Alfabet

Ugaritisch alfabet (Parijs, Louvre)

Ik was wat foto’s aan het opruimen toen ik het bovenstaande plaatje vond. Dit kleitabletje is gevonden in Ugarit, een havenstad in het noordwesten van het huidige Syrië. Het dateert uit de dertiende eeuw v.Chr. en bevat een zogeheten abecedarium. Dat is een tekst met de letters van het alfabet. In het ontbrekende hoekje linksbovenaan stond een alef en een halve bet, daarop volgden op de bovenste regel van links naar rechts nog de sporen van een bet, een gimel, een dalet, een hee en een waw.

Dit is niet ’s werelds oudste alfabet. In Ugarit is een ouder kleitabletje gevonden met de letters erop. Ik heb het gezien in het museum van Damascus maar had die dag nog niet in de gaten dat het fotografieverbod ter plekke diende om suppoosten te helpen aan baksjisj, dus ik heb geen foto gemaakt. Even goed is ook dat tabletje, beroemd als het is, niet de oudste alfabetische tekst. Zulke tekens zijn ook gevonden in de Sinaïwoestijn en mogelijk – en dan nog ouder – in de Wadi el-Hol in zuidelijk Egypte. Er is wel geopperd dat de tekens daar zijn bedacht door Westsemitische slaven die inspiratie ontleenden aan de hiëroglyfen die de Egyptenaren gebruikten om koningsnamen te schrijven.

Lees verder “Alfabet”

Interessant en enthousiasmerend

Ik had het gisteren over de teloorgang van het Groot Dictee, een TV-programma waar ik nooit blij mee ben geweest. De makers maakten de fout die ook de directie van het Valkhofmuseum maakte: op zoek naar aandacht kozen ze ervoor vooroordelen te bevestigen. De een deed het door taal te reduceren tot spelling, de ander door het herhalen van een expositie over gladiatoren. Het rariteitenkabinet is altijd handig om op de korte termijn exposure te krijgen maar het roept tegelijk twijfel op over het belang van je onderwerp. Taal is meer dan spelling en de Oudheid heeft belangrijker zaken te bieden dan wreed geweld.

Een goed programma stelt volgens mij twee andere dingen centraal. Eén daarvan is dat het toont dat iets interessant is. Als je het hebt over taal, kun je bijvoorbeeld een puzzel centraal stellen: waarom is bijvoorbeeld “was ik nog maar zeventien” een aparte taaluiting? Andere manier: gebruik de taalkunde om een politiek punt te maken en toon zo dat taal méér is dan spelling. Als het gaat om de oude wereld kun je denken aan de vertalingen van Gé de Vries, die zich er niet toe beperkt te tonen dat een oude tekst mooi is, maar allerlei dingen toevoegt om te illustreren dat het ook ergens over gáát. (TV-equivalenten van deze voorbeelden schieten mij niet te binnen.)

Lees verder “Interessant en enthousiasmerend”

Opgeruimd staat netjes

Praten over cultuur is moeilijk. Ik heb het nu niet over cultuur in de algemene zin (“al het menselijke gedrag voor zover het niet is aangeboren”) maar in de beperkte zin van cultuur-met-een-hoofdletter-c: de podiumkunsten, de beeldende kunsten, de letteren, wetenschap, de humaniora. Het probleem daarmee is: je geniet méér als je begrijpt wat er gebeurt, maar dit veronderstelt voorkennis en wie voorkennis uitlegt, komt al snel pedant over. Het lijkt dan een reeks vormpjes om de vormpjes.

Dat is wat ik tegen heb op het Groot Dictee. Het heeft helemaal niets, maar dan ook werkelijk he-le-maal niets, te maken met cultuur. Het stelt de vormpjes, de rare regeltjes centraal en pretendeert dat díe iets zeggen over taal en cultuur. Maar het gaat om de grote ideeën. In de cultuur van Noordwest-Europa gaat het bijvoorbeeld om vrijheid, waarheidsliefde, Verlichting en gemeenschapszin. Voor Nederland mag je er botte onbevangenheid aan toevoegen en voor Vlaanderen hoffelijke onoprechtheid. Ik weet niet meteen of die generaliseringen kloppen, maar de culturele discussie zou dáár over moeten gaan. En niet over het minutieus gekalligrafeerde epistel dat de witteboordencrimineel coûte que coûte moest schrijven over kasuarissen.

Lees verder “Opgeruimd staat netjes”

Stilte

Zo rustig kan het ook (de Biesbosch).

