“Rape in the sky”

Romeinse gem (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

We moeten wegens de corona zoveel mogelijk thuis blijven maar voor de opnames van Oog op de Oudheid moest ik afgelopen dinsdag toch echt naar Leiden, naar het Rijksmuseum van Oudheden. Daar was een expositie van gemmen – u weet wel, gesneden edelstenen – ingericht waar geen mens momenteel naar kan komen kijken. Het stemde me intens treurig. Het is zoiets als de weg weten in een huis dat is gesloopt. (Tussen haakjes: al mijn veel beleden sympathie voor Rotterdam maakt me niet blind voor de waanzin van de sloop in de Tweebosbuurt.)

Terug naar die gemmen. Hierboven een Romeins voorbeeld uit de eerste eeuw n.Chr.: een adelaar die iemand optilt. De adelaar is Zeus/Jupiter, daar zit geen probleem. Maar wie is de ander? Is het Hebe, de schenkster van de goden? Die wordt meestal afgebeeld met een beker in de hand. Is het – zie het plaatje hieronder – Ganymedes, de geliefde van Zeus? Het door een enorme adelaar meegevoerde mensje lijkt een vrouw met een haarknotje.

Lees verder ““Rape in the sky””

Ziggurat

De ziggurat van Ur

Het handboek waarover ik elke week een keer blog, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, bevat een tekening van de ziggurat ofwel tempeltoren waarvan u hierboven een foto ziet. Ziggurats zijn het Mesopotamische equivalent van de Egyptische piramiden: grote kunstmatige vierkante bergen van steen. Ze zijn ook ruwweg even oud: ergens in het vroege derde millennium werd begonnen met de constructie van deze monumenten. Anders dan een piramide, die een vorstengraf is, is een ziggurat een tempel; en terwijl de bouw van de piramiden al na twee eeuwen over zijn hoogtepunt was (letterlijk) en rond 1640 v.Chr. helemaal ophoeld, gingen de Sumeriërs, Elamieten, Akkadiërs, Babyloniërs, Assyriërs de volken op de Iraanse hoogvlakte door met de bouw van tempeltorens tot in de Seleukidische tijd. De foto hierboven toont een hellenistisch monument.

Het woord ziggurat is afgeleid van ziqqurratu, Akkadisch voor “oprijzend gebouw”. Sommige van deze monumenten rezen inderdaad hoog. De tempeltoren die bekend staat als Etemenanki (“Huis van het fundament van de hemel op aarde”) in Babylon was 92 meter hoog. Nog groter was het heiligdom van de god Anu te Uruk, gebouwd in de derde of tweede eeuw v. Chr. De best bewaarde tempeltoren staat in Choga Zanbil in Elam, het huidige Khuzestan in Iran.

Lees verder “Ziggurat”

Mesopotamië in het derde millennium

Koning Maništušu van Akkad; kopie van een in de Ištartempelk in Nineveh gevonden portret. Het origineel is in Bagdad; deze kopie komt uit het British Museum in Londen.

In mijn reeks naar aanleiding van het handboek waarmee ik ooit oude geschiedenis leerde, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, vandaag een stukje over het derde millennium in het Nabije Oosten. De verdeling die de auteurs aanbrengen in paragrafen over enerzijds Egypte en anderzijds de Sumeriërs en Akkadiërs – dat is een erfenis uit de tijd dat oudheidkundigen alleen deze twee culturen kenden en dan vooral uit teksten.

Het plaatje is nu helemaal anders. De archeologie documenteert de Vroege Bronstijd in een veel grotere regio. De handel in tin zorgde voor contacten en ideeënuitwisseling, waardoor netwerken ontstonden van Oezbekistan tot Mesopotamië en van de Atlantische kusten tot Egypte. Jiroft is een belangrijke nederzetting in Iran en het BMAC is een van de fascinerendste beschavingen die is herkend sinds De Blois en Van der Spek de eerste versie van hun handboek naar de drukker brachten. De nadruk die zij leggen op de twee traditionele “oerculturen” is niet verkeerd – die twee culturen schreven tenminste – maar ik vermoed dat als ze hun boek nu zouden opzetten, ze één hoofdstuk zouden maken waarin het geheel van culturen zou worden behandeld.

Lees verder “Mesopotamië in het derde millennium”

Een Sumerische tempelzanger

Beeldje van iemand die bidt of zingt (Louvre, Parijs)

Voor het Sumerische beeldje hierboven moet u naar het Louvre in Parijs, waar als uitleg wordt gegeven dat het ergens rond 2700 v.Chr. in een tempel is geplaatst door een zekere Ginak. De oude Mesopotamische mannen lieten graag iemand anders namens hen bidden en als ze hun vrouw of dochter niet konden sturen, zoals vaak gebeurde, dan was een beeldje als dit een waardige plaatsvervanger.

Lees verder “Een Sumerische tempelzanger”

Een beschadigde Sumerische harp

De “grote harp” van Ur (Museum van Bagdad)

Deze Sumerische harp is te zien in het museum in Bagdad. Het snaarinstrument komt uit de koninklijke tombes van Ur, een stad in het zuiden van Irak. Hij dateert uit de derde fase van de vroegdynastieke periode, wat een voorzichtige manier is om te zeggen dat het voorwerp stamt uit de tijd tussen pakweg 2600 en 2370 v.Chr.

Lees verder “Een beschadigde Sumerische harp”

Driemaal goed en kwaad

Mesopotamisch gebed: degene die iets bij de goden gedaan wil krijgen, links, roept zijn beschermgodin aan, die een tweehoofdige godheid laat spreken tot de wijsheidsgod Enki. Achter Enki een van de Zeven Wijzen. Rolzegelafdruk, nu in het Louvre, Parijs.

Ex Oriente Lux (“het licht komt uit het oosten”) is de vereniging die de inzichten die oriëntalisten en egyptologen opdoen, wil delen met het grote publiek. Ze doet dat onder meer met een tijdschrift, Phoenix, en met lezingen. Afgelopen zaterdag waren er drie in Rotterdam, gewijd aan het thema van goed en kwaad. Ondanks alle coronamaatregelen was het even boeiend als het gezellig was.

Het jodendom

De eerste spreker was Klaas Smelik, die ons vanuit Gent toe-zoomde over goed en kwaad in de Bijbel. Zoals iedereen weet – en anders kijkt u maar naar het klassieke filmpje hieronder – constateert God in het scheppingsverhaal bij herhaling dat de wereld goed, ja zeer goed was. Tov, op z’n Hebreeuws. Nu kan het Opperwezen dat wel zeggen van zijn eigen werkstuk, maar het is natuurlijk ook waar dat het bestaan van het kwaad een spijkerhard gegeven is. Heeft God dat dan ook geschapen?

Lees verder “Driemaal goed en kwaad”

Herman Vanstiphout (1941-2019)

Enkidu, Gilgameš en de hemelstier: reliëf uit Nuzi (Pergamonmuseum, Berlijn)

Er is maar één Oudheid geweest en we weten er veel te weinig van. Dataschaarste is hét centrale thema van de oudheidkunde, een thema dat de oudheidkundigen onderscheidt van andere wetenschappers en onderling verbindt. Desondanks is het vakgebied verdeeld. Om te beginnen is er de op een negentiende-eeuwse traditie gebaseerde tegenstelling tussen archeologen en filologen, vervolgens is er de even verouderde tegenstelling tussen enerzijds Griekenland en Rome en anderzijds het Nabije Oosten, en tot slot is er een tegenstelling tussen de wetenschap en de publieke kennis. Het is geen mens gegeven al die tegenstellingen op te heffen maar de onlangs overleden Groningse geleerde Herman Vanstiphout deed zijn best in elk geval de kloof tussen wetenschap en publiek te overbruggen.

Twee boeken verdienen uw aandacht. In Eduba (2004) toonde hij aan de hand van allerlei vertaalde teksten hoe in het oude Sumerië de school- en schrijfcultuur zijn ontstaan. Het boek is antiquarisch nog wel te krijgen en ik kan het u aanraden. Het andere boek is zijn vertaling van het Epos van Gilgameš (2001), waarover ik al eens blogde. Het epos is weleens getypeerd als het nationale gedicht van de Babyloniërs. Daarmee is het tekortgedaan, want het werd ook gelezen in de Hethitische hoofdstad Hattusa en in het verre Megiddo in Kanaän, er lag een exemplaar in de Bibliotheek van Aššurbanipal in de Assyrische hoofdstad Nineveh, terwijl de kern bestaat uit verhalen over een Sumerische vorst. Er zijn echo’s in de Griekse literatuur. Zo het iets is, dan toch het gedicht van de eerste drie millennia van de menselijke geschiedenis.

