Bij ons in het dorp (26)

Daar ging mijn spaargeld (Zeedijk 125, Amsterdam)

Oké, het was natuurlijk mijn eigen stomme fout: een afspraak maken in de binnenstad van Amsterdam. Het zat als volgt. Van vóór het Vlaams Cultureel Centrum erin trok tot een jaar of tien geleden was de Brakke Grond mijn vaste café en in een verstandsverbijsterende aanval van melancholie had ik er afgesproken met iemand die ik al heel lang niet had gezien, en die toevallig daar in de buurt moest wezen. Ik had natuurlijk moeten zeggen “we spreken wel af op het station” of “ik kom naar jouw woonplaats”. Maar dat zei ik niet. Dus was ik in het historische centrum van Amsterdam.

Voor de Vlaamse lezers: dat is zoiets als Florence. Het hart is uit het lichaam weg gesneden en de toeristen toegeworpen. Amsterdammers moeten tegenwoordig, net als Florentijnen, met een boog om het stadshart heen. Eigenlijk zou Amsterdam in Rotterdam het beeld van de Verwoeste Stad kunnen opvragen omdat dat beeld van een man met een gat op de plek waar je zijn hart verwacht, anno 2026 eigenlijk beter past bij Amsterdam. Rotterdam heeft een leuker centrum.

Lees verder “Bij ons in het dorp (26)”

Deel dit:

De laatste jaren van Julius Caesar (1)

Julius Caesar (Altes Museum, Berlijn)

Een paar maanden geleden rondde ik de reeks over Julius Caesar af, en verschillende mensen suggereerden me er een boek van te maken. De substantie van het boek was immers daar. Ik aarzelde. De gimmick van die blogreeks was dat ze “in real time” was en in een boek zou die meerwaarde wegvallen. Desondanks  besloot ik een boek te wijden aan de laatste jaren van Julius Caesar. Zo gaat het ook heten: De laatste jaren van Julius Caesar. Dat is de werktitel althans. De ondertitel is Het ontstaan van een Mediterraan wereldrijk (zie de Lex Roscia voor uitleg).

Maar het heeft even geduurd voor ik wist hoe ik een boek kon schrijven dat niet overbodig zou zijn. Er zijn immers al genoeg boeken over Caesar. Ook over de burgeroorlog die hij ontketende, is meer dan voldoende gepubliceerd. En zeker niet door de geringste auteurs! De grote bouwmeesters waren het wetenschappelijke team van Napoleon III, en verder Theodor Mommsen en Ronald Syme. Waar grote bouwmeesters de hoofdlijnen schetsen, is werk voor metselaars en timmerlieden, die ik hier niet allemaal zal opsommen maar die eigenlijk alles hebben gezegd wat er te zeggen valt.

Lees verder “De laatste jaren van Julius Caesar (1)”

Deel dit:

Faits divers (56)

Dodecaëder (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer: dodecaëders, historische taalkunde en Hannibals Alpentocht, een onderwerp waarbij de grens tussen wetenschap en pseudowetenschap is vervallen. Wat ons automatisch brengt bij Erich von Däniken.

Dodecaëder

Dodecaëders zijn metalen voorwerpen met twaalf dezelfde vijfhoekige vlakken, waarin cirkelvormige openingen zitten. Op de hoeken zijn knopjes aangebracht. Sommige dodecaëders zijn maar vier centimeter in doorsnee, andere wel twaalf; de zwaarste weegt een kilo, de lichtste nog geen veertig gram. Geen mens weet waarvoor ze dienden, al zijn ze vooral in Noordwest-Europa gevonden in uiteenlopende Romeinse contexten. Dat kan een graf zijn, of een legerkamp, een badhuis, een muntschat, een theater of een Friese terp, zoals het exemplaar dat u hierboven ziet, dat is gevonden in Hartwerd.

