Antieke namen

Shabti’s van Taharqo en Senkamanisken (Boston, Museum of Fine Arts)

Ik weet niet hoe het u vergaat, maar als ik voor het eerst arriveer in landen waar het westerse alfabet niet wordt gebruikt, is het voor mij altijd de sport de opschriften te lezen. Het makkelijkst zijn dan namen als “Coca Cola” of “Apple”, waar een logo aangeeft wat er moet staan. De woorden “dames” en “heren” zijn ontcijferd na een eerste toiletbezoek. Daarna volgen gangbare woorden als “computer” en “telefoon”. Ik zal niet snel het moment vergeten, lang geleden in Athene, waarop ik in een flits begreep dat het mysterieuze ΒΙΝΤΕΟ dat ik al enkele keren had gezien, de Griekse manier was om “video” te schrijven.

De vorige alinea was slechts een aanloopje om een simpel punt te maken: de spelling van een woord is niet altijd een weergave van de uitspraak. Het moderne Grieks gebruikt bijvoorbeeld de twee letters nu-tau om de klank weer te geven die wij weergeven als d, terwijl de bèta onze v weergeeft. Geen Griek heeft daar moeite mee, zoals wij weten dat word en wordt twee weergaven zijn van dezelfde klanken, die dan weer niet hetzelfde betekenen.

Lees verder “Antieke namen”

Afrikaans aardewerk

Meroïtisch aardewerk (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

De Nubië-expositie in het Drents Museum in Assen heeft de opzet de antieke culturen van Soedan niet te tonen als een afgeleide van Egypte, maar als een cultuur die in zichzelf interessant is. Hoewel ik moet bekennen dat mijn eigen aandacht meer tijdens de tentoonstelling meer dan eens werd getrokken door juist de Egyptische voorwerpen – want die herken je – kan ik ook zeggen dat de expositie in haar opzet is geslaagd.

Het bovenstaande aardewerk is Meroïtisch en dit type keramiek is ook in Assen te zien. Alleen is dat niet dit kruikje, want deze foto maakte ik in de zwaar onderschatte Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in het Jubelpark in Brussel. Dit soort aardewerk is ook te bewonderen in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Ik vind de kleuren en de abstracte beschildering erg mooi.

Lees verder “Afrikaans aardewerk”

Nubisch offerdier

Een bijna abstract beeldje van een offerdier

Omdat ik onverwacht de stad uit moet, en omdat de zetproef van mijn nieuwe boekje Wahibre-em-achet en andere Grieken er inmiddels is, vandaag even een heel kort stukje: een afbeelding van een ram, die zo meteen geofferd zal gaan worden. Om het slachten zo snel mogelijk te laten verlopen, hebben de offeraars de poten al gebonden.

Lees verder “Nubisch offerdier”

De vijanden van Nubië

Voetenbankje met krijgsgevangenen (Museum of Fine Arts, Boston)

Als president Trump zegt dat hij troepen kan weghalen uit Syrië omdat de zogenaamd Islamitische Staat is verslagen, staat hij in een lange traditie van schijnoverwinningen. Een Romeins voorbeeld: keizer Domitianus zei de Germanen te hebben overwonnen en liet de overwinningsmunten alvast slaan, maar had in feite niets bereikt. Zijn tijdgenoot Tacitus doorzag het en wijdde een etnografie aan de nobele wilden die vrij en onbedwongen woonden voorbij de Rijn en Donau.

Nog een stap verder ging de Egyptische farao, die zijn regering begon met het bestraffen van de Negen Bogen, volken die misschien ooit werkelijk hadden bestaan maar in de loop der eeuwen steeds weer een andere identiteit aannamen en in feite zuiver mythologisch waren. Ook ging de koning van Egypte aan het begin van zijn regering altijd even naar het zuiden om de Nubiërs te tuchtigen, maar het is zelfs niet zeker of hij werkelijk een bezoek bracht aan het gebied voorbij Syene. De vraag is op zichzelf niet belangrijk, maar er is een kleine discussie hoe ver Alexander de Grote, die de macht overnam in Egypte en zich presenteerde conform de faraonische traditie, naar het zuiden is geweest.

Lees verder “De vijanden van Nubië”

Meroïtische lampen

Romeinse lamp uit de piramide van koningin Amanikhatashan (Boston Museum of Fine Arts)

Ik meende dat ik kort voor oudjaar voor de 300e keer over een museumstuk had geblogd, maar ik vergiste me: ik bleek over één voorwerp tweemaal te hebben geschreven, namelijk het Egyptische beeld dat op het omslag staat van Wahibre-em-achet en andere Grieken. Die wonderlijke zwarte sarcofaag is me dierbaar, inderdaad, zo dierbaar zelfs dat ik er dus tweemaal over kon schrijven zonder het te weten. En dus hebben we vandaag een tweede driehonderdste museumstuk: de bovenstaande olielamp.

Als u het voorwerp herkent, is het vermoedelijk omdat u met de kerstdagen naar Assen bent geweest naar de Nubië-expositie in het Drents Museum. De lamp is echter niet in Nubië geproduceerd: het is een Romeins voorwerp dat is gevonden in de piramide van koningin Amanikhatashan te Meroë. Zoals ik al eens heb verteld, was Meroë de hoofdstad van de vierde grote fase van de Nubische cultuur: na de Kerma-periode, een Egyptische periode en de Napata-periode bloeide Meroë tegelijk met de hellenistische staten en het Romeinse Rijk.

Lees verder “Meroïtische lampen”

Herodotos’ halflegendarische volken

Perzisch reliëf van een Nubiër

Een van onhebbelijkheden van antieke auteurs is dat ze bij het schrijven niet het fatsoen hadden rekening te houden met ons. Ik ga niet lang zoeken naar een voorbeeld en neem Herodotos, over wie ik momenteel wel vaker blog, en neem ook Nubië, waarover de al eerder beschreven expositie is in het Drents Museum. Herodotos heeft het evident over Nubië als hij vertelt dat de Perzische koning Kambyses wilde oprukken naar de hoofdstad van een koninkrijk ten zuiden van Egypte. De vraag is welke hoofdstad dat was: Napata of Meroë.

Napata was de oude hoofdstad, maar na de verwoestingen die koning Psamtek II van Egypte daar had aangericht – ik blogde er onlangs over – verplaatsten de Nubiërs hun residentie naar Meroë. Voor de interpretatie van Kambyses’ beleid scheelt het nogal wat zijn doel was. Rukte hij op naar Napata, dan zette Kambyses het beleid voort van de eerdere koningen van Egypte; was het daarentegen Meroë, dan was het beleid aanzienlijk ambitieuzer, om niet te zeggen irreëel. Er is echter een dieper probleem: Herodotos noemt Kambyses’ vijanden “Ethopiërs”.

Lees verder “Herodotos’ halflegendarische volken”

Senkamanisken

Koning Senkamanisken met de dubbele uraeus-slang, die symbool staat voor de heerschappij over Nubië én Egypte

Het bovenstaande portret stelt koning Senkamanisken voor, die van pakweg 640 tot 620 v.Chr. regeerde over Nubië. Als u de kop herkent, is het vermoedelijk omdat het Drents Museum dit beeld gebruikt om reclame te maken voor de expositie over het oude Nubië. Er zit een verhaaltje aan vast.

Zoals ik al eens eerder vertelde, heersten de koningen van Nubië een tijd lang – laten we zeggen van 740 tot 667 – ook over Egypte. De twee rijken hadden veel gemeen, dus heel vreemd was het niet. Het paste ook redelijk in de gedeelde kosmologie, waarin de dingen eigenlijk pas in orde waren als ze met z’n getweeën voorkwamen: een aantredende farao verenigde de twee rijken, waarmee meestal Beneden- en Boven-Egypte waren bedoeld, al was de vereniging van oorsprong die van Hierakonpolis en Naqada (gesymboliseerd door de witte hedjet-kroon en de rode deshret-kroon), en ook al kon de vereniging in wijdere zin ook slaan op de oostelijke en de westelijke oever van de Nijl of op het vruchtbare en het dorre land. Of op Egypte en Nubië. Dit laatste was in elk geval hoe de Nubiërs de universele twee-heid graag uitlegden en daarom droeg de koning, zoals u hierboven ziet, twee uraeus-slangen op zijn diadeem.

Lees verder “Senkamanisken”