Caesar verovert Marseille

Zomaar een Romeinse adelaar (Museum van Constantine)

Als ik u zeg dat het op de Romeinse kalender eind oktober was in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls waren, en als ik dat omreken naar eind september 49 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Clementie in het vooruitzicht

Hij was terug in Marseille na beide Iberische provincies te hebben overmeesterd en hij maakte zich nu op voor de inname van de havenstad. Het was een van Romes oudste bondgenoten buiten Italië en als zodanig een bevriende stad. Ook nu de Massilioten zich tegen Caesar verzetten, hadden ze enkele onomschreven maar daarom niet mindere morele rechten. Het is niet onvergelijkbaar met de gevoelens die de Spartanen behielden voor de Atheners: toen ze de vijandelijke stad in 404 v.Chr. belegerden, wilden ze toch enige genade betonen voor de kleinkinderen van degenen die driekwart eeuw eerder zij aan zij met hen hadden gestreden tegen de Perzen. Zo mochten ook de bewoners van Marseille rekenen op enige consideratie. Temeer omdat Caesar graag een show maakte van zijn clementie.

Lees verder “Caesar verovert Marseille”

Hunebed van de dag: D5 (Zeijen)

Hunebed D5 bij Zeijen

Ik zou de waarheid geweld aandoen als ik schreef dat hunebed D5, het op zes na noordelijkste hunebed in Nederland, opvallend is. Het is maar 7½ meter lang en 2½ meter breed en ligt bovendien in een kuil. Bijna verborgen. De hunebedbouwers legden er vanzelfsprekend een dekheuvel overheen, maar die is er niet meer. In Een paleis voor de doden schrijft Herman Clerinx:

In 1857 heeft een handelaar de dekheuvel van dit hunebed laten afgraven om het monument te kunnen betreden en de vloerkeien te verwijderen om ze te verkopen. De poortzijstenen van het hunebed zijn eveneens zoek, áls ze er ooit zijn geweest.

Archeologisch onderzoek zou de afdrukken van eventuele zijstenen van het portaal kunnen vaststellen, maar dat is niet uitgevoerd. Eigenlijk is hunebed D5 een beetje een trieste boel.

Lees verder “Hunebed van de dag: D5 (Zeijen)”

Skythen in een gebied zonder landkaarten

Detail van een replica van het Pazyryk-tapijt (Tapijtmuseum, Teheran)

Een dezer dagen neemt Jean Bourgeois afscheid van de Gentse universiteit. Hij is in Nederland niet zo bekend, maar hij is een van degenen die zich heeft beziggehouden met archeologische luchtfotografie. Vooral de foto’s uit de Eerste Wereldoorlog hebben de aandacht getrokken, al was het maar omdat zo is vastgesteld dat de kaarten waarop de soldaten destijds hun posities intekenden, substantiële fouten bevatten. Met deze foto’s zijn echter ook zo’n vijfhonderd omwalde hoeven (“moated farms”) uit de Middeleeuwen ontdekt. Dit onderzoek loopt nog steeds en als u iets van de resultaten wil zien, is er dit prachtige boek van Birger Stichelbaut en Piet Chielens.

Skythen in de Altaj

In het midden van de jaren negentig raakte Bourgeois betrokken bij onderzoek in Centraal-Azië, meer precies in de Altaj. Deze regio (drie keer België, twee keer Nederland) is waar Rusland, Kazachstan, China en Mongolië samenkomen. Omdat de Sovjet-Unie er niet op zat te wachten informatie weg te geven aan China, zijn er van dit grensgebied geen goede landkaarten. Omgekeerd heeft China niet zo’n behoefte om informatie te delen over het leefgebied van de Oeigoeren. Ook hier geen landkaarten dus. Dit is voor een oudheidkundige natuurlijk een handicap van de eerste orde. Temeer daar de Altaj belangrijk is. Hier bestaat namelijk nog nomadisme.

Lees verder “Skythen in een gebied zonder landkaarten”

De Bergrede (8): het zout der aarde

Haliet (Museum van Kleef)

Een nieuwe zondag, een nieuw stukje over de Bergrede, en wel over de regels die volgen op het stukje van vorige week. Daarin ging het over de vervolging die voor de toehoorders van dit evangelie maar al te herkenbaar moet zijn geweest. Nu staat daar iets tegenover: de zoutmetafoor. In de Nieuwe Bijbelvertaling van Matteüs 5.13:

Jullie zijn het zout van de aarde.

