Opgeruimd staat netjes

Praten over cultuur is moeilijk. Ik heb het nu niet over cultuur in de algemene zin (“al het menselijke gedrag voor zover het niet is aangeboren”) maar in de beperkte zin van cultuur-met-een-hoofdletter-c: de podiumkunsten, de beeldende kunsten, de letteren, wetenschap, de humaniora. Het probleem daarmee is: je geniet méér als je begrijpt wat er gebeurt, maar dit veronderstelt voorkennis en wie voorkennis uitlegt, komt al snel pedant over. Het lijkt dan een reeks vormpjes om de vormpjes.

Dat is wat ik tegen heb op het Groot Dictee. Het heeft helemaal niets, maar dan ook werkelijk he-le-maal niets, te maken met cultuur. Het stelt de vormpjes, de rare regeltjes centraal en pretendeert dat díe iets zeggen over taal en cultuur. Maar het gaat om de grote ideeën. In de cultuur van Noordwest-Europa gaat het bijvoorbeeld om vrijheid, waarheidsliefde, Verlichting en gemeenschapszin. Voor Nederland mag je er botte onbevangenheid aan toevoegen en voor Vlaanderen hoffelijke onoprechtheid. Ik weet niet meteen of die generaliseringen kloppen, maar de culturele discussie zou dáár over moeten gaan. En niet over het minutieus gekalligrafeerde epistel dat de witteboordencrimineel coûte que coûte moest schrijven over kasuarissen.

Lees verder “Opgeruimd staat netjes”

Stilte

Zo rustig kan het ook (de Biesbosch).

Terwijl ik dit schrijf – gistermorgen, als u dit leest op woensdag – zijn in de achtertuin van de achterburen twee tuiniers bezig. Een ervan heeft een motorzeis die voldoende lawaai maakt om de muziek in mijn kamer te overstemmen. Ik kan mijn koptelefoon opzetten, die het geluid wat dempt, maar dat is de oplossing niet. Het probleem met geluidsoverlast zit namelijk niet in de decibellen.

Het zijn, als ik het wel heb, twee problemen tegelijk. Eén ervan is dat je er geen invloed op hebt. Ik kan niets doen aan de tuiniers. Evenmin kan ik verhinderen dat Schiphol op regenachtige dagen vliegtuigen over Amsterdam laat binnenkomen. Ook kan ik niets uitrichten tegen gesprekken in de trein. Mensen aanspreken in de stiltecoupé is theoretisch mogelijk, maar het levert je meestal een gesprek op met een welbewust onbeschoft persoon. Mensen die in de stiltecoupé zitten te praten, weten namelijk doorgaans heel erg goed waar ze zijn en “elkaar aanspreken” – zoals de Nederlandse Spoorwegen ons adviseren – haalt niks uit. Dat beschavingsoffensief is mislukt.

Lees verder “Stilte”

Zondvloedverhalen

Een moderne reconstructie van de Ark.

Zoals de trouwe lezers van deze kleine blog weten, ben ik bezig met het omzetten van de Livius.org-website. Die draaide ooit op klassieke html en kan weer tien jaar mee als alle pagina’s worden geconverteerd naar een eigentijds content management-systeem. Een en ander moet handmatig, want de html was echt heel, heel oud. Ik ben al drie jaar bezig, denk ik, en inmiddels is 94% van de klus gedaan. Ik kan gaan denken aan de volgende fase: het toevoegen van enkele hoogstnoodzakelijke pagina’s, zoals over de Hittieten, over de Neo-Hittieten en over de stad Aššur. Iets minder hoogstnoodzakelijk was een kattebelletje over de Kittim. Het is leuk om weer eens wat te kunnen toevoegen.

De grote tweede klus is de correctie van de ruim 3600 pagina’s. Het wemelt van de verouderde inzichten en andere evidente tekortkomingen, de uitleg van de methode is incompleet en ladders van makkelijke naar moeilijke literatuur ontbreken. Ik zal alle pagina’s stuk voor stuk moeten herlezen, te beginnen met het notitieblok dat ik de afgelopen drie jaar heb bijgehouden. In feite is het project me boven het hoofd gegroeid en dat is eigenlijk ook logisch: vroeger kon een website door één man of vrouw worden gedaan, nu is het hele takenpakket iets voor acht mensen. En dan heb ik het nog niet gehad over het feit dat ik voor sommig illustratiewerk eigenlijk een professional nodig heb.

Lees verder “Zondvloedverhalen”

Romeins bestuur

De burgemeesters van Seebronn

Het is vermoedelijk geen karaktertrek die u meteen associeert met de oude Romeinen, maar ze waren op hun manier bescheiden. Ze erkenden dat de Grieken hen in bijvoorbeeld wetenschap en kunst overtroffen. Met deze zelfkennis gingen de Romeinen op verschillende manieren om: een auteur als Plinius de Oudere ver-Romeinste de Griekse kennis, anderen stelden de situatie voor als twee volken met één cultuur en de dichter Vergilius meende dat ondanks alle Griekse genialiteit één talent exclusief Romeins was, namelijk het bestuur.

Hoe de Romeinen de wereld bestuurden is het thema van twee boeken, allebei onlangs vertaald in het Nederlands, van de Britse oudhistoricus Adrian Goldsworthy. Romeinse legioenen behandelt niet alleen de zwaarbewapende legionairs, maar ook de hulptroepen, de cavalerie en de zeestrijdkrachten. Pax Romana behandelt het openbaar bestuur, waarvan het leger slechts een aspect was.

Lees verder “Romeins bestuur”

Station Nijmegen

Station Nijmegen

Ik kom nogal eens in Nijmegen. Elke keer dat ik er met de trein aankom, kijk ik heel even naar het dak boven het perron. Onopgemerkt door de reizigers staat de overkapping daar gewoon mooi te zijn.

Ik weet het: andere stations hebben soortgelijke, even functionele en even elegante constructies. Waarom ik er in Nijmegen op let en elders niet, ik heb geen idee.

Aardewerk, grijs (maar niet saai)

“Gray ware” (Nationaal Museum, Teheran)

Echt mooi is de pot hierboven niet. Grauw aardewerk, niks speciaals. Zelfs de archeologische jargonnaam is slaapverwekkend saai: gray ware. Maar dit spul is interessanter dan het lijkt, al vergt het wat uitleg. Gray ware wordt vooral gevonden in het noordoosten, noorden en noordwesten van het huidige Iran en dateert uit de Vroege IJzertijd. Het vervangt ouder aardewerk, dat mooier gedecoreerd is.

De vindplaatsen zijn steeds weer hetzelfde. Deze kom komt bijvoorbeeld uit Khurvin, op een uitloper van het Elburz-gebergte even ten westen van Teheran, en dat geldt ook voor andere vindplaatsen: elke keer gaat het om gebieden aan de rand van de Iraanse hoogvlakte waar bergstroompjes en artesische bronnen het mogelijk maken vee te weiden. Je zult dit aardewerk dus niet snel vinden in heuvelforten of in gebieden die overwegend geschikt zijn voor akkerbouw. Kortom: gray ware documenteert veetelers en omdat het een nieuw soort aardewerk is, mogen we aannemen dat het gaat om een groep migranten.

Lees verder “Aardewerk, grijs (maar niet saai)”

Consullijst

Detail van de Fasti Capitolini (Rome, Capitolijnse Musea)

Als je één stad zou moeten aanwijzen als hét centrum van de oude wereld, kun je kiezen uit Babylon, Athene, Jeruzalem en Rome. Als je in die laatste stad één plek moest aanwijzen, zou dat het Forum Romanum zijn. En daar was de Triomfboog van keizer Augustus een van de opvallendste monumenten. De inscriptie waarvan ik hierboven een fragment toon, was onderdeel van die boog (of van een monument er onmiddellijk naast).

Het is de geautoriseerde lijst van de Romeinse magistraten. Iets boven het midden leest u bijvoorbeeld Bellum Punicum Primum ofwel “Eerste Punische Oorlog”, het eerste conflict tussen Rome en Karthago. Daaronder vindt u de namen van de consuls uit het eerste oorlogsjaar: Appius Claudius Caudex en Marcus Fulvius Flaccus. Daar weer onder staan Manius Valerius Maximus en Manius Otacilius Crassus. Als u goed kijkt ziet u dat voor die regel nog XC staat. Ooit stond er CCCCXC maar vier Cs zijn weggevallen. De betekenis is dat Valerius en Otacilius consuls waren in het 490e jaar sinds de stichting van Rome.

Lees verder “Consullijst”