25 februari 1941

dokwerker

Wat men uit dezen bitt’ren tijd
aan uur en dag vergeten mag:
nooit deze onvolprezen dag
toen ’t volk, dreiging en dood ten spijt,
terwille der gerechtigheid,
opstond voor ’t volk dat onderlag.

Toegeschreven aan Sem Davids

***

De herdenking van de Februaristaking begint vandaag om 16:45 uur bij het standbeeld van de Dokwerker op het Jonas Daniël Meijerplein in Amsterdam.

Verleden en context

Deze dino heb ik, vermoedelijk, gefotografeerd in het National History Museum in Londen. Maar ik weet het niet helemaal zeker.
Deze gereconstrueerde dino heb ik vermoedelijk gefotografeerd in het National History Museum in Londen. Maar ik weet het niet zeker.

Binnenkort ga ik met kleine E. – over wie ik het niet meer zou hebben, maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan – naar museum Naturalis in Leiden om te kijken naar Trix, de tyrannosaurus rex die daar vorig jaar is aangekomen. Het schijnt dat de expositie een hoog Freek Vonk-gehalte heeft, dus het zal dik in orde zijn voor de kleine. Ik heb een bouwpakket van een dino gekocht zodat ze van tevoren al begrijpt dat ze een skelet kan verwachten en geen echt monster.

Monster: als kleine E. niet al wist wat een dino is en me zou vragen wat we gaan bekijken, zou ik antwoorden dat het een monster is dat niet meer bestaat. Dat laatste zal haar geruststellen, het eerste zal ze spannend vinden. Maar het is natuurlijk onzin. Ik zou al wat accurater zijn als ik zei dat het dier lijkt op een hagedis; ik zou het kunnen uitbreiden met de opmerking dat onze vogels afstammen van de dinosaurussen; en als ik heel precies zou willen zijn kan ik toevoegen dat de vogels niet afstammen van de tyrannosaurus rex maar van een andere saurussensoort. Ik weet echter vrij zeker dat kleine E. die preciseringen niet afwacht en in het museum allang is doorgelopen naar iets anders.

Lees verder “Verleden en context”

Jim Wests Bijbelcommentaar

Daniël in de leeuwenkuil (Nationaal Museum, Beiroet)
Daniël in de leeuwenkuil (Nationaal Museum, Beiroet)

Eerst even twee alinea’s met standaardopmerkingen, die de trouwe lezers van deze kleine blog al kennen. Ik heb immers al vaker verteld dat de humaniora in de kern een pedagogisch programma zijn. Zie het stukje dat ik onlangs schreef over de vraag of geschiedenis een stom schoolvak was: door kennis van het verleden begrijpen we het heden iets beter, relativeren we onze eigen opvattingen en leren we vooroordelen af. En je kunt er nog van genieten ook. Dat sloeg op geschiedenis, maar voor andere letterenstudies geldt ruwweg hetzelfde: de baten zijn pedagogisch van aard.

Omdat het oneerlijk zou zijn als uitsluitend academici profijt zouden hebben van de humaniora, worden ze verondersteld hun inzichten aan de maatschappij over te dragen, maar daar komt in de praktijk weinig van terecht. Op deze wijze ontdaan van hun pedagogische essentie zijn de humaniora de afgelopen kwart eeuw verschraald tot geesteswetenschappen. Vergelijkbaar verlies aan maatschappelijke betekenis speelt ook bij andere disciplines, zoals in de godsdienstwetenschappen. Daar zijn echter initiatieven, interessante initiatieven die ook bruikbaar zijn in de humaniora.

Lees verder “Jim Wests Bijbelcommentaar”

Toneel in de Oudheid

toneel_in_de_oudheid

Wat je ook mag denken van de oude Grieken en Romeinen, ze weten de aandacht wél vast te houden. Al een eeuw of zes. En terecht, want wie zich in de antieke culturen verdiept, vindt steeds weer iets om zich over te verbazen en van te genieten. Veel fans zijn lid van het Nederlands Klassiek Verbond, dat volgend jaar alweer tachtig jaar bestaat, en lezen het daarmee geaffilieerde tijdschrift Hermeneus, dat nog tien jaar ouder is.

Vanouds geven beide handen en voeten aan het Renaissance-denkbeeld dat je door kennis van de oude wereld het betrekkelijke leert zien van je eigen tijd en wat wijsheid opdoet. Beide geloven bovendien in het mooie zeventiende-eeuwse ideaal dat het genot van deze kennis, het verworven inzicht en de ontdekkingsvreugde niet het privilege moeten blijven van een geleerde elite, maar bereikbaar dienen te zijn voor iedereen.

Lees verder “Toneel in de Oudheid”

Klassieke literatuur (4): toneel

Het theater van Dionysos in Athene, waar veel van de overgeleverde toneelstukken in première zijn gegaan.
Het theater van Dionysos in Athene, waar veel van de overgeleverde toneelstukken in première zijn gegaan.

[Bij mijn mail zat een tijdje geleden de vraag welke klassieke teksten en vertalingen ik mensen zou aanraden. In deze onregelmatig verschijnende reeks zal ik een persoonlijk antwoord geven, waarbij leesplezier voorop staat. Wie zich er echt in wil verdiepen, kan het beste aan een universiteit bij een cursus aanschuiven, zoals deze. Voor de Latijnse literatuur is er Piet Gerbrandy’s Het feest van Saturnus. Voor de Griekse en christelijke literatuur is zo’n boek er niet. Vandaag behandel ik het toneel.]

De Grieken kenden twee soorten twee toneel: de tragedie en de komedie. De komedies zijn, om redenen die ik zo meteen zal uitleggen, wat vergeten geraakt, maar de tragedies worden nog volop gespeeld. Dat wil zeggen: enkele ervan, want de Rhesos van Euripides is onspeelbaar. Om die reden neemt men ook wel aan dat het stuk niet van die tragicus is: het is zo anders dan de rest van zijn stukken. Maar ja, wat weten we nu eigenlijk over Grieks toneel, als we het moeten doen met tweeëndertig tragedies en elf hele en zes halve komedies?

Lees verder “Klassieke literatuur (4): toneel”

Is geschiedenis stom?

spraakverwarring

Een meisje van vijftien vindt geschiedenis een stom vak en wil weten waarom het nuttig is. Ik kan daarop verschillende antwoorden geven: officiële antwoorden waarmee je je leraar tevreden stelt, een feitelijk antwoord als je wil weten wat het écht is en een filosofisch antwoord.

Een van de officiële antwoorden is: je leert geschiedenis omdat een beetje kennis van het verleden handig is om het heden te begrijpen. Om een voorbeeld te geven: Nederlanders zijn, meer dan andere volken, gewend over dingen te overleggen. Dat is al eeuwen zo. Het is ontstaan toen we ons land tegen het water moesten verdedigen. Dan is het wel handig om te overleggen en vanouds hebben we daarvoor ook allerlei instellingen: niet alleen voor de polder maar ook voor bijvoorbeeld het bestuur van een stad. Die overlegcultuur is ons altijd goed van pas gekomen en daarom zit ze in ons ingebakken. Als je iets weet van deze geschiedenis, begrijp je waarom politici en managers tegen een muur lopen als ze dit zouden willen veranderen. Geschiedenis kan je dus helpen fouten te vermijden.

Lees verder “Is geschiedenis stom?”

Methode op maandag | Ook gij

Portret van Caesar uit Nijmegen (nu in het Rijksmuseum van Oudheden)
Portret van Caesar uit Nijmegen (nu in het Rijksmuseum van Oudheden)

Voorbeeld één: vlak voordat Von Stauffenberg, de man van de mislukte poging Hitler te vermoorden, door het vuurpeloton werd doodgeschoten, riep hij nog iets. Sommige getuigen houden het erop dat het “Es lebe das heilige Deutschland!” of “das geheiligde Deutschland” was, terwijl een andere aanwezige meende te horen dat Von Stauffenberg “Es lebe das geheime Deutschland!” riep. We kunnen tussen deze varianten een keuze maken: voor zover we weten, heeft Von Stauffenberg zijn vaderland nooit heilig of geheiligd gevonden, terwijl hij behoorde tot de kring rond de dichter Stefan Georg, waarin men filosofeerde over een voorlopig geheim maar ooit komend, beter, aristocratisch Duitsland.

Voorbeeld twee: de laatste woorden van de dichter, geleerde en mediapersoonlijkheid Goethe werden gehoord als “Mehr Licht”. Een verwijzing naar de Aufklärung? Of zag de dichter hoe de hemel voor hem openging? Er is nog een andere lezing: Goethe wilde alleen maar zeggen dat hij niet lekker lag, in het Hessisch “mer licht”. Ook mogelijk. Dit keer hebben we geen gegevens die ons helpen kiezen.

Lees verder “Methode op maandag | Ook gij”