
Ik liet u vorige maand achter met een Alexander de Grote die in het voorjaar van 331 v.Chr. op het punt stond de strijd aan te binden met de Perzische koning Darius III. Diens bijnaam “Codomannus” kennen we alleen uit een Latijnse tekst, en we weten niet zeker wat de Perzische vorm kan zijn, maar de meest plausibele verklaring die ik ooit heb gelezen is dat het zoiets als “de krijgszuchtige” betekent. En dat zou niet voor niets zijn, want de man was voor de duvel niet bang en was een knappe organisator.
En na slag bij Issos, waarover we het in deze reeks al hebben behandeld, was hij zo’n beetje alles kwijt: zijn infanterie en cavalerie, zijn oorlogskas, zijn familie. Desondanks slaagde hij er in de maanden na zijn nederlaag in om alle moeilijkheden weer te boven te komen, wat bewijst hoe gevaarlijk hij was. Het mocht echter niet baten. Dat de vijanden uit het westen zouden doorbreken, stond geschreven in de sterren – letterlijk, zoals bleek bij Gaugamela – en geen sterveling kon daar verandering in brengen.









Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.