Terwijl ik dit schrijf – gistermorgen, als u dit leest op woensdag – zijn in de achtertuin van de achterburen twee tuiniers bezig. Een ervan heeft een motorzeis die voldoende lawaai maakt om de muziek in mijn kamer te overstemmen. Ik kan mijn koptelefoon opzetten, die het geluid wat dempt, maar dat is de oplossing niet. Het probleem met geluidsoverlast zit namelijk niet in de decibellen.

Het zijn, als ik het wel heb, twee problemen tegelijk. Eén ervan is dat je er geen invloed op hebt. Ik kan niets doen aan de tuiniers. Evenmin kan ik verhinderen dat Schiphol op regenachtige dagen vliegtuigen over Amsterdam laat binnenkomen. Ook kan ik niets uitrichten tegen gesprekken in de trein. Mensen aanspreken in de stiltecoupé is theoretisch mogelijk, maar het levert je meestal een gesprek op met een welbewust onbeschoft persoon. Mensen die in de stiltecoupé zitten te praten, weten namelijk doorgaans heel erg goed waar ze zijn en “elkaar aanspreken” – zoals de Nederlandse Spoorwegen ons adviseren – haalt niks uit. Dat beschavingsoffensief is mislukt.

Lees verder “Stilte”

Zondvloedverhalen

Een moderne reconstructie van de Ark.

Zoals de trouwe lezers van deze kleine blog weten, ben ik bezig met het omzetten van de Livius.org-website. Die draaide ooit op klassieke html en kan weer tien jaar mee als alle pagina’s worden geconverteerd naar een eigentijds content management-systeem. Een en ander moet handmatig, want de html was echt heel, heel oud. Ik ben al drie jaar bezig, denk ik, en inmiddels is 94% van de klus gedaan. Ik kan gaan denken aan de volgende fase: het toevoegen van enkele hoogstnoodzakelijke pagina’s, zoals over de Hittieten, over de Neo-Hittieten en over de stad Aššur. Iets minder hoogstnoodzakelijk was een kattebelletje over de Kittim. Het is leuk om weer eens wat te kunnen toevoegen.

De grote tweede klus is de correctie van de ruim 3600 pagina’s. Het wemelt van de verouderde inzichten en andere evidente tekortkomingen, de uitleg van de methode is incompleet en ladders van makkelijke naar moeilijke literatuur ontbreken. Ik zal alle pagina’s stuk voor stuk moeten herlezen, te beginnen met het notitieblok dat ik de afgelopen drie jaar heb bijgehouden. In feite is het project me boven het hoofd gegroeid en dat is eigenlijk ook logisch: vroeger kon een website door één man of vrouw worden gedaan, nu is het hele takenpakket iets voor acht mensen. En dan heb ik het nog niet gehad over het feit dat ik voor sommig illustratiewerk eigenlijk een professional nodig heb.

Lees verder “Zondvloedverhalen”

Romeins bestuur

De burgemeesters van Seebronn

Het is vermoedelijk geen karaktertrek die u meteen associeert met de oude Romeinen, maar ze waren op hun manier bescheiden. Ze erkenden dat de Grieken hen in bijvoorbeeld wetenschap en kunst overtroffen. Met deze zelfkennis gingen de Romeinen op verschillende manieren om: een auteur als Plinius de Oudere ver-Romeinste de Griekse kennis, anderen stelden de situatie voor als twee volken met één cultuur en de dichter Vergilius meende dat ondanks alle Griekse genialiteit één talent exclusief Romeins was, namelijk het bestuur.

Hoe de Romeinen de wereld bestuurden is het thema van twee boeken, allebei onlangs vertaald in het Nederlands, van de Britse oudhistoricus Adrian Goldsworthy. Romeinse legioenen behandelt niet alleen de zwaarbewapende legionairs, maar ook de hulptroepen, de cavalerie en de zeestrijdkrachten. Pax Romana behandelt het openbaar bestuur, waarvan het leger slechts een aspect was.

Lees verder “Romeins bestuur”

Station Nijmegen

Station Nijmegen

Ik kom nogal eens in Nijmegen. Elke keer dat ik er met de trein aankom, kijk ik heel even naar het dak boven het perron. Onopgemerkt door de reizigers staat de overkapping daar gewoon mooi te zijn.

Ik weet het: andere stations hebben soortgelijke, even functionele en even elegante constructies. Waarom ik er in Nijmegen op let en elders niet, ik heb geen idee.