Antiochos II Theos

Antiochos II Theos (Museum Ägyptischer Kunst, München)
Antiochos II Theos (Museum Ägyptischer Kunst, München)

Alexander de Grote overleed op 11 juni 323 v.Chr. in Babylon. Aanvankelijk probeerden zijn generaals het rijk bij elkaar te houden, maar al vóór Alexanders dood waren de Punjab en Oezbekistan verloren gegaan en nu kwamen ook de Grieken in opstand. De situatie was instabiel en binnen de kortste keren streden de Macedonische generaals om de erfenis. Deze strijd duurde tot het geld op was dat Alexander in Perzië had buitgemaakt: vanaf 301 lagen de diverse invloedssferen min of meer vast.

Het bekendste opvolgersrijk was dat van Ptolemaios, dat bestond uit Egypte en de gebieden waarvandaan een aanval op Egypte kon worden uitgevoerd: Cyrenaica, Cyprus en “het holle Syrië”. Met die laatste naam was de Bekaavallei bedoeld, maar ook de meer zuidelijk gelegen gebieden waren Ptolemaïsch. Syrië, delen van Turkije, Irak, Iran en Afghanistan waren in handen van generaal Seleukos, die zich, net als Alexander, “koning van Azië” noemde.

Lees verder “Antiochos II Theos”

Voorislamitisch Iran (4): de Parthen komen

Griekse sculptuur in Iran: Herakles in Behistun

[Dit is het vierde deel van een reeks; het eerste is hier.]

Het is makkelijk het belang van de ondergang van het Achaimenidische Rijk te overschatten. De Seleukiden, die sinds de regering van Alexander de macht uitoefenden, namen tal van Perzische instellingen over en voor de gewone Iraniër of Babyloniër veranderde er weinig. De nationaliteit van de bestuursklasse was weliswaar veranderd, maar dat was in het Nabije Oosten niet voor het eerst: de Assyriërs waren opgevolgd door de Babyloniërs, die door de Perzen waren afgelost, en zij maakten nu plaats voor Europeanen.

Wat wél veranderde was de oriëntatie van het bestuur. Het zwaartepunt van het Perzische Rijk had altijd gelegen in Zuid-Irak en West-Iran, met Sousa en Persepolis als hoofdsteden, maar voortaan hadden de heersers óók belangen in het Middellandse-Zeegebied, en waren de hoofdsteden Seleukia (bij Bagdad) en Antiochië. Dat wil echter niet zeggen dat Iran werd genegeerd. Het schattige beeld van Herakles (links) bewijst dat Behistun nog steeds belangrijk was; Persepolis was nog altijd bewoond; in Nihavand is een lange Griekse inscriptie opgegraven die momenteel in het museum van Teheran is te zien. Dat is een zeldzaamheid: de Griekse periode is niet populair in Iran. De laatste sjah sprak niet voor niets van de “post-Achaimenidische tijd” en de huidige religieuze autoriteiten moeten evenmin veel hebben van de Griekse beschaving.

Lees verder “Voorislamitisch Iran (4): de Parthen komen”