Kort Irakees (6): Koninklijke Weg

Ik schreef al eens eerder over de Koninklijke Weg in het Perzische Rijk. Die kenden we lange tijd vooral van de Griekse onderzoeker Herodotos, die ergens de route beschrijft van Sardes in het westen van het huidige Turkije naar de hoofdsteden van het Perzische Rijk. In Irak volgde deze weg ruwweg de Eufraat, vermoedelijk met een omweg over Babylon.

Kleitabletten uit Persepolis bevestigen Herodotos’ verhaal en voegen daaraan allerlei details toe. We weten nu hoe goed de Koninklijke Weg was georganiseerd. Je kon bijvoorbeeld met vouchers in elke serail eten en drinken te krijgen.

Lees verder “Kort Irakees (6): Koninklijke Weg”

Domitianus en de joden

Domitianus (Kunsthistorisch museum, Boedapest)

Ik had het vorige week over de rol van keizer Domitianus (r.81-96) bij het schisma tussen christendom en rabbijns jodendom. Het beleid, zo wilde ik aannemelijk maken, was gericht op geforceerde integratie van de Joden in het Romeinse Rijk. Doordat de gelden voor de tempel in Jeruzalem voortaan ten goede kwamen aan de Jupitertempel in Rome, moesten joden de Romeinse oppergod gelijkstellen aan de hunne.

De maatregel was grievend en was vermoedelijk ook zo bedoeld. Er is althans een parallel voor die dat suggereert: Domitianus sloeg nog in het jaar 93 munten van het type Judaea Capta, dat de overwinning op de Joden herdacht. Een kleine kwart eeuw na de gebeurtenissen is dat alleen uit te leggen als trap na. Dat joden het ook zo hebben uitgelegd, is gedocumenteerd in de rabbijnse literatuur. De tekst die bekendstaat als Deuteronomium Rabbah schuift Domitianus het voornemen in de schoenen Rome te ontdoen van Joodse bewoners.

Lees verder “Domitianus en de joden”

Kort Irakees (5): Bahlul

Het Abbasidische paleis in Bagdad, dat overigens eeuwen na Haroen ar-Rasjid is gebouwd

Soefi’s zijn islamitische mystici. Ik blogde al eens over ze. Misschien is het grote verschil met de westerse mystiek wel dat deze laatste werkelijk naar binnen is gekeerd, zodat het écht gaat om de relatie tussen de gelovige en God, terwijl de soefi’s vaak de noodzaak voelen hun radicale liefde voor God te tonen, en daarbij dus een publiek nodig hebben. Er is een derde partij bij betrokken, wat in mijn ogen – die van een buitenstaander – de claim alléén van God te houden tegenspreekt.

Dat laat onverlet dat ik plezier beleef aan de verhalen over een Rabia, die door Bagdad rende met een kruik en een fakkel, om de hel te blussen en de hemel in brand te steken, zodat ze Gods wil kon doen zonder aan het hiernamaals te denken. De anekdote bevalt me vooral zo omdat ze illustreert dat er tussen humanisme en religie weinig verschil zit. Een gelovige die iets goeds doet om in de hemel te komen, is een boekhouder.

Lees verder “Kort Irakees (5): Bahlul”

Kalhu ofwel Nimrud

Twee lamassu’s uit het paleis van Aššurnasirpal (Nationaal Museum van Irak, Bagdad)

De afgelopen dagen had ik het over het oude Babylonië. Assyrië, het noorden van het huidige Irak, maakte deel uit van het Oud-Babylonische Rijk. Later herwon Mât Aššur, “het land van de god Aššur”, echter zijn zelfstandigheid en begon het aan een gestage expansie. Die is uitzonderlijk goed gedocumenteerd in vele duizenden kleitabletten. Het koninkrijk breidde zich in alle richtingen uit. Eén koning voor alle volken, was de ideologie, zo mooi beschreven door Daan Nijssen in Het wereldrijk van het Tweestromenland.

Het was daarbij een beetje – al moeten we voorzichtig zijn met vergelijkingen – zoals met de Spaanse conquistadores in Mexico: het succes van de vele veldtochten bewees dat de god Aššur het imperialisme steunde, de veroveraars deden dus godgevallig werk, en het was daarom niet vreemd dat ze veel buit binnenhaalden, want Aššur was een goede god die zijn vrome dienaars beloonde. En dus kwamen het goud, het zilver, het ivoor, de slaven, het koper, het edelsmeedwerk, het textiel, de paarden in grote aantallen en hoeveelheden naar de hoofdstad Aššur.

Lees verder “Kalhu ofwel Nimrud”

Kort Irakees (4): Kapper

Wat ook opvalt: in Irak zijn jonge mannen vaak scheermesscherp geknipt. Oké, helemaal à la Belle Poule is het niet, maar regelmatig is hun gitzwarte haar torenhoog opgeknipt. Piekfijn verzorgde baarden doen je concluderen dat iedereen hier hipster is. Ik heb ook dames gezien met kapsels die bewerkelijker waren dan ik in Europa ooit zag.

Een echte verklaring heb ik niet kunnen verzinnen. Hoewel. Als mijn land net enige tijd bezet was geweest door een zogenaamd Islamitische Staat, en als die wilde dat iedere man een onverzorgde baard droeg, dan zou ik na de bevrijding van de weeromstuit ook een weekabonnement nemen op de kapper.

Hunebed van de dag: D12 (Eexteres)

Hunebed D12 bij Eexteres

Hunebed D12 is nog geen zeven meter lang en nog geen drie meter breed. Het op veertien na noordelijkste hunebed in Nederland is bovendien aan de kleine kant. En het is nog incompleet ook.

De oriëntatie van dit hunebed, dat staat onder een mooie oude boom op de es ten westen van Eext, is echter opvallend. Meestal richtten de hunebedbouwers hun monumenten ruwweg langs een oost-west-as, maar D12 is gericht op het zuidzuidoosten. Waarom? We weten het weer eens niet. Zoals zo vaak.

Lees verder “Hunebed van de dag: D12 (Eexteres)”

Kort Irakees (3): Foto’s en hoeden

Iedereen wil met je op de foto. Dat is niet alleen in Irak zo, het is de hobby van alle mensen in het gehele Midden-Oosten. Libanezen zoeken daarvoor graag gekke momenten en proberen er iets humoristisch van te maken. In het xenofiele Iran zwermen hele schoolklassen op je af en proberen de kinderen meteen hun Engels uit. Ik dacht dat de Perzen het meest cameraverliefd waren, maar de Iraki’s spannen de kroon.

Het blijft hier ook niet bij één foto: de mannen van onze escorte willen bij elke ruïne die we bekijken een nieuwe foto, en daarna nog een keer met ook de bewakers van die ruïne erbij. Die puinhopen zeggen hun verder niets, maar ze vinden het weer wel leuk dat vreemdelingen lopen te stuiteren als ze iets bijzonders zien of ontdekken. (Gisteren fotografeerde ik op een opgraving twee piekfijn bewaard gebleven Akkadische koningsinscripties die nog nooit zijn gepubliceerd. We stuiterden terug naar ons busje.)

Lees verder “Kort Irakees (3): Foto’s en hoeden”

De wetten van Hammurabi

Hammurabi groet de zonnegod Šamaš, herkenbaar aan de gehoornde helm en de zonnestralen uit zijn schouders. Dit is het bovenste deel van de stèle in het Louvre.

De Wetten van Hammurabi zijn wereldberoemd. In de eerste aflevering van Better Call Saul probeert Jimmy McGill een misdadiger ervan te weerhouden twee mannen te vermoorden met het argument dat de aanstaande slachtoffers erop uit waren geweest iemand een been te breken, dat een dubbele moord een excessieve vorm van vergelding zou zijn en dat het volstaat twee keer een been te breken. McGill, nooit verlegen om een mooie formulering, doet dit onder verwijzing naar de Wetten van Hammurabi.

De Wetten van Hammurabi

De Wetten van Hammurabi zijn beroemd genoeg. Maar niet omdat ze de eerste waren. De wetten van koning Ur-Nammu (Derde Dynastie van Ur), van koning Lipit-Ishtar en uit Ešnunna zijn ouder. De twee eerste verzamelingen zijn echter fragmentarisch bekend en ook de derde is niet heel erg lang. De wetten van Hammurabi zijn veel en veel langer. Deze wetgever was een micromanager. Zijn wetten zijn bovendien systematischer en ook compleet overgeleverd. Wat weer niet wil zeggen dat de 282 bepalingen een compleet overzicht bieden. Vaak ontbreekt de algemene regel, bijvoorbeeld dat het verboden is een valse aanklacht in te dienen, en lezen we alleen ophelderingen, zoals de procedures voor valse beschuldigingen van moord, tovenarij of diefstal.

Lees verder “De wetten van Hammurabi”

Kort Irakees (2): IJs

IJsvogel

De beschaving komt uit het oosten en ijssorbets zijn een Arabische uitvinding. “Sorbet” is de Nederlandse versie van een Italiaanse vorm van een Turkse weergave van een woord dat de Perzen hebben ontleend aan het Arabisch. Alle reden om in Bagdad ijs te gaan eten. Ik had nog nooit lichtgevend ijs gezien, maar hier hebben ze het.

Maar het knapste vind ik de appel – zie hierboven – die iemand zó heeft gesneden dat die op een vogel lijkt. Het is echt een appel! De vrucht is zó gesneden dat uit plakjes de kop, de hals en de vleugels zijn ontstaan. Ongetwijfeld zijn er ook in ons land mensen die zoiets moois kunnen maken, maar ik heb staan kijken, vol bewondering en ook verwondering, want hoe houd je een appel zo lang zo mooi? Misschien vermijd je met citroensap dat er bruine plekken ontstaan.

Lees verder “Kort Irakees (2): IJs”

Hunebed van de dag: D15 (Loon)

Hunebed D15 bij Loon

Ik voelde me een beetje een indringer, daar bij hunebed D15, dat even ten noorden van Loon op de es ligt. Op een lentedag was ik aan komen rijden vanuit Groningen en had bij Tynaarlo de smaak van hunebedden te pakken gekregen, dus ik was van de weg af gegaan om ook het op dertien na noordelijkste hunebed van Nederland te bekijken. Ik maakte wat foto’s toen een jongen van een jaar of zestien, zeventien kwam aanlopen. Hij groette me maar leek zich onhandig te voelen met mijn gezelschap. Toen even later een meisje van dezelfde leeftijd aan kwam, begreep ik dat ze een afspraakje hadden. Het was beter verder te fietsen.

Later zou Herman Clerinx, de auteur van Een paleis voor de doden, me een soortgelijke ervaring noemen. Het zijn ook eigenlijk wel romantische plekken, die hunebedden. Zeker omdat er ook hier weer een meertje in de buurt is: een pingoruïne die de mensen in Loon aanduiden als het Taarlose Veentje.

Lees verder “Hunebed van de dag: D15 (Loon)”