Mykale en de Feniciërs

Perzisch kapiteel uit Sidon, waar de Perzisch vloot een van zijn voornaamste bases had (Nationaal Museum, Beiroet)

De zeeslag bij Salamis, een eiland voor de kust van Athene, geldt als een keerpunt in de wereldgeschiedenis. De Perzen hadden in de zomer van 480 v.Chr. de Griekse vloot bij Artemision verslagen en het Griekse leger bij Thermopylai, hadden de macht overgenomen in Midden-Griekenland en hadden Athene ingenomen. Ze moesten alleen de resterende Griekse schepen nog verdrijven van Salamis om onverstoord gebruik te kunnen maken van de havens van Athene en door te stoten over de istmus van Korinthe. Het mocht niet zo zijn: de Griekse vloot versloeg de Perzische, waardoor de Perzen hun aanvoerlijnen over zee niet veilig hadden weten te stellen voor de winter inviel. De terugtocht was onvermijdelijk en volgens de negentiende-eeuwse interpretatie overleefde zo de Griekse cultuur deze aanval van barbaarse Aziatische horden.

Dat dit kwakgeschiedenis is, heb ik in februari al eens beschreven en in augustus nog eens. En het komt ook aan de orde in mijn nieuwe boek, Xerxes in Griekenland, dat in feite gaat over de wijze waarop het verleden, doordat oudheidkundigen kwakhistorici niet beter tegenspreken, de laatste tijd is gepolitiseerd. Als u mijn schrijfsels moe bent, leest u Max Webers “Kritische Studien auf dem Gebiet der kulturwissenschaftlichen Logik” (1905) maar. Waar het mij vandaag om gaat is een simpel krijgshistorisch probleem: waarom keerden de Perzen niet terug? Hun leger was onverslagen, hun vloot was nog intact. De schepen lagen in de winter in Kyme, waar ze werden opgekalefaterd. Vermoedelijk was de Perzische vloot, die bestond uit zwaardere en snellere schepen dan de Grieken konden inzetten, ook nog steeds numeriek superieur aan de Griekse zeestrijdmacht. Simpel gezegd: de beslissing viel niet bij Salamis maar in de winter erna.

Lees verder “Mykale en de Feniciërs”

Laatantiek Cyprus

De bruiloft van David en Mikal: een van de stukken uit de Lambousa-schat uit Lapethos (Cyprus Museum, Nicosia)

In de vierde eeuw n.Chr. werd Cyprus getroffen door twee aardbevingen (in 332 en 342). De schade was voldoende om de provinciale hoofdstad van Pafos te verplaatsen naar Salamis, dat werd omgedoopt tot Constantia (naar keizer Constantius II). Over het algemeen bleef het eiland echter floreren.

De geschiedenis van Cyprus was in deze tijd die van het oostelijke deel van het Romeinse Rijk. De bewoners volgden de religieuze mode en bekeerden zich tot het christendom. Naar verluidt heeft de moeder van keizer Constantijn de Grote, Helena, achter Larnaka het Stavrovouni-klooster gesticht. Christelijke basilieken verrezen in Nicosia, Salamis en Kourion. In 488 kreeg het eiland een speciale status binnen de kerk: het werd als autokefaal beschouwd, wat betekent dat de belangrijkste bisschop geen verantwoordelijkheid was verschuldigd aan een van de patriarchen. Dit is nog steeds het geval, al bevindt de bezoeker zich absoluut in de sfeer van de Griekse orthodoxie.

Lees verder “Laatantiek Cyprus”

Romeins Cyprus

Inscriptie van een Romeinse officier uit Pegeia (Cyprus Museum, Nicosia)

In 58 v.Chr. veroverden de Romeinen Cyprus. Aanvankelijk maakte het eiland deel uit van de provincie Cilicië; tijdens de burgeroorlogen werd het teruggegeven aan het Ptolemaïsche Rijk; uiteindelijk werd het in 31 v.Chr. een zelfstandige provincie. De kopermijnen werden toegekend aan een Romeinse bondgenoot, Herodes de Grote, de koning van Judaea. Hoewel Salamis de grootste stad van het eiland bleef, woonde de gouverneur (iemand met de rang van procurator) in Nieuw Pafos: het lag dichter bij Rome en bovendien was dit een makkelijke voortzetting van de Ptolemaïsche praktijk. Het is de plaats waar de apostel Paulus werd verhoord.

Salamis bleef daarentegen de belangrijkste handelshaven, terwijl Oud-Pafos het belangrijkste religieuze centrum bleef: dit was de plaats waar Afrodite vanouds werd vereerd. De aanbidding van Afrodite was echter niet langer de enige belangrijke cultus: ook het orakel van Apollo in Kourion werd nu belangrijk.

Lees verder “Romeins Cyprus”

Ptolemaïsch Cyprus

De filosoof Zeno van Kition (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Cyprus heeft altijd opengestaan voor invloeden van buitenaf. In de vroege zesde eeuw was er invloed uit Egypte, in de vijfde eeuw uit Perzië en daarna worden de Griekse elementen prominenter. Nadat Alexander de Grote het Achaimenidische Rijk was binnengevallen en de Perzische koning Darius III Codomannus in 333 v.Chr. bij Issos had verslagen, kozen de Cyprioten de zijde van de Macedonische koning, met wie zij de Griekse cultuur deelden. Een jaar later namen Cypriotische schepen deel aan het beleg van Tyrus.

