Donderdag 20 juli 1944, 17:30 (Parijs, Praag)

Carl-Heinrich von Stülpnagel

Terwijl de zaken in Berlijn onduidelijk zijn, lopen de zaken in Parijs voor de samenzweerders voorspoedig. De SS-ers en Gestapo-leiders zijn in verzekerde bewaring gesteld, de bewapende SS-afdelingen, zoals de troepen bij Caen, hebben begrepen dat ze onder Wehrmachtbevel zullen komen. De situatie in Praag is niet heel anders, ook al heeft men daar gemengde berichten ontvangen en weet men niet goed of Hitler dood is of niet. De leiders van de SS zijn ook daar echter buitenspel gezet. Generaal Schaal ziet er wel op toe dat het zijn gevangenen niet ontbreekt aan sigaren en cognac.

Terug naar Parijs, waar maarschalk Von Kluge door de twee samenzweerders Von Stülpnagel en Von Hofacker onder druk wordt gezet. Het staatsgezag is in handen gekomen van generaal Beck, vertellen ze; begreep Von Kluge niet dat de moordaanslag een morele verplichting was? Hij moest zijn steun aan de regering-Beck uitspreken.

Von Kluge aarzelt.

[Terug naar het eerste deel; deze reeks wordt over twaalf minuten vervolgd.]

De dood van Stalin

Ik ben geboren in Moravië, het centrale deel van voormalige Tsjecho-Slowakije, tijdens de Tweede Wereldoorlog. Al snel na de communistische machtsovername in 1948 kregen mijn ouders  veel politieke problemen en in een poging om aan de aandacht van de  machthebbers te ontsnappen verhuisden ze met ons, hun twee kleine kinderen, naar een stadje in Slowakije.

Ik heb er bijna mijn hele lagere school doorgelopen: buiten en op school sprak (en schreef) ik Slowaaks en thuis Tsjechisch, en al lijken die twee talen op elkaar, het zijn toch twee aparte talen met een aparte spelling. Je leefde als het ware in twee aparte werelden, in alle opzichten, omdat  je zelfs als kind heel duidelijk voelde dat de werkelijkheid buitenshuis anders was dan datgene wat je thuis hoorde.

Lees verder “De dood van Stalin”

Mušov

Marcomannische schat (Museum van Mikulov)
Marcomannische schat (Museum van Mikulov)

Toen u het plaatje hierboven zag, wist u dat u was beland in mijn onregelmatig verschijnende, inmiddels 129 afleveringen tellende reeks museumstukken, waarvan u hier het overzicht vindt. De getoonde stukken komen uit het museum in het Tsjechische Mikulov, waar een paar zaaltjes in een mooi kasteel zijn volgestouwd met Romeinse en inheemse vondsten.

Die vondsten zijn gedaan in Mušov, zo’n vijfenzeventig kilometer ten noorden van de Romeinse legioenbasis in Wenen aan de Donau. Archeologen vonden in Mušov een enorme basis, ingericht door Romeinen die duidelijk het doel hadden hier, in het land van de Marcomannen, te blijven. Het staat vast dat deze basis is ingericht door het roemruchte Tiende Legioen Gemina en behoort bij de noordelijke campagnes van keizer Marcus Aurelius, die van plan was Bohemen definitief te onderwerpen. Het zou een moeilijk verdedigbare exclave boven de limes hebben opgeleverd, die dan ook in 180, toen Marcus overleed en zijn zoon Commodus de macht overnam, meteen werd opgegeven. Het vredesverdrag garandeerde nog generaties lang de rust.

Lees verder “Mušov”

Laurent Binet, HhhH

Je mag een gegeven paard niet in de mond kijken, maar voor Laurent Binets roman HhhH moet ik toch een uitzondering maken. Ik waardeer het dat ik het cadeau heb gekregen, maar ik heb het alleen uitgelezen omdat ik rekende op een spectaculaire conclusie, die echter uitbleef.

De merkwaardige titel is de afkorting van Himmlers hersens heten Heydrich, waarvan Binet zegt dat de Nazi’s dit gewoonlijk zeiden om de relatie tussen het hoofd van de SS en zijn rechterhand aan te duiden. Reinhard Heydrich gold als een van de gevaarlijkste mannen in het Derde Rijk, en het was een enorme klap voor het prestige van het nationaalsocialisme toen hij in Praag werd vermoord door twee Tsjecho-Slowaakse verzetstrijders, Jan Kubiš en Jozef Gabčík. Over deze aanslag gaat de roman, die in 2010 de Prix Goncourt voor een eerste roman kreeg.

Lees verder “Laurent Binet, HhhH”