Fabeldieren

Sfinx met jong (Museum van Bagdad)

Alle oude volken kenden zo hun eigen fabeldieren en voegden daar de fantasiebeesten van hun buurvolken aan toe. De sfinxen die in de Mesopotamische mythologie de Boom des Levens bewaken, keren terug in het joodse verhaal over de Tuin van Eden. De Humbaba’s van de Babyloniërs werden de Gorgonen van de Grieken. Ik schreef er al eens over. De lamassu’s uit Mesopotamië staan op munten uit Sicilië. De Romeinen namen van de Grieken de hele goddelijke veestapel over en daarvandaan wandelde die door naar de middeleeuwse bestiaria.

Hierboven ziet u een sfinx op een ivoortje uit het Archeologisch Museum van Bagdad; de foto is gemaakt door Marjon Verburg, die Irak onlangs bezocht. Op de achtergrond herkent u de paradijselijke vegetatie maar het leukste is natuurlijk dat deze sfinx een jonkie heeft. De ivoorsnijder kende aan het mythologische beest normale dierlijke eigenschappen toe.

Lees verder “Fabeldieren”

Eén eeuw Drs.P.

Samovaar (Kerkstraat 282 Amsterdam)

Dat in Nederland alle dingen vijftig jaar later gebeuren, veronderstel ik bekend, en dat is vermoedelijk de reden waarom er in de Amsterdamse Dodedichterbuurt, die officieel bekendstaat als de Kinkerbuurt, nog altijd geen Drs.P.-allee is. Ik heb de gemeente er overigens een brief over geschreven en ik weet dat die in welwillende overweging is genomen, want ik ben erover gebeld toen ik in België was . Ik heb de gelegenheid nog niet gehad de gemeente terug te bellen.

Maar goed. Die Drs.P.-allee is er dus niet en dat gaat me aan het hart. Ik heb eerder over een persoonlijke herinnering geblogd en ben nog eens op zoek geweest naar het Sneker Café. Toen ik een paar maanden geleden van Assen naar Groningen fietste en verdwaald wat oostelijker uitkwam dan ik had gewild, dacht ik onmiddellijk aan strokarton en ik heb – zoals bijna al mijn vrienden – voor menige situatie een citaat bij de hand. Een vriendin stuur ik foto’s van elke veerpont waarmee ik oversteek. Zie ik een samovaar op een gevelsteen, dan heb ik nog urenlang de striemende coupletten in het hoofd van de Dodenrit. Nog afgelopen donderdag zag ik in het Teseum in Tongeren onderstaand reliëf en ik dacht “met een Slavisch handgebaar”.

Lees verder “Eén eeuw Drs.P.”

Heerlen, Maankwartier

Hoofdingang van het nieuwe station Heerlen

Je hebt in Nederland een paar echte steden en een heleboel kleine steden met een gemeentebestuur dat denkt aan het hoofd te staan van een grote stad. Er zou een boek te schrijven zijn – het is ongetwijfeld al gedaan – over de daaruit voortvloeiende ongelukjes en ongelukken. Bedrijfsterreinen zonder huurders. Wegen naar nergens. Woonwijken waar de loop niet in komt. De voetbalclub die naar de eredivisie moet en via allerlei semilegale constructies aan geld wordt geholpen. Leegstaande kantoren. Bij mij in het dorp heeft de gemeente voor veel geld een haven gegraven waar nauwelijks schepen komen. De zeesluis is trouwens ook niet groot genoeg.

Dit alles gebeurt zó vaak dat het hekelen van bestuurlijke overmoed een eigen journalistiek genre is. Dat is ook goed. Bestuurders kunnen beter een keer te vaak dan een keer te weinig worden bekritiseerd. Maar soms lijkt het hekelen een doel in zichzelf en een voorbeeld is het Maankwartier in Heerlen.

Lees verder “Heerlen, Maankwartier”

Eenentwintigste-eeuwse vaardigheden

Een tijdje geleden blogde ik al over Paul Schnabel, die betrokken was bij een van de herzieningen van de programma’s van de middelbare scholen. Uit alles wat hij zei over het geschiedenisonderwijs, bleek dat hij domweg niet wist wat er in dat vak rondgaat. Hij zei bijvoorbeeld:

Het wordt minder belangrijk om jaartalletjes te weten; we richten ons meer op het leren van de samenhang tussen bepaalde gebeurtenissen.

Alsof het leggen van samenhang – ook wel bekend als verklaren – niet precies is wat historici doen. Dat was destijds mijn kritiek, waarbij ik ook nog het dedain hekelde dat sprak uit het woord “jaartalletjes”.

