Dakloos

Het is bijna veertig jaar geleden. Op weg van school naar huis fietste ik weleens langs de velden van de rugbyvereniging. Daar kon je dan worden opgewacht door een dakloze zwerver die regelmatig te diep in het glaasje keek en ook in nuchtere staat niet al te helder dacht. Hij kon dan bijvoorbeeld wijzen naar een omgevallen houten stellage naast het sportveld en aan passerende fietsers vragen of zij wisten wat het van machine was.

Hoewel hij geen vlieg kwaad deed en me zelfs aansprak met “meneer’, vermeed ik hem liever. Ik was de enige niet. Mijn klasgenote M. vond hem ronduit eng en was bang dat hij ooit zijn fles naar haar toe zou gooien. Er zijn bij Apeldoorn twee grote psychiatrische inrichtingen; we hoorden weleens wat verhalen.

Lees verder “Dakloos”

Derde Symposium voor Wetenschapsbloggers

Het eerste symposium

Op 19 februari vindt alweer het Derde Symposium voor Wetenschapsbloggers plaats. Na edities in Amsterdam en in Nijmegen is deze aflevering online. De aflevering van dit jaar heeft, mede vanwege de aanstaande Tweede Kamerverkiezingen en de gebeurtenissen van het afgelopen jaar, als thema:

wetenschap en politiek.

Dat veel wetenschappers maatschappelijk en/of politiek relevant onderzoek uitvoeren, staat vast. Maar hoe deel je je onderzoeksresultaten op een effectieve manier met de politiek? Deze online-middag draait om de manieren waarop je je onderzoek toegankelijk kan maken voor politici en beleidsmakers. Waarom zou je hier zelf tijd aan besteden, en hoe kan je dit effectief doen? In hoeverre zouden wetenschappers politiek betrokken moeten zijn? En kunnen blogs hierbij een rol spelen?

Lees verder “Derde Symposium voor Wetenschapsbloggers”

Lahore, Food Street

Lahore (rechtsonder de luchthaven; de rivier die van rechtsboven naar linksonder stroomt is de Ravi, de antieke Hydraotes)

Huub Eggen postte een mooie satellietfoto van Lahore – zie hierboven; hier is het origineel – en ineens moest ik denken aan een gebeurtenis, jaren geleden, in die stad. Mijn zakenpartner en ik reisden “in de voetstappen van Alexander” door Pakistan en hadden onze ogen al de kost gegeven Taxila en het slagveld aan de Hydaspes. Het was allemaal adembenemend maar een nachtvlucht, een bombardement aan indrukken en een drukkende hitte trokken wel een wissel.

We waren doodmoe aangekomen in Lahore. Dat was de oude hoofdstad van Alexanders tegenstander, een radja genaamd Poros. De volgende dag wilden we het beroemde museum bekijken (zie Rudyard Kiplings Kim, openingszin), waar we de mooiste voorbeelden zouden zien van geschiedvervalsing en van Gandara-kunst, ofwel de kunst van de Grieks-boeddhistische samenleving die hier heeft bestaan. Denk aan prachtige munten van Zeus die zijn donder laat rollen.

Lees verder “Lahore, Food Street”

Geliefde boeken: Herinneringen van een engelbewaarder

De meest gewaardeerde romans van W.F. Hermans zijn De donkere kamer van Damokles en Nooit meer Slapen. De eerste maakte hem beroemd in Nederland, de tweede wordt volgens Wikipedia als zijn meesterwerk beschouwd en werd besproken en geprezen op mijn middelbare school tijdens Nederlandse les. Maar ja, ik was toen al een dwarskikkertje; het eerste boek dat ik van hem las was Herinneringen van een engelbewaarder. De twee eerder genoemde vielen me licht tegen, ook vergeleken met het werk dat hij de eerste paar jaar na de Tweede Wereldoorlog schreef.

Dus toen Nooit Meer Slapen op deze blog werd besproken moest ik meteen aan de literaire verkenningen tijdens mijn tienerjaren terugdenken. Of daar een engelbewaarder bij kwam kijken laat ik in het midden. Wel besloot ik mijn favoriete boek van Hermans te herlezen. Dat is uiteraard een riskante onderneming; ik ben niet dezelfde meer als veertig jaar geleden en bijgevolg is mijn smaak dat ook niet meer.