Na de dood van Alexander in 323 was Cyprus een van de strijdtonelen voor zijn opvolgers (meer). Aanvankelijk bezet door Ptolemaios, de satraap van Egypte, werd het aangevallen door diens rivalen Antigonos Eénoog en zijn zoon Demetrios Poliorketes, die in 306 het garnizoen van Ptolemaios te Salamis belegerden. Toen Ptolemaios arriveerde met een vloot om de blokkade op te heffen, werd hij verslagen en moest het garnizoen capituleren. Het belang van Cyprus kan worden afgeleid uit het feit dat Antigonos en Demetrios zich onmiddellijk daarna tot koningen lieten uitroepen.

Lees verder “Ptolemaïsch Cyprus”

Perzisch Cyprus

Cypriotisch mannenportret (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Rond 530 v.Chr. hadden de Perzen Cyprus onderworpen. De lokale heersers bleven aanvankelijk aan de macht, maar dit begon te veranderen tijdens het bewind van koning Darius (r.521-486), de grote organisator van het Achaimenidische Rijk. Hij verstevigde de Perzische greep op het eiland. Als we de Griekse onderzoeker Herodotos moeten geloven, was de directe oorzaak een conflict tussen Cypriotische heersers, waarbij Onesilos, de heerser van de noordelijke stadstaat Soloi, de macht overnam in Salamis. Behalve van Amathous ontving hij steun van het gehele eiland.

Tegelijkertijd – we hebben het over het 499 v.Chr. – kwamen de Griekse steden in Klein-Azië in opstand tegen de Perzische heersers. Om de orde te herstellen, stuurden de Perzen een expeditieleger, dat ook Cyprus zou passeren en daar de zaken zou regelen. Onesilos vroeg hulp van de Griekse rebellen, die hij vrijwel onmiddellijk ontving: net als koning Amasis van Egypte (zie hierboven) beseften de rebellen dat Cyprus een perfecte basis was om de Fenicische havens aan te vallen. Zolang ze Cyprus zouden beheersen, hadden ze geen Perzische vloot te vrezen.

Lees verder “Perzisch Cyprus”

De IJzertijd

Kop van een man uit Idalion (Neues Museum, Berlijn)

In de Bronstijd was Cyprus bewoond geweest door mensen die een taal spraken die we tegenwoordig “Eteocypriotisch” noemen. Er waren handelscontacten geweest met de Mykeense Grieken, die zich na de ondergang van de paleisburchten hadden gevestigd op Cyprus en het Peloponnesische dialect hadden meegenomen.

Na de ineenstorting van het handelssysteem van de Bronstijd, dat zich uitstrekte tot aan de tinmijnen aan de Atlantische kust, begon de tijd die we aanduiden als de Duistere Eeuwen, zeg maar de tijd tussen 1150 en 850 v.Chr. De traditionele naam is niet helemaal terecht, want juist de veronderstelde duisterheid heeft archeologen aangetrokken en de afgelopen halve eeuw is er veel bekend geworden, zeker voor het Neohittitische Anatolië en Syrië.

In deze tijd werden de drie schriftsoorten van Cyprus vervangen door een vierde, dat eenvoudigweg “Cypriotisch” wordt genoemd en is afgeleid van Cypro-Minoïsch-1. Het lijkt wel wat op het Lineair-B van de Mykeense Grieken, werd gebruikt om zowel Grieks als Eteocypriotisch te schrijven en zou nog eeuwen in gebruik zijn.

Lees verder “De IJzertijd”

MoM | Je leest nooit slechts één tekst

Salamis

De zeeslag van Salamis vond plaats op 29 september 480 v.Chr. en de slag bij Marathon vond tien jaar eerder plaats. Over de maand waarin dat laatste gevecht plaatsvond, augustus of september, valt een boom op te zetten, maar over het jaar bestaat geen twijfel.

Beide gevechten zijn namelijk te dateren aan de hand van de magistraten in wier ambtsjaar de gebeurtenissen plaatsvonden. Marathon vond plaats toen Fainippos archont was, lezen we bij Ploutarchos, bij Aristoteles en in de inscriptie die bekendstaat als Marmor Parium, terwijl Salamis plaatsvond ten tijde van Kalliades, aldus Diodorus van Sicilië. Salamis valt bovendien te dateren aan de hand van een zonsverduistering enkele dagen later. Voeg nog toe dat Thoukydides weet dat er tien jaar tussen beide veldslagen verstreek en je hebt echt een sterk verhaal.

Vreemd is het dus niet dat elke tekstuitgave, elk commentaar en elke vertaling van Herodotos 490 v.Chr. vermeldt als datum voor de slag bij Marathon en 480 v.Chr. als het jaar van Salamis. Het is immers correct. Alleen: het staat helemaal niet bij Herodotos. Loop maar mee.

Lees verder “MoM | Je leest nooit slechts één tekst”