Darius III Codomannus

Darius III Codomannus op het Alexandermozaïek (Pompeii, nu in het Archeologisch Museum van Napels)

De dood van de Perzische koning Artaxerxes III, waarmee ik het stukje van gisteren beëindigde, bood Filippos van Macedonië een uitgelezen kans op wraak voor de vernedering die hij bij Perinthos had ondergaan. Zoals gezegd hadden de Perzen niet alleen verhinderd dat Filippos de havenstad innam maar zelfs drie legers naar Europa overgezet. De Macedonische koning had vervolgens een oorlog met de Griekse stadsstaten nodig gehad. Die diende enerzijds om zijn prestige te herstellen en anderzijds om zijn rug te verzekeren voordat hij Perzië kon aanvallen. En nu was de gelegenheid gunstig.

Immers, in het oosterse wereldrijk verliep de successie vanouds problematisch. Het was het moment waarop de rijksgroten hun macht trachtten te vergroten ten koste van het centrale gezag. Dat daarbij in de regel burgeroorlog uitbrak, had Filippos kunnen lezen in HerodotosHistoriën, in KtesiasGeschiedenis van de Perzen en in Xenofons Anabasis. De Macedonische koning wist wat hem te doen stond en dwong in de winter van 338/337 de Griekse stadstaten een verdrag te tekenen waarin ze hun onderlinge conflicten beëindigden en hem erkenden als leider van een gemeenschappelijk leger dat tegen Perzië ten strijde zou trekken. De Griekse soldaten waren tegelijk gijzelaars die instonden voor het beleid van hun moedersteden.

Lees verder “Darius III Codomannus”

Het Perinthos-incident

Filippos II (Rheinisches Landesmuseum, Trier)

Het Perinthos-incident is niet heel bekend, maar het is een van de belangrijkste gebeurtenissen uit de oude geschiedenis. In de vierde eeuw v.Chr. beheersten Sparta, Athene en Thebe het Griekse politieke leven, maar Sparta was in 371 door Thebe kreupel gebeukt, Athene was na een dreigende Perzische interventie in 355 zijn imperium kwijtgeraakt en Thebe bloedde dood in de Derde Heilige Oorlog (356-346). De Perzische koning Artaxerxes III Ochos zag het gedonder in het noordwesten met genoegen aan. Het bood hem de gelegenheid zich te richten op het zuidwesten, waar hij in 343 een einde maakte aan de onafhankelijkheid van Egypte, dat zich rond 404 aan de Perzische macht had onttrokken.

Filippos

Een ander profiteur was koning Filippos, die in 360 aan de macht was gekomen in Macedonië, het koninkrijk dat voordien een van de tonelen was geweest waar Sparta, Athene en Thebe hun conflicten uitvochten. De nieuwe koning trok het initiatief al snel naar zich toe, breidde zijn koninkrijk uit met enkele goudmijnen en bouwde een op Perzische en Griekse leest geschoeid staatsapparaat.

Lees verder “Het Perinthos-incident”

De tweede lijn, en waarom die belangrijk is

Niet per se een christen

Stel u het volgende voor. Een kosmoloog stelt de waarde van de kosmologische constante vast. Groot nieuws! De journalist die erover schrijft, begint dan vermoedelijk te vertellen waarom dit wetenschappelijk een probleem is en dat er diverse benaderingen zijn. Vervolgens legt hij uit wat de ontdekking is en wellicht geeft hij aan welke ideeën andere onderzoekers hebben. Misschien dat de journalist de volgorde van deze delen – probleem, benaderingen, oplossing, verdere gedachten – aanpast, maar dit is het ongeveer.

Wat de journalist niet doet is schrijven dat het Scheppingsverhaal, dat tot in de negentiende eeuw voor veel mensen het antwoord vormde op alle kosmologische vragen, achterhaald is en vervolgens niet vertellen wat nu feitelijk is ontdekt. Religieuze beeldvorming speelt in de wetenschap geen rol. Dat is echter wel waartoe Bart Funnekotter is gedwongen als hij (in dit artikel in het Handelsblad) schrijft over het proefschrift van de Leidse classica Renske Janssen. Wat we uit Funnekotters stuk vernemen is dat de christenen in de eerste drie eeuwen van onze jaartelling niet zijn vervolgd op de wijze zoals we zouden opmaken uit christelijke teksten. Eerst worden we dus aangesproken via verouderde religieuze beeldvorming, daarna vernemen we dat die niet klopt, maar wat Janssen nu feitelijk toevoegt aan wat al bekend was, blijft enigszins onduidelijk.

