Poëzie: Sappho

Sapfo, door de Brygos-schilder (Antikensammlung, Munchen)

Sappho

Zij was al kruik voor ik haar kende fameus
van Dionysische toetjes oermoeder
om wie gelachen werd in Zeeuws klaslokaal
tussen worteltrekken en windrichtingen

gehoond om gekuiste scherven
Sommigen noemen een stoet van ruiters voetvolk of schepen
het mooiste wat bestaat op de donkere aarde

bleef zitten maar bestelde zinnen
die smaakten naar diepte
met slotgracht waar uilen voorleefden
hoe je uit schatlijsten nabij kon komen

ellebogen vouwden uit schachten
floten vertaalde zuchten

flarden van huid die ik herkende
toen zij al boven mijn bed logeerde
in haar klapperende zwart wit-tuniek

tokkelde op een wijnvat in München
dertig jaar tot ik haar opzocht
eveneens moedertaal had gevonden
und noch so einiges mehr

Lees verder “Poëzie: Sappho”

Deel dit:

Archeologie en neoliberalisme

Archeologie als city marketing (©Beleidsnota Archeologie Cuijk, 2019)

De hoge kwaliteit van de Spaanse archeologische musea merk je pas goed in de museumboekhandels. Zo zag ik in januari in Alicante een in 2016 verschenen boek Archaeology and Neoliberalism, onder redactie van Pablo Aparicio Resco. Wie begrip, vertrouwen en steun voor een wetenschap wil bewaren, moet openlijk spreken over sterke én zwakke punten, en blijkbaar is daar in Spanje ruimte voor. Natuurlijk spreken ook Nederlandse archeologen over dingen die beter kunnen, maar dat gebeurt vooral binnenskamers. Zelfs de overzichtstentoonstelling over een kwart eeuw Nederlandse archeologie, onlangs in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, kwam er onvoldoende aan toe. Die benadrukte vooral de mooie kanten.

Het archeologisch bestel

Voor een overzicht van enkele minder mooie kanten kunnen we terecht in het artikel “Caught in a Business Scenario: Implications of Neoliberalism on Archaeological Heritage Management in the Netherlands” van de Leidse archeologe Monique van den Dries, te vinden in het genoemde boek. Ik vond het artikel ietwat somber, maar het zette wel aan tot nadenken.

Lees verder “Archeologie en neoliberalisme”

Deel dit:

Sapfo, de maan en de Plejaden

Sapfo (Archeologisch museum, Sparta)

Ik heb weleens geschreven dat als iemand het woord “Sapfo” in de mond neemt, er onzin zal gaan volgen. Dat was natuurlijk een hyperbool, maar helemaal onzinnig is het niet. We kennen Sapfo’s in de Oudheid veel geprezen poëzie alleen uit een beperkt aantal zeer korte fragmenten. Over de authenticiteit is vaak discussie en toen een paar jaar geleden na een misdrijf enkele langere gedichten bekend werden, leerden we dat classici gedragscodes en strafrecht als onzin beschouwen en bij wijze van retractie ook weer onzin uitsloegen. Ik hoop nu dat dit blogje niet méér onzin bevat dan u verwacht van een blog: een uit de losse pols geschreven observatie.

Het gaat me om een van de allerberoemdste Sapfo-gedichten, fragment 168b, waarvan de authenticiteit overigens omstreden is. Hier is de vertaling van Paul Claes.

Lees verder “Sapfo, de maan en de Plejaden”

Deel dit:

Pontius Pilatus (2) Het begin

Caesarea Maritima

[Dit is het tweede van zes blogjes over Pontius Pilatus. Het eerste was hier.]

Aankomst in Judea

In 26 na Chr. arriveerde Pontius Pilatus, wellicht met zijn echtgenote, in zijn nieuwe residentie in Judea: Caesarea Maritima. Vrijwel onmiddellijk begonnen de problemen: soldaten hadden voorwerpen naar Jeruzalem gebracht die een overtreding vormden van de regels. Over de aard van die voorwerpen lopen de bronnen uiteen, maar het was blijkbaar heel aanstootgevend. Er ging vervolgens van alles mis.

Over deze gebeurtenissen zijn drie bronnen. De oudste auteur is Filon van Alexandrië, die zijn informatie ontleent aan een brief die Herodes Agrippa I zou hebben gestuurd aan keizer Caligula.noot Filon, Gezantschap naar Caligula 299-305. De aanstootgevende objecten zouden schilden zijn geweest waarop de naam van de gouverneur en die van de keizer zouden hebben gestaan – een type inscriptie dat we goed kennen en dat in Caesarea zelfs is gedocumenteerd voor Pilatus. Er is niets onwaarschijnlijks aan Filons mededeling en het is moeilijk voorstelbaar dat een ere-inschrift aanstootgevend was. Ook het door Filon geschetste vervolg, dat prinsen uit de familie van koning Herodes bemiddelden, is volstrekt geloofwaardig.

