#Romeinenweek: Tacitus’ Bataven

Bataafse ruiters (Valkhofmuseum, Nijmegen)

[Gisteren begon de Romeinenweek. Er zijn tientallen activiteiten in het hele land en ze zijn zonder uitzondering allemaal ontzettend leuk. Het thema is “100% Romeins?”: hoe Romeins was de Romeinse tijd eigenlijk? Ik zal deze week elke dag een bron citeren over de Romeinse aanwezigheid in de Lage Landen.]

Vandaag een kort fragment uit de Germania van de Romeinse auteur Tacitus. Het maakt deel uit van een opsomming van stammen uit het gebied ten oosten en noorden van de rivier de Rijn.

De Bataven vallen van al deze volken het meest op door moed. Ze bewonen geen groot stuk van de oever, maar een eiland in de Rijn.

Lees verder “#Romeinenweek: Tacitus’ Bataven”

Klassieke literatuur (5c): geschiedschrijving

Kleio, muze van de geschiedvorsing (El Djem, Huis van de Maanden)

[Bij mijn mail zat onlangs de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich werkelijk in de klassieke letteren wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit aanschuiven bij een cursus, zoals deze. Voor de Latijnse literatuur kun je verder Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus lezen, maar voor de Griekse en christelijke literatuur bestaat zo’n boek niet.]

Nu heb ik al twee stukjes geschreven over geschiedschrijving en nóg heb ik niet voldaan aan de allereerste eis van het schrijven van stukjes over geschiedschrijving, namelijk het te onpas citeren van Huizinga. Welaan, aan het begin van onze jaartelling zagen we een “vormverandering van de geschiedenis”: het historische proces veranderde van karakter. De republikeinse instellingen werden vervangen door een monarchie, de rivaliteit tussen de voornaamste families ging niet meer om de vraag wie de meeste vijanden wist te onderwerpen en de Romeinse expansie liep ten einde. De concurrentie in de Romeinse adel, die ooit het imperialisme had gevoed, maakte plaats voor de persoon van de keizer als “motor” achter de gebeurtenissen.

De geschiedschrijving veranderde mee: de biografie werd een populair genre. Ik zal daarover later nog schijven. Voor het moment wijs ik op monografieën waarin de persoon van de heerser centraal staat, zoals in het Gezantschap naar Caligula van Filon van Alexandrië, een tekst over – u raadt het al – een gezantschap dat naar keizer Caligula gaat om bij hem te klagen over antijoodse maatregelen. Het karakter van de vorst is albepalend voor de afloop. De Nederlandse vertaling van Gé de Vries, onder de titel Pogrom in Alexandrië, bewijst dat je een antieke tekst ook zó in het Nederlands kunt omzetten dat die zowel literair verantwoord als interessant is. Zo zouden alle vertalingen moeten zijn.

Lees verder “Klassieke literatuur (5c): geschiedschrijving”

MoM: Eliminatie

[Geschiedenis is geen amusement, leuk voor een vrijblijvend stukje in een tijdschrift of een item op TV. Het is een wetenschap. In de reeks “Methode op Maandag” (MoM) leg ik uit wat de oudheidkundige wetenschappen, en de historische wetenschappen in het algemeen, maakt tot wetenschappen. Een overzicht van deze en vergelijkbare stukjes is hier.]

Vorige week blogde ik over de Hangende Tuinen van Babylon en vertelde ik dat er verschillende antieke bronnen bestaan over die tuinen, maar dat die allemaal teruggaan op één bron. Dit betekent dat informatie uit de afgeleide bronnen mag worden genegeerd. Dit staat bekend als “eliminatie”. Het is een krachtig instrument om betrouwbaardere en minder betrouwbare informatie te scheiden, omdat we zo in elk geval auteurs uit de discussie halen die anderen napapagaaien.

Eerst een makkelijk voorbeeld waarvan het belang in één keer duidelijk is. We hebben vier verslagen van de laatste dagen van Jezus van Nazaret: de evangeliën van Matteüs, Marcus, Lukas en Johannes. Daartussen zitten wat verschillen, zoals u voor uzelf kunt constateren als u de laatste woorden van Jezus erop naslaat. Aangezien kan worden bewezen dat Matteüs en Lukas zijn afgeleid van het evangelie Marcus, hebben we voor de procesgang in feite maar twee getuigenissen, namelijk Marcus en Johannes. Matteüs en Lukas zijn, ten opzichte van Marcus, elimineerbaar. Dit betekent dat de beruchte zelfvervloeking van de Joden die Matteüs als enige vermeldt (“zijn bloed kome over ons en onze kinderen”) ook elimineerbaar is. Als Mel Gibson deze toont in zijn film The Passion of the Christ, wijkt hij af van zijn opzet de gebeurtenissen historisch zo accuraat mogelijk te tonen.

Lees verder “MoM: Eliminatie”

De Vesuvius in vlammen

vesuvius_in_vlammen

Voor Plinius de Jongere heb ik altijd een zwak gehad: met plezier heb ik op het gymnasium enkele van zijn brieven vertaald en later heb ik een boekje over de man geschreven, Een interimmanager in het Romeinse Rijk. Het tiende boek van zijn correspondentie bestaat uit brieven die hij schreef aan keizer Trajanus en maken het mogelijk te reconstrueren hoe een gouverneur met buitengewone volmachten een crisissituatie bezweert. Ja, Plinius is een interessante man en zijn brieven zijn de moeite waard.

Dat vond ook Vincent Hunink, die werkzaam is aan de Nijmeegse Radbouduniversiteit en daar het werk doet waar universiteiten voor zijn: ervoor zorgen dat de samenleving beschikt over de actueelste wetenschappelijke inzichten. Ik ken hem – full disclosure – persoonlijk en sta altijd weer versteld van zijn enorme productiviteit als vertaler én als spreker. Er lijkt geen week voorbij te gaan waarin hij niet op Facebook vertelt over een lezing en er lijkt wel geen maand voorbij te gaan zonder dat hij een nieuwe vertaling produceert. Dit keer zijn het de brieven die Plinius schreef aan zijn vriend, de historicus Tacitus.

Lees verder “De Vesuvius in vlammen”

De Bataafse Opstand (slot)

De Romeinen herstellen orde op zaken (landkaart uit "Edge of Empire")
De Romeinen herstellen orde op zaken (landkaart uit “Edge of Empire”)

Korte inhoud van het voorafgaande: de Bataven zijn in opstand gekomen en boeken succes na succes. De steden in Gallië verklaren zich onafhankelijk. In Rome is men echter klaar om de orde te herstellen. Het feuilleton in deze Romeinenweek is gebaseerd op mijn boek De randen van de aarde (2000) en Edge of Empire (2012, met Arjen Bosman; de vertaling van de Tacitusfragmenten is van Vincent Hunink).

***

Inmiddels had Rome het onverslaanbaar grote leger op de been gebracht waarvan de komst sinds Civilis’ aanval op Xanten viel te verwachten. De generaal, Cerialis, was niet alleen familie van Vespasianus, maar had bovendien in Brittannië gestreden in het leger waartoe ook de nieuwe keizer en Julius Civilis hadden behoord. Tacitus portretteert Cerialis als een ietwat excentrieke maar efficiënte ijzervreter. Onder zijn leiding stonden het Eenentwintigste Legioen Rapax, onderafdelingen van de Rijnlegioenen die met Vitellius naar Italië waren getrokken, en tot slot het door Vespasianus opgerichte Tweede Adiutrix (“helpster”). Met hen rukte Cerialis op naar Mainz.

Lees verder “De Bataafse Opstand (slot)”

De Bataafse Opstand (4)

Medaillon van Aquilius (Valkhofmuseum, Nijmegen)
Medaillon van Aquilius (Valkhofmuseum, Nijmegen)

Korte inhoud van het voorafgaande: Rome verkeert in crisis. Keizer Vitellius voelt zich bedreigd door Vespasianus, opstandeling in het oosten, en zoekt versterkingen. Gouverneur Hordeonius Flaccus van het Rijnland kan die echter niet leveren omdat het Rijnland onrustig is. Eén van de leiders is de Bataaf Julius Civilis, maar er zijn meer potentiële rebellen en die hebben andere motieven. Het feuilleton in deze Romeinenweek is gebaseerd op mijn boek De randen van de aarde (2000) en Edge of Empire (2012, met Arjen Bosman; de vertaling van de Tacitusfragmenten is van Vincent Hunink; landkaart hier).

***

Zoals de Treveren ooit een opstand tegen Julius Caesar waren begonnen door de Eburonen de kastanjes uit het vuur te laten halen, zo liet Julius Civilis een cliëntstam als eerste rebelleren: de Cananefaten uit Zuid-Holland.

Lees verder “De Bataafse Opstand (4)”

De Bataafse Opstand (3)

De opstand van de Bataven (uit: "Edge of Empire")
De opstand van de Bataven (uit: “Edge of Empire”)

Korte inhoud van het voorafgaande: Rome verkeert in crisis. Keizer Vitellius voelt zich bedreigd door Vespasianus, opstandeling in het oosten, en zoekt versterkingen. Gouverneur Hordeonius Flaccus van het Rijnland kan die echter niet leveren omdat het Rijnland onrustig is. Eén van de leiders is de Bataaf Julius Civilis. Het feuilleton in deze Romeinenweek is gebaseerd op mijn boek De randen van de aarde (2000) en Edge of Empire (2012, met Arjen Bosman).

***

Civilis, tweemaal gearresteerd maar nooit veroordeeld, had goede persoonlijke redenen om een opstand tegen de Romeinen te organiseren: wraak op de moordenaars van zijn broer. Het is bovendien aannemelijk dat hij, al is het maar even, heeft gedacht aan het herstel van de koninklijke macht die zijn familie ooit had bezeten. Civilis’ motivatie verklaart echter niet waarom anderen meededen. Zij hadden hun eigen beweegredenen.

Lees verder “De Bataafse Opstand (3)”

De Bataafse Opstand (2)

Bataafse ruiters (Valkhofmuseum, Nijmegen)
Bataafse ruiters (Valkhofmuseum, Nijmegen)

Korte inhoud van het voorafgaande: de regering van keizer Nero heeft het Romeinse Rijk gedestabiliseerd en Vitellius heeft in 69 de macht gegrepen. Hij moet echter rekening houden met Vespasianus, die in het oosten in opstand is gekomen. Het feuilleton in deze Romeinenweek is gebaseerd op mijn boek De randen van de aarde (2000) en Edge of Empire (2012, met Arjen Bosman); de vertaling van de Tacitusfragmenten is van Vincent Hunink.

***

Ik eindigde vorige week met het verzoek van Vitellius om versterkingen. Die vroeg de nieuwe keizer ook van de commandant van de troepen die aan de Rijngrens waren achtergebleven. Over deze Hordeonius Flaccus heeft Tacitus, onze belangrijkste bron voor de gebeurtenissen van deze maanden, weinig goeds te melden. Dat komt doordat de historicus in zijn verslag van de Bataafse Opstand steeds gebruik maakt van de vertrouwde tegenstellingen tussen barbarij en beschaving, dapperheid en decadentie, vitaliteit en defaitisme. Hij laat deze tegenpolen belichamen door de Bataafse en de Romeinse aanvoerders, Julius Civilis en Hordeonius Flaccus. Ze zijn welbeschouwd niet meer dan stereotypen.

Lees verder “De Bataafse Opstand (2)”

De vaderlandse overlegcultuur

bier

Het is ook nooit goed. Altijd weer dat zure linkse gezeur. Simpel voorbeeld: grote organisaties worden bestuurd door mensen die daarvoor hebben doorgeleerd op internationale managementscholen. Besturen is hun specialisme, zoals anderen zijn gespecialiseerd in een van de diverse werkzaamheden in het productieproces of een taak hebben bij de ondersteuning van de staf. Ieder zijn vak, zou je zeggen, maar managers doen het nooit goed: we verwachten dat ze voortdurend overleggen met mensen uit de organisatie. Dat is de vaderlandse overlegcultuur. Onze vakbonden hechten daar nogal aan.

Dat is goed, maar wees dan consequent en breng geen bestuurders in opspraak als ze zich houden aan de traditionele regels van die vaderlandse overlegcultuur. Vakbond FNV is er absoluut niet over te spreken dat de leden van de Raad van Toezicht van het Maastricht Universitair Medisch Centrum+ vier glazen alcohol drinken bij de lunch. RTL heeft dat ontdekt door de declaraties van de diverse bestuurders op te vragen en te onderzoeken.

Lees verder “De vaderlandse overlegcultuur”

De waarde van de klassieken

Het boek In moerassen en donkere wouden, waarin Vincent Hunink de “Germanenteksten” van de Romeinse auteur Tacitus presenteerde en waarvoor ik een inleiding schreef, wordt herdrukt. Vincent kondigde het met bescheiden trots aan op zijn Facebookpagina: een plaatje van het omslag met daarbij alleen het woord “herdrukt”. Ik gaf als commentaar dat ik de herdruk terecht vond omdat ik het geen slecht boek vond.

Lacunes

Ik kreeg verschillende reacties dat ik wel iets tevredener mocht zijn, maar dat kan ik niet. Ik kan de feilen van het boek namelijk moeiteloos aanwijzen. Het bevat bijvoorbeeld geen foto’s, wat jammer is omdat verschillende Tacituspassages door een illustratie zouden zijn verhelderd. Een foto van het meisje van Yde, dat in de toelichtingen enkele keren wordt genoemd, zou zeker een meerwaarde hebben gehad.

Lees verder “De waarde van de klassieken”