Lees verder “Herman Vanstiphout (1941-2019)”

Babylonische delingstabel

Babylonische delingstabel (Louvre)

Als wij getallen noteren, bedienen we ons van het tientallig stelsel. Het getal 132 staat dan bijvoorbeeld voor één keer honderd, drie keer tien en tweemaal één. Een voordeel is dat je al vrij snel ziet dat een getal deelbaar is door vijf (want dan eindigt het op nul of op vijf) of door twee (want dan eindigt het getal op nul, twee, vier, zes of acht).

Dit is niet het oudste getalstelsel. In het derde millennium voor Christus rekenden de volken in het zuiden van Irak met het zestigtallig stelsel. Een erfenis daarvan is dat wij een uur indelen in zestig minuten en een minuut in zestig seconden. Het basisgetal is niet zonder reden gekozen, want zestig is het kleinste gemeen veelvoud van 1, 2, 3, 4, 5 en 6. Wie het gebruikt, ziet niet slechts of een getal deelbaar is door twee of vijf, maar ziet het ook van drie en zes. Delingen, het soort rekenen waarmee kinderen op de lagere school de meeste moeite schijnen te hebben, zijn dus veel gemakkelijker.

Lees verder “Babylonische delingstabel”

Sumerisch contract

shuruppak_tablet_sale_louvre
Contract uit Shuruppak (Louvre, Parijs)

Shuruppak gold in Mesopotamië als een van de oudste steden ter wereld, gesticht vóór de Zondvloed. De archeologische vondsten gaan inderdaad heel, heel ver terug. Zo dateert het bovenstaande kleitablet, geschreven in het Sumerisch en tegenwoordig te bewonderen in de rustige oud-oosterse afdeling van het Louvre, uit de zevenentwintigste eeuw v.Chr.: de tijd waarin in Egypte de derde dynastie de eerste piramiden bouwde en waarin in onze contreien de mensen van de Vlaardingencultuur aarzelden tussen nomadisch en sedentair leven. In Engeland besloten de bouwers van het tot dan toe houten Stonehenge dat het leuk zou zijn het monument opnieuw op te trekken uit steen.

Terug naar het kleitablet: dat bevat een administratieve tekst. Er wordt een huis (oppervlak: 54 m²) met een slaaf verkocht. Onderaan staan de getuigen vermeld die instaan voor de eerlijke verkoop. Het zou nog even duren voor de mensen het document zélf, voorzien van twee zegels of handtekeningen, zouden gaan beschouwen als bewijs voor de overeenkomst: in de Oudheid waren getuigen nog heel belangrijk.

Lees verder “Sumerisch contract”

Sumerische falanx

Gierenstele (Louvre, Parijs)
Gierenstele (Louvre, Parijs)

De Mona Lisa, de doeken van Delacroix, de Venus van Milo: er is geen hond die in het Louvre naar de afdeling Oude Nabije Oosten gaat, en dat is ook wel zo fijn, want hier kun je dus op je gemak kijken naar voorwerpen die je nergens anders zult zien. Zoals de Gierenstèle die de Sumerische stadstaat Lagash oprichtte om te vieren dat het zijn buur Umma had verslagen.

De fragmenten van het reliëf zijn in de jaren tachtig van de negentiende eeuw door Franse archeologen opgegraven in het antieke Girsu (in het zuidoosten van wat nu Irak heet). Uiteraard waren er bij de opgraving pottenkijkers: een avontuurlijk ingestelde Arabier moet zich op een bepaald moment op de opgraving hebben gewaagd en ook wat hebben staan spitten. Daarbij vond hij een fragment van de stèle, dat hij later verkocht aan het British Museum. Sinds 1932 zijn alle fragmenten te zien in het Louvre: een manshoge stele die we kunnen dateren rond het midden van de vijfentwintigste eeuw v.Chr. De piramiden waren al gebouwd, Stonehenge was in bedrijf, in Nederland werd het wiel geïntroduceerd.

Lees verder “Sumerische falanx”