Faits divers (53) Bananen

Een nieuwe aflevering in de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer – serieus! – een mogelijkheid om uw redacteur in Leiden te zien optreden als banaan 🍌. Maar eerst andere zaken.

Klaas Worp

Papyroloog Klaas Worp is overleden. Hij gold als een van “the big three”, waarmee werd bedoeld dat hij behoorde tot de meest geciteerde en invloedrijkste geleerden in zijn vakgebied. Ik heb hem leren kennen toen ik werkte aan mijn boek Bedrieglijk echt, en ik zou aan de necrologie op de website van de Leidse universiteit twee dingen willen toevoegen. Het eerste is dat zijn onmiskenbare liefde voor zijn vak tegen het einde van zijn leven begon af te nemen. Eén van zijn ergernissen was dat zijn waarschuwingen voor Dirk Obbink in de wind zijn geslagen. Als zoiets ter sprake kwam, kon hij zich weleens een brompot betonen. Het andere dat ik noem is dat ik hem tijdens onze samenwerking altijd heb ervaren als hoffelijk, als oprecht geïnteresseerd en als een uitstekende docent, voor wie werkelijk geen moeite te veel was. Dat klinkt wellicht wat obligaat, maar het komt uit mijn hart.

Lees verder “Faits divers (53) Bananen”

Deel dit:

De Romeinse Provence (1)

Pont du Gard

Ik noem dit blogje “De Romeinse Provence”, opdat u meteen weet dat het gaat over het Mediterrane zuidoosten van Frankrijk. De Romeinen hebben het gebied in de loop der eeuwen aangeduid met verschillende namen, te beginnen met Gallia Transalpina, “het Gallië aan de andere kant van de Alpen”. Het andere Gallië, vanuit Rome bezien aan “deze kant” van de bergketen, was de Povlakte, die vanouds werd bewoond door Kelten.

Gallia Transalpina

In de vroegste tijden hadden de Romeinen hartelijke contacten met de Griekse havenstad Marseille, en toen de Romeinen ontdekten dat de mensen in het achterland van Marseille dezelfde Gallische taal spraken als de bewoners van de Povlakte, was de naam Gallia Transalpina al snel bedacht. De Galliërs woonden in heuvelforten als Ensérune en Le Cailar, waarover ik al eens blogde.

Lees verder “De Romeinse Provence (1)”

Deel dit:

Het Proto-Elamitisch

Een proto-Elamitische tekst (Nationaal Museum, Teheran)

Misschien verwacht u vandaag een methodisch stukje, want het is maandag, maar ik geef u in plaats daarvan een blogje over een onontcijferde taal, het Proto-Elamitisch. Het enige methodische dat daaraan valt te ontdekken, is dat ik drie foefjes toon waarmee onderzoekers dit type probleem aanpakken.

Maar eerst even vier jaar terug. Toen blogde ik over de ontcijfering van een oude schriftsoort, het zogeheten Lineair Elamitisch, dat in het zuidwesten van Iran in gebruik is geweest tussen ongeveer 2300 en 1900 v.Chr. De taal die ermee werd geschreven, een vroeg soort Elamitisch, lijkt op geen enkele andere antieke taal, wat het interessant maakt. Helaas zijn er maar weinig geleerden die het kunnen lezen, en dat is jammer, want zeker de jongere taalfasen zijn rijk gedocumenteerd.
Lees verder “Het Proto-Elamitisch”

Deel dit:

Paulus in Spanje

Vijfde-eeuwse joodse inscriptie (Archeologisch Museum, Mérida)

De apostel Paulus lijkt rond het jaar 56 na Chr., toen hij op reis was door Griekenland, het voornemen gehad te hebben om nog eens verder te gaan naar Rome. Ter voorbereiding van dat bezoek schreef hij aan de plaatselijke christelijke gemeenschap de Brief aan de Romeinen. Aan het einde vertelt hij:

Ik heb mijn taak in deze streken nu beëindigd, en omdat ik er zo naar verlang om na al die jaren naar u toe te komen, hoop ik dat te doen wanneer ik naar Spanje ga.noot Romeinen 15.23-24; NBV21.