Lees verder “De tweede lijn, en waarom die belangrijk is”

MoM | De vier families van de Koran

Ik heb al vaker geblogd over de Lachmannmethode: de methode waarmee de vervaardigers van een tekstuitgave door middel van schrijffouten of afwijkende spellingen een stamboom (“stemma”) opstellen om een tekst te reconstrueren die zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke tekst komt. Die gereconstrueerde tekst heet het archetype. Daarnaast heb ik al geblogd over de bestudering van heel oude Korans, waarvan sommige onwaarschijnlijk vroeg zijn gedateerd. Twee onderwerpen die me boeien dus. Daarom was ik blij afgelopen zondag in Leiden een lezing te kunnen bijwonen van taalkundige Marijn van Putten, die allebei de onderwerpen behandelde. Dat ik aanwezig kon zijn, stemt tot dankbaarheid, want door de corona-maatregelen konden er maar veertien toehoorders zijn.

Vier oer-Korans?

Van Putten legde het traditionele verhaal uit. In 632 overleed Mohammed, waarna kalief Abu Bakr de openbaringen liet opschrijven. Zestien jaar later, rond 650, liet kalief Othman een standaard-Koran maken: vier exemplaren voor de vroeg-islamitische steden Medina, Basra, Koefa en Damascus. Alle Korans gaan, volgens de traditie, terug op dit viertal.

Lees verder “MoM | De vier families van de Koran”

Kegeltjes en staafjes

Ik was koffie aan het maken en keek hoe de donkerrode vloeistof uit het filter in de mok viel. “Rood?” dacht ik, “dat moet bruin zijn” en inderdaad: de koffie was bruin. Ik drink mijn mok nu leeg en het smaakt niet anders dan anders. Ik zit echter toch met de vraag waarom ik eventjes iets donkerroods zag.

Het kan ermee samenhangen dat ik kort daarvoor een schaal met bramen en frambozen had gezien. Dat, om zo te zeggen, mijn waarneming dat iets een bepaalde donkerheid had, meteen werd geassocieerd met het vorige dat die donkerheid had, zodat mijn hersenen de waarneming verkeerd interpreteerden. Ik zou me kunnen voorstellen dat de staafjes (waarmee je grijstinten ziet) een signaal afgeven dat eerder bij de hersenen aankomt dan het signaal van de kegeltjes (waarmee je kleuren ziet).

Lees verder “Kegeltjes en staafjes”

Barmhartige en andere samaritanen (2)

Het Wekenfeest op de berg Gerizim (© Wikimedia Commons | gebruiker Fade to Black)

Ik schreef gisteren over de oorsprong van de samaritanen en vatte samen dat de cultus van JHWH altijd wijdverbreid is geweest en diverse cultusplaatsen heeft gehad. In de zevende eeuw v.Chr. begon Jeruzalem echter te claimen de enige échte tempel te hebben van de enige werkelijk vererenswaardige godheid. Dit werd gecodificeerd in de Wet van Mozes en dan met name het Bijbelboek Deuteronomium, dat samen met het Deuteronomistisch Geschiedwerk het begin vormt van wat we het jodendom kunnen noemen. Niet iedereen, zo schreef ik, ging mee met deze vernieuwing. Ik bracht Elefantine in herinnering en vertelde dat ook elders oude tradities bleven bestaan, die ertoe leidden dat, toen de noordelijke JHWH-vereerders de Wet aanvaardden, ze daarin enkele wijzigingen aanbrachten.

Tempelbouw

Als jaartal noemde ik “na 500 v.Chr.”. Dat was omdat ik even geen zin had in een discussie over het ontstaan van de Wet van Mozes,. Dat is een mijnenveld. Toch kunnen we iets preciezer zijn. Vlak voor 330 v.Chr. was er verdeeldheid onder de priesters van Jeruzalem en verschillende families verlieten de stad. Volgens Flavius Josephus vestigden zich in Samaria, een belangrijk bestuurscentrum in het toenmalige Perzische Rijk. Daar kregen ze in 332 v.Chr. van de Macedonische veroveraar Alexander de Grote toestemming om een ​​eigen tempel te bouwen op de berg Gerizim, vlakbij Sichem, een paar kilometer ten oosten van Samaria. Archeologisch is de vastgesteld dat Sichem rond dit moment werd herbouwd.

Lees verder “Barmhartige en andere samaritanen (2)”

Bij ons in het dorp (13)

Dit is de zuidelijke toegang van station Amsterdam-Zuid.  Boven de twee ingangen staat “verboden te fietsen”, geflankeerd door twee verkeersborden die hetzelfde zeggen. Die borden worden links en rechts van de rechtertunnel nog eens herhaald, geplakt op het lichtgroene glas. In de tunnels staan twee blauwe borden met hetzelfde verkeersbord. Moeilijk zichtbaar is dat achter de twee blauwe borden op de muur ook nog eens de mededeling hangt dat het verboden is hier te fietsen.

Dat zijn dus twaalf verbodsborden op – wat zal het zijn? – twaalf meter breedte. Uniek is dat in Amsterdam niet, maar waarom, Station Zuid, waarom?

Barmhartige en andere samaritanen (1)

Altaar uit Sichem (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

U kent de samaritanen – met een kleine letter graag – van de gelijkenis over de barmhartige samaritaan. U weet wel: de evangelist Lukas vertelt over een reiziger die op weg van Jericho naar Jeruzalem in de handen van rovers valt. Uitgeschud ligt hij langs de weg. Een leviet en een priester laten hem voor dood liggen maar een passerende samaritaan neemt zijn verantwoordelijkheid wel. Het is een wondermooi verhaal over beschaving: dat je iemand die niet tot je eigen groep behoort, erkent als medemens. Misschien komt het door deze elegantie dat je niet herkent hoe absurd het eigenlijk is. Geen rover kan de weg van Jericho naar Jeruzalem onveilig hebben gemaakt. Het was een van de drukste en best bewaakte straten in Judea.

Joden en samaritanen

Maar daarover wilde ik het niet hebben. Het gaat om de vraag wat de samaritaanse geloofsgemeenschap nu eigenlijk is. Samaritanen lijken op joden, maar er zijn enkele verschillen, waarvan sommige heel oud.

  • Eén: samaritanen denken dat de tempel niet in Jeruzalem zou moeten staan, maar op de berg Gerizim nabij Sichem (het huidig Nablus);
  • Twee: samaritanen geloven dat hun lijn van priesters de legitieme is, in tegenstelling tot de lijn van priesters in Jeruzalem;
  • Drie: samaritanen aanvaarden alleen de wet van Mozes (Genesis, Exodus, Leviticus, Numeri, Deuteronomium) als gezaghebbend. Van deze boeken hebben ze ook een iets andere tekst.
  • Vier: samaritanen erkennen dus de profeten en de geschriften niet als gezaghebbend.

Lees verder “Barmhartige en andere samaritanen (1)”

Een beschadigde Sumerische harp

De “grote harp” van Ur (Museum van Bagdad)

Deze Sumerische harp is te zien in het museum in Bagdad. Het snaarinstrument komt uit de koninklijke tombes van Ur, een stad in het zuiden van Irak. Hij dateert uit de derde fase van de vroegdynastieke periode, wat een voorzichtige manier is om te zeggen dat het voorwerp stamt uit de tijd tussen pakweg 2600 en 2370 v.Chr.

Lees verder “Een beschadigde Sumerische harp”

Caligula in Katwijk

Caligula (Huis van Hilde, Castricum)

Keizer Caligula had geen al te beste relatie met de Romeins Senaat. Een officier ruimde hem in 41 n.Chr. na een regering van nog geen vier jaar uit de weg. Die nacht vergaderden de senatoren over de mogelijkheid de republiek te herstellen maar ze liepen al achter de feiten aan. De lijfwacht had al een nieuwe betaalmeester gevonden in de persoon van Caligula’s oom Claudius. Het lijkt al met al een militaire coup te zijn geweest.

Nu Caligula weg was, kon het grote zwartmaken beginnen. De vermoorde keizer is daarom de geschiedenis in gegaan als monster, krankzinnige en sadist. Of hij dat ook feitelijk was? We kennen alleen de stemmen van zijn lasteraars. Vermoorde heersers hebben meestal het laatste woord niet. We weten niet hoe gek Caligula feitelijk was en een mooi voorbeeld is het incident in Katwijk waarover zijn biograaf Suetonius schrijft.

Lees verder “Caligula in Katwijk”