Lees verder “Geliefde boeken: Herinneringen van een engelbewaarder”

Geliefde boeken: De zwarte met het witte hart

De eerste tien jaar van mijn leven was ik niet zwart. Ik was op veel manieren anders dan de mensen om mij heen, maar donkerder was ik niet. Dat weet ik. Er is een dag geweest waarop ik een verkleuring gewaarwerd. Later, toen ik dan eenmaal zwart wás, ben ik weer verschoten.

Zo begint De zwarte met het witte hart, Arthur Japins prachtige vertelling van een wonderlijke geschiedenis. Twee Ashanti-prinsen, Kwasi en Kwame, werden in 1837 cadeau gedaan aan onze koning Willem I. De Trans-Atlantische Slavenhandel was afgeschaft, maar de Nederlanders misten de inkomsten. Generaal-majoor Verveer sloot namens onze regering een deal met de Ashanti: zij zouden jaarlijks duizenden soldaten leveren aan het Nederlands-Indisch leger. De Ashanti-koning leverde slaven en krijgsgevangenen uit de omliggende regio’s die van de Nederlanders een voorschot kregen waarmee ze zichzelf vrij konden kopen. Dit voorschot dienden ze uit hun soldij terug te betalen. Omdat hun soldij hiervoor niet toereikend was, bleven ze vaak tot hun al dan niet voortijdige dood in Nederlandse dienst. Als onderpand voor deze verkapte slavernij werden de beide prinsjes geschonken aan onze koning. In Nederland kregen zij een opleiding.

Lees verder “Geliefde boeken: De zwarte met het witte hart”

GrondslagenNet (2)

In oktober legde ik op deze plaats uit dat ik langzaam – en eerlijk gezegd: te laat – tot het inzicht was gekomen dat ik, door elke maand in een nieuwsbrief het nieuws over de Oudheid samen te vatten, in feite het verkeerde deed. Natuurlijk, ik gaf aan wanneer archeologen weer eens overdreven. (Hier en daar hoort u het ook eens van een ander.) Ook gaf ik aan wat er nu weer verkeerd was met papyri. Maar ook als je slechte informatie identificeert, bied je er een platform aan. Het is beter iets positiefs te doen. Daarom ben ik eind november GrondslagenNet begonnen. Weliswaar wat minder actueel, maar in elk geval zonder malligheid en mét de mogelijkheid tot verdieping.

423 stukjes

En dat was, in deze eerste fase, het moeilijke punt. Een tweedelijnsvoorlichting, waarin je uitlegt wat een wetenschap maakt tot een wetenschap, kan op zichzelf staan. Het trekt weinig publiek, zeker, maar het kan. Een eerstelijnsvoorlichting, waarin je aandacht en dus publiek trekt, kan daarentegen niet op zichzelf bestaan. Mensen die echt belangstelling beginnen te krijgen, blijven dan immers onbevredigd achter, concluderen dat het alleen maar aandacht trekken was, redeneren dat het geen diepgang heeft en keren zich van je af. Dan heb je de mensen die normaalgesproken je signaal versterken, omgezet in mensen die vertellen dat je niets te melden hebt. Om die fout niet te maken, zorgde ik ervoor dat de tweede lijn er vanaf het begin zou zijn.

Lees verder “GrondslagenNet (2)”

Geliefd boek: Zorba de Griek

Het boek (en de film) Zorba de Griek (1946), beter vertaald met Leven en wandel van Zorbás de Griek van schrijver en filosoof Níkos Kazantzákis (1883-1957) is als het ware een deel van mijn leven geworden. Het boek en de film vertellen de lotgevallen van een flegmatieke en filosofisch ingestelde Griek uit Engeland en de puur uit emoties bestaande Zorbas, twee personen waar ik mij beide als Gemini in herken, twee uitersten die altijd om voorrang strijden, al wint meestal gelukkig de rationalist in mij.

Als al het materiële verloren is gegaan komt men eindelijk tot de kern van het zijn, in het boek maar vooral in de rolprent weergegeven in ‘Zorba’s dance’, speciaal voor de film gecomponeerd door Mikis Theodorakis. Een dansende derwisj zou bij wijze van spreken niet dichter bij God kunnen komen. Ik heb het boek meerdere malen en in verschillende uitvoeringen gelezen, voor de eerste keer in 1982 in een Nederlandse vertaling uit het Engels. Vervolgens ruim een decennium later het origineel, wat gezien het Kretenzisch-Griekse taaltje van Kazantzákis niet eenvoudig was. En tenslotte vanaf 2015 in de fraaie (maar wat vrije) vertaling van Hero Hokwerda, die later overigens nog een paar werken van Kazantzákis verdienstelijk in het Nederlands heeft vertaald.

Lees verder “Geliefd boek: Zorba de Griek”

Hoplieten

Hoplietenveldslag op het Nereïdenmonument uit Xanthos (British Museum, Londen)

Misschien moet ik eens een reeksje beginnen over typische antieke begrippen die steeds blijven terugkeren, hoewel er eigenlijk prima Nederlandse woorden voor zijn. Zoals de “hopliet”. In onze eigen taal kun je zo iemand prima aanduiden als een zwaarbewapende. Er zijn weinig situaties waarin het nodig is veel specifieker te zijn.

We hebben het over de Griekse soldaten uit de archaïsche en klassieke tijd, dus laten we zeggen tussen 800 en 300 v.Chr. Ze droegen een groot, zwaar schild (de aspis), een helm, harnas, scheenplaten, een zwaard en een speer. Hun gevechtslinie heet een falanx: lange rijen dicht op elkaar gepakte soldaten, waarbij elke hopliet zijn schild aan zijn linkerkant zó droeg dat hij de rechterkant van de man links van hem dekte.

Lees verder “Hoplieten”

Geliefde boeken: Foreign Devils on the Silk Road

Wanneer ik in Berlijn verbleef, bezocht ik dikwijls het grote Etnografische museum in Dahlem. Daar waren in enkele stille zalen prachtige muurschilderingen van gestileerde Boeddha’s te bewonderen die afkomstig zijn uit steden langs de noordelijke zijderoute. Maar hoe zijn die fresco’s in dat Berlijnse museum terecht gekomen, vroeg ik mij af. Peter Hopkirk schrijft in zijn Foreign Devils on the Silk Road (1984; het is zeker antiquarisch nog te koop) over Duitse ontdekkingsreizigers die aan het begin van de twintigste eeuw op zoek gingen naar schatten en verdwenen steden langs de zijderoute. Het is een boek vol avontuur, ontdekking en roof.

Ooit zag ik een documentaire over archeologische vondsten uit het graf van een rijke Romeinse dame in het Engeland van rond 140 n.Chr. Ze bleek een sjaal van zijde te hebben gedragen toen ze werd begraven. Via de Zijderoute uit China en daarna Rome was die sjaal uiteindelijk in het verre Londinium beland. De naam Zijderoute voor de historische handelsroutes tussen China en het Romeinse rijk is pas in de negentiende eeuw bedacht. De naam is misleidend omdat er in werkelijkheid vele routes bestonden, afhankelijk van al of niet uitgedroogde waterbronnen in oases of het gevaar van lokale roofbendes. Bij die handel in zijde en peper, maar ook goud en ivoor, tussen China en het verre Westen waren de Romeinen en de Chinezen nauwelijks van elkaars bestaan op de hoogte. De zaken verliepen via tussenhandelaren en eindelijk in Rome aangekomen was de zijde peperduur geworden, evenals de peper.

Lees verder “Geliefde boeken: Foreign Devils on the Silk Road”

De Via Appia en wat dies meer zij

De Via Appia

Waar ter wereld je ook gaat, taal is het duurzaamste erfgoed. Wie weleens met de auto naar Rome is gereden, kent de namen van de huidige autostrade, die teruggaan op de Romeinse heerbanen. Je kunt bijvoorbeeld zuidwaarts rijden langs de Tiber over de Via Flaminia, waarvan de bouw vlak in 220 v.Chr. is begonnen. Een andere route is die langs de Tyrreense kust: de Via Aurelia, begonnen in 241 v.Chr. De afslagen van de Grande Raccordo Anulare rond Rome hebben oeroude namen: de Via Salaria naar het noorden, de Via Tiburtina naar het noordoosten, de Via Latina naar het oosten, de Via Appia naar het zuidoosten.

Van die laatste weg, begonnen in 310 v.Chr., is het originele plaveisel bewaard. Hierover reisden kooplieden van Rome naar Capua, hierover marcheerden de legionairs die Macedonië en Griekenland onderwierpen, hier stonden de kruisen van de zesduizend slaven die met Spartacus omkwamen, hierover wandelde Paulus naar Rome, en dan sla ik nog het een en ander over.

Lees verder “De Via Appia en wat dies meer zij”