De hoofddoek (1)

Een moeder met een complexe hoofddoek (Archeologisch museum, Basra)

Ergens rond 1770 v.Chr. verloofde Shibtu, de dochter van de koning van Aleppo, zich met Zimri-Lim, de machtige koning van de Mesopotamische stad Mari (r.1775-1762 v.Chr.). In een overgeleverd kleitablet schrijft Shibtu’s vader zijn aanstaande schoonzoon dat er, toen diens gezanten de jonge vrouw kwam ophalen, wat complicaties waren.

U hebt het huwelijksgeschenk meegebracht, maar mijn moeder is ziek en ik vrees dat in mijn paleis iets naars zal gebeuren [dat een slecht voorteken voor het huwelijk is]. Ook hebt u niet veel tijd. Daarom hebben wij in allerijl het huwelijksgeschenk dat u, meneer, hebt laten brengen, naar ons paleis gebracht en hebben wij over het meisje haar sluier gelegd.

Lees verder “De hoofddoek (1)”

Deel dit:

Het vierkinderenrecht

Reconstructie van het beeld van keizer Augustus uit Primaporta (Allard Pierson-museum, Amsterdam)

De huwelijkswetgeving lag keizer Augustus na aan het hart. We weten niet waarom precies, maar zijn hele regering lang heeft hij geprobeerd de relaties tussen man en vrouw te reguleren. Uit het jaar 18 v.Chr. dateert de Lex Julia de maritandis ordinibus, die bepaalde wie met wie konden trouwen. Vermoedelijk uit hetzelfde jaar dateert de Lex Julia de adulteriis coercendis, ofwel een wet tegen overspel. Wellicht hingen deze wetten samen met de afkondiging van een “nieuwe era” in het daaropvolgende jaar.  We lezen verder over wetgeving de pudicitia, betreffende de openbare zeden.

Hoe belangrijk dit thema was voor Augustus, blijkt wel uit het feit dat hij niet alleen het burgerlijk recht maar ook het strafrecht inzette. Bovendien bleef hij erop terugkomen: alsof drie wetten nog niet genoeg waren, herhaalde hij de wetgeving het in 9 na Chr., al liet hij het indienen toen over aan de twee consuls. Deze wet staat bekend als de Lex Papia et Poppaea, die de maatregelen uit de eerstgenoemde wet aanvulde en aanscherpte.

Lees verder “Het vierkinderenrecht”

Deel dit:

Madinat al-Zahra

Huis van Jaffar, Madinat al-Zahra.

Een tijdje geleden kondigde ik een stukje aan over Madinat al-Zahra, de paleisstad die Abd al-Rahman III van Córdoba stichtte nadat hij zich in 929 had uitgeroepen tot kalief. Al bijna twee eeuwen was die titel voorbehouden aan de Abbasidische heerser in Bagdad, en hoewel de Umayyadische heersers van het Emiraat van Córdoba behoorlijk wat eigendunk hadden, hadden ze er nooit moeite mee gehad de kalief te erkennen als de ene heerser der gelovigen. Dat was echter veranderd toen een andere dynastie, de Egyptische Fatimiden, het kalifaat eveneens had opgeëist. Nu er meer dan één kalief was, kon Abd al-Rahman niet achterblijven: ook hij moest de hoogste titel hebben. En dus kon zijn hoofdstad niet minder zijn dan Bagdad of Cairo.

Residentie

Abd al-Rahman stichtte de nieuwe residentie van het nieuwe Kalifaat van Córdoba in 936 en deze werd vier jaar later in gebruik genomen. De naam Madinat al-Zahra, wat misschien “de stralende stad” betekent, is weer zeven jaar later gedocumenteerd op munten, dus in 947. De stad werd na minder dan een eeuw verlaten en zelfs gesloopt: enkele zuilen zijn terecht gekomen in de Alcazar van Sevilla. Het materiaal dat archeologen hebben gevonden, is dus vrij scherp te dateren. De situatie doet wat denken aan Samarra, dat van 836 tot 892 Bagdad verving als kalifale residentie.

Lees verder “Madinat al-Zahra”

Deel dit:

Faits divers (48)

Zomaar een foto van Tipasa

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers. Ik probeer altijd wat eenheid aan te brengen, wat soms lukt en soms niet, maar dit keer zijn de faits divers echt heel divers.

Egypte in Leiden

Eerst wat nieuws uit eigen land, namelijk uit ons eigen Leidse Rijksmuseum van Oudheden: de mooie expositie over het ontdekken van het oude Egypte is tot 3 mei verlengd. “Wegens succes geprolongeerd”, heet zoiets, en de tentoonstelling is inderdaad heel goed bezocht, zonder dat het onprettig druk is. Gaat dat zien dus.

Lees verder “Faits divers (48)”

Deel dit:

De olifanten van Hannibal

Karthaagse munt uit Spanje (British Museum)

Nee, archeologen hebben in Spanje géén olifant ontdekt uit het leger van Hannibal. Of, iets genuanceerder: het is een stuk waarschijnlijker dat de ontdekte dikhuid niet komt uit de tijd van Hannibal dan wel.

De claim

Eerst de claim, zoals gemeld in de media. De NU.nl meent dat het opgegraven bot “naar alle waarschijnlijkheid bewijst dat de beroemde veldheer Hannibal Barka met olifanten de Alpen is overgetrokken”. Dat is nooit de vraag geweest en dat is ook niet wat de onderzoekers beweren. De NOS kopt dat het bot “mogelijk bewijs voor tocht Hannibal door Europa” vormt. Ik zal deze twee stukjes verder onbesproken laten en meteen doorgaan naar de wetenschappelijke publicatie, die weliswaar achter betaalmuren ligt, maar die iemand met me heeft gedeeld (bedankt!).

Lees verder “De olifanten van Hannibal”

Deel dit:

Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (3)

De heuvel met het Karthaagse paleis in Cartagena

[Derde deel van de tekst van mijn toespraakje bij de presentatie van Rome en de Lage Landen van Robert Nouwen, afgelopen zaterdag in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Het eerste deel was hier.]

Doelgroepen

Sta me wat oververeenvoudiging toe en laat me het publiek verdelen in mensen met hoge en lage informatiebehoefte.

Hoge informatiebehoefte Tweede lijn: verdiepende informatie & rechtvaardiging van de informatie Know how?
Know why?
Lage informatiebehoefte Eerste lijn: algemene informatie Know what?

Op het eerste niveau constateren we bijvoorbeeld dat de Romeinen in pakweg Utrecht hun olijfolie importeerden uit Andalusië; op het tweede leggen we vervolgens uit wat Dressel-20-amforen ons vertellen. Waar de behoefte aan verdiepende informatie precies ligt, valt af te leiden uit de vragen die mensen stellen. Musea hebben daar zicht op, en u begrijpt dat ik daarmee eigenlijk zeg dat een museumdirecteur als Robert Nouwen begrijpt wat op het spel staat.

Lees verder “Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (3)”

Deel dit:

Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (2)

De bovenloop van het Nijmeegse aquaduct op het terrein van Museumpark Orientalis

[Tweede deel van de tekst van mijn toespraakje bij de presentatie van Rome en de Lage Landen van Robert Nouwen, afgelopen zaterdag in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Het eerste deel was hier.]

Wetenschapscommunicatie

Zoals u misschien weet staat het kantoor van dit museum één straat verder, in het huizenblok waar ooit Simon Stevin woonde. Een museumkantoor kan niet op een nobeler plek staan, want Stevin was een van de eersten die nadacht over de wijze waarop je wetenschappelijke inzichten het beste kon delen. Nouwen is een waardige opvolger van Stevin.

In de ideale situatie leggen wetenschappers hun werk zelf uit. Wim van Es kon dat, maar niet iedereen is zo getalenteerd. Bovendien is wetenschapscommunicatie inmiddels een specialisme op zich, met als doel zoveel mogelijk zo accuraat mogelijke inzichten zo snel mogelijk zo goed mogelijk bij zoveel mogelijk zo relevant mogelijke mensen te laten aankomen. Idealiter:

Lees verder “Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (2)”

Deel dit:

Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (1)

Afgelopen zaterdag werd in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden het boek Rome en de Lage Landen van de Belgische historicus, archeoloog en museumdirecteur Robert Nouwen ten doop gehouden. Dat is een heel belangrijk boek: de eerste synthese over dit onderwerp in een halve eeuw. Ik heb vorig jaar opgetreden als meelezer van het manuscript, en mocht bij de presentatie een toespraakje houden. Uiteraard deed ik dat maar wat graag. Dit is wat je noemt: de eer hebben iets te mogen doen.

Maar er was een probleem. Al vóór de presentatie waren verschillende mensen verbijsterd over het bescheiden karakter van de presentatie. Iemand noemde de locatie een “derderangszaaltje”, en inderdaad: de Tempelzaal in het museum had meer voor de hand gelegen dan de Trajanuszaal. We hadden ook kunnen uitwijken naar de Waalse Kerk. Bij een zo belangrijk boek beleg je een symposium met een dozijn hoogleraren uit binnen- en buitenland. Je nodigt het NOS-journaal uit en de koning, die immers de bekendste historicus van Nederland is, en die ook het eerste exemplaar aannam van de Wereldgeschiedenis van Nederland. Wij oudheidkundigen zijn toch niet minder dan andere historici?

Lees verder “Robert Nouwen, Rome & de Lage Landen (1)”

Deel dit:

Marcus Antonius en de Lupercalia

Marcus Antonius (Staatliche Münzsammlung, München)

Zoals ik zojuist al schreef was het 15 februari 44 v.Chr. De Romeinen vierden de Lupercalia, een vruchtbaarheidsfeest ter ere van een vergeten godheid Lupercus. De priesters renden hierbij naakt door de straten en sloegen met riemen, gemaakt van geitenhuid, naar de omstanders. Wie werd geraakt, mocht hopen op grotere vruchtbaarheid. Verder dreven de Romeinen op deze dag met alles en iedereen de spot. Er is in de loop der eeuwen een hoop flauwekul verzonnen over dit feest; daarover leest u hier meer. Voor het moment is belangrijk dat heel Rome in een vrolijke stemming was.

Nikolaos van Damascus, de auteur van een biografie van keizer Augustus, beschrijft in groot detail wat er op die dag gebeurde. Hier is het verslag. Voor het goede begrip: Caesar was, zoals bekend, dictator; naast hem stond zijn rechterhand, Marcus Aemilius Lepidus. Wie een diadeem omdeed, kroonde zichzelf tot koning.

Lees verder “Marcus Antonius en de Lupercalia”

Deel dit:

Caesar voor de Lupercalia

Lupercalia (Archeologisch museum, Sousse)

De Romeinen vierden het feest van de Lupercalia en het was in het jaar waarin Julius Caesar en Marcus Antonius het consulaat bekleedden. Omgerekend naar onze kalender: het was 15 februari 44 v.Chr. Trouwe lezers van deze blog weten dat ze vandaag het antwoord mogen verwachten op de vraag wat Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden deed.

Dat is echter nog niet zo gemakkelijk, hoewel er iets opvallends gebeurde en we daarover volop bronnen hebben. Daaronder is een zeer uitgebreide bron, die ik zo meteen integraal zal citeren. Maar we snappen het niet.

De situatie

Wat we wel snappen, is de situatie. Caesar had in de Tweede Burgeroorlog de Senaat verslagen en de alleenheerschappij gevestigd. Alleen in Syrië en op het Iberische Schiereiland waren nog verzetshaarden van tegenstanders die, met de smoes dat ze opkwamen voor de eer van de republiek, hun eigen belangen dienden. Dat was ergerlijk, maar Caesar had urgentere problemen aan het hoofd.

Lees verder “Caesar voor de Lupercalia”

Deel dit: