Xerxes achterna

 

Bin Tepe

Gisteren was in het Rijksmuseum van Oudheden de presentatie van mijn nieuwe boek, Xerxes in Griekenland. In dat boek behandel ik aan de hand van de Perzische invasie van Griekenland in 480 v.Chr. hoe historici proberen feiten vast te stellen. Ik heb van een onbevooroordeelde meelezer vernomen dat het boek spannend is, dus u kunt het zonder bezwaar lezen, ook als u de conclusies wat ergerlijk vindt dat we niet weten waarom de Perzen Griekenland binnenvielen, dat we niet weten wat de Perzische operationele doelen waren en dat we niet weten waarom de Perzen in 479 hun vloot ontbonden en de handdoek in de ring gooiden. In het laatste hoofdstuk hoop ik aan te tonen hoe absurd het is dat er opnieuw mensen zijn die het negentiende-eeuwse sjabloon aanvaarden dat er een eeuwige strijd is geweest tussen Oost en West en dat de Griekse overwinning het voortbestaan van de westerse beschaving garandeerde.

Er zijn diverse locaties waarvan bekend is dat de Perzische koning Xerxes er tijdens zijn veldtocht is geweest. Om te beginnen Sardes, ooit de hoofdstad van het koninkrijk Lydië en inmiddels de residentie van een van de Perzische satrapen. Xerxes bracht hier de winter van 481/480 door bij zijn familielid Artafernes. Op de vlakte verzamelde hij zijn leger, dat door Griekse spionnen werd geobserveerd. De ruïnes van Sardes zijn grotendeel jonger, maar de met talloze grafheuvels bezaaide vlakte, ook bekend als Bin Tepe, is vermoedelijk maar weinig veranderd. Zie boven.

Lees verder “Xerxes achterna”

De West-Anatolische cultuur

Een oinochoë ofwel wijnschenkkan uit Milete (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Voor Nederlanders ligt de grens met de grote oosterbuur al een paar eeuwen onveranderlijk vast. Sinds de Pragmatieke Sanctie van 1549 dus. Die grens is inmiddels volkomen onzichtbaar. Fiets van Glanerbrug naar Gronau en je zult zien dat er maar weinig verandert. Omdat de rijksgrens net zo goed een gemeentegrens had kunnen zijn, kunnen wij ons niet goed voorstellen dat een grens ook een open zenuw zou kunnen wezen. Voor de Grieken is dat anders. Thessaloniki, de op één na grootste Griekse stad, ligt pas sinds 1912 binnen Griekenland. Smyrna, ten oosten van de Egeïsche Zee, was vele eeuwen een centrum geweest van de Griekse cultuur toen het in 1922 verloren ging. Dus minder dan een eeuw geleden. Open zenuw.

Dat geldt omgekeerd voor de Turken. Ik zal niet snel de wrange lach vergeten van de man die moest toegeven dat “Istanbul” een Griekse etymologie had (eis ten polin, “naar de stad”) en langer de naam Constantinopel had gedragen dan de huidige naam. Ik begrijp die gevoeligheid niet, maar wat je niet rationeel vindt, hoeft daarom nog niet irreëel te zijn. Grenzen zijn in Zuid0ost-Europa meer dan bij ons een gegeven en dat geldt ook voor wantrouwen jegens de buren.

Lees verder “De West-Anatolische cultuur”

Horoscoop en sterrentaal

Leeuw of de berg Nemrud

Een herinnering van lang geleden: die keer dat mijn zakenpartner en ik in Oost-Turkije de berg Nemrud wilden zien. Het is geen ongebruikelijke toeristische bestemming en er staan richtingborden, maar desondanks slaagden we erin met onze gehuurde Fiat Pinda de weg kwijt te raken. Toen we uiteindelijk de top bereikten, was het via allerlei onverharde paden geweest. Evengoed hadden we een prachtige middag met een schitterend uitzicht over de Eufraat en de onvergetelijke herinnering aan de Nederlandse vrouw die daarboven niets beters had te doen dan in zo’n destijds nieuwerwetse draagbare telefoon te brullen dat dit “the real thing” was en dat ze aan de andere kant van de lijn de kleine Bastiaan kon horen.

Anyhow.

De berg Nemrud is ruim 2100 meter hoog en daar bovenop heeft koning Antiochos I van Kommagene (r.ca.70-ca.31), zijn graf laten bouwen: een enorme tumulus van miljoenen grapefruit-grote stenen. Archeologen hebben geprobeerd die met dynamiet te verwijderen om zo bij de grafkamer te komen maar zoals het met de Dimitrovs dezer wereld gaat is dat niet gelukt, zodat de stenen er nog altijd liggen – zij het dat de berg instabiel is. Om de berg staan standbeelden van de goden en reliëfs van de koning en zijn voorouders. Er is een altaar en er is het bovenstaande reliëf van een leeuw.

Lees verder “Horoscoop en sterrentaal”

Armenië in Libanon

Musa Dağ, de Mozesberg, verrijst even ten noordwesten van Antiochië. Hier lagen ooit zes Armeense dorpen, al bewoond door Armeniërs sinds de Middeleeuwen en misschien nog wel langer. In juli 1915 kregen de bewoners van de Ottomaanse autoriteiten opdracht zich klaar te maken voor verhuizing – en de dorpelingen wisten dat dit neerkwam op deportatie. De Armeense genocide was in april van dat jaar al begonnen met een moordpartij in Constantinopel.

De vierduizend bewoners van de zes dorpen trokken zich terug op de berg zelf, legden loopgraven aan, oefenden zich in het schieten en wachtten op de onvermijdelijke aanval. Die volgde inderdaad, maar de belegerden wisten de soldaten af te slaan, waarop de Ottomaanse troepen besloten de dorpelingen uit te hongeren. Een paar van hen wisten naar Iskenderun – dat toen nog Alexandretta heette – te komen, deels lopend langs de kust, deels zwemmend, in de hoop dat daar schepen zouden liggen van de Entente, maar vergeefs.

Lees verder “Armenië in Libanon”

Antiek scheepswrak

Het Uluburunwrak (Museum voor onderwaterarcheologie, Bodrum)

Oké, dit belooft leuk te gaan worden: ten westen van Antalya in Turkije is een scheepswrak gevonden dat lijkt op het wrak van Uluburun. Daarover blogde ik al eens eerder: het gaat om een schip dat in het eerste kwart van de dertiende eeuw is gezonken tijdens een reis vanuit een havenstad in Syrië of Cyprus en dat op weg was naar de Egeïsche Zee. Oudheidkundigen denken dat zulke schepen in een soort cirkel voeren om handel te drijven: in Mykeens Griekenland zouden ze lading hebben verkocht en hebben aangenomen, waarna ze via Cyrenaica naar Egypte zouden zijn gevaren en dan weer naar Syrië.

Lees verder “Antiek scheepswrak”

Bes

Reliëf van de god Bes (Karatepe)

Het lijp kijkende heerschap hierboven is de god Bes. Het reliëf is te zien in het zuiden van Turkije op een plek die ter plaatse bekendstaat als Karatepe, maar die, omdat in Turkije vrijwel ieder dorp Karatepe (“zwarte heuvel”) heet, door archeologen meestal wordt aangeduid als Aslantaş, “leeuwensteen”. In de Oudheid noemden de Neo-Hittitische bewoners de stad Azitawataya.

Het natuurstenen reliëf bewaakt een van de stadspoorten en is gemaakt tegen het einde van de achtste eeuw v.Chr. In Griekenland zongen barden de epen van Homeros en Hesiodos, in Juda zette men zich schrap voor de strijd tegen de Assyriërs en in onze contreien doken op dat moment ongeveer de eerste ijzeren voorwerpen op.

De vindplaats is opmerkelijk want Bes geldt als een Egyptische god, hoewel hij tegen het einde van de achtste eeuw in dat land geen tempels bezat. (Daarna vermoedelijk ook niet, trouwens. Ik ken ze althans niet.) Hij werd echter al eeuwen vereerd, maar deze kobold – anders kan ik het niet noemen – behoorde vooral tot de volkscultus.

Lees verder “Bes”

De Armeense genocide: Besluit

Het monument voor de Armeense Genocide in Yerevan

[Zesde deel van een serie van zes; het eerste is hier.]

Het Centrum voor Holocaust- en Genocide-studies van de Universiteit van Minnesota heeft de laatste Ottomaanse en eerste Turkse censuscijfers vergeleken. Terwijl in 1914 nog 2.133.190 burgers zich identificeerden als Armeniër, waren het er in 1922 nog 387.800. Dit komt deels doordat sommige Ottomaanse gebiedsdelen waren veranderd in mandaatgebieden, waar de Turkse republiek niet langer over ging; minimaal 400.000 Armeniërs hebben weten te vluchten, maar een exact cijfer valt niet te geven. Het totale aantal dodelijke slachtoffers is zo niet te bepalen, maar schattingen lopen uiteen tussen de 800.000 en 1.300.000. Niemand spreekt tegen dat er iets verschrikkelijks is gebeurd.

De Entente had aangekondigd de schuldigen te zullen berechten en de regering van de sultan in Constantinopel stelde inderdaad een militaire rechtbank in, die zich kon baseren op allerlei getuigenverklaringen van Ottomaanse officieren en in juli 1919 Talaat, Enver en Cemal ter dood veroordeelde. Dat was ook de straf die over Mehmet Reshid, de “slager van Diyarbakir”, werd uitgesproken, maar hij ontsnapte, schreef een zelfrechtvaardiging en pleegde zelfmoord toen de Ottomaanse autoriteiten hem op het spoor kwamen.

Lees verder “De Armeense genocide: Besluit”