Op reis (schaamteloze reclame)

Fresco uit Trier (Bischöfliches Dom- und Diözesanmuseum)

Stel, u houdt van reizen en u wil op uw reizen oudheden zien. Zoiets komt in de beste families voor. Ik kan over uw reislust (en budget) geen uitspraken doen maar durf aan het feit dat u op dit moment deze niche-blog aan het lezen bent wel de conclusie te verbinden dat u op reis ook weleens gaat kijken naar een ruïne of in een oudheidkundig museum. Welnu, ik heb twee reizen te noemen die uw belangstelling zouden kunnen hebben. Ik zeg er meteen bij dat ik degene ben die de deelnemers soms attendeert op het interessante tempeltje links, op een aspect van het landschap voor ons en het aardige beeldje in de vitrine rechts.

Eén, Historizon organiseert in juli een reis langs de Neder-Germaanse limes. Ik heb eerder met deze club samengewerkt en dat was altijd opvallend prettig, menselijk. Daarom heb ik ook zin in een reis langs Xanten, Bonn en Trier. Zeg maar het reisje langs de Rijn, Moezel en Ardennen waar onze ouders van droomden, maar dan met een Romeins karakter. We bezoeken op de terugweg de expositie “Oog in oog met de Romeinen” in Tongeren (recensie), en zullen twee nachten doorbrengen in Mainz. Die stad is leuk om te beobachten, kan ik u verzekeren; ik heb er echt een zwak voor.

Lees verder “Op reis (schaamteloze reclame)”

Nog eens Regulus

Een Numidische ruiter (Musée national des antiquités, Algiers)

Een tijdje blogde ik over de expeditie van Regulus, een Romeinse consul in 256/255 v.Chr., naar wat nu Tunesië heet. Hij won eigenlijk alles tot de Karthagers een capabele Spartaanse huurlingenleider, Xanthippos, in dienst namen en hem versloegen. De veldtocht, die deel uitmaakt van de Eerste Punische Oorlog, is me bezig blijven houden omdat er iets raars mee aan de hand is. Een consulair leger bestond uit zo’n 18.000 man en Regulus commandeerde er maar 15.000. Het leger is te klein voor een zo belangrijke operatie, zeker als we erbij bedenken dat de Romeinen een kolossale vloot– 330 oorlogsbodems! – bouwden om het expeditieleger over te zetten.

Ik vermoed nu dat Regulus niet alleen was. De Numidiërs speelden een belangrijke rol. Daarvoor zijn enkele aanwijzingen.

Lees verder “Nog eens Regulus”

Het Numidisch en het Proto-Berber

Een Numidische ruiter (Musée national des antiquités, Algiers)

Een ruim jaar geleden – het was ten tijde van de verkiezingen – reisde ik door Algerije en korte tijd daarna door Tunesië. Je loopt er van de ene naar de andere Romeinse stad; er zijn er uit de Maghreb ongeveer 500 bij naam bekend, wat aanzienlijk meer is dan de 60 uit Gallië. Dit was een van de verstedelijkste gebieden uit de oude wereld.

T-steden

Op een gegeven moment viel me op dat ontzettend veel plaatsnamen, zowel antieke als moderne, beginnen met een t-klank. Systeem kon ik er niet in ontdekken. Het kon gaan om een havenstad als Tipasa, om een heuvelfort als Tiddis en om een bronnenheiligdom als Thubursicum, maar ook om steden als Thugga, Tebessa, Thysdrus, Thuburbo Maius, Thagaste en Thamugadi. De /t/ lijkt wel universeel te zijn.

Lees verder “Het Numidisch en het Proto-Berber”

Vergilius met Muzen

Vergilius (Bardo-museum, Tunis)

Op maandag plaats ik meestal een stuk over geschiedtheorie en ik had ook iets in de pen, maar een goede bekende ligt in het ziekenhuis en ik heb even andere prioriteiten. Dus geniet even van dit mooie mozaïek: de Romeinse dichter Vergilius, keurig in een toga. Op de boekrol staat de achtste regel van de Aeneis: Musa, mihi causas memora, quo numine laeso (“Muze, herinner me aan de oorzaken, door welke gekwetste godheid…”). Een oorzaak werd destijds immers altijd gezocht in een persoon en nooit in een structuur: de Romeinen waren methodisch individualisten. (Ziezo, toch nog een theoretische observatie.)

Lees verder “Vergilius met Muzen”

Romeins Tunesië en Algerije

Een tragediedichter en een acteur uit een komedie (Hadrumetum; Musée archéologique de Sousse)

Als ik thuis kom van een buitenlandse reis heb ik altijd wat tijd nodig om mezelf te herwinnen. Je doet inkopen, je draait de was, je ruimt je reisgidsen op, je probeert de achterstallige mail te beantwoorden. Aangezien ik uit Tunesië ben teruggekeerd in een land met extra gezondheidsmaatregelen is het allemaal wat moeizamer dit keer, maar evengoed zijn er verloren halve uurtjes waarin ik de foto’s kon ordenen die ik in Tunesië heb genomen. Ze documenteren de Romeinse provincies Africa Proconsularis en Numidia.

Een klein deel ervan heb ik online geplaatst. Daar was ik al eerder mee begonnen, dus als u mijn website kent, ziet u op de pagina’s over Karthago en Utica weinig nieuws. Uit Algerije plaatste ik al foto’s online uit Cirta, uit Hippo Regius, uit Icosium, uit Iol Caesarea, uit Lambaesis, uit Madghacen, uit Madauros, uit het Mausolée royal de Maurétanie, uit Sitifis, van de Soumaa d’El-Khroub, uit Thubursicum Numidarum, uit Tiddis, uit Tipasa en uit het fenomenale Thamugadi.

En nu dus ook Tunesië: Bulla Regia, Hadrumetum, Mactaris, Sufetula, Thugga, Thysdrus, Thuburbo Maius en Uthina. Verder de Fenicische kolonie Kerkouane. Samenvattend: je leert het wel waarderen, een dag zonder puntgaaf bewaarde mozaïeken.

Lees verder “Romeins Tunesië en Algerije”

Byzantijnse inscriptie

Byzantijnse inscriptie in Sfax

Sfax, aan de oostkust van Tunesië, ruwweg halverwege, bezoek je niet om de Oudheid, hoewel dit ooit de Romeinse stad Taparura was. Er is echter wat mooie architectuur uit de jaren vijftig van de vorige eeuw en een oude stad, de medina, die teruggaat tot de negende eeuw. De voorgeschiedenis is dat het Umayyadenkalifaat ten val was gebracht en dat de nieuwe dynastie, de Abbasieden, niet er niet in slaagde effectief gezag uit te oefenen in Ifriqiya, zoals Tunesië destijds heette. Dat veranderde pas rond 800, toen Ibrahim ibn al-Aghlab werd benoemd als gouverneur. Hij stichtte de dynastie der Aghlabiden, met als hoofdstad Kairouan. De grote moskee, met ’s werelds oudste minaret, dateert uit deze tijd.

De Aghlabidische emirs stabiliseerden niet alleen het Abbasidische gezag in Ifriqiya, maar veroverden ook Sicilië en plunderden de Sint-Pieter in Rome. Ze hadden dus belangstelling voor de zee en bouwden langs de kust een reeks versterkingen, de ribats. De afgelopen weken bezochten we Kelibea, Hammamet, Sousse, Monastir, Mahdia en dus ook Sfax, dat is gesticht in 846. De grote moskee volgde drie jaar later. Toen we langs de muren wandelden, zagen we de hierboven afgebeelde in het Grieks gestelde inscriptie.

Lees verder “Byzantijnse inscriptie”

Xanthippos versus Regulus

Beeldje van een krijgsolifant uit Pompeii (Museo Archeologico Nazionale, Napels)

En nu hadden de Romeinen een probleem. Geconfronteerd met een Karthaagse olifantenaanval moesten ze hun linies verdiepen, om zoveel mogelijk soldaten met speren te plaatsen tegenover elk dier. De verdiepte Romeinse linie was echter minder wijd, wat een uitnodiging was aan de Karthaagse ruiterij om de Romeinen te overvleugelen. Polybios schrijft:

Lees verder “Xanthippos versus Regulus”

Regulus in Afrika

Clupea

De grootste oorlog uit de Oudheid was de Eerste Punische Oorlog, waarin de Romeinen het opnamen tegen de Karthagers. De gevechtshandelingen strekten zich uit over een periode van bijna vierentwintig jaar, van 264 tot en met 241, en de troepeninzet was ongekend. Omdat de Romeinen een landmacht waren en de Karthagers een zeemacht, was dit een asymmetrisch conflict, waarin de tegenstanders niet dezelfde strategie hebben. De Romeinen konden het uiteindelijk naar hun hand zetten door een vloot te gaan bouwen, terwijl hun tegenstanders zich bedienden van huurlingen, die slecht controleerbaar waren.

In 256 stuurde Rome niet minder dan 330 schepen richting Sicilië, met de bedoeling de Karthagers ter zee te verslaan en dan over te steken naar Afrika om de strijd op het land voort te zetten. Het eerste lukte: in de zeeslag bij Eknomos, niet ver van het huidige Licata aan de Siciliaanse zuidkust, versloegen ze een Karthaagse vloot van 350 schepen. Aan beide zijden waren niet minder dan 140.000 mensen bij de strijd betrokken, meest roeiers (meer). Na deze overwinning staken de consuls over naar Afrika en landden op Kaap Bon, het Tunesische schiereiland dat zich als een lange vinger uitstrekt naar Sicilië. Hier bezetten de Romeinen het Karthaagse heuvelfort dat in het Latijn Clupea en in het Grieks Aspis heette, “het schild”. Het huidige Kélibia lijkt inderdaad op een schild dat op de grond is neergelegd, zie de foto hierboven.

Lees verder “Regulus in Afrika”

Intocht der gladiatoren

Ingang van het amfitheater van Uthina

Bovenstaande foto nam ik in het amfitheater van Uthina en ik zal niet beweren dat dit het soort afbeeldingen is waarvoor prijzen worden gegeven. Het is de ingang. Na het ochtendprogramma, dat meestal bestond uit wildedierengevechten, en na de executies rond het middaguur stelden wat later in de middag de gladiatoren zich hier op. Ze maakten dan een parade door de arena, keerden hier terug en wachtten op wat er komen zou. Of ze tot de dood zouden vechten of tot er bloed vloeide, was afhankelijk van de kapitaalvernietiging waarmee de sponsor zijn stadsgenoten wilde imponeren. Die reageerden met acclamaties. Een mozaïek in het museum van Sousse vermeldt de enthousiaste kreten: Hoc est habere, hoc est posse (“Dat is pas rijk zijn, dat is pas vermogend zijn”).

Voor zover mij bekend is er maar één antieke tekst die de intocht der gladiatoren beschrijft vanuit hun eigen perspectief: een tekstje van Pseudo-Quintilianus. (Die curieuze naam wil overigens alleen maar zeggen dat de tekst is overgeleverd met het werk van de hoogleraar in de welsprekendheid Quintilianus, maar dat het geen werkstuk is van die auteur.) Pseudo-Quintilianus suggereert de spanning die de mannen moeten hebben gevoeld. De verhitte metalen platen die hij noemt, dienden om de strijders in de arena te houden.

Lees verder “Intocht der gladiatoren”

De Afrikaanse martelaren

Goede herder (Musée archéologique de Sousse)

Het christendom is ontstaan in Judea, de gelovigen kregen hun naam in Syrië en de nieuwe religie ontwikkelde zijn eigen ideeën in Egypte en Anatolië. Later ook op andere plekken natuurlijk, maar het kan nooit kwaad te benadrukken dat West-Europa in de geschiedenis van het vroegste christendom marginaal is. Eerst moest er een Latijnse literatuur ontstaan en de eerste bij naam bekende christelijke auteur die zich van die taal bediende was Tertullianus. Hij leefde rond 200 in Karthago. En dat gebied was allerminst marginaal voor het christendom, zij het dat het een vorm had die nooit mainstream is geworden.

De martelarencultus

Als we afgaan op wat is overgeleverd – altijd een belangrijk punt – was het martelaarschap hier heel belangrijk. Een van de alleroudste christelijke documenten van Afrikaanse bodem is het procesverslag van de martelaren van Scilli. Het gaat om een kleine groep gelovigen die op 17 juli 180 bij gouverneur Vigellius Saturninus werd voorgeleid, volhardde in wat de magistraat zal hebben beschouwd als weerzinwekkend bijgeloof en die ter dood werd gebracht. Martelaarschap is ook een centraal thema in het denken van Tertullianus, uit wiens De apologeet de beroemde (beruchte) kreet komt dat het bloed van de martelaren het zaad is van de kerk. Ik heb al eens eerder over deze ideeën geschreven en verwijs er nog eens naar.

Lees verder “De Afrikaanse martelaren”