Lees verder “Faits divers (56)”

Deel dit:

Marcus Antonius en de Mommsenthese

Zegelring met het portret van Marcus Antonius (British Museum, Londen)

Voor zover ik weet – of beter: ik heb geen zin om het na te trekken – is de Nobelprijs voor de Letteren maar tweemaal gegeven aan een geschiedwerk. (Dat zegt veel over de verschraling van de humaniora, maar dat terzijde.) De laatste keer telt bovendien niet mee. Toen werd de onderscheiding verleend aan Winston Churchill en dat was evident politiek. Tot overmaat van ramp bleek een fors deel van zijn oeuvre het werk van ghost writers. Feitelijk is de Nobelprijs voor de Letteren dus slechts één keer uitgereikt voor de geschiedschrijving, en dat was in 1902 aan de Duitse historicus Theodor Mommsen. Hij nam het initiatief tot het Corpus Inscriptionum Latinarum, schreef een Römisches Staatsrecht (nog altijd hét standaardwerk) en voltooide vier delen van een Römische Geschichte. Een samenvatting in één band is antiquarisch volop leverbaar en je hoeft maar een paar bladzijden te lezen om te weten: dit is klasse.

Mommsens centrale gedachte, weleens aangeduid als de Mommsenthese, is dat de Romeinen traditionele vormen gebruikten voor revolutionaire innovaties. Het bekendste voorbeeld is de monarchie van keizer Augustus, die werd uitgedrukt in republikeinse staatsrechtelijke termen, zodat “herstel van de republiek” feitelijk “einde van de republiek” betekende. Andere voorbeelden zijn de Tetrarchie en de kerkelijke innovaties in Nikaia. Ik vond eergisteren nog een mooi voorbeeld.

Lees verder “Marcus Antonius en de Mommsenthese”

Deel dit:

Voor-westerse geschiedenis (13) het ritme

De Romeinse kalender, beginnend op 1 maart (Archeologisch museum, Sousse)

Je hoort natuurlijk te zeggen dat de Griekse poëzie begon met het hoogtepunt, de Ilias, maar om eerlijk te zijn heb ik meer plezier beleefd aan de Werken en Dagen van Hesiodos. In zo’n 800 regels biedt het leerdicht, dat vermoedelijk iets jonger is dan de homerische poëzie, om te beginnen enkele mythen over het moeilijke leven in de voor-westerse wereld. Het idee dat er ooit een gouden eeuw was maar dat we inmiddels leven in een tijd van ijzer, is hier te vinden. Vervolgens legt Hesiodos uit hoe men, ondanks de moeilijkheden die inherent zijn aan het leven in deze wereld, toch succes kan hebben – mits men de eigen boerderij op orde heeft.

Eerste goede raad: zorg dat je een huis, een ploeg en een vrouw hebt – en die vrouw moet een slavin zijn, je echtgenote komt later nog wel. Daarna biedt Werken en Dagen een overzicht van de boerenkalender. Hier is een vrij bewerkt overzicht.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (13) het ritme”

Deel dit:

Telemachos in Leiden?

Penelope en Odysseus (Louvre, Parijs)

Vanaf de zijlijn is het makkelijk kritiek hebben; ik wil, na mijn vorige blogje, ook een manier noemen waarmee het museum én op de Odyssee-film kan inhaken én kan tonen waarom de Oudheid belangrijk is. We hoeven er zelfs niet voor weg van Penelopes Ithaka.

Opgehangen slavinnen

Kijk eens naar het einde van boek 22 van de Odyssee, waar Odysseus’ zoon Telemachos de slavinnen executeert die hebben geslapen met de mannen die dongen naar Penelopes hand (de “vrijers”). Hier is de (iets aangepaste) vertaling van M.A. Schwartz:

Lees verder “Telemachos in Leiden?”

