Een leeuwenjacht uit Uruk

Koninklijke jagers (Nationaal Museum van Irak, Bagdad)

Nog maar eens, na die mooie vaas, een plaatje van een leeuwenjacht uit Uruk. Het reliëf met twee jagers is ongeveer even oud als de vaas en gemaakt van zwart graniet. Dat gesteente komt in Mesopotamië nergens voor en moet zijn geïmporteerd uit bijvoorbeeld de omgeving van Natanz in Iran. Het oogt op het eerste gezicht wat primitief, maar let eens op de boogschutter onderaan, die zijn schouders heeft opgetrokken, zoals je doet als je een pijl aanlegt. En kijk eens hoe levensecht die drie leeuwen opspringen.

De vraag wat het voorstelt is misschien verkeerd gesteld. Mensen maken dingen omdat ze die mooi vinden en het hoeft niet per se iets voor te stellen. (Mij persoonlijk stoort het altijd een beetje als een museumgids, uiteraard met de beste bedoelingen, een kunstvoorwerp meteen gaat uitleggen en je niet eerst even tijd laat om het op je te laten inwerken.) Tegelijk: mensen herkennen vormen en maken die na. De vraag wie deze twee jagers zijn, is wel degelijk legitiem. Het is dan opvallend dat hij kapsel heeft en een wat lang gewaad zoals we kennen van vorsten uit deze tijd.

Lees verder “Een leeuwenjacht uit Uruk”

Het Ur der Chaldeeën

Hoe Woolleys “deep sounding” in Ur er tegenwoordig uitziet

Van alle steden uit het oude Nabije Oosten zal “het Ur der Chaldeeën” na Babylon wel het bekendste zijn. Volgens de Bijbel was het de stad waar Abraham vandaan kwam. Uiteraard weet men tegenwoordig aan te wijzen waar het huis van de aartsvader zou hebben gestaan. Het is tenslotte archeologie.

Ontstaan

De stad is werkelijk oeroud. Ze gaat terug tot het vroege Chalcolithicum, de laatste fase van het Neolithicum. Anders gezegd: Ur stamt uit het vroege vierde millennium v.Chr. In Mesopotamië heet dat meestal de vroege Uruk-tijd; die valt ruwweg samen met wat in Egypte Naqada heet. Het klimaat was destijds wat vochtiger dan momenteel en ook het zeeniveau schijnt wat hoger te zijn geweest. Zo kwam het water van de Perzische Golf dichter bij de stad dan tegenwoordig het geval is. Zware overstromingen waren altijd mogelijk en sommige kleiafzettingen in de “deep sounding” zijn door opgraver Woolley zelfs geïnterpreteerd geweest als resten van de Zondvloed.

Lees verder “Het Ur der Chaldeeën”

De Warka-vaas

De Warka-vaas (Nationaal Museum van Irak, Bagdad)

Ik blogde al over de grote stad Uruk, tegenwoordig Warka, waar de overgang van Neolithicum naar geschiedenis is gedocumenteerd in niet minder dan achttien strata, d.w.z. de lagen die archeologen onderscheiden binnen een opgraving. In stratum III (ofwel de late Jemdet Nasr-periode ofwel het slot van de Prehistorie ofwel als de eerste geschreven teksten opduiken ofwel tussen 3100 en 2900 v.Chr. ofwel in de tijd waarin ze in Drenthe hunebedden bouwden) vonden de opgravers de bovenstaande vaas, die bijna een meter hoog is. Het kalkstenen kunstvoorwerp is te zien in het Nationaal Museum van Irak in Bagdad.

Plundering

U kent dat museum vermoedelijk wel omdat het in 2003 is geplunderd. De Warka-vaas is toen gestolen. Het voorwerp is later, toen er een amnestieregeling was, in veertien stukken geslagen teruggebracht en vervolgens gerestaureerd. Inmiddels is het terug in het museum. Als het niet zou zijn teruggebracht, was een goede kopie in het Pergamonmuseum in Berlijn alles wat we hadden gehad.

De onderste registers

De afbeelding vertelt veel over het Sumerische wereldbeeld. Helemaal onderaan zien we, ongeveer waar binnenin de vaas het langst het water moet hebben gestaan, allerlei golven. Het is niet moeilijk te raden wat het voorstelt. Daarboven zijn achtentwintig planten afgebeeld, die zijn te identificeren als dadelpalmen en gerst. Om en om.

