De islam in Europa (4)

Kleio, de muze van de geschiedwetenschap (Prado, Madrid)

[Laatste van vier blogjes over Crucible of Light van Elizabeth Drayson. Het eerste blogje was hier.]

Collegiale controle

Niemand weet alles en dat is ook helemaal niet erg. En juist omdat fouten maken zo menselijk is, bestaat er collegiale controle. Crucible of Light eindigt met een bedankje aan dertien mensen, maar geen daarvan heeft het manuscript gelezen voordat het naar de uitgever ging. Als Cambridge-geleerde beschikt Drayson over ’s werelds slimste collega’s maar ze heeft er geen gebruik van gemaakt. Ik zal niet speculeren over een verklaring.

Wat ik wel doe: concluderen dat Drayson een onderwerp aansnijdt waarvoor ze niet is toegerust. Om te beginnen denkt ze dat het verre verleden bruikbaar is om advies te geven aan onze tijd. Dat is kentheoretisch onverstandig: je kunt conclusies, gebaseerd op niet-robuuste data, niet gebruiken als richtlijn voor een tijdperk waarover je wel robuuste data hebt. Drayson had een beter boek geschreven als ze zich had beperkt tot de negentiende en twintigste eeuw. Haar bezorgdheid is terecht.

Lees verder “De islam in Europa (4)”

Deel dit:

De islam in Europa (3)

Latijnse vertaling van Ibn Sina’s “Canon der Medicijnen” (Institut du monde arabe, Parijs)

[Derde van vier blogjes over Crucible of Light van Elizabeth Drayson. Het eerste blogje was hier.]

Vertalingen

Drayson beschrijft de Latijnse vertalingen die in Spanje werden gemaakt van Arabische weergaven van teksten die oorspronkelijk in het Grieks waren geschreven. Door de eeuwen heen varieerde de taal van de wetenschap nu eenmaal: eerst het Akkadisch (de schrijftaal van Mesopotamië), dan Grieks, toen Arabisch, daarna Latijn en vervolgens via Frans en Duits naar het Engels. Het is terecht dat Drayson deze Grieks-Arabisch-Latijnse traditie noemt, maar ze negeert nogal wat.

Om te beginnen: opnieuw schrijft ze iets toe aan de islam dat daar weinig mee van doen heeft. Die vertalingen hebben meer van doen met de eigen, autonome ontwikkeling van de wetenschap. Verder verzwijgt ze dat de geleerden van de scholastiek aanvankelijk niet zo heel veel deden met die vertalingen. De West-Europese geleerden begonnen Aristoteles pas echt te bestuderen toen zijn teksten in de dertiende eeuw bekend waren geworden in de vertalingen van Willem van Moerbeke. Die waren rechtstreeks uit het Grieks gemaakt, dus zonder Arabische tussenstap.

Lees verder “De islam in Europa (3)”

Deel dit:

De islam in Europa (2)

Troonzaal in het Zisa-paleis, Palermo

[Tweede van vier blogjes over Crucible of Light van Elizabeth Drayson. Het eerste blogje was hier.]

Onvolledige bewijsvoering

De factchecker die ik in het vorige blogje opperde, zou Crucible of Light overigens niet hebben gered, want het probleem met dit boek zit dieper dan de vele onjuistheden. Drayson wil tonen dat de islam een rol speelde bij de vorming van de Europese cultuur, maar is onduidelijk over wat Europa is, over wat de islam is en over wat vorming is.

Eerst haar Europa. Op het eerste gezicht ligt het voor de hand dat ze zich beperkt tot landen waar de islam op zeker moment voetafdruk heeft gekregen, maar zo logisch is dat niet. Wat Europa ook moge zijn, Scandinavië hoort erbij. Je zult, als je een uitspraak wil doen over islamitische invloed op de Europese cultuur, ook moeten vertellen hoe Noorwegen, Zweden en Finland die invloed ondergingen. We lezen echter vrijwel niets over die landen. Drayson beperkt zich tot gebieden waar ze haar stelling kan onderbouwen, negeert de gebieden waar dat niet kan (de confirmation bias) en doet desondanks een algemene uitspraak over de Europese cultuur. Anders gezegd: een te snelle generalisering.

Lees verder “De islam in Europa (2)”

Deel dit:

De islam in Europa (1)

Het is ramadan en het leek me een aardig idee eens te schrijven over de islamitische aanwezigheid in West-Europa, want die is er al eeuwen maar wordt desondanks, zeker aan de rechterzijde van het politieke spectrum, behandeld als Fremdkörper. Een mooi journalistiek portret van een jonge moslima in De Volkskrant bevatte de opmerking dat het was alsof ze steeds haar paspoort moest laten zien om te bewijzen dat ook zij in Nederland hoorde. Dat maakte indruk op me.