Dat hij vanuit Griekenland – mogelijk iets preciezer: Korinthe – door wilde reizen naar Italië en Spanje, paste uitstekend bij Paulus’ ambitie het christendom te verspreiden. Maar je vraagt je af hoe hij dat wilde aanpakken. Je krijgt uit Paulus’ brieven de indruk dat hij een heel netwerk van mensen had, joden en godvrezenden, op wie hij overal kon terugvallen. Maar had hij zulke contacten ook in het verre Spanje? Had hij daar, om zo te zeggen, al wat logeeradressen?

Lees verder “Paulus in Spanje”

Deel dit:

Brugge, Breedbeeld

In de vitrine lag een mooie landkaart waarop een vijftiende-eeuwse Catalaanse cartograaf in de pietepeuterigst denkbare lettertjes uitleg had geschreven. Omdat ik geen loupe bij me had, moest ik zó ver vooroverbuigen dat mijn neus bijna het glas raakte, maar langzaam kon ik het ontcijferen. Ik had contact met een kaartentekenaar uit 1439. Fantastisch. Alleen al deze ervaring rechtvaardigde de reis naar de expositie “Breedbeeld”, waarmee het nieuwe museum Brusk in Brugge toont hoe die stad in de Volle en Late Middeleeuwen deel uitmaakte van wereldwijde netwerken. Mijn semi-mystieke extase werd echter onderbroken door een vriendelijke suppoost die zei mijn enthousiasme te begrijpen, maar dat ik beter niet kon leunen op de vitrine. “Kijk,” zei de suppoost, “om de vitrine loopt een houten lijst die sterker is.”

Ik ben nooit met zoveel empathie gecorrigeerd. Van mij zul je geen klachten horen over Brusks museumpersoneel. Slim ontworpen vitrines ook, die verdienen een compliment. De voorwerpen in de expositie zijn eveneens prima. Behalve landkaarten zijn er boeken en wapens, sculptuur en munten, kazuifels en wandtapijten, schilderijen en documenten; samen tonen ze middeleeuws Brugge en zijn economische, politieke en culturele netwerk. Dat verhaal is interessant; feitelijk blog ik al bijna vijftien jaar dagelijks over verbonden culturen, al schrijf ik dan over de Oudheid en niet over de Middeleeuwen. Kortom, ik bekeek de expositie met plezier en met vrucht.

Lees verder “Brugge, Breedbeeld”

Deel dit:

Keros, een schimmig eiland

Keros

Vanaf mijn balkon op het Cycladen-eilandje Donoussa, tussen Naxos en Amorgos, heb ik niet alleen zicht op die beide eilanden, maar ook op Koufounisi (dat dezelfde kant op dreigt te gaan als het inmiddels ronduit onaangename Mykonos) én het onbewoonde eiland Keros. Op foto hierboven zie je Keros liggen, op zo’n vijftien zeemijlen afstand.

Het ligt niet ver van Koufounisi, maar het geldt als verboden om te betreden. En dat is niet vanwege de natuur (die als bijna overal op deze Cycladen slechts bestaat uit struikgewas en enkele kromgetrokken boompjes), maar vanwege de grote archeologische betekenis van Keros voor onze kennis van de Cycladische prehistorische cultuur.

Lees verder “Keros, een schimmig eiland”

Deel dit:

Het ontstaan van Marseille (2)

Keltische prinses (of prins) uit de zesde eeuw v.Chr. (Musée de la romanité, Nîmes)

Gisteren blogde ik over de door Justinus en Aristoteles overgeleverde sage over het ontstaan van Marseille. Samengevat: rond 575 v.Chr. arriveerde een groep Grieken die in het gebied van de Segobrigiërs een stad wilde stichten. Toevallig stond koning Nannos op het punt zijn dochter, die Gyptis of Petta wordt genoemd, uit te huwelijken. Zij moest uit de aanwezige huwelijkskandidaten haar echtgenoot kiezen door hem een beker met water te overhandigen, en koos toen een van de zojuist aangekomen Grieken, die Protis of Euxenos heette.

