De Tweede Hoofdwet van de Archeologie

Slaven op een scherf terra sigillata uit Matilo (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Ik maak weleens het grapje dat er een “Eerste Hoofdwet van de Archeologie” is, namelijk dat niet meteen identificeerbare voorwerpen religieus zullen zijn. Aangezien er vroeg of laat wel een staaf of een gat in te herkennen is, zeg ik er soms bij, is ook een interpretatie als vruchtbaarheidssymbool snel gemaakt.

Als je dit tegen archeologen zegt, beginnen ze te grinniken, want ze herkennen het allemaal. De onderzoekers van de grotten waarin de Dode Zee-rollen zijn gevonden, identificeerden een nabijgelegen ruïne als het overblijfsel van een klooster. Het bleek een boerderij. Archeoloog Colin Renfrew noemt in The Archaeology of Cult een verzameling beeldjes van vrouwenfiguren die geen bewijs was voor een eredienst voor de Grote Moedergodin, maar bleek te behoren bij “a Mycenaean toy shop”. Voor een hilarische uitwerking kunt u al sinds 1979 terecht bij The Motel of Mysteries van David Macaulay.

Lees verder “De Tweede Hoofdwet van de Archeologie”

Kansleer voor oude Mesopotamiërs

Tablet met een lijst van maan- en zonsverduisteringen. Het vermeldt onder meer de dood van de Perzische koning Xerxes (British Museum)

Een leuke vraag in de reageerpanelen: is ook bekend wanneer een voorspelling door Babylonische astrologen oudbakken zou zijn en niet meer geldig?

Antwoord: honderd dagen. Dus als er een maansverduistering was, verkeerden de gekroonde hoofden honderd dagen lang in gevaar. Het gevaar kon overal loeren, maar het gevaarlijkste moment was de verduistering zelf. Gelukkig kon op dat moment een tegenmaatregel worden genomen: de benoeming van een substituutkoning. Men had altijd wel een gevangene of een zwakbegaafde bij de hand die voor een dag of drie op de troon zat en daarna geëxecuteerd. Op die manier was het voorteken uitgekomen zonder dat de bestuurlijke continuïteit werkelijk in het gedrang was gekomen. De hovelingen van Darius III Codomannus hebben dit ook werkelijk beoogd – het valt althans af te leiden uit een passage in het geschiedwerk van Curtius Rufus – en tegen het einde van Alexanders regering hebben zijn Babylonische priesters het eveneens geprobeerd. Ik blogde er al eens over en laat het nu rusten.

Er is iets interessanters te melden. De astrologen hadden gelijk. Hun voorspelling was namelijk gewoon wáár.

Lees verder “Kansleer voor oude Mesopotamiërs”

De slag op de Kyrosvlakte

Grafschrift van Menas (Archeologische musea, Istanbul)

Schreef ik onlangs dat het Alexanderrijk nooit meer als eenheid werd hersteld en dat de toekomst behoorde aan de heersers van de deelgebieden? Dat schreef ik en het is de conclusie die in alle handboeken staat. Toch is er nog een moment geweest waarop het herenigd had kunnen zijn.

Na de slag bij Ipsos (301 v.Chr.) was Seleukos “koning van Azië” (de titel die ook Alexander had gedragen), was Ptolemaios koning van Egypte en omliggende gebieden, heersten Lysimachos over Thracië en Kassandros over Macedonië, en was Demetrios in het bezit van verschillende steden in Griekenland. Toen Kassandros in 294 v.Chr. overleed, nam Demetrios de macht in Macedonië over. Dat zat Lysimachos niet lekker, die Demetrios na enkele jaren verdreef.

Lees verder “De slag op de Kyrosvlakte”

Mest en stront

Mest als brandstof

Even een vies praatje over mest en stront. We hebben het over hondenstront, kattenstront en varkensstront. Maar we hebben het over paardenmest, kamelenmest, kippenmest, koeienmest en olifantenmest.

In een gesprek zaterdag attendeerde iemand erop dat stront smeriger ruikt en dat dit komt doordat het gaat om vleeseters. De uitwerpselen van planteneters zijn niet werkelijk welriekend maar een stuk beter te verdragen.

Lees verder “Mest en stront”

De Tweede Punische Oorlog (9)

De stadsmuur van Rome

[Dit is het negende stukje in een reeks over de Tweede Punische Oorlog (218-201 v.Chr.). Het eerste is hier. In het achtste deel lazen we hoe de Karthaagse generaal Hannibal de Romeinen versloeg bij Cannae.]

Na de veldslag bij Cannae, zo vertelt Livius, vergaderden de Karthaagse commandanten, en de meesten waren het erover eens dat het leger eerst een dag mocht uitrusten. De aanvoerder van de cavalerie, Maharbal, dacht er anders over: als de overwinnaars nu op Rome marcheerden, zouden ze over vijf dagen dineren op het Capitool. Toen Hannibal aarzelde, repliceerde Maharbal dat de goden nooit alles aan één mens gaven en dat Hannibal beter wist hoe een veldslag te winnen dan te benutten. “Velen geloven dat het uitstel op die dag de redding heeft betekend van Rome en het Romeinse Rijk,” meende Livius.

Lees verder “De Tweede Punische Oorlog (9)”

Baktrië en Afghanistan

Kampyr Tepe, zuidelijke stadspoort

Er was – en in zekere zin: is – een zekere urgentie achter Into the Land of Bones, waarin de Amerikaanse oudhistoricus Frank Holt de campagnes behandelde van Alexander de Grote in Baktrië (noord-Afghanistan en zuid-Oezbekistan) en in Sogdië (de rest van Oezbekistan). Die urgentie had alles met zijn Amerikaanse achtergrond te maken: de Amerikanen waren op het moment waarop het boek verscheen, 2005, militair aanwezig in Afghanistan en hoewel ze vochten met “ervaring, toewijding, eer, en moed” hadden ze “de geschiedenis simpelweg niet aan hun kant”.

Holt wilde zijn landgenoten waarschuwen. Met recht en reden. Oorlog in Centraal-Azië is één van de weinige punten waar de oude geschiedenis lessen biedt voor onze eigen tijd.

Lees verder “Baktrië en Afghanistan”

Cartoon

paradigma

Mijn goede vriend Richard gebruikte het bovenstaande plaatje een tijdje geleden op zijn blog, namelijk hier. Ik moest grinniken om de afbeelding, die treffend weergeeft hoezeer je standpunt kan bepalen wat je waarneemt, terwijl twee mensen ook allebei gelijk kunnen hebben. Ik downloadde het plaatje en het belandde in een map waarin ik meer van dit soort plaatjes heb, te gebruiken voor deze kleine blog. Zo om de twee weken zag ik het daar terug.

Nog vaker zelfs, want het plaatje is vrij populair op het internet. Er zijn gekleurde en anders getekende varianten. Maar welke variant iemand ook gebruikt, het is altijd weer om te illustreren dat waarheid betrekkelijk is en de heiligheid van het eigen gelijk relatief. Een sympathieke boodschap. Ik zou er wat voor over hebben als mensen wat vaker zouden denken dat de ander óók gelijk kan hebben. Dat zal ook de boodschap zijn geweest die de cartoonist wilde overdragen, maar het plaatje leent zich voor een andere interpretatie: dit zijn twee erg gemakzuchtige mensen.

Lees verder “Cartoon”

Er is er een jarig

Een suovetaurilia: het offer dat de Romeinen elke vijf jaar brachten als ze in een grote volkstelling hun statistieken weer op orde hadden.
Een suovetaurilia: het offer dat de Romeinen elke vijf jaar brachten als ze in een grote volkstelling hun statistieken weer op orde hadden.

Vandaag is het vijf jaar geleden dat deze blog online ging met een krabbel over Don Quichot, waarover ik toevallig binnenkort opnieuw wil schrijven. Na het eerste stukje volgden er nog 2179, ofwel ongeveer zes stukjes per vijf dagen.

Gaandeweg zijn er thema’s ontstaan die steeds terugkeren, zoals de reeks over de museumstukken, die ik zelf het leukst vind. Populair bij de lezers zijn de stukjes over kwakgeschiedenis: onzinnige ideeën over de Oudheid, pseudowetenschap en ondermaats functionerende oudheidkundigen. Ik heb ook gezocht naar de mechanismen waardoor de oudheidkunde zoveel onzin aantrekt, en die stukken beschouw ik als het meest waardevolle van deze website. Ik vatte ze onlangs samen en ik beken dat ik gisteren zat te peinzen of ik ze niet eens moest bundelen in een boek – niet omdat daarin iets nieuws zou staan maar omdat het, eenmaal gepresenteerd als een doorlopend verhaal, wellicht wat meer impact heeft.

Lees verder “Er is er een jarig”

Zeg “Sapfo” en er volgt onzin

Sappho (Capitolijnse Musea, Rome)
Sappho (Capitolijnse Musea, Rome)

Zeg “Sapfo” en er volgt onzin. Sapfo en onzin horen bij elkaar als Jip & Janneke, Suske & Wiske, Peppi & Kokki, Bassie & Adriaan, Wizzy & Woppy, Samson & Gert. Het is niet anders.

Twee jaar geleden was het De Volkskrant die zich waagde aan de oud-Griekse dichteres en dus onzin publiceerde: namelijk dat enkele pas ontdekte Sapfo-fragmenten authentiek moesten zijn omdat de inkt met een spectrometer zou zijn gedateerd. Nu kunnen forensisch onderzoekers inderdaad inkt tot een dag of tachtig oud dateren, maar die methode kan niet worden toegepast op inkt van twee millennia oud. Wat De Volkskrant over spectrometrisch dateerbare inkt meldde, was klinkklare kletskoek.

Vandaag waagde het NRC Handelsblad zich aan Sapfo en dus publiceerde de krant onzin: de onlangs door twee Texaanse onderzoekers geopperde theorie dat fragment 168b astronomisch valt te dateren.

Lees verder “Zeg “Sapfo” en er volgt onzin”

Jaaroverzicht

Nou, laat ik dan ook eens een eindejaarslijstje publiceren. Namelijk dat van deze blog. U kent het nadeel: zo’n lijstje herhaalt slechts wat al vertrouwd is: u waardeert het vooral als ik me boos maak over de neergang van de geesteswetenschappen in het algemeen en de zelfmoord van de oudheidkundige disciplines in het bijzonder. En dat vindt u in dit lijstje allemaal opnieuw. Het voegt niets toe aan uw kennis.

Helemáál zinloos is dit stukje ondertussen niet. Ik vermoedde al langer dat u mijn verkenningen van de Zijderoute en de museumstukkenreeks minder apprecieerde, maar ik kan dat vermoeden nu onderbouwen. In die zin is dit stukje dus niet zonder nut. Maar eerlijk is eerlijk: ik zou u adviseren het onderstaande, dat u al kent, te laten wat het is en in plaats daarvan te klikken op deze en die pagina.

Lees verder “Jaaroverzicht”