Het Verre Westen

De wereld voorbij de sterren (volgens Camille Flammarion)

Je moet teksten nooit al te letterlijk nemen, want al snel lijkt het dan alsof er onzin staat. Hier zijn vier regels uit Vergilius’ Aeneis, het gedicht dat, in de vorm van een verhaal over de zwerftocht van de Trojanen naar Italië, de lof zingt van keizer Augustus.

[Augustus] super et Garamantas et Indos
proferet imperium. Iacet extra sidera tellus,
extra anni solisque vias, ubi caelifer Atlas
axem umero torquet stellis ardentibus aptum.noot Vergilius, Aeneis 6.797-797.

Tot voorbij de Garamanten en Indiërs zal Augustus
het imperium uitbreiden. Er ligt land buiten de sterren,
buiten de banen van jaar en zon, waar hemeldrager Atlas
op zijn schouder de as draait waaraan de fonkelsterren zijn bevestigd.

De eerste volzin is duidelijk: keizer Augustus zal de invloedssfeer (imperium) van de Romeinen uitbreiden tot voorbij de Garamanten in de Sahara en Indië. Van “voorbij de Garamanten” valt met enige goede wil nog wel chocola te maken: de Romeinen hadden namelijk contact met de Nok- en Sao-culturen van Subsaharaal Afrika, en dat Augustus die aan zijn gezag onderwierp, was geen ondenkbare gedachte. Uiteraard was het praktisch moeilijk uitvoerbaar. “Voorbij Indië” was echter noch uitvoerbaar, noch denkbaar: daar strekte zich, althans op Vergilius’ landkaart, eigenlijk alleen maar Oceaan uit. De bedoeling van deze passage, vreemd als ze is, is echter duidelijk: de Romeinse macht zou worden uitgebreid naar het zuiden en oosten.

De dichter voorziet ook westelijke expansie: de reus Atlas, die het hemelgewelf torste, werd geacht te leven in het verre westen, volgens een passage uit dezelfde Aeneis in de buurt van de ondergaande zon.noot Vergilius, Aeneis 4.480-486. De dichterlijke taal is op dit punt helemaal bizar: Augustus zal Romes invloed zelfs verspreiden tot het land “buiten de sterren”, tot voorbij de baan die de zon elke dag aflegt om de aarde en zelfs voorbij de baan die de sterren in de loop van een jaar afleggen om diezelfde aarde.

Vanuit ons heliocentrische wereldbeeld is dit absurd, vanuit Vergilius’ geocentrische wereldbeeld eveneens. Het is een beetje Platoons: in zijn Faidros schetst Plato een universum met een gat in het dak, waar de goden soms even naar buiten gaan, dus naar een wereld “voorbij de sterren”, waar ze de ideeën aanschouwen – zie de gravure van Camille Flammarion hierboven. Dat is de wereld van het transcendentale. Misschien bedoelde Vergilius dat, maar het lijkt me aannemelijker dat het een hyperbool is, zij het een nog hyperbolischer hyperbool dan “voorbij Indië”.

Overigens was keizer Augustus, toen Vergilius deze regels tussen 29 en 19 v.Chr. schreef, inderdaad actief in het westen: in 26 en 25 onderwierp hij Asturië in Noord-Spanje, met nog wat kleinere campagnes in de volgende jaren. Daarmee rondde Augustus de twee eeuwen durende verovering van Iberië af en bracht hij de grenzen van het imperium naar de Atlantische Oceaan. Voor de auteur van de Aeneis, waarin de westwaartse migratie van de Trojanen naar Italië centraal staat, was de verder westwaartse beweging richting Oceaan alleen maar logisch, en als je eenmaal stond aan de oevers van de wereldzee, kon je alleen maar fantaseren over expansie voorbij het westen, van de aardschijf af, over de grenzen van het universum.

Deel dit:

Vitus, een vuurvaste heilige (5)

NN: Vitus waakt over vissers (twintigste eeuw, San Vito Lo Capo; ©Shutterstock)

[Dit is het laatste van vijf blogjes door Jos Hanou over Sint-Vitus. Het eerste was hier.]

Vitus de zorgverlener

Zichzelf respecterende heiligen bezitten hulpgerichte eigenschappen die ontleend zijn aan hun levensverhaal. Ook Vitus verleent als ervaringsdeskundige specialistische zorg aan mensen in nood, en bovendien beschermt hij beroepsgroepen. Oorzaak en gevolg zijn steeds te vinden in de Gulden Legende, parallelle varianten en latere toevoegingen. Daaruit afgeleide woord- en beeldassociaties spelen ook een rol.

