Rennen voor vluchtelingen

Nea Kavala

Op deze blog heb ik al enkele keren aandacht besteed aan de Syrische vluchtelingen die u in Libanon kunt tegenkomen: anderhalf miljoen of zo, op een bevolking van vier miljoen. U leest er hier meer over: een kennismaking, cijfers, interview met een vluchtelingenwerkster, een gebroken arm, onderwijs.

Tot zover Libanon. Een deel van de vluchtelingen is via Turkije naar Griekenland gegaan – u herinnert zich dat Aylan Kurdi de oversteek niet overleefde – en verblijft nu, vrij uitzichtloos, in Griekenland. Het Cygnusgymnasium in Amsterdam heeft (net als vorig jaar) voor hen een actie opgezet, waar ik graag uw aandacht voor vraag.

Rennen voor vluchtelingen

Ze zijn minder vaak in het nieuws, maar ze hebben nog steeds nergens om naartoe te gaan: de tienduizenden vluchtelingen, voornamelijk uit Syrië, die jarenlang en onder vaak erbarmelijke omstandigheden in Griekse kampen wachten op een toekomst. De vijfdeklassers van het Cygnus Gymnasium bezoeken op hun klassieke Griekenlandreis, tussen alle tempels en musea, weer een van die kampen. Dit jaar is dat het kamp Nea Kavala, ten noorden van Thessaloniki.

Lees verder “Rennen voor vluchtelingen”

Vandalisme en plundering

De tetrapylon van Palmyra

Eigenlijk is het heel logisch dat als ik blog over Palmyra, zoals ik vanmorgen deed, ik reacties krijg over de plundering. Die heeft inderdaad nogal wat publiciteit gekregen en ik had moeten zien aankomen dat daarop zou worden gereageerd. Gek genoeg heb ik daar, toen ik vannacht mijn stukje typte, geen seconde aan gedacht. Mijn antwoord op een reactie op Faceboek groeide uit tot de lengte van een blogstukje en ik kan dat op deze plek weer uitbreiden met wat links. Een overzicht dus.

Syrië

De erfgoedschade in Syrië is vooral toegebracht door het regime. De zogenaamd Islamitische Staat heeft zich beperkt tot acties die eerder mediageniek waren dan schadelijk. Ik wil ze daarmee – dit schrijf ik met nadruk – niet bagatelliseren want de schade is reëel, maar het waren toch vooral de personeelsadvertenties van een terreurgroep en de westerse media hebben de taak van megafoon goed op zich genomen. Het beschadigen van oudheden was voor IS echter geen echt doel. Als dat zo zou zijn geweest, had het Resafa kunnen plunderen, maar het liet die stad ongemoeid.

Lees verder “Vandalisme en plundering”

Lokpatrijs

Een vrije en een gekooide vogel. Reliëf uit Bosra.

Een tijdje geleden blogde ik over laatantieke mozaïeken van gekooide vogels. Ik schreef:

Ik begrijp echter dat het motief is ontleend aan de klassieke wereld: stoïcijnse filosofen als Seneca en neoplatonisten als Porfyrios vergeleken de menselijke ziel met een vogel in een kooi. Het verlangen van de vogel om weer langs de hemel te kunnen vliegen is hierbij te vergelijken met het verlangen van de ziel om weer vrij te zijn en naar zijn hemelse oorsprong terug te keren.

Dat leidde tot een leuke discussie, waarvan de eerste reactie was:

Lees verder “Lokpatrijs”

Byzantijnse krabbel (6): Zijde

Textiel uit fort Zenobia (Museum van Deir ez-Zor)

Hierboven een slechte foto van een stukje textiel uit het geplunderde museum van Deir ez-Zor. Het lag in dezelfde vitrine als dit stukje en is gevonden in het laat-antieke fort Zenobia, even verderop aan de Eufraat. Het stukje textiel is zijde. (Dat stond althans op het bordje; ik vind de draden eerlijk gezegd wat grof.) Zijde is natuurlijk interessant, want het komt uit China. Net als het gevest van jade dat ik ooit zag in het Bulgaarse Stara Zagora, hebben we hier een aanwijzing voor handel langs de Zijderoute.

Het product sprak ook in de Oudheid tot de verbeelding. De Romeinen hadden een heel geïdealiseerd beeld van de Seres, de “zijdemensen”, die ergens op de oostelijke rand van Azië in vrede zouden leven, een kalme levenswijze hadden en verbleven in een land met een aangenaam klimaat en een zuivere lucht. (Chinese beschrijvingen van het Romeinse Rijk zijn al even utopisch.) Ammianus Marcellinus, een Romeinse historicus uit de vierde eeuw n.Chr., beschrijft hoe de zijde wordt gemaakt:

Lees verder “Byzantijnse krabbel (6): Zijde”

Byzantijnse krabbel (3): Symeon de Styliet

Zevende-eeuwse afbeelding van Symeon de Styliet. De weergave van de pilaar is vermoedelijk accuraat: het zal zijn gegaan om een platform van een vierkante meter waarop hij moet hebben kunnen zitten. De slang staat voor de machteloze duivel; de schelp herinnert aan de apsis waarover ik al eens blogde. (Louvre, Parijs)

In het noorden van Syrië ligt het fenomenale grafcomplex voor de heilige Symeon de Styliet, die leefde in de eerste helft van de vijfde eeuw. Hij was de eerste van de wonderlijke groep die bekendstaat als de stylieten ofwel pilaarheiligen: mannen – voor zover ik weet altijd mannen – die een kluizenaarsleven verkozen maar zich daarbij niet terugtrokken in de ontoegankelijke wildernis en in plaats daarvan op een pilaar klommen, doorgaans langs een grote weg. Daar zaten of stonden ze dan, op eenzame hoogte maar nooit alleen. Altijd waren er reizigers in de buurt.

Voor ons is deze vorm van zelfverloochening onbegrijpelijk maar in de Late Oudheid had ze grote impact. Menig reiziger hield halt bij Symeon, luisterde naar een preek en nam de woorden mee, verder langs de weg: oostwaarts naar Aleppo, zuidwaarts naar Damascus, westwaarts naar Antiochië. Het is te begrijpen waarom Symeon er, hoewel de zelfkastijding hem zwaar gevallen moet zijn, mee is door gegaan: zijn woorden reisden verder dan die van andere christelijke predikers en maakten hem invloedrijker dan menige bisschop.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (3): Symeon de Styliet”

Byzantijnse krabbel (2): Kerktwisten

rila_councils_1_nicaea_i
Een achttiende-eeuwse weergave van het Concilie van Nikaia (325) in het Bulgaarse Rila-klooster. In het centrum, vooraan, staat Nikolaas van Myra klaar om een apostolische oplawaai te verkopen aan een ketter.

Christus was een god onder de goden en zelfs de tegenstanders van het christendom erkenden dat deze godheid bestond en ten tijde van keizer Tiberius op aarde had geleefd. Of je hem ook vereerde, en op welke wijze, was een persoonlijke keuze. Toch was er voor menigeen ook iets afstotends aan deze eredienst: wie Christus vereerde, kwam fanatiekelingen tegen die meenden dat je andere goden moest afzweren.

Dat was een gevaarlijke mening. Als zo’n exclusivist een openbaar ambt bekleedde, kon hij niet aan de stadsgoden offeren en zou hij hun wrok afroepen over de gemeenschap. Het vervolgingsdecreet waarmee keizer Decius rond 250 de vervolging gelastte is niet overgeleverd, maar wat we wél weten, suggereert dat hij iets eiste dat vooral voor exclusivisten lastig was. Van de vervolging door keizer Valerianus, enkele jaren later, staat vast dat hij deze groep op de korrel nam. Gewone Romeinse gelovigen, die niet exclusivistisch waren, liepen geen gevaar. Het vernieuwende van Constantijn de Grote is niet dat hij christen werd, maar dat hij het exclusivistische christendom de wind in de zeilen gaf en binnen die radicale stroming ook nog sympathiseerde met de groep die meende dat er een orthodoxie was.

Lees verder “Byzantijnse krabbel (2): Kerktwisten”

Een unieke kerel

Grafsteen uit het geplunderde museum van Apamea

Je vindt nog ’s wat als je bezig bent met je oude foto’s. Bovenstaande inscriptie was ooit te zien in het geplunderde museum bij de Syrische stad Apamea. De grafsteen van een Romeinse soldaat. Er gaan er dertien van in een dozijn: hier hebt u er nog een stuk of dertig, behorend dezelfde museumcollectie en daar heeft u een stukje dat ik ooit blogde over een ander exemplaar. Vrijwel alle soldaten behoorden bij hetzelfde legeronderdeel, het Tweede Legioen Parthica, de strategische reserve van het Romeinse Rijk. Het onderdeel was in de eerste helft van de derde eeuw n.Chr. enkele keren in Syrië gestationeerd. Allemaal niks bijzonders.

Als mijn zakenpartner en ik foto’s hebben gemaakt, benut ik de avond meestal om ze een naam te geven zodat we het materiaal later makkelijk kunnen terugvinden. Op een mooie novemberavond in 2008 las ik snel de naam van de soldaat, die blijkbaar Marius heette of misschien Carius. (Voor niet-latinisten: het eerste woord, Mario, betekent “voor Marius”, al is de eerste letter erg beschadigd.) Hij werd drieënveertig jaar oud en diende er ruim eenentwintig. Twee trompetters plaatsten de gedenksteen. Nog steeds niets bijzonders en ook de constatering dat hij een “unieke kerel” was, is niet uitzonderlijk. Hooguit was de naam van de overledene wat kort, maar in de derde eeuw raakte de aloude driedelige Romeinse naam in onbruik, dus zo vreemd was dat nou ook weer niet.

Lees verder “Een unieke kerel”