Michiel de Ruyter in Algiers

De Ruyters schip De Liefde voor Algiers

Van de barbarijse piraten wist ik weinig meer dan dat admiraal De Ruyter ’t er niet bij wou laten en Salé heeft geveld, waarna de Heren Staten hem hebben aangesteld als held. Verder wist ik dat het gebied werd bestuurd door lokale leiders, zoals die van Salé, de bey van Tunis en de emir van “het eiland” ofwel Al-Jezira ofwel Algiers. Die laatste stad zal wel voor eeuwig met Barbarossa, “roodbaard”, worden geassocieerd, een geduchte zestiende-eeuwse kaper die vanuit Algiers diverse vloten uitstuurde tegen de Spanjaarden, ondertussen de sultan in Constantinopel erkennend als souverein.

Het beeld van de barbarijse piraten is in hoge mate bepaald geweest door wat Europese gevangenen – Cervantes is de bekendste – hebben verteld over hun verblijf in Tunis en Algiers. Omdat zij christelijk waren en vaak werden vrijgekocht door christelijke organisaties, is om te beginnen het idee ontstaan dat de barbarijse piraten religieus gemotiveerd waren en dat er sprake was van een soort religieuze oorlog. Hoewel het beeld niet helemaal onjuist is – de gevangenen en de piraten hadden verschillende religies – is religie eigenlijk maar een bijzaak. De plaatselijke leiders waren geen religieuze scherpslijpers (of althans niet altijd) en Algiers had in 1492 ruimhartig asiel gegeven aan de uit Spanje verdreven Joden.

Lees verder “Michiel de Ruyter in Algiers”

Het Algerijnse Xanten: Timgad

Een abstract mozaïek uit TImgad

Vanuit Batna is het niet ver rijden naar Timgad, het antieke Thamugadi, een stad die door keizer Trajanus is gesticht en die in feite het zusje is van Xanten: een schaakbordachtige stad met alles erop en eraan. Ik geloof dat ik alleen het amfitheater heb gemist, maar verder was alles aanwezig wat een Romein in een stad verwachtte, dus tempels, markten, een theater, badhuizen, een basiliek, geplaveide straten, stadspoorten, een bibliotheek en in de Late Oudheid ook een Byzantijns fort en kerken. Numidië zijnde Numidië waren die kerken leverbaar in diverse soorten en maten, inclusief een Donatistische kathedraal én een grafschrift waarop de naam “Donatus” rauw was weggekrast. Kortom, Timgad is een stad waar mensen woonden.

Het is lastig te beschrijven dus ik toon maar wat plaatjes en hierboven ziet u een van de schitterende mozaïeken in het museum. Grappig was hier dat we alles mochten fotograferen, maar niets in de vitrines. Buiten het museum was een soort lapidarium, waar een eindeloze rij grafstenen en votiefsteles was te zien, zoals het mooie reliëfje hieronder.

Lees verder “Het Algerijnse Xanten: Timgad”

Sapfo opnieuw

Sapfo (Capitolijnse Musea, Rome)

Oké, als ik in een hotel in Algerije, waar ik heerlijk aan het rondreizen ben, het ontbijt oversla om een extra stukje te bloggen, dan moet er echt iets aan de hand zijn. En dat is ook zo: er is een nieuwe provenance genoemd voor de Sapfo-papyri.

Korte inhoud van het voorafgaande. Wetenschap kan alleen iets met data die betrouwbaar en controleerbaar zijn. Een classicus neemt geen genoegen met de opmerking dat Plautus ergens een ijsbeer noemt, hij wil weten wáár die ijsbeer staat vermeld. Een archeoloog kan niets met een bewering als zouden in Mainz bronstijdkralen zijn gevonden, hij wil weten in welk depot die kralen liggen. Alles draait om controleerbaarheid en daarom heeft een oudheidkundige alleen iets aan een tekst op een papyrus als die uit een gecontroleerde opgraving komt of uit een heel, heel oude verzameling. Dan is er sprake van een gedocumenteerde provenance, een herkomst die controleerbaar is. Zonder provenance is een papyrus niet per se vals, maar gewoon niks. Wetenschappelijk is ze van nul en generlei waarde.

Lees verder “Sapfo opnieuw”

Lambaesis

De noordelijke poort van Lambaesis

Vanuit Constantine reden we naar Batna, een kapsonesloos provinciestadje dat drie uur verder naar het zuiden ligt. We deden er wat langer over omdat we ook naar het graf van Massinissa – als het van deze Numidische koning is – en het enorme graf bij Madghacen wilden gaan. Dit laatste is een kolossale stenen tumulus. Het mausoleum wordt gedateerd in de vierde eeuw v.Chr.

Even voorbij Batna ligt Tazoult, het antieke Lambaesis, de plek waar het Derde Legioen Augusta was gestationeerd. Ik heb me voorgenomen ooit alle legioenbases te hebben gezien – het zijn de plaatsen waarvandaan het Romeinse gezag werd gevestigd en uitgeoefend – en deze plek stond dus hoog op mijn wensenlijstje. Het is een complexe site, die bestaat uit de eigenlijke legioenbasis met een amfitheater, een klein fort, een heiligdom gewijd aan Aesculapius, burgerlijke bewoningskernen, grafsteden en een Byzantijns fort.

Lees verder “Lambaesis”

Massinissa

Soumaa d’el Khroub

Ik zal niet zeggen dat afgelopen donderdag een dag van teleurstellingen was, want we hebben een prima dag gehad. Maar na een dag in Annaba en een dag in Madauros en Khemissa kon het alleen wat minder zijn. Hierboven het graf dat bekendstaat als Soumaa d’El Khroub. De laatste twee woorden zijn de naam van een stadje ten zuiden van Constantine en het eerste is een woord dat zowel graanspijker als kluizenaarscel kan betekenen. Daar lijkt het gebouw wel een beetje op maar ik wil nog eens uitzoeken of deze woordkeuze niet kan zijn ingegeven doordat zo’n mausoleum heel wel in de Oudheid aangeduid kan zijn geweest als een sema, “graf”. Hoe dat ook zij, dit is een van de koninklijke mausolea in Algerije die op de lijst van Werelderfgoed staan. Het is dus ook uw erfgoed.

Wie ligt er begraven? De Algerijnen weten het zeker: hier ligt Massinissa, de Numidische vorst die een bondgenoot was van Rome en die na de Tweede Punische Oorlog, waarin de Romeinen de Karthagers versloegen, eindeloos doorging met aanvallen op het grondgebied van de verslagen stad. Hij annexeerde zelfs Sabratha, Oea (het huidige Tripoli) en Lepcis Magna. in het huidige Libië. Uiteindelijk sloeg Karthago terug, voerde daarmee oorlog zonder toestemming van de Romeinse Senaat. Dat was de aanleiding van de Derde Punische Oorlog. Massinissa overleed in 148 v.Chr. en Tunesiërs weten zeker dat hij begraven ligt bij hun stad Dougga.

Lees verder “Massinissa”

Beestenboel

Le paon.

En faisant la roue, cet oiseau,
Dont le pennage traîne à terre,
Apparaît encore plus beau,
Mais se découvre le derrière.

De pauw.

Deze vogel, staart pronkend in ronde stand,
Sleept zijn veren doorgaans door het zand
Lijkt nu nog fraaier dan normaal,
Maar onthult zijn kont en die is kaal.

Ibis.

Oui, j’irai dans l’ombre terreuse.
Ô mort certaine, ainsi soit-il!
Latin mortel, parole affreuse,
Ibis, oiseau des bords du Nil.

Ibis.

Ja, ik zal gaan in de schaduw van de aarde.
O zekere dood, zo is zijn stijl!
Afschuwelijk woord, dat het dode Latijn bewaarde,
Ibis, vogel van de oevers van de Nijl.

La puce.

Puces, amis, amantes même,
Qu’ils sont cruels ceux qui nous aiment!
Tout notre sang coule pur eux.
Les bien-aimés sont malheureux.

De vlo.

Vlooien, vrienden, zelfs beminden,
Wreed zijn zij die ons lekker vinden!
Voor hen vloeit al ons bloed.
Geliefden voelen zich niet goed.

Le poulpe.

Jetant son encre vers les clieux,
Suçant le sang de ce qu’il aime
Et le trouvant délicieux,
Ce monstre inhumain, c’est moi-même.

De octopus.

Zijn inkt spuitend naar het hemelgewelf,
Het bloed zuigend van wie hij bemint
En dat vreselijk lekker vindt,
Dat onmenselijk monster, dat ben ik zelf.

[Vandaag even een gastblog van de Franse dichter Guillaume Apollinaire (Le Bestiaire ou Cortège d’Orphée, 1911), graficus Raoul Dufy en vertaler Bert van der Wurff.]

Taaitaai in Madauros

Het Byzantijnse fort van Madauros

Ik vertelde al dat ik woensdag naar Souk Ahras was geweest. We volgden vanuit Annaba een riviertje omhoog, de bergen in (een oostelijke uitloper van de Atlas) en kwamen zo door een prachtig groen gebied met wilgen, sparren en olijfbomen. Een beeld dat me zal bijblijven is dat van de rode tractor die op een helling een veld aan het bewerken was en werd gevolgd door witte vogels. We lunchten langs de weg naar M’daourouch, het antieke Madauros. Eerlijk gezegd vond ik de gekookte pens en maag niet heel erg smakelijk, dus ik heb het laten staan met als excuus dat het petit-déjeuner in Annaba niet zo heel erg petit was geweest.

De hoogvlakte. Nog meer groen, nog meer bomen, nog meer weiden. Runderen, waaronder een enkele roodbonte koe. Dit was heel anders dan bijvoorbeeld Libië, waar al vrij snel achter de kuststrook de halfwoestijn begint. Ik zag nergens paarden, hoewel de hoogvlakte zich leent voor deze dieren en hoewel Numidische ruiterij ooit beroemd was.

Lees verder “Taaitaai in Madauros”