
Vandaag 2069 jaar geleden, op 17 maart 44 v.Chr. dus, kwam in de tempel van Tellus de Romeinse Senaat samen. De voorzittende consul, Marcus Antonius, vond het heiligdom een geschiktere plek dan het eigenlijke Senaatsgebouw, dat werd herbouwd, of de vergaderzaal van Pompeius, waar pas achtenveertig uur eerder Julius Caesar was vermoord. Er zijn verschillende verslagen van de bijeenkomst in de Tellustempel, maar helaas zijn die minimaal anderhalve eeuw na dato geschreven. Het verslag van de Grieks-Romeinse historicus Appianus lijkt, zoals wel vaker, het beste.
Intimidatie
Toen het bijna dag was kwamen de senatoren voor de vergadering bijeen in de tempel van Tellus, zo ook praetor Cinna, die zich weer had gehuld in de ambtskleding die hij eerder had afgelegd omdat die door een tiran gegeven zou zijn. Toen de mensen hem zagen, begonnen sommige personen stenen naar hem te gooien, woedend dat hij, toch een verwant van Caesar, hem als eerste in het openbaar belasterd had, en ze kwamen achter hem aan; en toen hij een huis in was gevlucht, maakten ze daar een stapel hout en zouden die ook aangestoken hebben, als niet Lepidus met zijn leger was verschenen en dat had verhinderd.noot
Dat klinkt heel aardig, maar er staat dus feitelijk dat Lepidus’ soldaten de vergaderzaal bewaakten. Logisch dat de senatoren die op het Capitool waren, geen gehoor gaven aan de uitnodiging.
Evengoed stonden zij open voor een compromis. Van samenzweerder Decimus Junius Brutus is een brief bewaard die hij in de ochtend van die 17e maart verstuurde naar Marcus Junius Brutus en Gaius Cassius Longinus op het Capitool. Hij vertelt dat hij aan Marcus Antonius had verzocht om een fatsoenlijke reden te krijgen om de stad te kunnen verlaten. Evengoed hield Decimus er rekening mee dat ze later alsnog tot staatsvijanden zouden worden verklaard. Wellicht moesten ze Italië maar verlaten en zich terugtrekken op Rhodos of een andere plaats, om naar Rome terug te keren als de situatie zou zijn verbeterd.noot Een wat defaitistisch standpunt, maar het getuigde van inzicht in wat haalbaar was.
Het dilemma
Appianus biedt een lange beschrijving van de vergadering, die ik hier niet zal samenvatten. Het springende punt is dat Marcus Antonius, die de dag ervoor met enkele leidende figuren alles had voorbereid, erop attendeerde dat als de moordaanslag zou worden goedgekeurd, Caesar bij implicatie gold als tiran en dat al zijn beslissingen dan ongedaan behoorden te worden gemaakt – inclusief de door hem gedane benoemingen. Dat trof veel aanwezigen rechtstreeks, want ze bekleedden al bepaalde functies of hadden die in het vooruitzicht. Het was dus in hun belang om de moordaanslag niet goed te praten.
Omgekeerd: als de senatoren Caesars beslissingen wilden handhaven en de moordaanslag afkeurden, zouden de samenzweerders moeten worden berecht. Het waren er ongeveer zestig plus nog wat meelopers. Ook dat was geen scenario om naar vooruit te zien. Over dit thema nam Cicero het woord. De Grieks-Romeinse geschiedschrijver Cassius Dio last in zijn Romeinse Geschiedenis een prachtige toespraak in,noot die Dio met wat kleine aanpassingen ook geschreven zou kunnen hebben na de moord op zijn eigen tijdgenoten Caracalla of Macrinus. Het is een hoogtepunt uit de klassieke literatuur en een reden om Dio te lezen, maar de toespraak zegt weinig over de situatie op 17 maart 44 v.Chr. Ploutarchos is zakelijker:
Cicero haalde in een lang en op de situatie afgestemd betoog de Senaat over om naar het voorbeeld van de Atheners [in 403 v.Chr.] te besluiten tot amnestie voor de samenzwering tegen Caesar en aan Cassius en Brutus provincies toe te wijzen.noot
De oplossing
En zo kwam het tot een dubbel besluit: als de moordenaars de besluiten van Caesar zouden accepteren, kwam er voor hen amnestie en zouden ze worden weggepromoveerd naar gebieden buiten Italië – ruwweg wat Decimus Brutus ook had geschreven. Zo slaagde Marcus Antonius erin om tussen de Skylla en Charybdis door te varen: hij vermeed dat de moordenaars met een bloedige bestorming van het Capitool en na een lange en ingewikkelde rechtszaak zouden worden uitgeschakeld en hij vermeed dat alle maatregelen van Caesar werden afgeschaft.
Het was een uitkomst die hem na aan het hart zal hebben gelegen: een herstel van de republikeinse vormen, met hemzelf op een voorname plek, dat zeker, maar met alle groepen ruwweg in evenwicht en zonder één alles overheersende dictator. Dat Marcus Antonius later in de schoenen geschoven werd dat hij zou hebben gestreefd naar een machtspositie zoals Caesar, is net zo onverdedigbaar als dat Caesar zou hebben verlangd naar de koningstitel.
Cassius Dio vertelt nu iets wonderlijks, namelijk dat de samenzweerders op precies datzelfde moment tot hetzelfde compromis kwamen:
Terwijl dit zich in de Senaat afspeelde, beloofden de moordenaars aan de troepen [d.w.z., de veteranen en de soldaten van Lepidus] dat ze Caesars maatregelen integraal zouden uitvoeren.noot
Het kan waar zijn. De besprekingen die Marcus Antonius de voorafgaande dag had gevoerd, waren niet onopgemerkt gebleven. Uit de correspondentie van Cicero weten we dat Aulus Hirtius erover sprak met Decimus Brutus.noot Het kan ook zijn dat ergens in Dio’s bronnen iemand de plotseling herwonnen Romeinse eendracht extra luister wilde bijzetten door te suggereren dat het compromis door alle partijen tegelijk was bedacht. Dat iemand het verhaal iets mooier maakte dan het was, wordt ook gesuggereerd door het feit dat Cassius Dio het dubbele diner van Lepidus en Brutus en van Marcus Antonius en Cassius plaatst op dit moment, hoewel het vermoedelijk op de avond na de moord plaatsvond. Zo lijkt het souper een verzoeningsmaal.
Dat de moordenaars instemden met dit compromis, was echter een blunder van Capitolijnse proporties. Door Caesars maatregelen te accepteren, zeiden ze feitelijk dat er geen reden was geweest om hem uit de weg te ruimen. Ze gaven hun morele gelijk op en hun positie was al snel onhoudbaar.
[Morgen meer. Een overzicht van de reeks #RealTimeCaesar is hier.]









Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.