De herinneringen van maarschalk Zjoekov: 1940

Ik heb al eerder geblogd – één, twee – over de memoires van maarschalk Zjoekov, de Sovjet-commandant die in 1945 Berlijn innam, later Beria arresteerde en ook verantwoordelijk was voor de onderdrukking van de Hongaarse Opstand. Met twee delen en ruim 900 pagina’s is het een flinke turf. De lectuur wordt bovendien niet makkelijker doordat Zjoekov iedereen en alles in detail beschrijft. Geen wonder. Hij was een hoofdrolspeler in de geschiedenis van de twintigste eeuw en toen hij verantwoording aflegde, ja, toen moest dat in enig detail gebeuren.

In het vorige stukje vertelde ik hoe Zjoekov, hoewel hij in augustus 1939 bij Khalkhin Gol toch de Japanners had verslagen, almaar niet werd uitgenodigd om zijn overwinning te bespreken met Stalin. Dit is des te opmerkelijker omdat de zege de Japanners afleerde te dromen van de verovering van Siberië. In plaats daarvan kozen ze voor expansie naar het zuiden, richting China en Nederlands-Indië. Zjoekov had de oostelijke Sovjet-Unie veiliggesteld.

Lees verder “De herinneringen van maarschalk Zjoekov: 1940”

Geliefd boek: De meester en Margarita

Een boek als een achtbaan. Bizar. Groots. Eenmalig. Over de inhoud ga ik niets vertellen; lees het vooral onvoorbereid. De kop tolt je als je het uit hebt. Lees het na een poosje daarna nog eens. Dan zie je pas echt hoe Bulgakov niets voor niets schrijft, hoe geniaal dit boek is.

Aangezien ik het niet over het boek zelf ga hebben zal ik de schrijver bij u introduceren. Ik ken hem zelf ook nog maar net, dus het wordt een uittreksel uit diverse wikipedia-pagina’s, uit de toelichting van de vertaler-van-het-eerste-uur Marco Fondse, uit een verhaal van Michel Krielaars. Maar wat kan ons dat bommen? Hoofdzaak is dat Bulgakov gelezen wordt.

Lees verder “Geliefd boek: De meester en Margarita”

De herinneringen van Zjoekov: Khalkhin Gol

Zjoekov ten tijde van de slag bij Khalkhin Gol (1939)

Een paar maanden geleden ben ik begonnen in de mémoires van de Sovjet-maarschalk Georgi Zjoekov, de man die in 1945 Berlijn innam en die enkele jaren later als minister van defensie verantwoordelijk was voor het neerslaan van de Hongaarse Opstand. Ik heb over mijn eerste indrukken van de meer dan duizend pagina’s tellende Herinneringen en overwegingen (1969) al eens eerder geblogd. Het is soms taaie kost en daarom vorder ik maar langzaam. Inmiddels heb ik echter toch het jaar 1939 bereikt.

Het meest intrigerende van Zjoekovs herinneringen is misschien wel de enorme trots die hij voelt op wat de Sovjet-Unie in de twintig jaar na de Revolurie heeft bereikt. Dat leidt tot dat typische volksdemocratische proza waarin de lof wordt gezongen van de industrialisering en vernieuwing van het leger: glorieuze overwinningen die werden bereikt door het eerste en tweede vijfjarenplan zoals vastgesteld door het Centrale Comité van de Communistische Partij van de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken, die de grootheid bewezen van de ideeën van de Oktoberrevolutie alsmede de juistheid van de leer van K. Marx en V.I. Lenin. Een en ander uiteraard onderbouwd met de productiecijfers die dit proza zo wonderlijk maken.

Lees verder “De herinneringen van Zjoekov: Khalkhin Gol”

De herinneringen van Zjoekov: de jonge officier

Zjoekov in 1916

Het was de speelfilm waarover ik onlangs blogde, The Death of Stalin, die me deed realiseren hoe weinig ik wist van maarschalk Zjoekov, afgezien dan van het feit dat hij in 1945 Berlijn innam – ik vermijd woorden als “bevrijdde” of “bezette” – en dat hij in 1956 verantwoordelijk was voor het onderdrukken van de Hongaarse Opstand. Waar in de film de parodie begon, kon ik niet aanwijzen. Tijd om zijn memoires, Herinneringen en overwegingen (1969), eens te lezen. Ik wist van hun bestaan maar was verbaasd dat de Engelse vertaling gewoon leverbaar was. Een turf van ruim duizend bladzijden.

Modern leger

Het bleek fascinerende stof – en ik ben pas in de vroege jaren dertig, als het Sovjet-leger bezig is met het opstellen van het tweede Vijfjarenplan, ofwel de geforceerde mechanisering van de diverse krijgsmachtonderdelen.

We might have delayed the steep rise in heavy industry for some five or seven years and given the people more consumer goods more quickly. Our people had earned this a thousand times. This was certainly a most seductive thing. But had we done so, who can tell how … the initial period of the war would have ended, and where – before what city or on what river – the fascist troops would have been stopped? The wisdom and acumen of the Party … and the heroism shown by the people at their work in those years, laid the foundation for our victories in the Second World War.

Lees verder “De herinneringen van Zjoekov: de jonge officier”

Roslavets: Damnatio Memoriae in de 20e eeuw

Nikolaj Roslavets

Zeg atonale muziek en iedereen die iets van klassieke muziek afweet denkt aan Schönberg. Vervolgens denkt men via zijn leerling Anton Webern aan piep-knars muziek: onbegrijpelijk en ontoegankelijk, behalve voor een handjevol uitverkorenen. Daar behoor ik niet toe, al maak ik graag een uitzondering voor Alban Bergs Vioolconcert. Ik heb dat horen spelen door een jongedame van het Nederlands Ballet Orkest en die wist hartverscheurend over te brengen hoe het voelt om een jong meisje kwijt te raken aan de dood. Het moge duidelijk zijn dat ik Stravinsky’s “noten drukken niets anders uit dan zichzelf” verwerp.

De ontwikkeling van atonale muziek loopt parallel aan de democratisering van deze kunstvorm. Na WO-1 werd de jazz populair, na WO-2 poprock (want ik heb er geen problemen mee om The Animals en Andre Hazes over één kam te scheren). Klassieke muziek kwam in een elitair hoekje terecht, al bleven de gouwe ouwen onverminderd populair.

Lees verder “Roslavets: Damnatio Memoriae in de 20e eeuw”

Aardbeving

Gyumri is nog altijd niet helemaal van de aardbeving hersteld

Op 7 december 1988, morgen eenendertig jaar geleden, werd het noordwesten van Armenië getroffen door een verschrikkelijke aardbeving. Wie de cijfers wil kennen: de eerste schok was 6,9 op de schaal van Richter en duurde bijna vijftig seconden; daarna was er een naschok met een kracht van 5,4. In de volgende twee weken volgden nog eens 1500 schokken, gelukkig allemaal veel minder heftig. Maar dat zijn er dus wel honderd per dag en u kunt zich de paniek van de bevolking voorstellen. Of beter: hopelijk kunt u het zich niet voorstellen.

De ramp voltrok zich rond kwart voor twaalf. Dus op het moment waarop iedereen naar het werk was. Ook de artsen. Die kwamen dus om in de ziekenhuizen, die niet bestand bleken tegen de schokken en instortten.  Ook de scholen stortten in. Al voor het middaguur hadden steden als Spitak, Vanadzor en Leninakan niet alleen hun kinderen verloren maar ook de medici die hulp zouden hebben kunnen bieden. Grimmig detail: op de afdeling verloskunde van het ziekenhuis van Leninakan lagen op dat moment zestig vrouwen, die allemaal om het leven kwamen, met hun baby’s.

Lees verder “Aardbeving”

De dood van Stalin

 

berlin_stalin_checkpoint_charlie

Ik ben geboren in Moravië, het centrale deel van voormalige Tsjecho-Slowakije, tijdens de Tweede Wereldoorlog. Al snel na de communistische machtsovername in 1948 kregen mijn ouders  veel politieke problemen en in een poging om aan de aandacht van de  machthebbers te ontsnappen verhuisden ze met ons, hun twee kleine kinderen, naar een stadje in Slowakije.

Ik heb er bijna mijn hele lagere school doorgelopen: buiten en op school sprak (en schreef) ik Slowaaks en thuis Tsjechisch, en al lijken die twee talen op elkaar, het zijn toch twee aparte talen met een aparte spelling. Je leefde als het ware in twee aparte werelden, in alle opzichten, omdat  je zelfs als kind heel duidelijk voelde dat de werkelijkheid buitenshuis anders was dan datgene wat je thuis hoorde.

Lees verder “De dood van Stalin”

Communistische archeologie (3)

Een recent overzicht van de Neolithische Revolutie. In de eeuwen tussen 10.000 en 7800 v.Chr. (het Pre-Pottery Neolithic A en B) werd op vijf plekken tegelijk de landbouw ontdekt. Uit: S. Riehl e.a., "Emergence of Agriculture in the Foothills of the Zagros Mountains of Iran", in Science Magazine Vol. 341 (2013), Issue 6141, pp. 65-67.
Een recent overzicht van de Neolithische Revolutie. In de eeuwen tussen 10.000 en 7800 v.Chr. (het Pre-Pottery Neolithic A en B) werd op vijf plekken tegelijk de landbouw ontdekt. Uit: S. Riehl e.a., “Emergence of Agriculture in the Foothills of the Zagros Mountains of Iran“, in Science, Vol. 341 (2013), Issue 6141, pp. 65-67.

Ik blogde eergisteren over de communistische archeologie, waarvan ik vertelde dat die een verklaring zocht voor de “spreadsheet” van regio’s en archeologische culturen die was opgesteld door Oscar Montelius. Liberalen namen als “motor” achter de vooruitgang aan dat individuen uitvindingen deden die zich daarna door imitatie verspreidden. Dat heet diffusie en meestal ontwaarde men een beweging van oost naar west. De racisten geloofden dat culturele innovaties zich verspreidden door migratie en zagen liever een beweging vanaf de Noordduitse Laagvlakte naar de rest van de wereld.

De communisten meenden dat dezelfde uitvinding verschillende keren kon worden gedaan, mits de productiemiddelen en -verhoudingen vergelijkbaar waren. Ik illustreerde dit aan de hand van de megalithische monumenten. Een ander voorbeeld is het goed-marxistische idee dat de vooruitgang geen gestaag proces is, maar plaatsvindt door middel van revoluties.

Lees verder “Communistische archeologie (3)”

Communistische archeologie (2)

Een deel van Childe's "spreadsheet" van antieke culturen. Anders dan je van een archeoloog zou verwachten, is het jongste onder en het oudste boven.
Een deel van Childe’s “spreadsheet” van antieke culturen. Anders dan je van een archeoloog zou verwachten, is het jongste onder en het oudste boven.

Ik blogde eergisteren over de communistische archeologie, waarvan ik vertelde dat die overeenkomsten had met de wijze waarop liberalen keken naar het vak. Beide politieke stromingen delen immers een in wezen optimistisch toekomstbeeld en de grote wetenschappelijke winst van de negentiende eeuw is geweest dat de archeologen een empirische basis legden onder het achttiende-eeuwse vermoeden dat er in de geschiedenis vooruitgang was geweest.

Centraal daarbij stond het type archeologie dat Oscar Montelius had ontworpen, waarin het verleden in feite een grote spreadsheet was van regio’s en archeologische culturen. Wie er chronologisch doorheen ging, zag een zekere vooruitgang, maar verder was het eigenlijk een soort geschiedenis-met-andere-middelen, waarin de antieke beschavingen de plaats hadden overgenomen van koninkrijken die ontstonden, bloeiden en instortten. Dit was toch wat onbevredigend. Je wil méér. Je wil weten wat de motor achter de vooruitgang is. Al was het maar om die motor te stimuleren voor, om het eens negentiende-eeuws te verwoorden, the future improvement of society.

Lees verder “Communistische archeologie (2)”

Communistische archeologie (1)

Zomaar eens een foto van een archeologische stratigrafie
Zomaar eens een foto van een archeologische stratigrafie

Er zijn – zie mijn voorbehoud gisteren – maar weinig overheden geweest die méér hebben gedaan om de wetenschap te bevorderen dan de Sovjet-Unie. Logisch, want het communisme is er, net als het liberalisme en het socialisme, van overtuigd dat de mens van nature goed en creatief is, en dat vooruitgang mogelijk is als mensen deze eigenschappen kunnen ontplooien. Hoewel liberalen daarbij geloven dat de dynamiek zit bij het individu, terwijl de marxistische traditie de motor van de vooruitgang zoekt in de spanningen tussen de diverse klassen, delen deze stromingen een optimistisch mensbeeld.

De grote triomf van de negentiende-eeuwse archeologie was dat ze bewees dat die vooruitgang ook werkelijk heeft bestaan. Anders geformuleerd: de menselijke geest kreeg steeds meer vat op de natuur. Dat vinden wij vanzelfsprekend, maar daar is weleens anders over gedacht: aan het begin van de negentiende eeuw verklaarde men de verschillen tussen de diverse culturen nog met de aanname dat niet alle mensen na het vertrek uit de Hof van Eden even ver waren gedegenereerd. De Patagoniërs waren bijvoorbeeld zo primitief omdat ze zo ver weg waren getrokken. De negentiende-eeuwse archeologen hebben dit op de Bijbel teruggaande beeld echter weerlegd en ik heb er al eens op gewezen dat dit een Halbe Zijlstra, die als staatssecretaris van cultuur niet wist wat hij moest met “musea vol opgegraven potten en pannen”, toch zou hebben moeten interesseren: empirisch bewijs voor een belangrijke liberale aanname.

Lees verder “Communistische archeologie (1)”