DNA, Ieren, Etrusken, Karthagers en Chinezen

Karthaags masker, eind zesde eeuw (Bardo-museum, Tunis)

Voor de oudheidkundige is het DNA-onderzoek nog vooral een belofte. Ik heb in eerdere stukjes enkele ontwikkelingen geschetst, maar die betroffen vooral de Prehistorie: hoe de mensheid wegtrok uit Afrika, de verspreiding van de landbouw en de migraties van de Indo-Europeanen. De conclusie is dat Europa in twee enorme golven bevolkt is geraakt: één golf van landbouwers en één golf van Indo-Europees-sprekenden.

Als we in de historische tijd aankomen, wanneer we geschreven bronnen krijgen, zijn de grote migraties al voorbij. Het DNA-onderzoek zal eerst verfijnder moeten raken vóór we veel verder kunnen kijken. Dat zal nog wel gebeuren, want het uitvoeren van tests wordt steeds meer routine (en goedkoper).

Overigens is geschreven documentatie niet helemáál zonder betekenis: de Centraal-Aziatische samenleving van de Indo-Iraniërs is enigszins gedocumenteerd in geschreven teksten, namelijk in het oudste deel van de Avesta, het heilige boek van de Iraanse volken: een wereld van nomadische veetelers op de steppe. Het is een wereld met een dualistisch wereldbeeld dat we misschien ook archeologisch kunnen documenteren.

Lees verder “DNA, Ieren, Etrusken, Karthagers en Chinezen”

Klassieke literatuur (5e): Appianus

Kleio, de muze van de geschiedschrijving. Mozaïek uit Zeugma, nu in Gazi Antep.

[Bij mijn mail zat onlangs de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich werkelijk in de klassieke letteren wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit aanschuiven bij een cursus, zoals deze. Voor de Latijnse literatuur kun je verder Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus lezen, maar voor de Griekse en christelijke literatuur bestaat zo’n boek niet.]

Voordat ik begon aan de behandeling van de oude geschiedschrijvers, blogde ik over het begrippenpaar methodisch individualisme en methodisch collectivisme. Ofwel de plek waar de historicus de oorzaak van deze of gene gebeurtenis plaatst. Tot in de negentiende eeuw zocht men die bijna altijd in het handelen van een individu. De ontluikende sociale wetenschappen maakten echter duidelijk dat abstracte zaken ook een bewerkende rol konden spelen. Een beroemd voorbeeld is Durkheims onderzoek naar zelfmoord, waaruit bleek dat zelfs bij deze allerindividueelste daad maatschappelijke factoren een rol speelden.

Het nadenken over zaken als methodisch individualisme en collectivisme markeert in feite de volwassenwording van de hedendaagse historische wetenschap en hangt vanzelfsprekend samen met het ontstaan van de sociaal-economische en de institutionele geschiedenis. In feite vormen de termen, lelijk als ze zijn, de erkenning dat er meer is dan grotemannengeschiedenis omdat geschiedenis niet slechts wordt gemaakt door individuen maar tevens door maatschappelijke krachten, door klassen, door standen, door ideeën en door ideologieën.

Lees verder “Klassieke literatuur (5e): Appianus”

MoM | De eerste hoofdwet van de archeologie

Een tijdje geleden plaatste ik foto’s online van het prachtige gebouw, opgegraven in de Iraanse stad Bishapur, dat bekendstaat als de “tempel van Anahita”. Dat was een watergodin die we kennen uit verschillende oud-Iraanse teksten en u moet voor plaatjes maar even op deze link klikken. Het monument bestaat uit een vierkante vijver, omgeven door een soort trottoir, waar een gang omheen loopt. Je kunt er alleen komen door eerst een trap af te gaan, want het ligt een paar meter onder de grond. Misschien omdat het anders niet mogelijk was water uit de rivier hierheen te leiden.

In feite hebben we geen idee of het werkelijk een tempel was en weten we ook al niet of het heiligdom – áls het dus een heiligdom was – was gewijd aan Anahita. Uit heel Iran is namelijk niet een tempel voor deze godheid bekend. Een ander bouwwerk dat “tempel van Anahita” wordt genoemd, een enorm terras bij Kangavar, is alleen maar zo genoemd omdat het is opgegraven in de buurt van een paar bronnen en omdat een tekst een tempel van Artemis vermeldt in deze omgeving. Het monumentale bouwwerk in Bishapur lijkt er bepaald niet op. Anahita lijkt ook niet op Artemis, trouwens.

Lees verder “MoM | De eerste hoofdwet van de archeologie”

De Indo-Europese migraties

Stele uit Nevsha (Archeologisch Museum van Varna)

Zoals ik gisteren vertelde, is de vraag waarom de Indo-Europese talen op elkaar lijken, in een kwaad licht komen staan doordat de nationaalsocialisten zich meester maakten van de hypothese dat de veronderstelde Urheimat, waar de Indo-Europeanen hadden gewoond voor ze naar alle windstreken waren gemigreerd, had gelegen op de Noordduitse Laagvlakte. In de nationaalsocialistische interpretatie waren de oerbewoners van dat gebied (de “Ariërs”) autochtoon, onvermengd met migranten die bij hen waren komen wonen, raszuiver en daardoor in allerlei opzichten briljant.

