De vijfde eeuw (3)

De vallei van de Frigidus
De vallei van de Frigidus (foto Paul van der Heijden)

[Een tijdje geleden blogde ik enkele keren over de Late Oudheid. Een van degenen die reageerden, John Messemaker, zegde toe zijn gedachten over het onderwerp op een rijtje te zetten. Van dat stuk verscheen het eerste deel hier.]

Keizer Gratianus werd in 359 geboren en wed acht jaar later door zijn vader, keizer Valentinianus I, gekroond tot medekeizer. De belangrijkste reden dat de negentienjarige Gratianus in 378 niet met zijn leger aanwezig was bij de Slag van Hadrianopolis, waardoor een ramp wellicht te voorkomen was geweest, is dat hij opgehouden was door schermutselingen met onder andere Alanen. Na de slag ging hij ertoe over diverse plunderaars te rekruteren voor zijn leger en daarbij ging hij niet alleen zo ver dat hij een groep Alanen tot lijfwacht maakte, nee, de keizer ging zelfs publiekelijk gekleed in “Skythische” outfit. Net als zijn lijfwacht ging hij dus gekleed zoals de overwinnaars van Hadrianopolis.

Omdat Gratianus nogal wat weerstand opriep, voerde Magnus Maximus in 383 een putsch uit. De legitieme keizer werd op de vlucht gearresteerd door zijn generaal Merobaudes en aan  Maximus overgedragen, die zijn rivaal terstond doodde. Ondanks de mislukking van Gratianus’ regering vertelt de Romeinse militaire auteur Vegetius nog iets positiefs over hem, namelijk dat hij de laatste keizer was die zijn infanterie nog borstplaten en helmen liet dragen.

Lees verder “De vijfde eeuw (3)”

De vijfde eeuw (1)

Het slagveld van Hadrianopel
Het slagveld van Hadrianopel

[Een tijdje geleden blogde ik enkele keren over de Late Oudheid. Dat leidde tot leuke reacties en een van de “reaguurders”, John Messemaker, zegde toe zijn gedachten over het onderwerp eens op een rijtje te zetten. Zijn enthousiaste stuk van ruim zesduizend woorden zal hier de komende tijd verschijnen. Ik heb het wat aangepast aan de conventies die ik op deze blog hanteer en laat hem verder met plezier aan het woord.]

De vijfde eeuw begint voor mij op 9 augustus 378 met de Slag bij Hadrianopolis, waar “barbaarse” groepen onder leiding van Alatheus, Fritigern en Saphrax de Oost-Romeinse keizer Valens doden, zijn legers vernietigend verslaan en het Oost-Romeinse Rijk in chaos storten. De vijfde eeuw eindigt op 4 september 476, de dag dat de “barbaar” Odoacer de laatste keizer van het West-Romeinse Rijk, Romulus Augustulus, een kind nog, afzet en Italië als koning (rex) onder zijn eigen gezag verder leidt.

Lees verder “De vijfde eeuw (1)”

Jan van Aken, De afvallige

Full disclosure: de Nederlandse schrijver Jan van Aken woonde tot voor kort bij me om de hoek, in een mooie woonboot. We delen een belangstelling voor het verleden en onze boeken worden uitgegeven door dezelfde uitgeverij. Toen Van Aken schreef aan De afvallige, hebben we de tekst verschillende keren besproken, en toen de tekst af was, heb ik hem in zijn geheel gelezen en becommentarieerd. U weet nu dus wat u hebt aan mijn oordeel als ik u zeg dat De afvallige een heerlijk boek is.

Wie de eerdere boeken van Van Aken las, weet welke personages hij mag verwachten: verslaafden, zwervers, soldaten, vorsten en geletterden met ongebruikelijke opinies. De verslaafde doet zich dit keer niet, zoals in Het fluwelen labyrint, tegoed aan harddrugs, maar kan niet zonder wijn. De zwerftochten gaan dit keer niet, zoals in Koning voor een dag, naar Egypte, maar door het hele Romeinse Rijk, van Trier via Constantinopel en Antiochië tot Damascus. De geletterde is dit keer geen pythagorese filosoof, zoals in De dwaas van Palmyra, maar een bisschop-intrigant. Stuk voor stuk interessante karakters, met wie je ook in het echt wel eens een glas teveel wil drinken, een reis wil maken en een goed gesprek wil voeren.

Van Akens boeken zijn soms vrij rechttoe, rechtaan: er is dan één verteller aan het woord die de gebeurtenissen chronologisch weergeeft. Dit keer heeft Van Aken er gelukkig, net als in zijn meesterwerk Het fluwelen labyrint, voor gekozen uit te pakken met een lekker complexe plot, met verschillende perspectieven, chronologisch heen en weer springend tussen ongeveer 360 en 395.

Dat is de periode die begon toen keizer Julianus, als eigenlijk enige Romeinse heerser, probeerde de onweerstaanbare opmars van het christendom een halt toe te roepen, en die eindigde toen keizer Theodosius het Niceense credo dwingend voorschreef aan alle gelovigen (meer). In de tussenliggende jaren implodeerde het heidendom. Tegelijkertijd staken verschillende stammen de Donau over, wat leidde tot grote onrust in wat nu Bulgarije heet. Er was evident te weinig voedsel – het is dat ik het hoofdstuk over “Macedonische reebout” vorig jaar al heb gelezen, anders zou ik denken dat Van Aken commentaar leverde op de huidige handel in paardenvlees – en de Romeinen meenden de barbaren door honger te kunnen temmen. Het pakte anders uit: keizer Valens verloor in 378 een veldslag en zijn leven bij het huidige Edirne. Het valt te beargumenteren dat deze nederlaag het begin markeert van het proces dat bekendstaat als de Val van het Romeinse Rijk.

Dit is de spectaculaire historische achtergrond waartegen De afvallige zich afspeelt. Een Romeinse soldaat, een Gotische edelman, een genezeres en een wijnhandelaar zijn ooggetuigen, en ze blijken net iets meer invloed te hebben op de wereldgeschiedenis dan je zou verwachten. Wat Van Aken er verder van heeft gemaakt, ga ik u niet verklappen. Lees het zelf maar en geniet.