Over dat laatste wil ik het nu nog eens hebben, want de geringschatting van feitenkennis keert ook terug in de discussie over wat twenty-first century skills heet. Voor het goede begrip: het onderwijs moet zeker worden aangepast aan de verwachtingen van een flexibelere arbeidsmarkt en aan de mogelijkheden van de digitale wereld. Wat over die eenentwintigste-eeuwse vaardigheden wordt gezegd, is vaak ook heel zinvol. Maar het veel gehoorde “feitjes hoef je niet te leren want die kun je opzoeken” is dus complete, volstrekte, geheide, algehele, totale, volledige en absolute onzin. Het gaat namelijk niet om het kunnen opzoeken van informatie, maar om het beoordelen daarvan.

Lees verder “Eenentwintigste-eeuwse vaardigheden”

Koning en hoveling

Het defilé in Persepolis begint: de hoveling rechts kondigt het begin aan (Nationaal Museum Teheran)

Het bovenstaande reliëf uit Persepolis is een van de beroemdste uit de Perzische kunst. Middenin zit de koning. Je mag hem Darius noemen, omdat het reliëf is bedacht tijdens zijn regering, of Xerxes, omdat het tijdens zijn regering is gemaakt. In feite is het gewoon De Koning. De afbeelding lijkt een feest te weer te geven dat we voor het gemak zouden kunnen gelijkstellen aan het Nederlandse Prinsjesdag: de dag waarop de monarchie door het volk wordt bevestigd. In Nederland gebeurt dat met de troonrede, waarin de koning alle mooie plannen bekendmaakt, en roept iemand “leve de koning!”; in Perzië deelden de mensen over en weer geschenken uit.

Het defilé staat op het punt te beginnen en van rechts komt een hoffunctionaris aanlopen die de gasten aankondigt. Links van de koning – meer dan menshoog afgebeeld – staat zijn beoogde troonopvolger, ook wat groter dan de anderen. Ze hebben ruikers in hun hand om hun verheven positie aan te geven. Achter de kroonprins een religieuze functionaris, een doek voor de mond, en ’s konings wapendrager. De doek voor de mond heeft dezelfde functie als de twee wierookbranders middenin: de koning moet leven tussen de aangename geuren, dus geen mondgeur als iedereen hem een kushand toe blaast. Bedenk dat dit een tijd was waarin een rotte tand niet werd gevuld maar bleef rotten.

Lees verder “Koning en hoveling”

Lotfollah

Lotfollah-moskee, Isfahan

Het zal u niet zijn ontgaan dat Libanon een land is vol minderheden. Een van die minderheden is de sji’itische islam, die ook weer aanwezig is in diverse varianten. Voor insiders: er zijn twaalvers en zeveners en van die laatste groep zijn de druzen weer een variant. De twaalvers zijn voor een deel nationalistisch en stemmen dan doorgaans op de Amal-partij maar anderen zijn internationaler van oriëntatie en stemmen dan op Hezbollah. Deze groep staat bekend om zijn banden met Iran.

Die banden zijn niet van vandaag of gisteren. Libanon kende al heel lang sji’itische groepen toen Perzië in de zestiende eeuw besloot deze stroming te aanvaarden. Natuurlijk waren er al sji’ieten in Perzië, waar de achtste imam ligt begraven, maar het staatsapparaat was eigenlijk altijd soennitisch geweest. De eerste sjah van de Safavidische dynastie, Ismaïl I (r.1501-1524), koos echter voor de twaalver-sji’a, voor een deel uit overtuiging en voor een deel om zich te onderscheiden van de grootmacht in het westen, de Ottomanen, en van de Oezbeken in het noordoosten.

Lees verder “Lotfollah”

Vondel in Keulen

De Große Witschgasse in Keulen

Niemand leest Vondel nog maar hij zou de held kunnen zijn van de burgerlijke samenleving. Hij nam zijn verantwoordelijkheid en was bereid zijn mond open te trekken als dat zijns inziens nodig was. Prins Maurits had als militair genie een ereplek kunnen hebben in de Europese geschiedenisboeken, maar dankzij Vondels Stockske en Palamedes is prins Maurits voor eeuwig de man van de gerechtelijke moord op Van Oldenbarnevelt. Laat niemand zeggen dat literatuur bijzaak is.

Vondel is ook actueel. De burgerlijke samenleving garandeert gewetensvrijheid en in de Nederlanden misschien wel meer dan elders, want het was een van de redenen waarom men hier in opstand kwam tegen de Spaanse koning. Vondel kende het belang van deze waarde. Zijn geestelijke biografie staat in het teken van zijn keuze voor het katholicisme, een in die tijd niet populaire religie, in Holland hooguit gedoogd. Alsof je nu de islam omhelst. Maar een kwezelige bekeerling was Vondel niet, want hij kon moordend effectief schrijven over de uitwassen van religie, zie zijn Jeptha. En dan heb ik het nog niet over het simpele gegeven dat Vondels oeuvre een voorbeeld is van migrantenliteratuur. Vondel zou de held kunnen zijn van de burgerlijke samenleving.

Lees verder “Vondel in Keulen”