De complexiteit van het eenvoudige

Nog meer eenvoud: een gewoon aardrijkskundelokaal. En dat heeft een eigen schoonheid.

Negen mensen. Eigenlijk is dat de ideale groepsgrootte als je wil spreken over literatuur (of een willekeurig ander onderwerp). Niet zó veel dat haantjes de voorsten het gesprek overheersen, niet zo weinig dat de meningen voorspelbaar worden. We hadden het over de verschillende soorten Grieks uit de tijd na Alexander de Grote, zoals de omgangstaal, waarin bijvoorbeeld het Nieuwe Testament is geschreven, en de kunsttaal van sommige redenaars, die teruggrepen op het Grieks van de vijfde en vierde eeuw.

Die laatste vergde een fenomenale taalbeheersing. Het is alsof iemand vandaag de dag een gedicht zou moeten schrijven met de woordenschat, de grammatica en de ideeën van Vondel, Huygens of Hooft. Maar dat wil niet zeggen dat het eerste niet minstens even veel taalvaardigheid veronderstelt. Neem dit beroemde gedicht:

Graf te Blauwhuis

Lees verder “De complexiteit van het eenvoudige”

Meisje van plezier

tender_erotic_scene_altes_museum
Erotisch reliëf (Altes Museum, Berlijn)

Nee, de titel van dit stukje mag anders suggereren, maar er is geen verband met het trieste verhaal over de Palmyreense danseres waarover ik eerder blogde. Dit keer gaat het om een vertaalprobleem.

Een vriendin van me is een oud-Griekse tekst aan het vertalen, Het leven van Apollonios van Tyana van Filostratos, een auteur die leefde in de Romeinse keizertijd. De titelheld was een beroemde filosoof en is de enige ons bekende niet-christelijke denker die seksuele onthouding beoefende. Dat laat onverlet dat de tekst enkele “hetairen” vermeldt, een woord dat in het Nederlands eigenlijk niet kan worden vertaald. Het gaat om hoog-opgeleide gezelschapsdames die in dienst konden worden genomen om een diner met hun sprankelende conversatie te verlevendigen, en die na afloop ook seksuele diensten leverden.

Lees verder “Meisje van plezier”