Herman Vanstiphout (1941-2019)

Enkidu, Gilgameš en de hemelstier: reliëf uit Nuzi (Pergamonmuseum, Berlijn)

Er is maar één Oudheid geweest en we weten er veel te weinig van. Dataschaarste is hét centrale thema van de oudheidkunde, een thema dat de oudheidkundigen onderscheidt van andere wetenschappers en onderling verbindt. Desondanks is het vakgebied verdeeld. Om te beginnen is er de op een negentiende-eeuwse traditie gebaseerde tegenstelling tussen archeologen en filologen, vervolgens is er de even verouderde tegenstelling tussen enerzijds Griekenland en Rome en anderzijds het Nabije Oosten, en tot slot is er een tegenstelling tussen de wetenschap en de publieke kennis. Het is geen mens gegeven al die tegenstellingen op te heffen maar de onlangs overleden Groningse geleerde Herman Vanstiphout deed zijn best in elk geval de kloof tussen wetenschap en publiek te overbruggen.

Twee boeken verdienen uw aandacht. In Eduba (2004) toonde hij aan de hand van allerlei vertaalde teksten hoe in het oude Sumerië de school- en schrijfcultuur zijn ontstaan. Het boek is antiquarisch nog wel te krijgen en ik kan het u aanraden. Het andere boek is zijn vertaling van het Epos van Gilgameš (2001), waarover ik al eens blogde. Het epos is weleens getypeerd als het nationale gedicht van de Babyloniërs. Daarmee is het tekortgedaan, want het werd ook gelezen in de Hethitische hoofdstad Hattusa en in het verre Megiddo in Kanaän, er lag een exemplaar in de Bibliotheek van Aššurbanipal in de Assyrische hoofdstad Nineveh, terwijl de kern bestaat uit verhalen over een Sumerische vorst. Er zijn echo’s in de Griekse literatuur. Zo het iets is, dan toch het gedicht van de eerste drie millennia van de menselijke geschiedenis.

Lees verder “Herman Vanstiphout (1941-2019)”

Babylonische delingstabel

Babylonische delingstabel (Louvre)

Als wij getallen noteren, bedienen we ons van het tientallig stelsel. Het getal 132 staat dan bijvoorbeeld voor één keer honderd, drie keer tien en tweemaal één. Een voordeel is dat je al vrij snel ziet dat een getal deelbaar is door vijf (want dan eindigt het op nul of op vijf) of door twee (want dan eindigt het getal op nul, twee, vier, zes of acht).

Dit is niet het oudste getalstelsel. In het derde millennium voor Christus rekenden de volken in het zuiden van Irak met het zestigtallig stelsel. Een erfenis daarvan is dat wij een uur indelen in zestig minuten en een minuut in zestig seconden. Het basisgetal is niet zonder reden gekozen, want zestig is het kleinste gemeen veelvoud van 1, 2, 3, 4, 5 en 6. Wie het gebruikt, ziet niet slechts of een getal deelbaar is door twee of vijf, maar ziet het ook van drie en zes. Delingen, het soort rekenen waarmee kinderen op de lagere school de meeste moeite schijnen te hebben, zijn dus veel gemakkelijker.

Lees verder “Babylonische delingstabel”

Sumerisch contract

Contract uit Shuruppak (Louvre, Parijs)
Contract uit Shuruppak (Louvre, Parijs)

Shuruppak gold in Mesopotamië als een van de oudste steden ter wereld, gesticht vóór de Zondvloed. De archeologische vondsten gaan inderdaad heel, heel ver terug. Zo dateert het bovenstaande kleitablet, geschreven in het Sumerisch en tegenwoordig te bewonderen in de rustige oud-oosterse afdeling van het Louvre, uit de zevenentwintigste eeuw v.Chr.: de tijd waarin in Egypte de derde dynastie de eerste piramiden bouwde en waarin in onze contreien de mensen van de Vlaardingencultuur aarzelden tussen nomadisch en sedentair leven. In Engeland besloten de bouwers van het tot dan toe houten Stonehenge dat het leuk zou zijn het monument opnieuw op te trekken uit steen.

Terug naar het kleitablet: dat bevat een administratieve tekst. Er wordt een huis (oppervlak: 54 m²) met een slaaf verkocht. Onderaan staan de getuigen vermeld die instaan voor de eerlijke verkoop. Het zou nog even duren voor de mensen het document zélf, voorzien van twee zegels of handtekeningen, zouden gaan beschouwen als bewijs voor de overeenkomst: in de Oudheid waren getuigen nog heel belangrijk.

Lees verder “Sumerisch contract”

Sumerische falanx

Gierenstele (Louvre, Parijs)
Gierenstele (Louvre, Parijs)

De Mona Lisa, de doeken van Delacroix, de Venus van Milo: er is geen hond die in het Louvre naar de afdeling Oude Nabije Oosten gaat, en dat is ook wel zo fijn, want hier kun je dus op je gemak kijken naar voorwerpen die je nergens anders zult zien. Zoals de Gierenstèle die de Sumerische stadstaat Lagash oprichtte om te vieren dat het zijn buur Umma had verslagen.

De fragmenten van het reliëf zijn in de jaren tachtig van de negentiende eeuw door Franse archeologen opgegraven in het antieke Girsu (in het zuidoosten van wat nu Irak heet). Uiteraard waren er bij de opgraving pottenkijkers: een avontuurlijk ingestelde Arabier moet zich op een bepaald moment op de opgraving hebben gewaagd en ook wat hebben staan spitten. Daarbij vond hij een fragment van de stèle, dat hij later verkocht aan het British Museum. Sinds 1932 zijn alle fragmenten te zien in het Louvre: een manshoge stele die we kunnen dateren rond het midden van de vijfentwintigste eeuw v.Chr. De piramiden waren al gebouwd, Stonehenge was in bedrijf, in Nederland werd het wiel geïntroduceerd.

Lees verder “Sumerische falanx”

Sumerisch Scheppingsverhaal

Scheppingsverhaal uit Girsu (Louvre, Parijs)
Scheppingsverhaal uit Girsu (Louvre, Parijs)

Dit is een kleitablet uit het Louvre, afkomstig uit Girsu, een stad in het zuidoosten van Irak. Het is in het Sumerisch geschreven, ergens in het derde kwart van het derde millennium v.Chr. Hier is de vertaling:

Hemel kleedde zich als een jonge held.
Hemel en Aarde wisselden woorden uit.
Destijds bestonden de god Enki en zijn stad Eridu
nog niet en de god Enlil leefde nog niet.
De schoonheid van de velden was stof.
De bloei was stof.
De dagen waren nog niet licht.
De nieuwe manen vertoonden zich nog niet aan de hemel.

Lees verder “Sumerisch Scheppingsverhaal”