, naar men zegt, ten gevolge van een aardbeving of een andere natuurkracht ongeveer in het midden van het Forum de grond tot een onpeilbare diepte weg, waardoor een reusachtige kloof ontstond. Iedereen droeg aarde aan, maar men zag geen kans die bodemloze afgrond te vullen. Ten slotte gingen ze zich op aanwijzing van de goden afvragen wat de grootste kracht van het Romeinse volk uitmaakte; want, zo verkondigden de zieners, dat moest daar geofferd worden, als ze wilden dat het Romeinse Rijk eeuwig zou blijven voortbestaan.

Volgens het verhaal wees Marcus Curtius, een voortreffelijke jonge krijgsman, hen terecht: hoe konden ze eraan twijfelen of er iets goeds bestond dat meer karakteristiek was voor de Romeinen dan wapens en moed? … Hij hief de handen ten hemel, strekte ze toen uit naar de gapende kloof in de aarde en naar de schimmen van de onderwereld, en wijdde zich ten dode. Daarna besteeg hij in volle wapenrusting zijn paard, dat zo schitterend mogelijk was opgetuigd, en wierp zich in de afgrond. Een menigte van mannen en vrouwen gooide wijgeschenken en vruchten op hem neer.

Lees verder “Curtius of Anchouros?”

Curio in Africa

Juba (Louvre, Parijs)

In het eerste stukje schreef ik dat Gaius Scribonius Curio in de zomer van 49 v.Chr. Sicilië verzekerde voor Caesar. Daarna stak hij over naar Afrika met vijfhonderd Gallische ruiters en het Vijftiende en het Zestiende Legioen, twee eenheden die in 53 v.Chr. waren gelicht toen Rome ook het door Ambiorix verslagen Veertiende moest vernieuwen. Het Vijftiende was in Italië gebleven om deel te nemen aan Crassus’ expeditie tegen de Parthen en was meteen naar Caesar overgelopen toen deze de Rubico was overgestoken; over eerdere avonturen van het Zestiende weten we niets. Veel gevechtservaring lijken de mannen echter niet te hebben gehad.

Schermutselingen

Curio landde bij Kaap Bon en rukte in slechts drie dagen op door het achterland van het verwoeste Karthago tot hij aankwam bij de rivier de Medjerda, waar zijn tegenstander op hem wachtte: Publius Attius Varus. Hij verdedige Utica, de hoofdstad van de provincie Africa.

Tijdens de eerste schermutselingen wist Curio een graanvloot te onderscheppen. Nu had hij de middelen voor een rustig beleg van Utica. Inderdaad rukte hij daarheen op, maar hij vergat zijn flank te dekken en werd verrast door een Numidisch leger, gestuurd door koning Juba. De Gallische cavalerie wist de vijandelijk ruiterij echter terug te drijven.

Lees verder “Curio in Africa”

Curio in Italië

Portret van een Romein (eerste eeuw v.Chr.; British Museum)

Als ik u zeg dat het 20 augustus was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 20 juli 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag gisteren 2069 jaar geleden?” Het antwoord is dat we dat niet weten maar dat het de dag was waarop Curio om het leven kwam.

Caesars kolonel

We zijn Gaius Scribonius Curio al een paar keer tegengekomen. Kort nadat Caesar de Rubico was overgetrokken, had hij Curio uitgestuurd naar Gubbio, waar het garnizoen van Senaatstroepen de strijd niet aandurfde en deserteerde. Enkele weken later, toen Caesar in Rome was aangekomen en enkele bestuursmaatregelen nam, wees hij Curio aan als nieuwe gouverneur van Sicilië. Zoals gezegd was het eiland van groot belang, omdat hier een groot deel van het graan van de stad Rome vandaan kwam.

Met niet minder dan vier legioenen en duizend man Gallische cavalerie slaagde Curio erin de eerdere gouverneur, Cato, te verdrijven. Deze vluchtte naar de provincie Africa, het huidige Tunesië, en Curio kreeg na Caesars overwinning te Ilerda toestemming of opdracht Cato te achtervolgen. De operatie moet zijn voorbereid, want je schudt niet zomaar even een vloot van 112 schepen uit de mouw.

Lees verder “Curio in Italië”

Door berg en dal met Hannibal: de Alpen

Op weg naar de Montgenèvre

Ik had u een stukje beloofd over Hannibals opmars naar de Alpen. Het probleem is, zoals ik in eerdere stukjes heb verteld, dat de informatie uit onze bronnen te weinig, te ambigu en te inconsistent is om te passen bij het landschap. De meeste hannibalisten hebben al een idee van de oplossing, bedenken een route om bij hun Col de Teloutel te komen en interpreteren de ambigue informatie om daarbij te passen.

Immers, de in de bronnen vermelde kale rotspartijen, nauwe kloven en steile hellingen zijn overal te vinden, waarbij we nog in het midden zullen laten dat de woorden “kaal”, “nauw” en “steil” vrij vaag zijn. De afstand die Hannibals mannen per dag oprukten, kan al naar gelang het uitkomt de vijftien kilometer zijn die antieke legers normaliter op één dag aflegden, of twintig kilometer omdat Hannibal haast had, of tien kilometer omdat men marcheerde door zwaar terrein. Voeg een marge toe van een kilometer of wat en er is er altijd wel een kale rots, een nauwe kloof of een steile helling te vinden op het punt waar de hannibalist die wil hebben. Als het desondanks niet lukt, is het altijd nog mogelijk aan te nemen dat Livius en Polybios, die allebei dezelfde tekst hebben bewerkt, toevallig allebei hebben verzuimd een vermelding van een markant punt over te nemen.

Lees verder “Door berg en dal met Hannibal: de Alpen”

Door berg en dal met Hannibal: de Drac

De Drac

De tocht van Hannibal over de Alpen mag dan een non-probleem zijn, het is een leuk onderwerp om uit te leggen wat oudheidkundigen nu eigenlijk doen. Stap één: je stelt de tekst vast van onze bronnen (Polybios en Livius dus). Stap twee: kijk hoe die zich tot elkaar verhouden. Stap drie: distilleer welke aanwijzingen je nu eigenlijk hebt. Stap vier: pas deze informatie in het landschap.

Vage informatie

Over stap één hebben we het gehad toen we het hadden over de Arar/Skaras. De uitkomst van stap twee is dat de twee bronnen teruggaan op een getuige én dat Livius daar iets aan toevoegde uit Timagenes van Alexandrië. Stap drie is dat de resterende informatie te gering, te ambigu en te inconsistent is om stap vier te zetten. Dat wil niet zeggen dat we helemáál niets weten. We weten dat er twee oerbronnen waren: de getuige achter Polybios en Livius én de informatie van Timagenes.

Lees verder “Door berg en dal met Hannibal: de Drac”

Door berg en dal met Hannibal: het Eiland

De samenvloeiing van Rhône en Isère

Een van de problemen waarmee hannibalisten, zoals de Fransen degenen noemen die zich bezighouden met de onbeantwoordbare vraag waar Hannibal de Alpen overstak, te maken krijgen, is de positie van het Eiland. Hier begon Hannibal aan zijn opmars naar de Alpen. Ik heb al eens geblogd over de problematiek. De ene bron, Titus Livius, schrijft dat het een landtong was tussen de Rhône en de Arar ofwel Saône. Dan zou Eiland bij het huidige Lyon zijn, dat immers ligt waar de Saône samenkomt met de Rhône. De andere bron, Polybios, noemt de rivier Skaras.

De Isère

De tegenspraak is maar één probleem – en het makkelijkste. Arar kan niet. De Saône is te ver van de oversteekplaats waarover ik eergisteren blogde. Polybios geeft namelijk een afstandsschatting en noemt ook dat die afstand in vier dagen was te overbruggen. Zelfs vanaf de noordelijkste kandidaat-oversteekplaats is Lyon te ver. De meeste hannibalisten houden het erop dat de rivier de Isère, de antieke Isara, dezelfde is als Skaras. U ziet hierboven de samenstroming van Isère en Rhône, even ten noorden van Valence.

Lees verder “Door berg en dal met Hannibal: het Eiland”

Door berg en dal met Hannibal: de Tricastijnen

Even afgezien van het feit dat de vraag waar Hannibal de Alpen overstak totaal irrelevant is en niet beantwoord kan worden: de kwestie is nuttig om uit te leggen hoe veelkleurig de oudheidkunde is. Het begint met een analyse van wat er nu feitelijk in de bronnen staat, vervolgens probeer je te doorgronden hoe de bronnen zich tot elkaar verhouden, en zo stel je vast welke informatie je nu feitelijk hebt. Daarna ga je kijken welke Alpenpassen en routes aan die informatie voldoen.

We hebben twee bronnen, Polybios en Livius. Als je ze leest – ik ga het nu niet uitleggen, u bestelt mijn in januari te verschijnen boek Hannibal in de Alpen maar – zie je dat de verschillen vallen in drie groepen: herformuleringen, kleine verschillen en de inlassingen. Herformuleringen zijn precies dat: Livius vertelt hetzelfde als Polybios maar zet het vaak wat dik aan. De kleine verschillen bieden vier aanwijzingen dat Livius niet Polybios overschrijft maar dat zijn informatie (vermoedelijk via een tussenschakel) teruggaat op een gedeelde bron. Livius is dus niet elimineerbaar. Tot slot zijn er inlassen en een daarvan is een kort zinnetje.

Lees verder “Door berg en dal met Hannibal: de Tricastijnen”

Door berg en dal met Hannibal: de Rhône

In januari verschijnt mijn boek Hannibal in de Alpen, dat in maart zal worden gevolgd door de prequel over de Eerste Punische Oorlog, waarover ik het al eens had. Er moesten over het Hannibalboek, waarin ik uitleg waarom we niet weten kunnen waar deze de Alpen overstak, nog wat inhoudelijke puntjes op de i worden gezet en dus huurde mijn zakenpartner een auto en zijn we maandag naar de Alpen gereden. Of beter, we reden maandag tot Beaune en wilden vandaag via Avignon de Alpen in, maar de Ronde van Frankrijk en een reeks regenbuien zorgden ervoor dat we niet verder dan zijn gekomen dan Avignon. Wat al mooi genoeg is.

Paleohydrologie

De regen zouden we zelfs als authentiek kunnen beschouwen, want uit dendroklimatologisch onderzoek blijkt dat het destijds opvallend vochtig was en mogelijk iets warmer dan tegenwoordig. Dat laatste is een algemene constatering, maar je moet rekening houden met het plaatselijke klimaat en juist in een gevarieerd gebied als de Alpen kun je niet zomaar komen tot uitspraken over de  gemiddelde temperatuur. Hoe dat ook zij, het staat vast dat de gletsjers zich aan het terugtrokken waren en dat er dus, door smeltwater én de genoemde regen, meer water stond in de antieke Rhône.

Lees verder “Door berg en dal met Hannibal: de Rhône”

De tweede zeeslag bij Marseille

Afgietsel van een reliëf met twee oorlogsschepen uit Napels (Museum für antike Schifffahrt, Mainz)

Als ik u zeg dat het de derde was van de maand sextilis, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 3 juli 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Nou, het zou best kunnen zijn dat Caesar in Ilerda, waar hij zojuist de troepen van de Senaat had verslagen, bericht kreeg over de gebeurtenissen in Marseille, enkele dagen eerder, op de laatste dag van de Romeinse maand quinctilis (ofwel onze 30 juni). Volgens dit mooie programma deed een ijlbode te paard een kleine drie dagen over de 716 kilometer van Marseille naar Ilerda. En het nieuws dat de bode uit Marseille aan Caesar kwam brengen was goed: voor de tweede keer was er een zeeslag geweest en de aanhangers van Caesar hadden gezegevierd.

Lees verder “De tweede zeeslag bij Marseille”