Wanneer een unprovenanced document wél kan worden uitgegeven

Lijst met voorraden, geschreven voor satraap Bessos (de latere koning Artaxerxes V) (foto Khalili-verzameling)

Een antieke tekst die zomaar opduikt in de oudheden handel geldt als unprovenanced. Dat wil zeggen dat onbekend is waar zo’n snipper papyrus of zo’n perkamentfragment vandaan komt. Dan kan het een vervalsing zijn, zoals de Artemidorospapyrus of het Evangelie van de Vrouw van Jezus, om twee recente voorbeelden te noemen.

Unprovenanced papyri, die via eBay of Facebook of de andere kanalen van de zwarte markt te koop zijn, zijn niet per se vals. Ze zijn gewoon niks. Het zijn data waar een wetenschapper niets mee kan beginnen, vergelijkbaar met het resultaat van een laboratoriumproef waarvan opstelling, werkwijze en materialen niet zijn genoteerd. De wetenschapper die zich ermee bezighoudt verspilt energie, tijd, intellect en gemeenschapsmiddelen. Een wetenschappelijke publicatie van een unprovenanced papyrus heeft uitsluitend nut voor de eigenaar, die bij verkoop een hogere prijs kan vragen.

Lees verder “Wanneer een unprovenanced document wél kan worden uitgegeven”

Odysseus en Polyfemos

Sarcofaag uit Kouklia (Museum van Oud-Pafos)

De Odyssee bevat enkele scènes die de moderne lezer regelrecht ontroeren. Odysseus die na twintig jaar thuis komt en wordt herkend door zijn oude, op een mestvaalt liggende jachthond, die van vreugde sterft. Of het verhaal van Polyfemos.

De eenogige reus heeft Odysseus en enkele van zijn metgezellen opgesloten in een grot maar is blind gemaakt. Nu moeten de gevangenen nog naar buiten zien te komen en daarvoor is nodig dat de cycloop de rots weghaalt die de deur vormt. Dat gebeurt gelukkig als hij zijn schaapskudde uitlaat en Odysseus bindt zijn vrienden onder de schapen vast, zoals u hierboven ziet op een rond 500 v.Chr. gemaakte sarcofaag uit Kouklia ofwel Oud-Pafos op Cyprus. Polyfemos laat de dieren – en dus de mensen – naar buiten. Maar niet zonder zijn schapen te hebben toegesproken.

Lees verder “Odysseus en Polyfemos”

Tweede Symposium voor Wetenschapsbloggers

[Gastbijdrage van Marten van der Meulen.]

Op 7 februari vindt op de Radboud Universiteit het 2e Symposium voor Wetenschapsbloggers plaats. Dit symposium wordt georganiseerd door Marten van der Meulen, Jona Lendering, Hermen Visser en Suze Zijlstra.

Bloggen wordt breed gezien als een van de beste manieren om te berichten over wetenschap. Voor onderzoekers zijn de laagdrempeligheid, snelheid van publiceren en vrijheid grote voordelen. Bovendien kan een gevarieerd publiek van wetenschappers en niet-wetenschappers worden bereikt. Bloggen is ten slotte een uitstekend voorbeeld ‘moderne’ wetenschapscommunicatie, waarbij wetenschappers niet alleen zenden maar ook in discussie kunnen gaan met lezers.

Lees verder “Tweede Symposium voor Wetenschapsbloggers”

Livius Nieuwsbrief | Januari 2020

Dit is de 173e aflevering van de Livius Nieuwsbrief met nieuws over de Oudheid. Een kleine 7750 abonnees ontvangen de nieuwsbrief elke maand gratis; voor adreswijzigingen en afmeldingen volstaan uitsluitend mailtjes naar nieuwsbrief@livius.nl.

Jona Lendering (redactie)

======================================

HET OVERZICHT VAN DE MAAND

In onze eenmalige, erkend subjectief “het overzicht van de maand” genoemde rubriek een terugblik op de afgelopen tien jaar in de oudheidkunde. Dé grote ontwikkelingen zijn enerzijds de mogelijkheid het maximalisme-debat te heropenen en anderzijds de noodzaak een hermeneutiek te ontwikkelen die rekening houdt met de antropologische inzichten van het DNA-onderzoek. Dat biedt prachtkansen.

Lees verder “Livius Nieuwsbrief | Januari 2020”

Historische taalkunde

Germaanse runentekst uit Tiel (“Van Halethwas, die de zwaardvechters zwaarden geeft”)

Een paar jaar geleden sprak ik een studente neerlandistiek van de Universiteit van Amsterdam die niet wist wat Gotisch was. Een medestudent wist het evenmin. Dat hoeft ook helemaal niet, maar het contrasteert wel wat met mijn vader, die de Germaanse taal nog moest leren om les te mogen geven op een middelbare school. Ik heb er weleens over geblogd. Ik zal in het midden laten of dit contrast helemaal representatief is voor het huidige hoger onderwijs, maar ik denk dat weinig mensen zullen tegenspreken dat de oude MO-opleidingen verrotte grondig waren terwijl de huidige academische opleidingen verrekte kort zijn.

Dat geldt – ik vertel de trouwe lezers van deze blog weinig nieuws – ook voor mijn eigen studietijd. Veel van wat ik had moeten leren om als oudheidkundige mijn vak te overzien, heb ik nooit onderwezen gekregen. Zoals historische taalkunde. Dat is echt een gat in mijn algemene ontwikkeling. Gelukkig zijn er alleszins toegankelijke boeken over dit onderwerp, waarop ik werd geattendeerd via de al even toegankelijke blog Neerlandistiek. Ik noem vier titels.

Lees verder “Historische taalkunde”

Het sterrenkind (5)

Dakpannen van het Tiende Legioen Fretensis. Het embleem was een varken, wat door de Joden als belediging werd ervaren. (Davidson Centrum, Jeruzalem)

[Laatste deel van een verhaal over de Bar Kochba-opstand. Het eerste deel vond u hier.]

Ergens na 6 november 135, de datum van zijn laatste ons bekende brief, raakte Bar Kochba in Betar afgesloten van de buitenwereld. Het voornaamste verdedigingswapen zou volgens de rabbijnse bronnen het gebed zijn geweest van de hogepriester, de Eleazar die staat genoemd op de munten. Het is mogelijk dat de opstandelingen voor hem een als tijdelijk bedoelde tempel hebben gebouwd, maar van de vierkante ruïne die ooit op het plateau stond, is niets over dat zich leent voor archeologisch onderzoek. Hoe dan ook, de auteur van een rabbijns commentaar op het Bijbelboek Klaagzangen vermeldt dat Hadrianus, ontmoedigd doordat hij niet in staat was Betar te veroveren, overwoog naar huis te gaan.

Lees verder “Het sterrenkind (5)”

MoM | Structuur en cultuur

Dit plaatje heeft niks met het vervolg te maken maar ik vond deze gevelsteen van de Vier Heemskinderen, op de hoek van de Herengracht/Leidsegracht in Amsterdam, gewoon leuk.

Zo rond 1970, zo heb ik ooit eens ergens gelezen, inventariseerde een cultureel antropoloog – misschien was het Roy Rappaport wel – de definities die bestaan van het woord “cultuur”. Als ik me goed herinner, vond hij er zeshonderd of zesduizend. Ik houd het er, in de voetstappen van Tylor, even op dat het gaat om het complexe geheel van kennis, geloof, kunst, waarden, wetten, gewoontes en andere zaken die mensen verwerven als lid van een samenleving. Echt belangrijk is de definitie nu niet. Waar het mij om gaat is hoe je zo’n geheel zó conceptualiseert dat je er zinvolle uitspraken over kunt doen.

Ik snijd dit onderwerp aan omdat ik in de reacties op mijn eerdere stukje over het belang van de Oudheid voor ons nogal wat reacties kreeg waarvan de strekking was dat we X, Y of Z toch hadden van de Grieken, Romeinen of Joden – hoe kon ik daar nu blind voor zijn? En inderdaad, er valt een lijstje te maken van dingen die we hebben te danken aan de ouden (“but apart from the sanitation, the medicine, education, wine, public order, irrigation, roads, a fresh water system, and public health, what have the Romans ever done for us?” in de legendarische formulering van Monty Python). Die lijst is lang. En zegt weinig.

Lees verder “MoM | Structuur en cultuur”