Vitus’ ontsnapping per schip uit Sicilië resoneert in een vrome legende waarin hij vissers uit een storm redt. Een imposante beeldengroep in San Vito lo Capo bevestigt die nautische reputatie. Aan de haven, de plek van de jaarlijkse heropvoering van zijn aankomst per schip en het startpunt van een feestelijke processie, speurt hij met wapperend haar en samen met zijn waakzame honden de zee af. Kruis en palmtak geven spiritueel decorum aan zijn sportschooltorso.

Lees verder “Vitus, een vuurvaste heilige (5)”

Deel dit:

Vitus, een vuurvaste heilige (4)

Heinrich Papen of Johann Sasse: Vitusmonument (ca.1675; ©Kirchengemeinde Corvey)

[Het is vandaag de feestdag van Sint-Vitus. Dit is het voorlaatste van vijf blogjes die Jos Hanou schreef over deze heilige. Het eerste was hier.]

Reislustige relieken

De historiografische invulling van dit hoofdstuk is een collage van divers bronmateriaal en wil niet meer zijn dan een aanvaardbare omlijsting van de gekozen iconografie. Volgens een mistige overlevering werd Vitus’ lichaam in 583 ontdekt, en in 700 naar Rome overgebracht. Daar bleef het niet lang. Paus Stephanus II zocht wereldlijke steun tegen zijn Langobardische en Byzantijnse vijanden in Italië en nam de met geestkracht gevulde relieken in 756 mee naar de abdijkerk Saint-Denis voor de zalving van Pippijn de Korte tot koning der Franken.

Daar genoot het prestigieuze relatiegeschenk kort rust, want in 836 belandde het in de benedictijner abdij Corvey, een Karolingisch cultuurcentrum aan de Weser. Een mogelijke oorzaak was onmin tussen de Frankische keizer Lodewijk de Vrome en abt Hildewijn van Saint-Denis, die noordwaarts vluchtte met Vitus als reisbagage. Zo’n illegale translatio werd gedoogd als ongevraagd verplaatste heiligen gewoon doorgingen met het verlenen van afgesmeekte gunsten. Ook Vitus ging akkoord, want volgens geschiedschrijver Widukind van Corvey “begon het geluk van de Franken te dalen en van de Saksen te stijgen”.

Lees verder “Vitus, een vuurvaste heilige (4)”

Deel dit:

Vitus, een vuurvaste heilige (3)

Meester van het Augustijner Altaar: Vitus drijft een duivel uit (1487; Germanisches Nationalmuseum Neurenberg)

[Dit is het derde van vijf blogjes door Jos Hanou over Sint-Vitus. Het eerste was hier.]

Rumoer in Rome

Abrupt verspringt het verhaal naar Rome, waar de zoon van keizer Diocletianus bezeten wordt door een demon. Geen erg snugger exemplaar, want hij verklapt dat “als Vitus niet kwam, hij nooit uit hem weg zou gaan”. Vitus wordt opgespoord en voor de keizer geleid, die hem gebiedt zijn zoon te genezen. Net als eerder antwoordt Vitus bescheiden dat niet hij, maar de Heer dat kan: “meteen legde hij de handen op en onmiddellijk vluchtte de demon weg”. De Meester van het Augustijner altaarstuk maakte er een drukbezocht schouwspel van waarin eigentijdse Neurenbergers een duiveluitdrijving konden herkennen. Een assistent houdt de stuiptrekkende zoon in bedwang, terwijl Vitus hem in een kennelijke priesterrol zijn stool omlegt en in woord en gebaar een bezwering uitvoert. Het wijwatervat op tafel is een essentieel onderdeel van dit proces, terwijl de blote voeten van de tegenspartelende patiënt mogelijk verwijzen (onderzoek is gaande) naar een doopritueel voorafgaand aan de exsufflatio: uitblazing van de duivel. Het pekzwarte duiveltje vertrekt zoals hij binnenkwam: door de mond van zijn slachtoffer. Diocletianus en zijn gevolg kijken nog sceptisch gebarend toe, terwijl achterin sensatiezoekers angstig om een deurpost gluren. Door de open vensternissen onder het tongewelf verschijnt een berglandschap met Duitse architectuur en een Romeins aquaduct.