Lees verder “Pontius Pilatus (2) Het begin”

Deel dit:

Pontius Pilatus (1) Inleiding

Munt van Pontius Pilatus (Bibelhaus, Frankfurt a.M.)

Pontius Pilatus is vermoedelijk een van de allerberoemdste Romeinse bestuurders. Dat is niet onbegrijpelijk. Er is redelijk wat informatie over de man wiens bekendste wapenfeit het doodvonnis voor Jezus is. Er zijn echter twee problemen. Het eerste is dat onze informatie, zoals eigenlijk alle informatie uit antieke teksten, gekleurd is. Dat geldt om te beginnen voor de evangeliën, die zijn geschreven door mensen die wilden tonen dat het christendom geen staatsvijandige religie was, en die Pilatus presenteren als iemand die niet overtuigd was van Jezus’ schuld.

Ook de andere bronnen zijn echter gekleurd. Ze zijn geschreven door auteurs met redenen om Pontius Pilatus zwart te maken. Voor Flavius Josephus is bijvoorbeeld belangrijk dat zijn lezers begrepen dat Romeins wanbestuur had bijgedragen aan de Joodse Opstand van 66-70. De Joden moesten worden bestuurd door een Joodse vorst, zoals Josephus’ tijdgenoot Herodes Agrippa II. Dus kan Josephus’ beschrijving van gouverneur Pilatus niets anders zijn dan karaktermoord.

Lees verder “Pontius Pilatus (1) Inleiding”

Deel dit:

Wie was Julius Caesar? (3)

Julius Caesar (Altes Museum, Berlijn)

[De reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” loopt ten einde. Het eerste deel van de slotevaluatie was hier.]

Individu en proces

Ik heb het verhaal van de Tweede Burgeroorlog verteld aan de hand van enkele individuen. Of beter: één “grote man” en een reeks bijfiguren. Voor deze vorm van grotemannengeschiedenis valt iets te zeggen. Je kunt er in elk geval 176 blogjes over schrijven en ik weet dat veel volgers van deze blog de nu ten einde lopende reeks hebben gewaardeerd.

Historici hebben echter lang gediscussieerd over de vraag of geschiedenis wordt gemaakt door individuen, “grote mannen” dus, of door processen en structuren. Uiteraard valt er voor allebei iets te zeggen en dat is ook nu het geval. De processen waarmee de monarchie zou ontstaan, bestonden al vóór Caesar. Niet dat de monarchie onvermijdelijk was, maar de processen liepen, om zo te zeggen, in een zekere richting.

Lees verder “Wie was Julius Caesar? (3)”

Deel dit:

Wie was Julius Caesar? (2)

Gem met portret van Julius Caesar (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

[Tweede deel van de evaluatie aan het einde van mijn reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Het eerste deel was hier.]

Persoonlijkheidscultus

Ik noemde in het vorige blogje het Forum van Caesar. Dat is te lezen als een monument voor de autocratie, maar dat is niet het hele verhaal. Het was althans niet uniek. Machtige tijdgenoten richtten wel vaker zulke monumenten voor zichzelf op, zoals het theater dat Pompeius bouwde. Dat Julius Caesar de godin Venus adopteerde als stammoeder, was in zijn kringen ook de gewoonste zaak van de wereld. Ruim anderhalve eeuw eerder had Scipio Africanus al beweerd een lijntje te hebben met de goden.

Het is ook opvallend dat het vooral de senatoren zijn geweest die Julius Caesar het ene eerbewijs na het andere toekenden. Ploutarchos constateert dat de eerste daarvan, voorgesteld door Cicero, nog wel een zekere betekenis hadden, maar dat het doorsloeg.noot Ploutarchos, Caesar 57. Vaak denken we dat de Romeinen heel krijgszuchtig waren, zoals de Grieken artistiek zouden zijn geweest, de Perzen wreed, en de Feniciërs eeuwige koopvaarders. Die clichés zijn handig voor een eerste kennismaking, maar als je voor de Romeinen een cliché zoekt dat een karaktertrek benoemt die echt correct is, dan zou ik zeggen dat ze de ergste hielenlikkers uit de wereldgeschiedenis zijn geweest. De dictator heeft een paar eerbewijzen afgeslagen en je bent geneigd te denken dat de stroopsmeerderij zelfs Caesar te gortig werd.

Lees verder “Wie was Julius Caesar? (2)”

Deel dit:

Wie was Julius Caesar? (1)

Wil de echte Julius Caesar opstaan?

Als ik zeg dat het 21 maart 2026 is, en als ik dat schrijf nadat ik de afgelopen dagen een reeks blogjes heb geschreven over Julius Caesar, dan weet u dat er een einde komt aan de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” Het is tijd de balans op te maken.

Wie was Julius Caesar?

Wie was Julius Caesar? Het antwoord is simpel. Hij was een beroemde Romein, een senator, de tegenstander van Farnakes, een tafelgast, de schoonvader van Pompeius, een generaal, een toerist, een popularis, een patiënt, de minnaar van twee koninginnen, een opportunist, de tegenstander van de Senaat, een dictator, het slachtoffer van een moordaanslag, een ruiter, de veroveraar van Gallië, een consul, een kaalkop, een opdrachtgever tot genocide, een verwant van Marius, een bouwheer, een bestuurder, een schrijver, het voorwerp van verering, de vernietiger van de republiek, een oligarch, een sadist, een stadsstichter, een propagandist, een villa-eigenaar, een putschist, de echtgenoot van Calpurnia, de drager van een lauwerkrans, een grootmeester van de Latijnse taal, een hervormer, de veroveraar van Numidië, een hogepriester, een oorlogsmisdadiger, een cynicus, een organisator, een patronus, een vluchteling, een begenadiger van tegenstanders, een alleenheerser, een officier, een ijdeltuit, de vader van Julia en Caesarion, een reiziger, een plunderaar en het onderwerp van velerlei geruchten. Hij was ook de stichter van een autocratie en iemand die, anders dan keizer Augustus, de gelegenheid niet kreeg om de misdaden te laten vergeten waarmee hij zijn regime had gevestigd.

Lees verder “Wie was Julius Caesar? (1)”

Deel dit:

De begrafenis van Julius Caesar (3)

De voorkant van de tempel van Caesar; het afdakje markeert de plek waar het lichaam is verbrand.

[Het laatste van drie blogjes over de begrafenis van Julius Caesar. Het eerste was hier.]

Op de middag na de moord op Julius Caesar was diens stoffelijk overschot in een draagstoel naar zijn huis achter het Forum Romanum gebracht. De menigte had luidruchtig geklaagd en gejammerd. Er waren ook mensen geweest die de daad met instemming hadden begroet, zodat de moordenaars konden denken dat de publieke opinie op hun hand was. Een enkele magistraat sloot zich bij hen aan. Ik vertelde al dat Lucius Cornelius Cinna, zijn ambtskledij had afgelegd omdat hij zijn ambt had gekregen van de dictator.

Wat er was aan sympathie voor de moordenaars, werd deels de kop ingedrukt door de soldaten van Lepidus en door Caesars veteranen. Toen diezelfde Cinna, gehuld in de ambtskledij die hij eerder had afgelegd, naar de Senaatsvergadering in de tempel van Tellus was gekomen, had hij moeten rennen voor zijn leven. De uitvaartplechtigheid op het Forum Romanum maakte dat de stemming in de stad ronduit vijandig was voor de moordenaars.

Lees verder “De begrafenis van Julius Caesar (3)”

Deel dit:

De begrafenis van Julius Caesar (2)

De ambtswoning van de hogepriester met daarvoor de tempel van Caesar; het afdakje markeert de plek waar het lichaam was opgebaard.

[Het tweede van drie blogjes over de begrafenis van Julius Caesar. Het eerste was hier.]

De menigte die vandaag 2069 jaar geleden op het Forum Romanum was al behoorlijk opgewonden toen Marcus Antonius begon te spreken: “als consul over een consul, als vriend over een vriend, als verwant over een verwant”, zoals Appianus het typeert.noot Appianus, Burgeroorlogen 2.143.

De korte toespraak

Onze oudste bron is Ploutarchos, die anderhalve eeuw na de uitvaart in vier verschillende biografieën op die gebeurtenis inging.

Aan het eind van zijn rede zwaaide hij hoog met de bebloede, door zwaarden doorstoken kleren van de dode en noemde degenen die deze daad gepleegd hadden vervloekte moordenaars.noot Ploutarchos, Marcus Antonius 14; vert. Hetty van Rooijen.

Lees verder “De begrafenis van Julius Caesar (2)”

Deel dit: