6-19 juli 1944

Stauffenberg, Puttkamer, Hitler, Keitel

Op donderdag 6 juli is Claus van Stauffenberg op het Berghof, Hitlers hoofdkwartier bij Berchtesgaden. Von Stauffenberg, die een oog en een hand mist en aan de andere hand slechts drie vingers heeft, heeft de voorgaande dagen geoefend om de springladingen af te stellen. Vandaag wil hij Hitler, Himmler en Göring doden. Die laatste twee verschijnen echter niet en de would-be moordenaar stelt de aanslag uit. Op dinsdag 11 juli is hij opnieuw in het Berghof, maar hoewel Göring er dit keer wel is, is Himmler afwezig en Von Stauffenberg stelt de aanslag nogmaals uit.

Zaterdag 15 juli, de derde poging. Generaal Fromm en Von Stauffenberg zijn aanwezig in de bunker in de Wolfsschanze, Hitlers hoofdkwartier in Oost-Pruisen. De bovenstaande foto is die middag genomen: Von Stauffenberg staat strak in de houding, schout-bij-nacht Karl-Jesko von Puttkamer schudt Hitlers hand, maarschalk Wilhelm Keitel ziet het aan. In Berlijn heeft generaal Olbricht, nu Fromm afwezig is, alarm laten geven en het reserveleger alvast in paraatheid gebracht. Lees verder “6-19 juli 1944”

Brand in Rome

Nero (Glyptothek, Munchen)

Vandaag 1955 jaar geleden, dus op 19 juli 64, werd Rome getroffen door een ramp. Hieronder een deel van de beschrijving uit de Annalen (13.38-42) van de Romeinse auteur Tacitus, in de iets aangepaste vertaling van Marinus Wes.

Vergeleken met alles wat zich eerder in de stad had voorgedaan op het punt van verwoestende branden, was dit de ernstigste en de meest verschrikkelijke. De brand begon in dat gedeelte van het Circus Maximus dat grenst aan de heuvels Palatijn en de Caelius. In de winkeltjes daar bevond zich koopwaar die gemakkelijk vlam kon vatten. Het vuur greep meteen krachtig om zich heen en maakte zich als gevolg van de wind snel meester van de lange kant van de renbaan. Er waren daar namelijk geen huizen die beschermd werden door brandmuren of door muren omsloten tempelcomplexen of andere voorzieningen die het vuur tot staan hadden kunnen brengen.

Brand in het circus dus. Interessant detail: de plek waar de brand uitbrak, was tegenover een van de Joodse wijken in Rome. Later zou de joodse sekte der christenen de schuld van de brand krijgen en toen de Romeinen later Jeruzalem hadden verwoest, verrees de triomfboog precies op de plek waar de brand was uitgebroken.

De brand was inderdaad afschuwelijk. Het vuur trok door de dalen tussen de heuvels van Rome, waar smalle straten en houten huizen als het ware klaar stonden om het vuur te geleiden. De vlammen beklommen de heuveltoppen, verwoestten daar de villa’s van de rijken, en daalden weer af naar de lagere delen van de stad. Het ging allemaal zo snel dat er menselijkerwijs niets tegen viel te doen.

Lees verder “Brand in Rome”

Hoe zagen antieke gebouwen eruit?

Het is weleens gemeten: wanneer op TV woorden ancient, old of the past vielen, vermindert bij de meeste kijkers de belangstelling. Dat is weleens anders geweest. Nog geen halve eeuw geleden had de Oudheid nog prestige. Nu is het Romeinse Rijk op zijn best een verdienmodel, is de “boreale cultuur” de truc waarmee een politicus de aandacht afleidt van inhoudsloosheid, en geldt de Oudheid in brede kringen als intellectueel oninteressant.

Ter verklaring van die ontwikkeling zijn verschillende factoren te noemen en één daarvan is richtingloze voorlichting. Net als in het onderwijs dient er bij voorlichting een opbouw te zijn. Je trekt eerst de aandacht, levert dan wat eerste informatie, levert geïnteresseerden vervolgens wat aanvullende informatie en brengt mensen zo steeds meer in een staat van vertrouwdheid, waarbij ze het beschouwen als iets van henzelf. Musea doen dat prima: denk maar aan de grote borden bij de ingang van een zaal, de middelgrote borden bij de vitrines en de kleine bordjes bij elk voorwerp. Iedereen kan zo kennis nemen op zijn of haar eigen niveau. De voorlichting over de Oudheid – denk aan boeken, vlogs, websites, erfgoedpresentatie en wat dies meer zij – laat deze opbouw vaak achterwege. Zeker de limesvoorlichting is, door steeds dezelfde primaire informatie te herhalen, een schoolvoorbeeld van junk news, dat de geïnteresseerde doet concluderen dat oppervlakkige informatie alles is wat er is, dat er geen verdieping bestaat en dat het dus niet de moeite waard is. Zo jaag je mensen weg, en ik heb bij mijn mail elke maand wel wat mensen die het voor gezien houden.

Lees verder “Hoe zagen antieke gebouwen eruit?”

Eedaflegging

Stefan George. Berthold en Claus von Stauffenberg; aan de muur hangt ook het portret van George

Wat bewoog de samenzweerders die op 20 juli 1944 vergeefs probeerden Hitler uit de weg te ruimen? Al snel na de oorlog heeft de Bondsrepubliek van Claus von Stauffenberg en de zijnen een soort democratische helden willen maken, met bijvoorbeeld een standbeeld in het Bendlerblock. Die presentatie is eigenlijk best begrijpelijk. Geen volk kan aan een toekomst denken zolang het, zoals Joschka Fischer het ooit aanduidde, moet leven met Auschwitz als Gründungsmythos. Zo’n verleden is zo ondraagbaar zwaar dat er niet mee valt te leven, laat staan een toekomst mee valt op te bouwen. Een individu en een volk hebben een paar lichtpuntjes nodig. Verzetsorganisaties als de Weiße Rose en de groep rond Von Stauffenberg boden dat licht.

Maar eerlijk is eerlijk: de graaf was geen democraat. Hij was een edelman, gevormd door de dichter Stefan George, die een erg elitaire visie op de werkelijkheid uitdroeg. (Robert Norton schreef een gedegen biografie, Secret Germany.) George had gemeend dat er een “geheim Duitsland” bestond, een geestelijke adel die zou zijn ontstaan door een fusie van het beste wat Grieks en Germaans was, en die de weg moest bereiden voor een beter politiek en maatschappelijk systeem, “das neue Reich”. Hoe dat vorm moest krijgen, lijkt in de Kreis rond George geen gespreksthema te zijn geweest, maar het moge duidelijk zijn dat “das neue Reich” een wegbereider was van het Derde Rijk. Het beroemde gedicht over de Widerchrist, dat wel wordt gelezen als afwijzing van Hitler, dateert overigens uit 1907.

Lees verder “Eedaflegging”

Uit de diepten van de hel (bis)

Een achttiende-eeuwse weergave van het Concilie van Chalkedon (451). Let op de duivelse influisteringen van twee ketters rechts.

Ik denk dat ik wel ongeveer weet wat een goed boek is. Ik zou het omschrijven als een boek dat onze cultuur helpt verrijken. Dat is inderdaad een flauwe formulering, aangezien er letterlijk honderden definities bestaan van cultuur, maar omdat die onderling familiegelijkenis vertonen, durf ik erop te vertrouwen dat u wel begrijpt in welke richting ik zoek. Als verrijking beschouw ik het als boeken nieuwe – of niet heel gangbare – ideeën toevoegen aan het conglomeraat van opvattingen dat al de ronde doet.

Anders gezegd, ik zoek boeken die iets vertellen dat we nog niet wisten, zoals Gödel, Escher, Bach dat destijds deed. Of die een helder overzicht bieden waar dat online niet bestaat, zoals Gzella’s geschiedenis van het Aramees (bespreking) of Oudheid als ambitie (bespreking) van Enenkel en Ottenheym. Ik noem nu nonfictie-titels, maar ik verwacht hetzelfde van fictie. Dat is immers slechts een andere manier om ideeën over te dragen.

Om me tot geschiedenisboeken te beperken: daarvan verwacht ik om te beginnen dat de argumentatie op orde is. Een auteur moet niet à la Tom Holland negentiende-eeuwse sjabloons herhalen, maar de stand van zaken in het onderzoek kennen. Verder verwacht ik dat een boek in evenwicht is. Een Simon Schama die in zijn geschiedenis van de joden wél alle antijoodse polemieken van de christenen opsomt maar onvermeld laat dat de joden terugscholden, schrijft gewoon geen goed boek.

Lees verder “Uit de diepten van de hel (bis)”

Unternehmen Walküre

“Wie sich aus der neueren Vernehmung des General-Feldmarschalls von Witzleben vom 23.7.1944 ergibt…” Fragment uit het verslag van de onderzoekscommissie naar de mislukte aanslag. We hoeven ons geen illusies te maken over de wijze waarop Von Witzleben is verhoord. Hij werd op 8 augustus opgehangen.

Zoals ik gisteren vertelde, waren er in Duitse verzetskringen plannen om Hitler te vermoorden en de schuld te schuiven in de schoenen van wat ze wilden presenteren als “eine gewissenlose Clique frontfremder Parteiführer”. Met vals bewijs wilden ze aannemelijk maken dat de top van de SS achter de aanslag zat, om zo te verhinderen dat SS-leider Himmler de macht zou overnemen. De sleutel om dit te doen, was de aanpassing van een al bestaand crisisplan, het Unternehmen Walküre.

Dit plan was opgesteld in de winter van 1941/1942, toen de Duitse troepen er niet in waren geslaagd Moskou in te nemen en duidelijk was geworden dat de rest van de oorlog niet meer zou bestaan uit snelle Blitzkriege. De Nazi’s hielden serieus rekening met opstanden van dwangarbeiders, concentratiekampgevangenen en krijgsgevangen Russische soldaten. Walküre bevatte de maatregelen die, als het werkelijk tot zulke opstanden zou komen, dienden te worden genomen: het actieve deel van de reserve van de Wehrmacht (het “Ersatzheer”) moest zowel in Berlijn als daarbuiten strategische posities innemen en garanderen dat het openbaar bestuur – lees: de Nazi-staat – kon blijven functioneren, terwijl manschappen die niet in de kazernes waren, binnen enkele uren actief moesten kunnen zijn.

Lees verder “Unternehmen Walküre”

Plectrudis

Het graf van “hofmeierin” Plectrudis (St. Maria im Kapitol, Keulen)

Nu ik toch bezig ben met Radbod, doe ik deze foto er ook even bij. Die maakte ik vorig jaar in Keulen in de prachtige kerk van St. Maria im Kapitol. Inderdaad, een Mariakerk, gebouwd op het platform waarop ooit de Capitooltempel stond van de hoofdstad van de Romeinse provincie Germania Inferior. Wie de romaanse kerk binnengaat, klimt nog altijd eerst een trap op.

Je hoeft geen kunstgeschiedenis te hebben gestudeerd om te zien dat dit graf niet afkomstig is uit de Vroege Middeleeuwen, maar het is wel degelijk voor iemand uit de cirkel van Radbod: dit is het graf van Plectrudis, de echtgenote van de Frankische hofmeier Pippijn van Herstal, aanvankelijk Radbods tegenstander, maar vanaf 711 schoonfamilie. In ongeveer dat jaar sloten Radbod en Pippijn namelijk een huwelijksalliantie, waarbij Radbods dochter Theudesinde trouwde met een zoon van Pippijn en Plectrudis, Grimoald. Overigens was Theudesinda vermoedelijk al langer Grimoalds concubine.

Lees verder “Plectrudis”