Romeinse wachttoren in het Zaanse veen

De expositie in het Zaanse gemeentehuis

[Vandaag even een bijdrage van een gastauteur, Rob Duijf, die al eerder op deze plaats heeft geschreven over makelaars, archeologiebeleid en locomotieven, en vandaag over een Romeinse opgraving.]

In de eerste eeuw na het begin van de jaartelling stond in Krommenie (in de gemeente Zaanstad) naar alle waarschijnlijkheid een Romeinse wachttoren. Dat blijkt uit een nieuwe archeologische opgraving die in 2018 werden uitgevoerd. De vondsten die op deze plaats aan het licht kwamen, zijn nu in de vorm van een klein opgravingsverslag tentoongesteld in een vitrinewand in het gemeentehuis van Zaanstad aan het Stadhuisplein in Zaandam. De expositie is nog tot en met vrijdag 22 november te zien.

In 1955 werden bij grondwerkzaamheden voor de aanleg van een nieuwbouwwijk aan het Volwerf, aan de rand van de toenmalige gemeente Krommenie, sporen gevonden, die erop wezen dat hier in de eerste eeuw een Friese woonkern moest hebben gelegen. Na deze ontdekking deed de Archeologische Werkgemeenschap Zaanstreek-Waterland samen met het Instituut voor Pre- en Protohistorische Archeologie van de Universiteit van Amsterdam verder onderzoek en in 1959 werd een boerderijplattegrond uit de eerste eeuw opgegraven, waarmee Friese bewoning op het veen in de Romeinse ijzertijd werd aangetoond. Tot die tijd nam men aan dat dit een ‘niemandsland’ was, waarin de Romeinen geen nederzettingen duldden.

Lees verder “Romeinse wachttoren in het Zaanse veen”

MoM | Klimaatverandering

Het Jerwan-aquaduct

Een van de bekendste puzzels uit de oude geschiedenis is de ondergang van het Assyrische Rijk. Rond 670 v.Chr. hadden koning Esarhaddon en zijn opvolger Aššurbanipal nog Egypte onderworpen, maar niet veel later vinden we de Assyriërs op de terugtocht. Het gebied langs de Nijl werd overgelaten aan een lokale dynastie, die de Assyriërs in elk geval niet voor de voeten liep. In het oosten werden de Meden gevaarlijk, in het zuiden werden de Babyloniërs steeds onrustiger. Maar wat nu echt zorgde voor de omslag, we weten het niet. Imperial overstretch is een mogelijkheid, maar net als bij de ondergang van het Hittitische Rijk zijn de archieven vele jaren voor het einde van het rijk ten einde gekomen en missen we documentatie om écht iets te zeggen.

En nu is er deze publicatie over een dramatische klimaatomslag. Ik citeer de conclusie:

Our data suggest that climate change was an underlying causal factor, whose effects on the Assyrian imperial economy began centuries before the Empire’s collapse. Nearly two centuries of high precipitation and high agrarian outputs encouraged high-density urbanization and imperial expansion that was not sustainable when climate shifted to megadrought conditions during the seventh century BCE. Megadroughts as severe as modern droughts in the region but lasting for multiple decades likely crippled the Assyrian economy and precipitated its collapse.

Lees verder “MoM | Klimaatverandering”

Mithrakana

Xerxes (relief uit Persepolis, nu in het Nationaal Museum, Teheran)

Herodotos is onze voornaamste bron voor de gebeurtenissen tijdens Xerxes’ veldtocht tegen de Grieken in 480 v.Chr. Hij maakt gebruik van een dagboek – u vindt het hier – waardoor we de diverse gebeurtenissen vaak tot op de dag nauwkeurig kunnen volgen. Dat is een luxe die de oudheidkundige maar zelden heeft.

Op 20 september, vlak na de dubbele overwinning bij Thermopylai en Artemision, kwamen de Perzische aanvoerders bij Xerxes samen voor overleg. Dat is althans wat volgens Herodotos gebeurde, maar misschien is er meer aan de hand geweest.

Lees verder “Mithrakana”

Het einde van de Avaren

De aartsengel Michael (Kunsthistorisch Museum, Boedapest)

Ik heb al een paar keer eerder geblogd over de Avaren: een groep steppenomaden die in de zesde eeuw n.Chr. naar het westen kwam, zich vestigde in wat nu Hongarije, Kroatië, Servië en Roemenië is en daarvandaan een serieuze bedreiging vormde voor het Byzantijnse Rijk. Ik blogde al over de val van Sirmium. In het kielzog van de Avaren trokken ook andere volken naar het Balkanschiereiland, zoals de Bulgaren en de Slavische migranten die zich vestigden in wat nu Griekenland heet. In 626 belegerden de Avaren zelfs Constantinopel.

Dat was echter het voorlopige eindpunt van hun expansie want nadat hun leider, de khagan, het beleg had afgebroken, kwam het in het Avaarse Rijk tot een burgeroorlog tussen een Avaarse en een Bulgaarse troonkandidaat. Hiermee was de dreiging voor Constantinopel afgewend maar het khaganaat bleef nog een kleine twee eeuwen bestaan: dé grote Centraal-Europese macht. Omdat de Avaren zelf niets opschreven, weten we er maar heel weinig van. Het staat wel vast dat ze eind achtste eeuw nog altijd heidens waren, wat in 791 voor Karel de Grote voldoende reden was om ze aan te vallen met een enorm leger van Franken, Saksen, Friezen, Thüringers en Beieren.

Lees verder “Het einde van de Avaren”

Oorlog in Nijmegen (8)

Er komt een kwartiermeester vertellen, dat ’s nachts een captain R. zal komen. De soldaat krijgt de huissleutel en schrijft met krijt in grote letters de naam en het legernummer op de groene deur van een slaapkamer. Je hebt in je eigen huis niet veel meer te vertellen.

Een jaar eerder is het gras  in de achtertuin omgespit voor tabaksplanten. Vader heeft de bladeren geoogst, gedroogd en met moeders naaischaar in reepjes geknipt. Hij rookt het ongefermenteerde product in zijn pijp.

Op een herfstige dag ga ik de rijen kale overgebleven staken van de tabaksplanten uit de grond rukken. Ik ruik de herfst. Ik zie ineens major E. op het balkon. Hij staat lachend naar mijn bezigheden te kijken.

Lees verder “Oorlog in Nijmegen (8)”

Semiramis

Een Assyrische koningin (Pergamonmuseum, Berlijn)

Eutropius, wiens door Vincent Hunink vertaalde Korte geschiedenis van Rome onlangs in de winkel is gekomen (full disclosure: ik schreef de inleiding), vermeldt ergens een keizerin Symiasera, waarmee hij Julia Soeamias bedoelt, een uit Syrië afkomstige heerseres. Ik denk dat de rare schrijfwijze geen toeval is. Eutropius wil een herinnering oproepen aan de legendarische oosterse heerseres Semiramis, een van de grote verzinsels uit de Oudheid.

De naam

Toegegeven, de náám Semiramis heeft bestaan. De echtgenote van de Assyrische koning Šamši-Adad V (r.824-811 v.Chr.) heette Šammuramat ofwel Semiramis. Toen haar man was overleden, was ze gedurende drie (misschien vijf) jaar regent voor haar nog minderjarige zoon Adad-Nirari III. De Assyrische legers voerden in deze jaren oorlog tegen de Meden in het oosten en tegen de stad Arpad in het westen. Business as usual dus, zij het dat de commandant een vrouw was of een door haar aangewezen generaal. Veel meer weten we niet over deze koningin, behalve dan dat ze in 787 v.Chr. nog in leven was.

Lees verder “Semiramis”

De West-Anatolische cultuur

Een oinochoë ofwel wijnschenkkan uit Milete (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

Voor Nederlanders ligt de grens met de grote oosterbuur al een paar eeuwen onveranderlijk vast. Sinds de Pragmatieke Sanctie van 1549 dus. Die grens is inmiddels volkomen onzichtbaar. Fiets van Glanerbrug naar Gronau en je zult zien dat er maar weinig verandert. Omdat de rijksgrens net zo goed een gemeentegrens had kunnen zijn, kunnen wij ons niet goed voorstellen dat een grens ook een open zenuw zou kunnen wezen. Voor de Grieken is dat anders. Thessaloniki, de op één na grootste Griekse stad, ligt pas sinds 1912 binnen Griekenland. Smyrna, ten oosten van de Egeïsche Zee, was vele eeuwen een centrum geweest van de Griekse cultuur toen het in 1922 verloren ging. Dus minder dan een eeuw geleden. Open zenuw.

Dat geldt omgekeerd voor de Turken. Ik zal niet snel de wrange lach vergeten van de man die moest toegeven dat “Istanbul” een Griekse etymologie had (eis ten polin, “naar de stad”) en langer de naam Constantinopel had gedragen dan de huidige naam. Ik begrijp die gevoeligheid niet, maar wat je niet rationeel vindt, hoeft daarom nog niet irreëel te zijn. Grenzen zijn in Zuid0ost-Europa meer dan bij ons een gegeven en dat geldt ook voor wantrouwen jegens de buren.

Lees verder “De West-Anatolische cultuur”