Lees verder “Vitus, een vuurvaste heilige (3)”

Deel dit:

Vitus, een vuurvaste heilige (2)

Omg. Jörg Kölderer: Vitus gedoopt, weigert afgodenverering (Ferdinandeum, Innsbruck; REAL Online)

[Dit is het tweede van vijf blogjes door Jos Hanou over Sint-Vitus. Het eerste was hier.]

Straffen op Sicilië

Jacob van Voragine begint bijna ieder heiligenverhaal in de Gulden Legende met een etymologische uitleg. Bij Vitus kan dat op vita (leven) of virtus (deugd) duiden. Daarna brandt het verhaal los, doorgaans in korte zinnen die predikanten met hun retorische talenten konden verrijken. Kunstenaars deden dat natuurlijk ook met hun beeldende middelen.

De twaalfjarige senatorszoon Vitus was Siciliaan en als christen opgevoed door zijn huisleraar Modestus en zijn voedster Crescentia. Van zijn heidense vader Hylas “kreeg  hij de zweep omdat hij de afgoden verachtte en ze niet wilde aanbidden”. Een bijna terloopse mededeling die een Oostenrijkse schilder rond 1515 inspireerde tot de hierboven afgebeelde, levendige en gelaagde beginscène van een aan Vitus gewijd altaarstuk. Onder een zilveren afgodsbeeld  proberen verbijsterd kijkende volwassenen Vitus van zijn ongelijk te overtuigen. Het is een debat op filosofisch niveau, want op talrijke vingers worden argumenten afgeteld. Eigentijdse kijkers konden deze iconografische conventie herkennen van (prenten naar) Dürers schilderij waarin de twaalfjarige Jezus de Bijbel rustig uitlegt aan ongunstig uitziende Schriftgeleerden. Het altaarstuk benadrukt daarmee Vitus’ navolging van Jezus. Als tegenhanger van het zielloze tempelbeeld voegde de schilder in de achtergrond een gotische kapel met Vitus’ doop toe, onder bescherming van de neerdalende Heilige Geest. De doopvont is bovendien een visuele cliffhanger die kijkers voorbereidt op een antitype: de ketel waarin Vitus een latere marteling zal ondergaan.

Lees verder “Vitus, een vuurvaste heilige (2)”

Deel dit:

Vitus, een vuurvaste heilige (1)

Atelier Pierre Cuypers: Vitus voor keizer Valerianus, de vlucht uit Sicilië, duiveluitdrijving (ca. 1900; Sint-Vituskerk, Hilversum)

Als ik u zeg dat Diocletianus keizer was in Rome, en u verheugd denkt te beginnen aan een nieuwe serie van Jona, dan moet ik u teleurstellen. Als schrale troost ontmoet u in deze reeks een Romeinse martelaar die in het jaar 303 het aardse leven verliet. Martelaren waren er volop in deze tijd van christenvervolgingen, maar Vitus is mijn favoriet. Die voorkeur is regionaal bepaald, want wie opgroeit in het Gooi krijgt onverbiddelijk te maken met deze heilige. Al sinds de negende eeuw verleent hij er zijn naam aan tal van kerken, scholen en verenigingen.

Deze kennismaking start met het oudst bekende bronmateriaal over Vitus. Daarna kijkt u mee naar keuzes die beeldende kunstenaars maakten bij hun interpretatie van Vitus’ hagiografie in de middeleeuwse verhalenbundel Gulden Legende, die veel van zijn specialiteiten als wonderdoener en beschermer inspireerde. Later komt ter sprake hoe zijn verering vanuit Italië naar het noorden en oosten migreerde, en de onderling soms afwijkende beeldtradities die daaruit voortkwamen.

Lees verder “Vitus, een vuurvaste heilige (1)”

Deel dit:

Helaas: geen Open Toren-dag

Minervalaan

Al een jaar geleden heb ik een blogje klaar gezet voor vandaag. Dat zou zijn gegaan over de Amsterdamse Open Toren Dag. Zoals de naam al aangeeft, zijn dan de wolkenkrabbers, kerktorens, minaretten en andere hoge gebouwen in Amsterdam open voor het publiek. Allemaal gratis. Alleen: dit jaar is er geen Open Toren Dag. De stichting die het organiseert, kon het niet bolwerken en zoekt nu versterking. Ik hoop dat ze die vindt, want het is een leuk initiatief.

Oké, ik geef toe: je moest bij eerdere Open Toren-dagen zo nu en dan een beetje door de blabla heen prikken (“het architectonische landschap”, “innovatief geïntegreerd kantoor- en leefconcept”, “iconisch”). Maar het was superleuk om van de ene torenflat naar de andere te fietsen of te wandelen. Ik heb me weleens laten rondleiden door The Valley, een jaloersmakend mooi gebouw aan de Amsterdamse Zuidas. Een jonge gids lichtte toe welke keuzes de architect en projectontwikkelaar hadden gemaakt en hoewel miljonairsland voor mij een vreemde wereld is – lees anders dit artikel – heb ik met plezier naar haar verhaal geluisterd.

Lees verder “Helaas: geen Open Toren-dag”

Deel dit:

De Catalaanse Atlas

Het landkaartgedeelte van de Catalaanse Wereldatlas (klik=groot; ©Wikimedia Commons)

Ik heb de Catalaanse Atlas nooit in het echt gezien. Hij behoort tot de collectie van de Franse Nationale Bibliotheek, waar ik nooit ben geweest. Ik kende wel enkele van de vignetten en ik was blij toen ik onlangs in Barcelona een facsimile van het veertiende-eeuwse document zag. Mijn vreugde werd nog groter toen ik in Brugge een soortgelijke, iets jongere landkaart zag.

De Catalaanse Atlas toont de wereld die rond 1375 bekend was aan de ontwerper, Abraham Cresques (of zijn zoon Jehuda). Al die kennis is samengevat op zes dubbelgevouwen bladen perkament van samen 300 bij 64 centimeter, die enkele jaren later werden verworven door koning Karel V van Frankrijk. De informatie is om te beginnen bestemd voor de scheepvaart: we zien de kustlijnen en lezen de namen van de havensteden. Dit is feitelijk een portolaan. Ook zijn er windrozen afgebeeld. De kalender en astrologische informatie die eveneens zijn opgenomen, zullen, naar ik aanneem, ook bedoeld zijn geweest voor schippers. Daarnaast biedt de Catalaanse Atlas informatie over staten en volken van Portugal tot China, die weer is aangevuld met informatie uit historiografische teksten en legenden.

Lees verder “De Catalaanse Atlas”

Deel dit:

Ktesias’ Geschiedenis van de Perzen

Een Perzische ruiter verslaat een Griekse soldaat (Staatliche Münzsammlung, München)

In het vorige blogje introduceerde ik de Griekse geschiedschrijver Ktesias, en vertelde ik dat aan zijn betrouwbaarheid sterk wordt getwijfeld. Dat heb ik niet echt toegelicht, dus ik bied nu een becommentarieerd overzicht van zijn Geschiedenis van de Perzen.

Assyrië, Babylonië en Medië

Dat werk begint met drie boeken over de geschiedenis van wat Ktesias aanduidt als Assyrië. En daarmee verraadt hij dat hij staat op de schouders van de door hem bekritiseerde Herodotos van Halikarnassos, die met deze naam verwijst naar zowel Assyrië als Babylonië. De verklaring kan alleen maar zijn dat beide voormalige koninkrijken in Achaimenidisch Perzië behoorden tot dezelfde bestuurseenheid, maar het is absurd om het terug te projecteren op de eerdere geschiedenis. Ktesias volgt Herodotos in zijn vergissing, en wat hij presenteert als geschiedenis is grotendeels legendarisch.

Lees verder “Ktesias’ Geschiedenis van de Perzen”

Deel dit:

Ktesias, geschiedschrijver (of zo)

Zomaar een Griek (Archeologisch museum, Delfi)

Het is voor ons, levend in de rijke westerse wereld, eigenlijk vrij simpel: een bewering is waar of niet. Voor ons interessant is de discussie over de waarheidstheorieën (is iets waar omdat het correspondeert met een waargenomen feit of omdat het voortvloeit uit andere waarheden?) en de discussie over robuustheid (hoe waarschijnlijk is het dat iets waar is?). Over zulke thema’s kunnen wij nadenken met enige kans dat we ook iets bereiken, want we hebben de filosofische concepten, de wiskunde, de tijd en het geld. We kunnen onderzoek doen.

Wat is waar?

Dat was anders in de tijd vóór de Wetenschappelijke Revolutie, dus zeg maar de tijd van Vesalius, Stevin en Newton. Afgezien van de wiskunde, waarin een ware bewering voortvloeit uit axioma’s, was waarheid eeuwenlang ontoetsbaar. Als iemand beweerde dat je niet voorbij de evenaar kon zeilen omdat het daar te heet was voor menselijk leven, kon je niet even een expeditie ondernemen om dat te onderzoeken.

Lees verder “Ktesias, geschiedschrijver (of zo)”

Deel dit: