De Protocollen van de Wijzen van Zion

Ophef, een jaar of drie geleden, over de website van de NOS, waar de joodse miljardair-filantroop George Soros was getypeerd als invloedrijke bemoeial met tentakels in de wereldpolitiek. Protesten, beschuldigingen van antisemitisme, een NOS die het aanvankelijk niet wilde corrigeren, een NOS die dat later wel deed. Het antisemitische aspect, waarvan ik in het midden laat of een NOS-medewerker het beoogde, is de aanname dat joden de wereldpolitiek naar hun hand zouden zetten. Die aantijging komt uit De Protocollen van de Wijzen van Zion, een beruchte vervalsing uit het laatste jaar van de negentiende eeuw.

Klaas Smelik, tot voor kort hoogleraar Hebreeuws in Gent, wijdde in 2011 een boek aan de bizarre geschiedenis van deze invloedrijke antisemitische tekst: De zeven levens van de Protocollen van de Wijzen van Zion. Het verscheen in een (nog leverbare) Nederlandse versie en een zo te zien niet meer leverbare Vlaamse versie. Smelik behandelt het ontstaan van de tekst in Russische kringen in Parijs, de wijze waarop het schotschrift naar tsaristisch Rusland kwam en daar na de Revolutie van 1917 aan invloed won, de verspreiding in de westerse wereld (Henri Ford!), het gebruik in het Derde Rijk, de huidige populariteit in het Midden-Oosten en tot slot de curieuze draai in New Age-kringen.

Lees verder “De Protocollen van de Wijzen van Zion”

Geliefd boek: Der Duft der Imperien

Dat ik erg in parfums ben geïnteresseerd zou ik niet willen beweren. Ik aarzelde even of ik het nieuwste boek van Karl Schlögel, Der Duft der Imperien (2020, ook in het Engels vertaald) zou kopen, hoewel hij toch een lievelingsschrijvers is. Een voor Schlögel karakteristieke zin gaf de doorslag:

Dass die Teiling der Welt in Ost und West auch eine der Geruchswelten war, wusste jeder, der vor dem Fall der Berliner Mauer einmal den Grenzübergang Berlin-Friedrichsstraße passiert hat.

De scherpe zwavelgeur van brandend bruinkool in toenmalige Oost-Berlijnse woonwijken is mij altijd bijgebleven. In het nieuwe Berlijn is dat verschil in geuren verdwenen.

Lees verder “Geliefd boek: Der Duft der Imperien”

Geliefd boek: Rusland tegen Napoleon

Rusland tegen Napoleon van Dominic Lieven is een prachtig en spannend geschreven boek dat ons herinnert aan de Napoleontische oorlogen. Het beschrijft wat, hoe en waarom de Russen deden wat ze deden, de organisatie tegen het aanstormende Napoleontische leger, de legerleiding, de Tsaar, de tactieken, de organisatie achter de schermen.

Het toont ook hoe Rusland Napoleon in zijn eentje moest weerstaan en dat de ‘geallieerden’ pas na de overwinning bij Leipzig er brood in zagen om zich daar schoorvoetend bij aan te sluiten. Voor de geallieerden begon de oorlog tegen Napoleon pas toen de Russen de achtervolging door Europa al hadden ingezet.

Ook behandelt het boek de tactische miskleunen van beide kanten. Maar vooral zien we de oorlog vanuit het Russisch perspectief. Het boek biedt niet, zoals in onze geschiedenisboekjes, de West-Europese visie.

Rusland hoort nog steeds bij Europa is mijn mening.

Lees verder “Geliefd boek: Rusland tegen Napoleon”

De Skythen (2)

Paardenbeslag in de vorm van een hert (Antikensammlung, Munchen)

Dat Cunliffes boek The Scythians. Nomad Warriors of the Steppe niet werkelijk overtuigt, zoals ik al zei, ligt voor een deel aan de materie. Wie schrijft over pakweg de oude Egyptenaren kan wel het een en ander bekend veronderstellen: een handvol koningsnamen, piramiden, goden met dierenhoofden, de Nijl, en dat alles in de drie millennia voor het begin van onze jaartelling. Maar waar Hövsgöl Aimag en het Dzhungar-basin liggen, wat een kurgan is en wanneer de Samara-Oeral-cultuur valt te dateren, dat is lastiger. Ligt de Syr Darya nou ten zuiden of ten noorden van de Amu Darya? Wat was het verschil ook alweer tussen Saka Tigrakhauda en de Saka Haumavarga? Het ligt niet aan Cunliffe dat een lezer het moeilijk vindt de aandacht erbij te houden, zeker omdat hij probeert compleet te zijn en geen grafheuvel onvermeld lijkt te willen laten. Het duizelt je echter van de namen.

Herodotos’ Skythen

Een ander probleem is wel Cunliffes eigen keuze: de enorme rol van het vierde boek van Herodotos. Nu mogen we zeker blij zijn dat we deze vijfde-eeuwse beschrijving van het leven ten noorden van de Zwarte Zee hebben, maar Cunliffe stapt wat makkelijk over de problemen heen. Dat probleem is niet, zoals wel wordt beweerd, dat Herodotos’ Skythen een soort anti-Grieken zijn, de barbaren die nodig zijn om de Grieken beschaafd te laten lijken. Zo simpel werkt antieke etnografie niet: die “ander” is niet slechts een anti-Griek maar is altijd ook een alter ego.

Lees verder “De Skythen (2)”

De Skythen (1)

Een Skythische boogschutter op een Griekse vaasschildering (Louvre, Parijs)

Het is pas op blz.311 in zijn vorig jaar verschenen boek The Scythians. Nomad Warriors of the Steppe dat de door mij bewonderde Britse oudheidkundige Barry Cunliffe het punt maakt waar ik op zat te wachten. Het is wat lyrisch geformuleerd maar belangrijk:

The wide expanse of steppe flowing through Eurasia, with its grey-green horizons receding in the distance and its shimmer as the wind rustles the grass, challenges everyone to be on the move. Like the sea, it is a world where nothing can stay still and, like the sea, it sweeps everything onward. For millennia people have progressed through the steppe, sometimes in repeating patterns of transhumance and sometimes with astonishing speed, crossing huge distances to seek out new pastures. The Scythians occupy only one small part of the grand narrative.

Skythen en andere nomaden

De golven van de zee zijn de perfecte metafoor. Ze bewegen op en neer, vormen samen een enorme stroming en verplaatsen grote watermassa’s over enorme afstanden. Steppenomaden bewegen met de jaargetijden van zomer- naar winterweiden, clusteren samen onder leiding van deze of gene charismatische leider – een Attila de Hun, een Djengis Khan, een Timoer Lenk – en vormen een volk, verplaatsen zich van het oosten naar het westen, vallen weer uiteen en herclusteren dan weer als er een nieuwe leider opstaat. Het geldt ook voor de Indo-Europeanen, voor de Kimmeriërs, voor de Skythen, voor de Sarmaten, voor de Kushana’s, voor de Alanen, voor de Hunnen, voor de Avaren, voor de Turken, voor de Bulgaren, voor de Khazaren, voor de Magyaren, voor de Tataren, Mongolen, Kozakken, Oezbeken. Seizoensmigratie van veetelers, krijgers te paard, steeds weer trekkend van de droge steppe van Siberië naar het wat vochtiger Oekraïne, Roemenië en Hongarije. De Skythen vormden maar één hoofdstuk in het grote verhaal, één golf in een zee van migrerende steppenomaden.

Lees verder “De Skythen (1)”

Roslavets: Damnatio Memoriae in de 20e eeuw

Nikolaj Roslavets

Zeg atonale muziek en iedereen die iets van klassieke muziek afweet denkt aan Schönberg. Vervolgens denkt men via zijn leerling Anton Webern aan piep-knars muziek: onbegrijpelijk en ontoegankelijk, behalve voor een handjevol uitverkorenen. Daar behoor ik niet toe, al maak ik graag een uitzondering voor Alban Bergs Vioolconcert. Ik heb dat horen spelen door een jongedame van het Nederlands Ballet Orkest en die wist hartverscheurend over te brengen hoe het voelt om een jong meisje kwijt te raken aan de dood. Het moge duidelijk zijn dat ik Stravinsky’s “noten drukken niets anders uit dan zichzelf” verwerp.

De ontwikkeling van atonale muziek loopt parallel aan de democratisering van deze kunstvorm. Na WO-1 werd de jazz populair, na WO-2 poprock (want ik heb er geen problemen mee om The Animals en Andre Hazes over één kam te scheren). Klassieke muziek kwam in een elitair hoekje terecht, al bleven de gouwe ouwen onverminderd populair.

Lees verder “Roslavets: Damnatio Memoriae in de 20e eeuw”

De dood van Stalin

 

berlin_stalin_checkpoint_charlie

Ik ben geboren in Moravië, het centrale deel van voormalige Tsjecho-Slowakije, tijdens de Tweede Wereldoorlog. Al snel na de communistische machtsovername in 1948 kregen mijn ouders  veel politieke problemen en in een poging om aan de aandacht van de  machthebbers te ontsnappen verhuisden ze met ons, hun twee kleine kinderen, naar een stadje in Slowakije.

Ik heb er bijna mijn hele lagere school doorgelopen: buiten en op school sprak (en schreef) ik Slowaaks en thuis Tsjechisch, en al lijken die twee talen op elkaar, het zijn toch twee aparte talen met een aparte spelling. Je leefde als het ware in twee aparte werelden, in alle opzichten, omdat  je zelfs als kind heel duidelijk voelde dat de werkelijkheid buitenshuis anders was dan datgene wat je thuis hoorde.

Lees verder “De dood van Stalin”

Identiteitspolitiek

Ik weet niet zo zeker of dit wel onschuldig is.

Het was zo maar een bericht van de soort waarvan je er elke dag tientallen ziet. Berichten die je, murw gebeukt door de aanhoudende stroom slecht nieuws, eigenlijk niet langer leest. Maar het gebeurt echt: Rusland wil de Jehovah’s Getuigen plaatsen op een lijst van gevaarlijke extremistische organisaties. Lees die zin nog even rustig en bedenk wat u over Jehovah’s Getuigen weet. Inderdaad: ze zijn nogal pacifistisch. U weet wel, tijdens de Eerste Wereldoorlog schoten ze in de lucht, één wereldoorlog later kregen ze van de Duitse bezetter een enkeltje concentratiekamp en in het Nederland van de Koude Oorlog verkozen ruim 800 Getuigen gevangenisstraf boven militaire dienst.

Ik heb zo’n vermoeden dat de Russische autoriteiten, als we ze zouden vragen wat ze beweegt, zullen antwoorden dat dat pacifisme weleens schijn kan zijn. Dat is immers ook hoe bestuurders – in de voormalige Sovjet-Unie, in Europa, in de Verenigde Staten – spreken over de islam: elke moslim is verdacht en als hij zegt dat hij geen plannen heeft om op gewelddadige wijze het kalifaat in te stellen, dan moeten we er rekening mee houden dat dat slechts een rookgordijn is. Denk aan Trump die moslims wil verbieden Amerika binnen te reizen tot “we” hebben kunnen uitvogelen wat er met ze aan de hand is.

***

Er komen in de voorgenomen Russische christenvervolging drie dingen samen die op zich weinig hebben te maken met het christendom, maar die wereldwijd voorkomen en eigenlijk nogal verontrustend zijn.

Lees verder “Identiteitspolitiek”

Communistische archeologie (3)

Een recent overzicht van de Neolithische Revolutie. In de eeuwen tussen 10.000 en 7800 v.Chr. (het Pre-Pottery Neolithic A en B) werd op vijf plekken tegelijk de landbouw ontdekt. Uit: S. Riehl e.a., "Emergence of Agriculture in the Foothills of the Zagros Mountains of Iran", in Science Magazine Vol. 341 (2013), Issue 6141, pp. 65-67.
Een recent overzicht van de Neolithische Revolutie. In de eeuwen tussen 10.000 en 7800 v.Chr. (het Pre-Pottery Neolithic A en B) werd op vijf plekken tegelijk de landbouw ontdekt. Uit: S. Riehl e.a., “Emergence of Agriculture in the Foothills of the Zagros Mountains of Iran“, in Science, Vol. 341 (2013), Issue 6141, pp. 65-67.

Ik blogde eergisteren over de communistische archeologie, waarvan ik vertelde dat die een verklaring zocht voor de “spreadsheet” van regio’s en archeologische culturen die was opgesteld door Oscar Montelius. Liberalen namen als “motor” achter de vooruitgang aan dat individuen uitvindingen deden die zich daarna door imitatie verspreidden. Dat heet diffusie en meestal ontwaarde men een beweging van oost naar west. De racisten geloofden dat culturele innovaties zich verspreidden door migratie en zagen liever een beweging vanaf de Noordduitse Laagvlakte naar de rest van de wereld.

De communisten meenden dat dezelfde uitvinding verschillende keren kon worden gedaan, mits de productiemiddelen en -verhoudingen vergelijkbaar waren. Ik illustreerde dit aan de hand van de megalithische monumenten. Een ander voorbeeld is het goed-marxistische idee dat de vooruitgang geen gestaag proces is, maar plaatsvindt door middel van revoluties.

Lees verder “Communistische archeologie (3)”

Communistische archeologie (2)

Een deel van Childe's "spreadsheet" van antieke culturen. Anders dan je van een archeoloog zou verwachten, is het jongste onder en het oudste boven.
Een deel van Childe’s “spreadsheet” van antieke culturen. Anders dan je van een archeoloog zou verwachten, is het jongste onder en het oudste boven.

Ik blogde eergisteren over de communistische archeologie, waarvan ik vertelde dat die overeenkomsten had met de wijze waarop liberalen keken naar het vak. Beide politieke stromingen delen immers een in wezen optimistisch toekomstbeeld en de grote wetenschappelijke winst van de negentiende eeuw is geweest dat de archeologen een empirische basis legden onder het achttiende-eeuwse vermoeden dat er in de geschiedenis vooruitgang was geweest.

Centraal daarbij stond het type archeologie dat Oscar Montelius had ontworpen, waarin het verleden in feite een grote spreadsheet was van regio’s en archeologische culturen. Wie er chronologisch doorheen ging, zag een zekere vooruitgang, maar verder was het eigenlijk een soort geschiedenis-met-andere-middelen, waarin de antieke beschavingen de plaats hadden overgenomen van koninkrijken die ontstonden, bloeiden en instortten. Dit was toch wat onbevredigend. Je wil méér. Je wil weten wat de motor achter de vooruitgang is. Al was het maar om die motor te stimuleren voor, om het eens negentiende-eeuws te verwoorden, the future improvement of society.

Lees verder “Communistische archeologie (2)”