Dit is op het eerste gezicht duidelijk. Jezus zegt dat zijn volgelingen het leven, ook voor anderen, smaak geven. Daaraan verbindt hij een inspanningsverplichting: zijn volgelingen moesten zich onderscheiden door goede daden. Dit is geen bijzondere gedachte. Joden waren Gods uitverkoren volk en dat schiep verantwoordelijkheden. Daarna wordt de passage echter ronduit vreemd.

Lees verder “De Bergrede (8): het zout der aarde”

Het Ur der Chaldeeën

Hoe Woolleys “deep sounding” in Ur er tegenwoordig uitziet

Van alle steden uit het oude Nabije Oosten zal “het Ur der Chaldeeën” na Babylon wel het bekendste zijn. Volgens de Bijbel was het de stad waar Abraham vandaan kwam. Uiteraard weet men tegenwoordig aan te wijzen waar het huis van de aartsvader zou hebben gestaan. Het is tenslotte archeologie.

Ontstaan

De stad is werkelijk oeroud. Ze gaat terug tot het vroege Chalcolithicum, de laatste fase van het Neolithicum. Anders gezegd: Ur stamt uit het vroege vierde millennium v.Chr. In Mesopotamië heet dat meestal de vroege Uruk-tijd; die valt ruwweg samen met wat in Egypte Naqada heet. Het klimaat was destijds wat vochtiger dan momenteel en ook het zeeniveau schijnt wat hoger te zijn geweest. Zo kwam het water van de Perzische Golf dichter bij de stad dan tegenwoordig het geval is. Zware overstromingen waren altijd mogelijk en sommige kleiafzettingen in de “deep sounding” zijn door opgraver Woolley zelfs geïnterpreteerd geweest als resten van de Zondvloed.

Lees verder “Het Ur der Chaldeeën”

Hunebed van de dag: D6 (Tynaarlo)

Hunebed D6 bij Tynaarlo

Het op vijf na noordelijkste hunebed in Nederland, hunebed D6, was het eerste dat ik zag. Althans als volwassene. Ik zou mijn ouders tekort doen als ik niet vermeldde dat ze hun kinderen D49 (de Papeloze Kerk) hebben getoond, het hunebed bij Schoonoord waarover ik al eerder blogde. Maar dat is inmiddels bijna een halve eeuw geleden. Tynaarlo was het eerste Trechterbekergraf dat ik als volwassene zag.

Ik had Simone Mooij zaliger nagedachtenis opgezocht en had besloten naar Assen te fietsen. Waarom ik de kortste weg niet nam weet ik niet meer. Misschien was het wel om eens een hunebed te bekijken. In elk geval fietste ik langs het spoor zuidwaarts en viel me de Hunebedstraat op. Meteen naast de weg zag ik het monumentje. Het was een gelukkige eerste kennismaking, want hunebed D6 is piekfijn bewaard.

Lees verder “Hunebed van de dag: D6 (Tynaarlo)”

Sapfo en Charaxos

De koninginnepiramiden bij de piramide van Cheops

Een van de bizarste ontwikkelingen in de aan bizarre ontwikkelingen niet arme affaire rond de Sapfo-fragmenten (overzicht) is de opstapeling van kul-argumenten waarmee ontdekker Dirk Obbink meende te kunnen bewijzen dat de papyri echt waren. Misschien zijn ze dat ook wel. Maar niet om de door Obbink genoemde redenen.

Zo schreef hij dat spectroscopisch was vastgesteld dat de inkt was vervaardigd volgens antiek recept en dat er een koolstofdatering was van de papyrus. Ik zal u met de weerlegging niet vervelen. Ik leg hier uit dat vervalsers antiek papyrus benutten en de receptuur kennen van antieke inkt. Even bizar was hoe Obbink zijn eigen claim dat de provenance was gedocumenteerd ondergroef met het argument dat een fragment aansloot bij een al bekende papyrus. Het was immers ongeloofwaardig dat elders delen lagen van een papyrusrol die pas net uit een kartonnage zou zijn gehaald. Het allerbizarst was echter Obbinks bewering dat de inhoud van de gedichtjes aansloot op wat antieke auteurs over Sapfo meldden. Meer in het bijzonder: wat ze meldden over haar relatie tot haar broer Charaxos. Ja, oele. Alsof een vervalser iets maakt dat niet lijkt waarop het lijken moet.

Lees verder “Sapfo en Charaxos”

De Warka-vaas

De Warka-vaas (Nationaal Museum van Irak, Bagdad)

Ik blogde al over de grote stad Uruk, tegenwoordig Warka, waar de overgang van Neolithicum naar geschiedenis is gedocumenteerd in niet minder dan achttien strata, d.w.z. de lagen die archeologen onderscheiden binnen een opgraving. In stratum III (ofwel de late Jemdet Nasr-periode ofwel het slot van de Prehistorie ofwel als de eerste geschreven teksten opduiken ofwel tussen 3100 en 2900 v.Chr. ofwel in de tijd waarin ze in Drenthe hunebedden bouwden) vonden de opgravers de bovenstaande vaas, die bijna een meter hoog is. Het kalkstenen kunstvoorwerp is te zien in het Nationaal Museum van Irak in Bagdad.

Plundering

U kent dat museum vermoedelijk wel omdat het in 2003 is geplunderd. De Warka-vaas is toen gestolen. Het voorwerp is later, toen er een amnestieregeling was, in veertien stukken geslagen teruggebracht en vervolgens gerestaureerd. Inmiddels is het terug in het museum. Als het niet zou zijn teruggebracht, was een goede kopie in het Pergamonmuseum in Berlijn alles wat we hadden gehad.

De onderste registers

De afbeelding vertelt veel over het Sumerische wereldbeeld. Helemaal onderaan zien we, ongeveer waar binnenin de vaas het langst het water moet hebben gestaan, allerlei golven. Het is niet moeilijk te raden wat het voorstelt. Daarboven zijn achtentwintig planten afgebeeld, die zijn te identificeren als dadelpalmen en gerst. Om en om.

Lees verder “De Warka-vaas”

Ausonius in Bordeaux

Een jaar of vier geleden mocht ik op deze blog een gedichtje van Leo van Zanen publiceren over de Togatus Barberini. Het is opgenomen in de bundel De bezoeker, die vandaag officieel wordt gepresenteerd en die u hier kunt bestellen. Het eerste exemplaar zal vanavond in een (wegens de corona: helaas besloten) bijeenkomst in de Leidse boekhandel De Kler worden overhandigd aan Jean Pierre Rawie.

In de bundel zijn ook drie gedichten opgenomen over Van Zanens Romeinse voorganger Decimus Magnus Ausonius. Die moet u plaatsen in de vierde eeuw n.Chr.; hij was – behalve dichter – ook de docent van keizer Gratianus (r.367-383).

De woorden Succedens aevum prorogat ipse suum, “door vernieuwing zet zij haar bestaan voort”, is ontleend aan een gedicht over ontbottende rozen. Het is in het Nederlands vertaald door Willem Bilderdijk en Karel D’huyvetters. Lees verder “Ausonius in Bordeaux”

Ausonius in Trier

Cupido in actie: zijn slachtoffer is te identificeren met Psyche. Plafondschildering uit Trier (Bischöfliches Dom- und Diözesanmuseum)

Een jaar of vier geleden mocht ik op deze blog een gedichtje van Leo van Zanen publiceren over de Togatus Barberini. Het is opgenomen in de bundel De bezoeker, die vandaag officieel wordt gepresenteerd en die u hier kunt bestellen. Het eerste exemplaar zal vanavond in een (wegens de corona: helaas besloten) bijeenkomst in de Leidse boekhandel De Kler worden overhandigd aan Jean Pierre Rawie.

In de bundel zijn ook drie gedichten opgenomen over Van Zanens Romeinse voorganger Decimus Magnus Ausonius. Die moet u plaatsen in de vierde eeuw n.Chr.; hij was – behalve dichter – ook de docent van keizer Gratianus (r.367-383).

Het motto Cupido cruciatus, “Cupido aan het kruis”, is de titel van een van Ausonius’ gedichten. De strekking ervan is dat vrouwen de liefdesgod straffen voor de martelingen die hij hen heeft opgelegd. Het is in het Nederlands vertaald door Patrick Lateur.

Lees verder “Ausonius in Trier”