Veel van deze namen zijn ronduit verdacht. De mannelijke stadsstichter heette Euxenos, wat zoiets betekent als “gastvrij”. Zijn alternatieve naam, Protis, betekent “eerste”, maar lijkt te zijn afgeleid van de naam van de latere aristocraten van Marseille, de Protiaden.

Lees verder “Het ontstaan van Marseille (2)”

Deel dit:

Het ontstaan van Marseille (1)

Marseille

In de eerste eeuw v.Chr. ontstonden enkele supergrote geschiedwerken. De Romeinse Geschiedenis van Quintus Valerius Antias telde ongeveer 80 boeken; de Wereldgeschiedenis van Nikolaos van Damascus was 144 boeken lang; Titus LiviusGeschiedenis van Rome sinds de stichting van de stad bestond uit 142 boekrollen. Met 44 rollen was Pompeius Trogus’ geschiedwerk aan de korte kant, in tegenstelling tot de nogal opvallende titel: Geschiedenis van Filippos, het ontstaan van de hele wereld en de steden op aarde. Al deze werken zijn grotendeels verloren, maar gelukkig zijn er in de Oudheid al uittreksels gemaakt. Zo beschikken we wel over Justinus’ Epitome, een uittreksel uit de Geschiedenis van Pompeius Trogus.

De Epitome bevat een schat aan informatie, want Trogus had belangstelling voor de hele wereld. We zouden over de vroege geschiedenis van de Parthen een stuk minder hebben geweten als ook Justinus’ uittreksel verloren zou zijn gegaan. En we zouden het volgende pareltje niet hebben bezeten.

Lees verder “Het ontstaan van Marseille (1)”

Deel dit:

Een gesprek over kleuren bij Aulus Gellius

De Romeinse auteur Aulus Gellius (tweede eeuw na Chr.) beschrijft in zijn boek Attische Nachten een interessant gesprek over kleuren tussen twee intellectuelen uit zijn tijd, Favorinus van Arelate en Marcus Cornelius Fronto. Interessant is dat ze werkelijk over de linguïstische betekenissen van bepaalde kleurwoorden spreken en niet over het mengen van pigmenten. Favorinus zegt:

Er is meer verschil in de waarneming van onze ogen dan we in de woorden voor kleuren kunnen uitdrukken. Want om andere tekortkomingen buiten beschouwing te laten: voor de primaire kleuren rood (rufus) en groen (viridis) hebben we weliswaar maar één woord, terwijl er allerlei nuances zijn. Dit gebrek aan woorden zie ik in het Latijn meer dan in het Grieks. Weliswaar is de kleur rufus afgeleid van rubor (roodheid), maar vuur is een ander rood dan bloed, purper, saffraan of goud, en toch benoemt het Latijn deze afzonderlijke tinten rood niet met eigen, aparte woorden, maar vat het ze allemaal samen met die ene uitdrukking rubor – tenzij het een naam ontleent aan de zaak zelf en bijvoorbeeld zegt vurig (igneus), vlammend (flammeus), bloedig (sanguineus), saffraankleurig (croceus), purperen (ostrinus), gouden (aureus). Want de kleuren russus en ruber zijn weliswaar afgeleid van het woord rufus, maar verklaren niet al zijn eigenschappen. Daarentegen lijken ξανθός, ἐρυθρός, πυρρός, κιρρός en φοῖνιξ bepaalde gradaties rood weer te geven, doordat ze het ofwel versterken, verzwakken of door een gemengde nuance afzwakken.noot Aulus Gellius, Attische Nachten 2.26.

Lees verder “Een gesprek over kleuren bij Aulus Gellius”

Deel dit: