#Romeinenweek: De Franken

Een Frankische krijger: de Heer van Morken (Johnny Shumate)

[Momenteel is de Romeinenweek. Er zijn tientallen activiteiten in het hele land en ze zijn zonder uitzondering allemaal ontzettend leuk. Het thema is “100% Romeins?”: hoe Romeins was de Romeinse tijd eigenlijk? Voor het laatst blog ik over de Romeinse aanwezigheid in de Lage Landen.]

De laatste Romeinse keizer die nog belang stelde in de gebieden ten noorden van de Alpen was Majorianus (r.457-461). Dat betekende dat hij het conflict aanging met de Franken, die inmiddels in het noorden van Gallië een staat aan het opbouwen waren. Ik blogde al eens over hun leider Childerik.

De Romeinse auteur Sidonius Apollinaris hield een lofrede op zijn keizer, waarin hij alle stereotypen uit de kast haalde om de Franken neer te zetten als allerafschuwelijkste woestelingen. De toekomst behoorde echter wél aan die woestelingen: Majorianus bereikte weinig en de Franken namen de macht in Gallië over. Over deze episode is groot nieuws op komst maar het is nog onder embargo.

Lees verder “#Romeinenweek: De Franken”

#Romeinenweek: Een Romeinse stad

De basilica van Bavay

[Momenteel is de Romeinenweek. Er zijn tientallen activiteiten in het hele land en ze zijn zonder uitzondering allemaal ontzettend leuk. Het thema is “100% Romeins?”: hoe Romeins was de Romeinse tijd eigenlijk? Deze week elke dag een stukje over de Romeinse aanwezigheid in de Lage Landen.]

In de tweede eeuw n.Chr. somde de Griekse auteur Pausanias de kenmerken op waaraan een plaats moest voldoen om in zijn tijd te mogen gelden als stad. De magistraten moesten beschikken over een representatieve vergaderzaal en er moesten enkele openbare voorzieningen zijn, zoals een theater, een waterleiding (hieronder viel ook het badhuis) en een sportschool. Tot slot had een stad ook een economische functie, want er moest een markt zijn. De aanwezigheid van tempels gold in de Oudheid als zo vanzelfsprekend dat ze onvermeld kon blijven. Al deze gebouwen stonden ook in de steden in de Lage Landen.

De ideale Romeinse stad had de vorm van een dambord, waarbij de verschillende velden staan voor de huizenblokken. Zelfs het met duizend inwoners tamelijk onaanzienlijke Voorburg was volgens dit patroon gebouwd. In het midden kruisten twee hoofdstraten elkaar op het centrale plein, het forum. Bezoekers wisten dat ze hier het raadhuis en de tempel voor de stadsgoden konden vinden. Als de stad erg groot was, bezat ze verschillende marktpleinen, maar in de kleine steden van de Lage Landen zal de wekelijkse markt hebben plaatsgevonden op het centrale plein.

Lees verder “#Romeinenweek: Een Romeinse stad”

#Romeinenweek: Kunst in de Sahara

Ghirza, noordelijke necropool, Mausoleum C

Rond het jaar 200 n.Chr. besloot de Romeinse keizer Septimius Severus dat het tijd werd in Libië de stad Lepcis Magna, waar hij was geboren, beter te beschermen tegen invallen van woestijnnomaden. Dat kon alleen door alle oasen in de Sahara te bezetten, zodat de nomaden niet langer het gecultiveerde land rond Lepcis konden bereiken. De nieuwe rijksgrens staat bekend als de Limes Tripolitanus en is het Libische broertje van de limes die hier in Nederland liep langs de Rijn.

Nu kun je wel een garnizoen leggen in een oase, je moet het ook nog voeden, en geen oase produceert genoeg water om voor 500 man en 500 dromedarissen voedsel te produceren. Geen nood: de Romeinen legden dammen en cisternes aan in de wadi’s, zodat ze boeren in de halfwoestijn konden vestigen en van de winterregens konden profiteren. Septimius Severus paste dus gewoon even een ecosysteem aan. Je bent keizer van Rome of niet.

Lees verder “#Romeinenweek: Kunst in de Sahara”

De dood van Kleopatra

Kleopatra VII Filopator (Altes Museum, Berlijn)

De buste hierboven, vrijwel zeker Kleopatra, zag ik voor het eerst op een middelmatige expositie in Rome, waar dit het enige voorwerp was dat de moeite van het bezoek waard bleek. Fotografie was verboden. In 2009 zag ik de buste terug in Haltern, op de grote expositie ter herdenking dat het twee millennia geleden was dat de slag in het Teutoburgerwoud plaatsvond. De vele bezoekers maakten fotografie toen onmogelijk. De foto hierboven nam ik uiteindelijk in het Altes Museum, waar deze buste staat opgesteld als ze niet naar Rome of Haltern is.

Een mooi bewaard portret van een jonge vrouw. Sporen van de oorspronkelijke verf zijn nog goed zichtbaar. Ik meen iets zelfverzekerds in het gezicht te herkennen, maar dat kan projectie zijn. Sterker nog: het portret was ooit beschilderd en de uitdrukking die we nu zien, correspondeert vermoedelijk niet met wat toen was te zien.

Lees verder “De dood van Kleopatra”

Romeinse Moederdag

Moeder met kind (Archeologisch Museum, Zagreb)

[Vandaag is de laatste dag van de Romeinenweek. Wat dat is en waarom het leuk is, lazen de vaste lezers van deze kleine blog al eerder (hier) en zal ik niet herhalen. Liever schrijf ik deze week een reeks Romeinenstukjes voor mijn neef op Curaçao. Die heeft ooit een spreekbeurt over de Romeinen gehouden, dus hij weet al heel veel, maar ik voeg deze week wat Romeinse dingen toe.]

Omdat het niet alleen de laatste dag is van de Romeinenweek maar ook Moederdag, ligt de vraag voor de hand of de Romeinen Moederdag kenden. Het antwoord is ja: op de eerste dag van de maand maart was het feest. De dag was gewijd aan Juno, de echtgenote van de oppergod Jupiter. Deze godin, die vrouwen bijstond bij een bevalling, had verschillende cultusplaatsen in Rome, maar op 1 maart was er maar één Juno-heiligdom dat er echt toe deed: de tempel van Juno Lucina.

Lees verder “Romeinse Moederdag”

Romeinen en Grieken

Het theater van Dionysos in Athene, gebouwd in het klassieke Griekenland en tot vér in de Romeinse tijd in gebruik.

[Afgelopen zaterdag begon de Romeinenweek. Wat dat is en waarom het leuk is, lazen de vaste lezers van deze kleine blog al eerder (hier) en zal ik niet herhalen. Liever schrijf ik deze week een reeks Romeinenstukjes voor mijn neef op Curaçao. Die heeft ooit een spreekbeurt over de Romeinen gehouden, dus hij weet al heel veel, maar ik voeg deze week wat Romeinse dingen toe.]

Mensen hebben het altijd over “de Romeinen en de Grieken”. Maar waarom altijd die twee? Er waren vroeger zo veel volken. De geschiedenis begon bij de Mesopotamiërs (in wat nu Irak heet) en bij de Egyptenaren. Er waren Joden, Karthagers, Galliërs en Germanen. In Nederland en België woonden de Nerviërs, de Tungriërs, de Bataven, de Cananefaten en de Friezen. Waarom is “de tijd van Grieken en Romeinen” dan lagere schoolstof en waarom zijn de andere volken dat niet?

Lees verder “Romeinen en Grieken”

Janus

Janus (Rome, Palazzo Massimo)
Janus (Rome, Palazzo Massimo)

Ik heb nu drie stukjes geschreven over de manier waarop we de Romeinen kennen: archeologie, vergelijkingen met andere volken, geschreven teksten. Het blijft echter lastig. Neem Janus, de god met het dubbele gezicht. Hij stond op de oudste Romeinse munten, bronsstukken van ruim drie ons die in geen enkele museumcollectie ontbreken. Elke keer als de Romeinen een offer brachten, begonnen ze met het aanroepen van Janus. Pas daarna deden ze het eigenlijke offer. Als titel had hij divom deus, wat heel oud Latijn is voor “god der goden”. Kortom, een beroemde god.

Lees verder “Janus”

Hoe kennen we de Romeinen? (2)

Germania Capta
Romeinse munt met een huilende Germaanse vrouw. De Romeinen hebben de Germanen verslagen, de mannen gedood en de vrouwen in rouw achtergelaten.

[Eergisteren begon de Romeinenweek. Wat dat is en waarom het leuk is, lazen de vaste lezers van deze kleine blog al eerder (hier) en zal ik niet herhalen. Liever schrijf ik deze week een reeks Romeinenstukjes voor mijn neef op Curaçao. Die heeft ooit een spreekbeurt over de Romeinen gehouden, dus hij weet al heel veel, maar ik voeg deze week wat Romeinse dingen toe.]

Ik vertelde gisteren dat we de Romeinen kenden door de teksten die ze op papyrus hebben geschreven. Sommige daarvan zijn gevonden in de Egyptische woestijn, andere zijn, omdat het zulke mooie literatuur was, door een lange reeks kopiisten overgeschreven. Er zijn echter nog veel meer Romeinse teksten over, namelijk op inscripties en op munten.

Lees verder “Hoe kennen we de Romeinen? (2)”

Wat zijn Romeinen?

Vandaag begint de Romeinenweek. Wat dat is en waarom het leuk is, lazen de vaste lezers van deze kleine blog al eerder (hier) en zal ik niet herhalen. Liever schrijf ik deze week een reeks Romeinenstukjes voor mijn neef op Curaçao. Die heeft ooit een spreekbeurt over de Romeinen gehouden, dus hij weet al heel veel, maar ik voeg deze week wat Romeinse dingen toe.

Vandaag: wat zijn Romeinen eigenlijk?

Dat is een makkelijke vraag, maar er is geen gemakkelijk antwoord. Of beter: er zijn verschillende goede antwoorden. Het makkelijkste is gewoon om te zeggen dat de Romeinen de bewoners zijn van Rome. Tegenwoordig wonen er ruim vier miljoen mensen in de hoofdstad van Italië en daarvan is de paus de bekendste. Maar als we het deze week over “de Romeinen” hebben, hebben we het natuurlijk vooral over de Romeinen van vroeger.

Lees verder “Wat zijn Romeinen?”

Tacitus’ Germanen (4)

Tacitus’ grafsteen (Thermenmuseum, Rome)

[Onder de onheilspellende titel In moerassen en donkere wouden heeft de Nijmeegse classicus Vincent Hunink vertalingen samengebracht van alle teksten die de Romeinse historicus Tacitus wijdde aan de Germanen.

Daarover valt een hoop te zeggen. Dit is het vierde van zeven à acht stukjes, waarmee ik u wil verleiden dat boek te lezen. Het is namelijk echt interessante materie. En nee, ik krijg voor deze blogstukjes – net als voor mijn reeksen over de Historia Augusta en Het leven van Apollonius – geen commissie.]

Publius Cornelius Tacitus – over zijn voornaam bestaat onduidelijkheid – stamde uit een rijke familie, misschien uit het zuiden van Frankrijk. Hij werd geboren rond 55 n.Chr. en ontving de scholing die destijds paste bij iemand van zijn stand: een redenaarsopleiding. Een heer nam zijn verantwoordelijkheid voor de gemeenschap en speelde een rol in het bestuur van zijn stad of provincie, en moest dus kunnen spreken in het openbaar, zeker als hij hogerop ging en een positie kreeg in het rijksbestuur. De beste scholen waren in Rome en misschien heeft de jonge Tacitus, zo’n veertien jaar oud, het Vierkeizerjaar meegemaakt in de hoofdstad, zodat hij uit ervaring wist wat het betekent als het overheidsgezag instort.

Lees verder “Tacitus’ Germanen (4)”