Lees verder “De Warka-vaas”

De ontdekking van het oudste Irak

‘Ubaid-aardewerk (Archeologisch Museum van de Amerikaanse Universiteit in Beiroet)

De eerste opgravers in Irak waren mensen als Botta, die Nineveh ontdekte; Layard, die de Assyrische hoofdsteden opgroef; Koldewey, die hetzelfde deed in Babylon; en Hamdi, die het museum van Constantinopel stichtte. Hun enorme verdiensten staan buiten kijf, want het was bepaald geen sinecure in het zich hervormende Ottomaanse Rijk, zonder veel duidelijke verhoudingen maar vol etnische spanningen, je werk te doen. Al bood die onduidelijkheid ook kansen. Kansen die wij misbruik zouden noemen.

Afgezien van de organisatorische problemen hadden deze archeologen te maken met het feit dat ze hun vondsten alleen konden interpreteren aan de hand van teksten. Die vormden weleens een dwaalspoor, zoals toen Koldewey in Babylon speurde naar Hangende Tuinen die even reëel waren als Diagon Alley in Londen. En dan waren er de dieper liggende lagen, die de allereerste steden documenteerden. Toen schreven de mensen nog niet, dus de opgravers hadden geen idee way ze opgroeven. Sumeriërs? Nooit van gehoord. Ook wisten ze niet hoe oud het spul was dat ze opgroeven. Ze noemden het dus maar “aardewerk zoals gevonden in Nineveh”. Zo ontstond de gewoonte archeologische culturen te vernoemen naar de eerste vondplaats. De La Tène-cultuur is een Europees voorbeeld en Andronovo is een Aziatisch voorbeeld.

Lees verder “De ontdekking van het oudste Irak”

“Rape in the sky”

Romeinse gem (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

We moeten wegens de corona zoveel mogelijk thuis blijven maar voor de opnames van Oog op de Oudheid moest ik afgelopen dinsdag toch echt naar Leiden, naar het Rijksmuseum van Oudheden. Daar was een expositie van gemmen – u weet wel, gesneden edelstenen – ingericht waar geen mens momenteel naar kan komen kijken. Het stemde me intens treurig. Het is zoiets als de weg weten in een huis dat is gesloopt. (Tussen haakjes: al mijn veel beleden sympathie voor Rotterdam maakt me niet blind voor de waanzin van de sloop in de Tweebosbuurt.)

Terug naar die gemmen. Hierboven een Romeins voorbeeld uit de eerste eeuw n.Chr.: een adelaar die iemand optilt. De adelaar is Zeus/Jupiter, daar zit geen probleem. Maar wie is de ander? Is het Hebe, de schenkster van de goden? Die wordt meestal afgebeeld met een beker in de hand. Is het – zie het plaatje hieronder – Ganymedes, de geliefde van Zeus? Het door een enorme adelaar meegevoerde mensje lijkt een vrouw met een haarknotje.

Lees verder ““Rape in the sky””

Ziggurat

De ziggurat van Ur

Het handboek waarover ik elke week een keer blog, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, bevat een tekening van de ziggurat ofwel tempeltoren waarvan u hierboven een foto ziet. Ziggurats zijn het Mesopotamische equivalent van de Egyptische piramiden: grote kunstmatige vierkante bergen van steen. Ze zijn ook ruwweg even oud: ergens in het vroege derde millennium werd begonnen met de constructie van deze monumenten. Anders dan een piramide, die een vorstengraf is, is een ziggurat een tempel; en terwijl de bouw van de piramiden al na twee eeuwen over zijn hoogtepunt was (letterlijk) en rond 1640 v.Chr. helemaal ophoeld, gingen de Sumeriërs, Elamieten, Akkadiërs, Babyloniërs, Assyriërs de volken op de Iraanse hoogvlakte door met de bouw van tempeltorens tot in de Seleukidische tijd. De foto hierboven toont een hellenistisch monument.

Het woord ziggurat is afgeleid van ziqqurratu, Akkadisch voor “oprijzend gebouw”. Sommige van deze monumenten rezen inderdaad hoog. De tempeltoren die bekend staat als Etemenanki (“Huis van het fundament van de hemel op aarde”) in Babylon was 92 meter hoog. Nog groter was het heiligdom van de god Anu te Uruk, gebouwd in de derde of tweede eeuw v. Chr. De best bewaarde tempeltoren staat in Choga Zanbil in Elam, het huidige Khuzestan in Iran.

Lees verder “Ziggurat”

Mesopotamië in het derde millennium

Koning Maništušu van Akkad; kopie van een in de Ištartempelk in Nineveh gevonden portret. Het origineel is in het Nationaal Museum van Irak in Bagdad; deze kopie komt uit het British Museum in Londen.

In mijn reeks naar aanleiding van het handboek waarmee ik ooit oude geschiedenis leerde, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, vandaag een stukje over het derde millennium in het Nabije Oosten. De verdeling die de auteurs aanbrengen in paragrafen over enerzijds Egypte en anderzijds de Sumeriërs en Akkadiërs – dat is een erfenis uit de tijd dat oudheidkundigen alleen deze twee culturen kenden en dan vooral uit teksten.

Het plaatje is nu helemaal anders. De archeologie documenteert de Vroege Bronstijd in een veel grotere regio. De handel in tin zorgde voor contacten en ideeënuitwisseling, waardoor netwerken ontstonden van Oezbekistan tot Mesopotamië en van de Atlantische kusten tot Egypte. Jiroft is een belangrijke nederzetting in Iran en het BMAC is een van de fascinerendste beschavingen die is herkend sinds De Blois en Van der Spek de eerste versie van hun handboek naar de drukker brachten. De nadruk die zij leggen op de twee traditionele “oerculturen” is niet verkeerd – die twee culturen schreven tenminste – maar ik vermoed dat als ze hun boek nu zouden opzetten, ze één hoofdstuk zouden maken waarin het geheel van culturen zou worden behandeld.

Lees verder “Mesopotamië in het derde millennium”

Een Sumerische tempelzanger

Beeldje van iemand die bidt of zingt (Louvre, Parijs)

Voor het Sumerische beeldje hierboven moet u naar het Louvre in Parijs, waar als uitleg wordt gegeven dat het ergens rond 2700 v.Chr. in een tempel is geplaatst door een zekere Ginak. De oude Mesopotamische mannen lieten graag iemand anders namens hen bidden en als ze hun vrouw of dochter niet konden sturen, zoals vaak gebeurde, dan was een beeldje als dit een waardige plaatsvervanger.

Lees verder “Een Sumerische tempelzanger”

Een beschadigde Sumerische harp

De “grote harp” van Ur (Nationaal Museum van Irak, Bagdad)

Deze Sumerische harp is te zien in het museum in Bagdad. Het snaarinstrument komt uit de koninklijke tombes van Ur, een stad in het zuiden van Irak. Hij dateert uit de derde fase van de vroegdynastieke periode, wat een voorzichtige manier is om te zeggen dat het voorwerp stamt uit de tijd tussen pakweg 2600 en 2370 v.Chr.

Lees verder “Een beschadigde Sumerische harp”

Driemaal goed en kwaad

Mesopotamisch gebed: degene die iets bij de goden gedaan wil krijgen, links, roept zijn beschermgodin aan, die een tweehoofdige godheid laat spreken tot de wijsheidsgod Enki. Achter Enki een van de Zeven Wijzen. Rolzegelafdruk, nu in het Louvre, Parijs.

Ex Oriente Lux (“het licht komt uit het oosten”) is de vereniging die de inzichten die oriëntalisten en egyptologen opdoen, wil delen met het grote publiek. Ze doet dat onder meer met een tijdschrift, Phoenix, en met lezingen. Afgelopen zaterdag waren er drie in Rotterdam, gewijd aan het thema van goed en kwaad. Ondanks alle coronamaatregelen was het even boeiend als het gezellig was.

Het jodendom

De eerste spreker was Klaas Smelik, die ons vanuit Gent toe-zoomde over goed en kwaad in de Bijbel. Zoals iedereen weet – en anders kijkt u maar naar het klassieke filmpje hieronder – constateert God in het scheppingsverhaal bij herhaling dat de wereld goed, ja zeer goed was. Tov, op z’n Hebreeuws. Nu kan het Opperwezen dat wel zeggen van zijn eigen werkstuk, maar het is natuurlijk ook waar dat het bestaan van het kwaad een spijkerhard gegeven is. Heeft God dat dan ook geschapen?

Lees verder “Driemaal goed en kwaad”