Deel dit:

Penelope in Leiden

Wevende vrouwen (Rijkmuseum van Oudheden, Leiden)

In het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden is momenteel een kleine expositie, eigenlijk een minitentoonstelling, over koningin Penelope: u weet wel, de echtgenote van Odysseus. Ze wachtte twintig jaar op haar man, zonder zelfs maar te weten of die überhaupt nog in leven was. De expositie benadrukt dat ze niet alleen een trouwe echtgenote was, maar even slim als haar echtgenoot. Immers, ze hield de mannen die dongen naar haar hand (en de koningstitel) aan het lijntje door voor te wenden dat ze een nieuwe partner zou kiezen zo gauw ze de lijkwade van haar schoonvader had geweven, maar haalde ’s nachts steeds het weefsel weer uit. Zo verdedigde ze op haar manier het koninkrijk van Odysseus. Je kunt toevoegen dat ze, toen een mysterieuze gast zei Odysseus te zijn, ook nog een slimme manier had om vast te stellen of dit waar was.

Penelopes bedrog, lezen we op het tentoonstellinkje, “wordt tegenwoordig ook herverteld als bredere parallel voor vrouwelijke vormen van verzet in een mannelijke maatschappij”. Twee romans illustreren dit punt en tot slot is er aandacht voor vrouwen die tijdens de Tweede Wereldoorlog “hun oorlog aan het thuisfront in plaats van op het slagveld” streden, bijvoorbeeld door joodse kinderen te redden.

Lees verder “Penelope in Leiden”

Deel dit:

Paleis Het Loo

Een beschilderd bord met Paleis Het Loo

Toen in 1979 het bestaan van een bastaardzoon van prins Hendrik bekend werd, grapten Apeldoorners dat de oud-hovelingen van paleis Het Loo er alleen in Apeldoorn al vier kenden. Apeldoorners herinnerden ook dat koningin Wilhelmina eens een soldaat had beloond voor opvallende plichtsbetrachting. En Apeldoorners wisten dat Wilhelmina, toen onduidelijk was of haar echtgenoot Hendrik was overleden, opperde een krat bier naast het sterfbed te zetten: “Als die er morgen nog staat, is ’ie dood.” Er was, toen ik in Apeldoorn woonde, nogal wat oral history over de bewoners van paleis Het Loo.

Niet alles was waar, maar het Apeldoorn waar ik opgroeide, hield van het paleis. Een speels grapje was altijd mogelijk. Een leuk gebruik was dat mensen die daar in de buurt kwamen wonen, van de buurtvereniging een bos margrieten kregen. Dat die later verpieterden, lag voor de hand.

Lees verder “Paleis Het Loo”

Deel dit:

Een Koptische legende

Koptisch mozaïek van de heilige familie (Hangende Kerk, Cairo)

Ik ben nooit in Matariyya geweest, een oud christelijk heiligdom in de buurt van Cairo. Het heeft echter al zeker een halve eeuw mijn belangstelling, want mijn moeder vertelde me ooit het bijbehorende verhaal, dat zij ongetwijfeld in de jaren veertig van een pater zal hebben gehoord.

Het komt erop neer dat Maria en Jozef, samen met de pas geboren baby Jezus, na de kindermoord van Betlehem op de vlucht waren voor de soldaten van koning Herodes de Grote. (Met de kennis van nu weten we: die soldaten kunnen best weleens Bataven zijn geweest.) Ze waren, zoals ook de evangelist Matteüs vertelt, op weg naar Egypte. Volgens de legende kwamen de soldaten steeds dichterbij, zodat de heilsgeschiedenis dreigde een verkeerde afloop te krijgen. Gelukkig was er een grote boom die, toen de heilige familie even wilde uitrusten, de takken over de vluchtelingen uitspreidde, zodat de soldaten hen niet zagen.

Lees verder “Een Koptische legende”

Deel dit:

De weerwolf in de Middeleeuwen

Een wolf (Musée de Bavay)

[Laatste van drie blogjes door Bas Jongenelen over antieke en middeleeuwse weerwolven. Het eerste deel was hier.]

Er is een fabel over een weerwolf die sinds de Middeleeuwen toegeschreven wordt aan Aesopus, maar die met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet door hem geschreven is. Het is een Middeleeuws verhaal:

Lees verder “De weerwolf in de Middeleeuwen”

Deel dit: