Reims

Altaar voor Cernunos (Musée Saint-Rémi, Reims)
Altaar voor de Gallische god Cernunos, temidden van Apollo en Mercurius (Musée Saint-Remi, Reims)

Eigenlijk had ik u vandaag het eerste van drie stukjes willen aanbieden over museumvoorwerpen uit Grand, maar ik reisde dinsdag weer eens met de trein en ook al zit ik dan in de stiltecoupé en draag ik een koptelefoon, ik kan me domweg niet concentreren als er mensen zitten te praten. Dus schrijf ik maar een stukje dat wat minder concentratie vergt, namelijk over het reisje waarover ik ook gisteren schreef: hoe mijn zakenpartner en ik Bastenaken, de Titelberg, Trier, Hermeskeil, Straatsburg en Grand bezochten en tot slot Reims, het antieke Durocortorum.

Reims is voor mij een speciale plek. Toen ik in 1992 naar Griekenland fietste, was mijn aankomst hier een soort mijlpaal: de eerste grote bestemming die ik bereikte. Ik heb sindsdien elke maand wel een keer dezelfde droom over hoe ik er kom aanfietsen, met een moeiteloosheid die me in mijn droom doet herinneren dat ik over deze situatie weleens heb gedroomd maar dat het in de werkelijkheid dus ook al zo gemakkelijk gaat. Soms houd ik dat gevoel nog even vast maar het eindigt er altijd mee dat ik wakker word in een wereld waarin alles moeite kost. Van mijn fietstocht herinner ik me verder dat ik een bezoek heb gebracht aan de kathedraal en het Musée Saint-Remi, maar ik kan me geen concrete voorwerpen voor de geest halen.

Lees verder “Reims”

Grand

Langs de weg naar Grand, waar Constantijn zijn visioen zou hebben gehad.

De trouwe lezers van deze blog herinneren zich dat ik al een paar keer heb geschreven over een reisje dat mijn zakenpartner en ik in september hebben gemaakt langs Bastenaken, de Titelberg, Trier, Hermeskeil en Straatsburg. Ons werkelijke doel was echter Grand in Lotharingen.

Waarom? Een tijdje geleden speelde ik met de gedachte een boek te schrijven over de Franken en dat onderwerp bracht me bij de Panegyrici Latini, een verzameling antieke lofredevoeringen op de Romeinse keizer. Eén daarvan, gehouden in de zomer van 310 n.Chr., bleek aardig genoeg om een apart boekje aan te wijden. Stof te over. Niet alleen kwam in die toespraak de Frankenoorlog van een bekende keizer, Constantijn, aan de orde, maar de redenaar behandelde ook enkele bouwprojecten aan de Rijn én Constantijns visioen. Zich richtend tot de keizer haalde de spreker herinneringen op:

U was afgebogen naar de mooiste tempel op aarde, of nee: naar de reëel aanwezige Godheid, zoals U hebt gezien. Want ja, U hebt gezien, geloof ik, hooggeachte Constantijn, hoe uw Apollo onder begeleiding van Victoria U lauwerkransen presenteerde. (vert. Vincent Hunink)

Lees verder “Grand”

MoM | Zosimos

Portret van een man, eerste helft zesde eeuw (Glyptotheek, Munchen)

Een van de aardigste auteurs uit de Oudheid is Zosimos, een Byzantijnse historicus met een voor zijn tijd ongebruikelijke visie op het verleden. Op twee manieren. Om te beginnen was de Romeinse elite in de loop van de vierde en vijfde eeuw christelijk geworden maar bleef Zosimos hardnekkig trouw aan de oude goden. Hij heeft daardoor een uniek perspectief op de gebeurtenissen tussen pakweg 300 en 410. Daarmee verwant is zijn tweede bijzonderheid: hij had in de gaten dat het Romeinse Rijk in de late vijfde eeuw zwaar, zeer zwaar in de problemen was geraakt. Terwijl veel van zijn tijdgenoten meenden dat de teloorgang van de westelijke gebiedsdelen eigenlijk niet zoveel voorstelde omdat een christen vooral een burger was van het Koninkrijk Gods, zag Zosimos scherp dat er wél iets was veranderd. Hij was de eerste historicus van “the decline and fall of the Roman Empire”. Dat maakt hem interessant.

Maar wanneer leefde hij eigenlijk? Je leest weleens: tussen 498 en 518 publiceerde hij zijn Nieuwe geschiedenis. Maar ja, het is natuurlijk wel oudheidkunde, dus we hebben vanzelfsprekend te weinig informatie en in feite wordt weer eens hypothese op hypothese gestapeld. Het bewijs oogt in elk geval zwak.

Lees verder “MoM | Zosimos”

De Peelhelm

De Peelhelm (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

In mijn reeks museumstukken vandaag een van de beroemdste voorwerpen uit de Oudheid: de Peelhelm. Rond 300 n.Chr. gemaakt van verguld zilver, in 1910 gevonden door turfsteker Gebbel Smolenaars in de Peel, tegenwoordig in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. De helm is niet het enige voorwerp dat Smolenaars uit het veen haalde: hij vond ook enkele vierde-eeuwse munten, een mantelspeld, delen van een paardentuig en een ruiterspoor.

Net als moderne helmen bestaat de Peelhelm uit een binnen- en een buitenhelm. De binnenhelm moet van ijzer gemaakt zijn geweest. Doordat het voorwerp gelegen heeft in veen, is het ijzer compleet weggeroest. De buitenhelm, gemaakt van edelmetaal, heeft het wel overleefd. Ze bestaat uit veertien onderdelen die met gespjes en riempjes waren verbonden.

Lees verder “De Peelhelm”

Zelfspot (hoop ik)

Een tijdje geleden kreeg ik reclame onder ogen van een communicatie-adviesbureau dat de nadruk legde op originaliteit en dit introduceerde met het doorgezaagde cliché over “out of the box”-denken. Ik meende dat het niet veel ironischer kon en hopelijk was het dieptepunt daarmee inderdaad bereikt.

Ik hoop althans dat de koppenmaker van het NRC Handelsblad, die een van de gruwelijkste journalistieke clichés gebruikt bij een stukje over sportclichés, dat met opzet heeft gedaan.

Het visioen van Constantijn (3)

Constantijn (munt uit Museum Valkhof, Nijmegen)

Eén muisklik en het manuscript van Het visioen van Constantijn ging, gisteren rond kwart voor twee, naar uitgeverij Omniboek. Het had er nog even om gehangen of ik de deadline zou halen, want een dag ervoor had ik ineens een klus tussendoor gekregen, maar uiteindelijk leverde ik de tekst in op de afgesproken dag. Het is nu in handen van de vormgever.

Over een tijdje zullen mijn coauteur Vincent Hunink en ik proeven moeten gaan lezen. Dat is het moment waarop ik zal zien dat ik oliebollen van zinnen heb gedraaid en redenaties heb opgehangen die voor mijzelf perfect helder waren, maar voor anderen totaal onbegrijpelijk. Dergelijke stommiteiten haal je dan weg en als je het boek dan eindelijk in handen hebt, is het allereerste wat je ziet een fout die je over het hoofd zag. Zo gaat het namelijk altijd. Het is een onhebbelijke gewoonte van verborgen gebreken dat ze nooit verborgen blijven.

Lees verder “Het visioen van Constantijn (3)”