Crucible of Light

Dus wilde ik schrijven over Crucible of Light. Islam and the Forging of Europe from the 8th to the 21st Century van Elizabeth Drayson. Veel hoger dan zij kun je als geesteswetenschapper in de wetenschappelijke boom niet zitten: ze is werkzaam geweest aan de universiteit van Cambridge, met haar prachtige bibliotheken en digitale databanken, met ’s werelds slimste collega’s en in een atmosfeer die kritisch denken stimuleert. Een auteur met zo’n achtergrond kan iets moois maken. Crucible of Light had dus een belangrijk boek kunnen zijn. Dat is het niet.

Lees verder “De islam in Europa (1)”

Deel dit:

De Thraciërs (4)

Seuthes III (Archeologisch museum, Sofia)

[Dit is het vierde van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Lysimachos

Zoals ik in het vorige blogje al aangaf, slaagde de Macedonische officier Lysimachos er in de jaren na de dood van Alexander de Grote (323 v.Chr.) niet in om de Odrysische leider Seuthes III te onderwerpen. De Macedoniërs imiterend stichtte ook Seuthes een stad die hij naar zichzelf noemde, Seuthopolis. (De resten ervan bevinden zich op de bodem van een stuwmeer in de Vallei van de Thracische Koningen.) De Panagyurishte-schat, die in Macedonië niet zou hebben misstaan, dateert uit deze jaren en bewijst dat de Thracische elite culturele aansluiting zocht bij de Grieks-Macedonische wereld.

Pas na een decennium lijkt Lysimachos de situatie meester te zijn geweest; Seuthes erkende hem als heerser, maar bleef zelf aan en lijkt nog rond 295 in leven te zijn geweest. Seuthes’ graf is teruggevonden in de Vallei van de Thracische Koningen en is interessant omdat het bronzen hoofd van Seuthes III ritueel is begraven in de toegang. Het lichaamloze hoofd doet denken aan de mythe dat het lichaamloze hoofd van Orfeus bleef zingen: een soort minachting voor de dood.

Lees verder “De Thraciërs (4)”

Deel dit:

De Thraciërs (3)

Thracische Pegasos (Archeologisch museum, Razgrad)

[Dit is het derde van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

De Perzische tijd

In mijn vorige blogje noemde ik de Perzische aanwezigheid in Thracië. Die begon toen koning Darius I de Grote de Bosporus overstak, een gebeurtenis die meestal wordt gedateerd rond 516 v.Chr. Zijn leger rukte op naar de Donau, waar de Geten weerstand boden maar werden onderworpen.noot Herodotos, Historiën 4.93. Daarna staken de Perzen de rivier over voor een campagne tegen de Skythen, waar we helaas weinig van begrijpen. Wat we wel begrijpen is dat een deel van de Thraciërs vanaf nu deel uitmaakte van het Perzische Rijk. Ze staan afgebeeld op de Apadana-reliëfs uit Persepolis en worden genoemd in diverse teksten.

De heuvel van Eïon, bij een riviermonding aan de Egeïsche noordkust, was de residentie van de bestuurder van de Perzische bezittingen in Europa. Deze versterking is in gebruik gebleven tot 476/475, toen de Atheners haar innamen. De Perzische aanwezigheid in Thracië duurde dus ongeveer veertig jaar, maar er is weinig over bekend, althans aan mij. Ik lees dat lokale vorsten daarna de macht overnamen, wat vooral blijkt uit de munten waarmee ze hun autonomie onderstreepten. Zoals ik al opmerkte, was het Odrysische koninkrijk, gelegen in het zuidoosten, in de vijfde eeuw het meest opvallend. Onze voornaamste bron, Herodotos, lijkt vooral dit gebied te beschrijven,noot Herodotos, Historiën 5.3-8.  al wekt hij de indruk ook de Geten te hebben bezocht. De Odrysen hadden goede relaties met de Atheners en de Krim.

Lees verder “De Thraciërs (3)”

Deel dit:

De Thraciërs (2)

De godin Bendis op een panter (Rogozen-schat, Archeologisch museum, Vratsa)

[Dit is het tweede van zeven blogjes over de Thraciërs. Het eerste was hier.]

Sociale stratificatie

De in het vorige blogje genoemde handel en de exploitatie van goudmijnen zorgden voor rijkdom. En rijkdom schiep sociale stratificatie: koning, adel, krijgers, boeren. Het is geen toeval dat de Odrysen, die het dichtst bij het Perzische Rijk en de Griekse stadstaten woonden, in de vijfde eeuw v.Chr. als eersten een eigen koninkrijk bouwden. Zij hadden de beste mogelijkheden om handel te drijven. Later volgden ook de andere gebieden.