Er was een tweede reden waarom het onderzoek stokte. Weliswaar betwijfelde niemand dat de Indo-Europese talen op elkaar leken doordat ze afstamden van één oertaal, maar men had domweg onvoldoende gegevens om daarover werkelijk uitspraken te doen. Zoals we zagen, probeerde men eerst aan de hand van de gedeelde woordenschat enkele aspecten van het thuisland te reconstrueren – er waren bepaalde dieren en gewassen geweest, men had de ploeg gekend en men had er met karren gereden – en was zo’n reconstructie in principe archeologisch toetsbaar.

Lees verder “De Indo-Europese migraties”

Oude talen, modern nationalisme

Deze stele uit Nevsha in Bulgarije documenteert de Indo-Europese migraties (Archeologisch Museum van Varna)

Alvorens verder te gaan met deze reeks over de eerste resultaten van het oudheidkundige DNA-onderzoek, eerst een herinnering aan mijn eerste jaar aan de universiteit. Het leek wel alsof de stof altijd ophield op het moment dat ze interessant werd. Ik heb mijn handboek oude geschiedenis, Een kennismaking met de oude wereld van de Blois en Van der Spek, er nog even op nageslagen, en daar stond het inderdaad weer: de auteurs gebruikten woorden als “Indo-Europees” en “Semitisch”

omdat het nu eenmaal gewoonte is volken in te delen en te benoemen op grond van hun taal. De Semitische talen vertonen onderling een sterke verwantschap en hetzelfde geldt voor de verschillende onderafdelingen van de Indo-Europese taalfamilie. … De termen Semitisch en Indo-Europees hebben weinig te maken met ras of natie.

En dat was dat. Terwijl “het is nu eenmaal zo” toch echt het moment is waarop een wetenschapper sceptisch wordt. De eerdere wetenschappers hebben immers een reden gehad volken in te delen op grond van hun taal. Dat kan een goede of een slechte reden zijn geweest, maar een wetenschapper wil weten of die klopt vóór hij dat overneemt. Wie “het is nu eenmaal zo” schrijft, hoort – ietwat gechargeerd gezegd – niet thuis aan een universiteit.

Lees verder “Oude talen, modern nationalisme”

De eerste landbouwers

Stamboom van het Aziatisch en Europees DNA (klik = groot; ©Archaeogenetics Research Group, universiteit van Huddersfield)

Oudheidkundigen maken sinds de zeventiende, achttiende eeuw gebruik van drie soorten bewijsmateriaal: geschreven bronnen, materiële resten en parallellen in andere samenlevingen. Drie vensters op het verre verleden. Met het DNA-onderzoek, waar ik het gisteren al over had, gaat nu een vierde venster open. Ik rondde mijn vorige stukje af met een verwijzing naar de stamboom van DNA-groepen (hierboven) en vroeg uw aandacht voor de ongebruikelijke vertakking onder H. De verspreiding daarvan lijkt samen te hangen met de verspreiding van de landbouw.

Het ontstaan daarvan is een beetje een puzzel, die steeds verandert als er ergens oudere vondsten worden gedaan. De laatste keer dat ik het opzocht leek het erop dat ergens rond 9500 v.Chr. mensen aan de bovenloop van de Eufraat begonnen met de teelt van tarwe, meer precies eenkoorn en emmer. Na een eeuw of vijf werden de eerste schapen en geiten getemd in de Zagros– en Taurusbergen. Veeteelt is dus een latere ontwikkeling dan akkerbouw. Ruwweg tegelijk ontstond de eerste monumentale architectuur: ik blogde al eens over de fenomenale monumenten die zijn aangetroffen in Göbekli Tepe en Sanli Urfa. Vee en varkens volgden en het eerste aardewerk in het Nabije Oosten dateert van ruwweg 7000 v.Chr. In vijfentwintig eeuwen was de samenleving ingrijpend veranderd – archeologen noemen dat een revolutie.

Lees verder “De eerste landbouwers”

Prehistorisch DNA

Stamboom van het Aziatisch en Europees DNA (klik = groot; ©Archaeogenetics Research Group, universiteit van Huddersfield)

Misschien is het plaatje hierboven wel het mooiste dat ik de afgelopen tijd heb gezien. Het is een soort stamboom van het mitochondriaal DNA van de mensen in Europa. Het is misschien wat verwarrend omdat “oud” bovenaan staat en “jong” onderaan; archeologen zijn andersom gewend, want in een opgraving liggen de oudste lagen onderaan.

Zo’n 100.000 jaar geleden verlieten zo’n 150 tot duizend mensen (homo sapiens) Afrika en om het Midden-Oosten binnen te trekken. Hun afstammelingen vielen in twee groepen uiteen, die we M en N noemen en kunnen identificeren aan de hand van hun DNA. Groep M trok naar het zuiden van India en naar Australië, waar mensen wat trekjes hebben bewaard van de oorspronkelijke bewoners van oostelijk Afrika. Andere M-mensen trokken naar Siberië en belandden uiteindelijk in Amerika.

Lees verder “Prehistorisch DNA”