MoM | Winckelmann (2)

Winckelmann (door Anton von Maron)

Gisteren heb ik het leven van Winckelmann kort beschreven, vandaag wil ik het hebben over zijn oeuvre en zijn betekenis. Soms was de Duitse kunsthistoricus heel traditioneel, zoals in zijn Description des pierres gravées du feu Baron de Stosch uit 1760: een redelijk normale catalogus, die ook zijn voorgangers zouden hebben kunnen maken. Ook had hij, net als zijn tijdgenoten, nog een normaal brede onderwerpskeuze: weliswaar was hij enthousiaster over de Griekse kunst dan over de oud-Oosterse culturen, maar in de Geschichte der Kunst des Altertums behandelde hij toch ook de kunst van de Egyptenaren, Feniciërs, Perzen en Etrusken.

Het vernieuwende zit in de brug die Winckelmann sloeg tussen enerzijds de welbeschouwd zielloze beschrijvingen van voorwerpen en anderzijds de ideeën van de Verlichting. Hij stelde namelijk dat er een soort ideale kunst bestond en probeerde vervolgens te verklaren door welke maatschappelijke factoren deze was ontstaan. Zijn poging schoonheid te definiëren aan de hand van vaste criteria komt op ons wat bizar over, maar de toenmalige kunstkenners keken er niet van op. Ze keken evenmin op van Winckelmanns opmerkingen dat het lichaam van een man mooier was dan dat van een vrouw, dat het lichaam het beste zonder versiering kon worden afgebeeld (lees: naakt) en dat het beter was als emoties beperkt bleven. Emoties waren immers tijdelijk en de ware, eeuwige schoonheid bleef onverstoord door tijdelijke passies. Niets was Winckelmann een grotere gruwel dan de sculptuur van Bernini, die hij in Rome dagelijks moet hebben gezien en die volgens hem alleen een ongeschoold publiek zou kunnen imponeren en dan ook nog kortstondig. (Ik moet altijd aan dit oordeel denken als ik het Groninger Museum zie. Saai.)

Lees verder “MoM | Winckelmann (2)”

Winckelmann (1)

Winckelmann (door Raphael Mengs)

De invloedrijkste oudheidkundige aller tijden? Dat was Johann Winckelmann (1717-1768). Geen twijfel mogelijk. Niet alleen stampte hij min of meer in zijn eentje de kunstgeschiedenis uit de grond, hij gaf het vak ook een grotere missie en schiep zo een nieuwe culturele identiteit voor Europa. De prestatie is des te indrukwekkender als we bedenken dat hij werd geboren als schoenlapperszoon en zijn leven lang een buitenstaander bleef. Maar juist het feit dat hij er altijd een beetje naast stond, maakte dat hij kon uitgroeien tot een wetenschapper van het kaliber-Newton.

Een outsider dus, die alleen naar de universiteit kon gaan doordat hij zich aanvankelijk toelegde op theologie, het enige vak waarvoor destijds studiebeurzen aan arme studenten werden verstrekt. Eenmaal afgestudeerd had hij een reeks onderwijsaanstellingen, spaarde hij om natuurwetenschappen te studeren, bezocht hij de Antikensaal in de Saksische hoofdstad Dresden en las hij alles wat los en vast zat.

Lees verder “Winckelmann (1)”

Dood in Triëst (2)

Triëst, het mausoleum van Winckelmann
Triëst, het mausoleum van Winckelmann

[Dit is het tweede en laatste van mijn stukjes over de dood van Winckelmann, de grondlegger van de kunstgeschiedenis. Het eerste is hier.]

De relatie tussen Winckelmann, die in Italië verbleef, en zijn Duitse vaderland was niet optimaal. De keurvorst van Saksen, die hem ooit een jaargeld ter beschikking had gesteld om in Italië te studeren en kunst aan te kopen voor het museum in Dresden, had dat ook weer ingetrokken en hoewel de geleerde snel genoeg nieuw emplooi had gevonden, voelde hij zich niet op waarde geschat. Een sollicitatie in Pruisen was afgesprongen op de spaarzaamheid van Frederik de Grote (of de hoge looneisen van de oudheidkundige). Maar in 1768 besloot Winckelmann. eenenvijftig jaar oud, de reis over de Alpen te maken.

Lees verder “Dood in Triëst (2)”

Dood in Triëst (1)

Mengs’ portret van Winckelmann

Dertien jaar geleden: ik was op weg naar Rome, of eigenlijk Ostia, waar ik gedurende een paar weken wilde werken aan een boek. Het werd een gouden tijd, onvergetelijk doordat AS Roma landskampioen werd. De pret begon echter al op de heenweg: we reden om over Udine omdat we naar het eiland Krk wilden. Niet dat er iets is te zien, maar mijn reisgenoot en ik waren als kind, bladerend door de atlas, al gefascineerd geraakt door een plaatsnaam zonder klinker.

Tenzij u kikt op zwaarlijvige Duitsers die in een te kleine zwembroek op een scooter over de boulevard crossen, kan ik u Krk niet aanraden. Triëst des te meer. Het is de laatste Italiaanse stad voor je Slovenië binnenrijdt. De Porto Vecchio, het Romeinse amfitheater en de witte wijn bij de lunch schieten me als eerste te binnen, maar we kwamen voor het graf van Johann Joachim Winckelmann (1717-1768), de grondlegger van de kunstgeschiedenis.

Lees verder “Dood in Triëst (1)”

Op zoek naar schoonheid

Een van de leukste aspecten van de oudheidkunde is haar geschiedenis. Ik wil andere vakgebieden in dezen niet tekort doen, maar het aantal prettig gestoorde mafketels in de oudheidkundige vakgebieden is opvallend hoog.

In de achttiende eeuw meende men dat de oude Grieken hadden ontdekt wat echte schoonheid was. Helaas was niemand het erover eens wat deze nu precies inhield. De Duitse geleerde J.J. Winckelmann (1717-1768) legde daarom lijsten aan van wat mooi was en wat niet. Het lichaam van een man was mooier dan dat van een vrouw, oordeelde hij. Een mens kon maar het beste zonder versiering (lees: kleren) worden afgebeeld. Sommige criteria zijn bepaald opmerkelijk: de rechter teelbal diende groter te worden afgebeeld dan de linker, aangezien men met het rechteroog ook scherper ziet.

Lees verder “Op zoek naar schoonheid”