Maar de maatschappelijke verschillen zijn al eerder gedocumenteerd. Toen de Perzen tegen het einde van de zesde eeuw de regio onderwierpen, was er al een archeologisch herkenbare elite die pronkte met Griekse en Perzische voorwerpen. (Ik blogde al eens over de Rogozen-schat, gevonden bij de Triballiërs in het noordwesten, waar een kruikje bij zit waarvan de decoratie lijkt te zijn geïnspireerd door de Perzische leeuw-stier-reliëfs.) Niet dat de Thraciërs zelf geen kunst maakten. In de vorstelijke residenties was emplooi voor edelsmeden. Hun producten zijn aangetroffen in tal van graftombes (tumuli in jargon) en zijn beeldschoon.

Lees verder “De Thraciërs (2)”

Deel dit:

De Thraciërs (1)

Thracisch alssnoer uit de IJzertijd (Historisch Museum, Sofia)

De Thraciërs wisten zelf niet dat ze bestonden. “Thraciërs” was oorspronkelijk de naam die de Grieken gaven aan de bewoners van het gebied ten noorden van de Egeïsche Zee. Toen er later Griekse steden ontstonden aan de westkust van de Zwarte Zee, duidden de bewoners hun buren in het achterland eveneens aan als Thraciërs. Uiteindelijk ging het om een regio die iets groter was dan het huidige Bulgarije. Zelf hebben de mensen die daar woonden, zich nauwelijks herkend als één volk. De Griekse onderzoeker Herodotos kent de namen van een stuk of tien groepen die hij beschouwt als Thracisch, latere auteurs kennen nog meer namen.

Of die werkelijk corresponderen met de zelfaanduidingen, is maar de vraag. Het is niet plausibel dat er in historische tijden een groep bestond met de legendarische, aan Homeros ontleende naam Kikonen, terwijl ook Melinofagoi, “giersteters”, niet klinkt als een authentieke Thracische naam. Sinds de thracologie een echte wetenschap is – laten we zeggen sinds de jaren zeventig – worden meestal vier groepen aangewezen: twee ten noorden van het Balkangebergte, dat als een horizontale lijn van oost naar west door Bulgarije loopt, en twee in het zuiden. Het zijn:

Lees verder “De Thraciërs (1)”

Deel dit:

De hoofddoek (4) de interpretatierichting

Kroonloos Arabisch vrouwenportret uit Tamna (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Ik rondde mijn vorige blogje af met de constatering dat uit de Koran niet zonder meer valt af te leiden dat een moslima een hoofddoek behoort te dragen. Het kan bedoeld zijn geweest, het kan niet bedoeld zijn geweest. We hebben in de voorafgaande blogjes gekeken naar oud-oosterse en Mediterrane teksten en afbeeldingen. De eigenlijke vraag is volgens mij waarom latere islamitische geleerden hebben geconcludeerd dat een moslima een hoofddoek moest dragen.

Hadith

Eén ding staat vast: de eerste gelovigen hadden uiteenlopende meningen. Vroege anekdotes (hadith) vormen daarvoor het bewijs, want ook als die niet authentiek zijn, bieden ze een beeld van de toenmalige samenleving. Eén zo’n anekdote behandelt de vraag of een vrouw met een hoofddoek die het gehele gezicht bedekte, wel in de rechtbank mocht getuigen. Dat duidt op zeer kuise lichaamsbedekking. Een andere anekdote verhaalt dat kalief Omar (r.634-644) een slavin verbood een hoofddoek te dragen omdat dit het voorrecht zou zijn van een getrouwde vrouw. Hij deelde dus de aloude oosterse opvatting. Een afbeelding in Qusair ‘Amra (rond 690 aangelegd door de latere kalief Walid I) toont daarentegen een voorname vrouw zonder hoofddoek, zoals in het Romeinse Rijk voorkwam. In het Kalifaat waren dus diverse meningen.

Lees verder “De hoofddoek (4) de interpretatierichting”

Deel dit:

De hoofddoek (3) de islam

Mannen blootshoofds, vrouwen met een hoofddoek (Archeologisch museum, Palmyra)

Ik kom in mijn reeks over de hoofddoek bij de laatantieke wereld. Normaal gesproken bekreunt niemand zich om die periode, zoals we duidelijk zien als het achterhaalde idee van een “val” van het Romeinse Rijk door “volksverhuizingen” weer eens van zolder wordt herhaald. De laatantieke waarheid kan niemand dus wat schelen, tenzij het gaat om de uitleg van een koranisch voorschrift. Dan lopen de gemoederen hoog op en weet iedereen ineens dit: namelijk dat datgene wat ’ie er in het heden van vindt, ook in het verleden van toepassing is geweest.

Maar moderne opvattingen doen voor de historicus niet ter zake. De historicus wil alleen maar weten wat vroeger is gebeurd en gedacht. Hij doet geen uitspraken over het heden. Dat heeft genoeg aan zichzelf; discussies over de actualiteit worden niet beter door ze te besmetten met de Oudheid.

Lees verder “De hoofddoek (3) de islam”

Deel dit: