(Reclame voor mijn eigen boeken)

Wat een mooi toeval: terwijl er een lockdown nadert, nadert ook het feest van Sint-Nikolaas.  De dreigend lege decemberavonden kunt u vullen door uzelf en uw naasten een mooi boek cadeau te doen. En omdat u op mijn blog bent, attendeer ik u op

  • Het visioen van Constantijn: waarin Vincent Hunink en ik uitleggen dat er van de legende weinig klopt en ook tonen hoe je met een antieke bron moet omgaan
  • Xerxes in Griekenland: waarin ik aangeef wat te weten valt over de Perzische poging de Griekse stadstaten te onderwerpen en tevens beschrijf hoe kwakhistorische “inzichten” na 9/11 terug zijn gebracht
  • Bedrieglijk echt: waarin ik beschrijf wat de mogelijkheden zijn van de papyrologie, een van de fascinerendste oudheidkundige deelgebieden
  • Of bestel alvast Hannibal in de Alpen, waarin ik én vertel waarom we niets weten kunnen over de plek waar de Karthaagse generaal Italië binnentrok én toon hoe veelkleurig het oudheidkundig bewijsmateriaal is. Dit boek verschijnt in januari.

Lees verder “(Reclame voor mijn eigen boeken)”

Ibn Khaldun

Standbeeld van Ibn Khaldun in Tunis

Toen ik in mijn boek Vergeten erfenis pleitte voor aandacht voor de oud-oosterse en Arabische bijdragen aan de Europese cultuur, stuitte ik op allerlei interessante geleerden waarvan ik dacht “daar zou ik meer over willen weten”. Denk aan de Ibn Firnas en de Al-Haytham waarover ik onlangs blogde. Of Ibn Khaldun (1332-1406), over wie ik destijds alleen opmerkte dat zijn Muqaddima (“inleiding”) het begin had kunnen zijn van een vorm van sociale wetenschap, maar dat het werk geen navolging kreeg. Ik attendeerde er verder op dat de man zijn werk kon doen dankzij het vorstelijk mecenaat van allerlei vorsten.

Dat mecenaat, dat was zowel de reden waarom de wetenschap kon bloeien als de reden waarom het niet méér werd. Terwijl de wetenschapsbeoefening zich in het Europa van de Nieuwe Tijd ontwikkelde tot een zelfstandige “bedrijfstak” met een financiering die los stond van de wensen van deze of gene vorst, was de middeleeuwse wetenschapper in veel gevallen een hoveling die bedreven was in de kunst der stroopsmeerderij. Wetenschap was geen collectieve en daardoor duurzame activiteit, maar de kwetsbare hobby van enkelingen. Zoals Ibn Khaldun. Dat hij geen navolgers had, zal ermee te maken hebben gehad dat er daartoe ergens een vorst moest zijn die belang stelde in de ontluikende sociale wetenschap. Omdat die ontbrak kreeg Ibn Khaldun pas aandacht in de negentiende eeuw.

Lees verder “Ibn Khaldun”

Wereldrijk Assyrië

Assyrische soldaten branden een Arabisch dorp plat (Vaticaanse Musea, Rome)

Zoals ik al aangaf behandelen De Blois en Van der Spek in hun handboek, Een kennismaking met de oude wereld, eerst de Levantijnse IJzertijdrijkjes en daarna de grote oosterse rijken. Ik attendeerde er al op dat die laatste zijn te beschouwen als één rijk met diverse dynastieën. Dus een Assyrische, een Babylonische, een Achaimenidisch Perzische, een Seleukidische, een Parthische, een Sassanidisch Perzische en een Arabische periode. Er was veel organisatorische en culturele continuïteit, zelfs als de elite steeds een andere, eh, “heersende etnoklasse” was. Dat laatste was een jargonterm om te vermijden dat we moeten schrijven dat dynastieën uit voortdurend andere volken de macht van elkaar overnamen, maar ik voor mij heb niet het idee dat we met deze term veel verder komen.

Assyrië

Over Assyrië is veel te zeggen en dat heb ik hier vier jaar geleden al gedaan in de aanloop naar de Nineveh-expositie in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. De Blois en Van der Spek noemen dat de Assyriërs de moeilijke twaalfde eeuw v.Chr. redelijk hadden doorstaan. In de strijd met de Aramese en Neohittitische staatjes in Syrië in het westen bouwden ze een steeds beter leger op. Dat de Assyriërs als eersten het ijzer redelijk wisten te bewerken, leek mij vermeldenswaard maar De Blois en Van der Spek noemen het niet. Misschien hecht ik er ook wel teveel waarde aan. Het eindresultaat is in elk geval onomstreden: in de loop der tijd werden wat eens vazalstaten waren geweest provincies. In de IJzertijd verenigde het Nabije Oosten zich tot één grote staat.

Lees verder “Wereldrijk Assyrië”

Geliefd computerspel: Civilization

Wie wat bewaart, die heeft wat.

Wat grappig: ik heb nog nooit geblogd over het computerspel Civilization. En dat terwijl ik dat uren en uren heb gespeeld! De eerste kennismaking is zeker een kwart eeuw geleden. In Den Haag had ik bovenstaand pakket gekocht en in de vertraagde trein – stilstaand in de Schipholtunnel – had ik de spelregels gelezen. Eenmaal thuis had ik het spel geïnstalleerd en terwijl ik een half oog had op het pruttelende eten in de keuken, begon ik met de tutorial.

Het spel

Ik stichtte een stad. Een verkenner ontdekte nieuwe gebieden terwijl de stedelingen nieuwe technieken ontdekten. We stichtten nieuwe steden. Het werd later en later. Onze beschaving, Amerika, maakte contact met andere beschavingen: de Indiërs of de Fransen of de Zoeloe’s. Het werd middernacht. Onze legers streden tegen barbaren en tegen de andere beschavingen. Vooral de Britten waren taai, herinner ik me nu ineens.

Lees verder “Geliefd computerspel: Civilization”

Dag Paul

Paul en Paulus (Cyprus)

Vorige week overleed een kennis van me. Hij was al een paar weken ziek, een bevriend echtpaar hield me op de hoogte. Vanmorgen is de uitvaartdienst. Toen ik gisteravond thuis kwam en bij de post een overlijdensenvelop vond, wist ik dus al wat ik kon aantreffen. De trap oplopend maakte ik ’m open om te ontdekken dat het de aankondiging was van het overlijden van iemand anders.

De dood van Paul Baarslag kwam dus totaal onverwacht. Ook omdat ik Paul twee weken geleden nog aan de lijn had. Hij vertelde dat hij wat ziek was en een keer niet kon aanschuiven bij een cursus die ik zou verzorgen in Zoetermeer. Hij deed luchtig over zijn kwaaltje en ik heb geen seconde gedacht dat hij zou overlijden. Hij was de week erna ook afwezig en ik nam me voor om even te bellen als hij aanstaande donderdag weer afwezig zou zijn.

Lees verder “Dag Paul”

Chinese Skythen

Hazenjager, Tang-dynastie (Museum voor Volkenkunde, Leiden)

Dit beeldje fotografeerde ik onlangs in de afdeling China van het Museum voor Volkenkunde in Leiden. Het stelt een ruiter voor die terugkomt van de hazenjacht. Het is gemaakt ten tijde van de Tang-dynastie, dat wil zeggen in de zevende, achtste of negende eeuw. Dus terwijl in het westen de Franken de hegemonie in Europa verwierven, terwijl het Byzantijnse Rijk de Avaren en Arabieren op afstand hield en in het Nabije Oosten het kalifaat bloeide.

De Zijderoute

Tussen deze mogendheden waren allerlei contacten: kooplieden en andere reizigers trokken langs de Zijderoute en wisselden goederen en verhalen uit. Wandschilderingen uit Samarkand tonen een Chinese prinses die in 648 met de plaatselijke heerser Varkhuman lijkt te zijn getrouwd. (Ik blogde er al eens over.) Er waren militaire confrontaties, zoals de slag aan de Talas die de Arabieren en Chinezen in 751 uitvochten. Westerse huurlingen dienden in de legers van de Tang-keizer. Diens hoofdstad, Chang’an, moet even kosmopolitisch zijn geweest als Constantinopel en Bagdad.

Lees verder “Chinese Skythen”

Hunebed van de dag: D30 (Exloo-Noord)

Hunebed D30 bij Exloo

Het op tweeëntwintig na zuidelijkste hunebed in Nederland, hunebed D30, staat ook bekend als Exloo-Noord. In 1918, toen Albert van Giffen hier het eerste wetenschappelijk onderzoek verrichtte, was de dekheuvel er nog. De begrenzing is nog te herkennen aan de kransstenen.

Van de dekheuvel is vastgesteld dat die in twee fasen is aangebracht. De eerste fase stamt uit de tijd van de hunebedbouwers zelf, dus uit het Neolithicum. De tweede fase is uit de Bronstijd – meer precies ten tijde van de Wikkeldraadcultuur – en mogen we plaatsen tussen 2100 en 1800 v.Chr. Dat betekent, zoals zo vaak, dat deze plek in gebruik is gebleven na de bouw van het grafmonument. De mensen in de omgeving bleven er steeds teruggekomen.

Lees verder “Hunebed van de dag: D30 (Exloo-Noord)”

Is Velsen Flevum?

De Romeinse vlootbasis van Velsen (Graham Sumner)

Het gaat over Flevum, dus het is interessant. Archeoloog Arjen Bosman heeft bij Velsen een enorm groot Romeins kamp ontdekt, een castrum. U leest er in De Volkskrant meer over. Nu waren er al heel lang twee Romeinse kampen bekend, die archeologen meestal aanduiden als Velsen-1 en Velsen-2. Hier is meer. (Wat niet is verspoeld door het IJ en het latere Noordzeekanaal, is verstoord door de aanleg van Duitse versterkingen en de IJtunnels, dus u hoeft niet te gaan kijken.) Het nieuwtje is nu dat Velsen-2 zich veel verder naar het westen uitstrekte dan men aannam.

Het ontstaan van Velsen-1 is met jaarringen te dateren rond 15 n.Chr. en lijkt in verband te staan met een vlootexpeditie van prins Germanicus richting Eems. Het einde wordt geplaatst rond 28, omdat de Friezen toen in opstand kwamen. Ik blogde er al eens over. Velsen-2 werd lange tijd geplaatst in de jaren veertig, toen keizer Caligula in Katwijk was en generaal Corbulo probeerde de Friezen te onderwerpen. Een groot Velsen-2 past daar goed bij.

Lees verder “Is Velsen Flevum?”

Verzoening, vergelding en ressentiment

De ark van Noach (Gevelsteen op de Schreierstoren, Amsterdam)
De ark van Noach (Gevelsteen op de Schreierstoren, Amsterdam)

Wie het jodendom belachelijk wil maken, hoeft de joodse Bijbel maar door te nemen en te kijken hoe God zich gedraagt. Maarten ’t Hart heeft ooit eens het aantal dodelijke slachtoffers geturfd dat de Schepper op zijn kerfstok heeft. Of kijk eens naar de Zondvloed, waarbij duizenden mensen om het leven komen. Dat oogt als een geweldsexces. Terwijl een almachtige God toch ook andere wegen moet hebben om de mensen weer op het goede pad te brengen.

Vergelding en verzoening

Het bovenstaande klinkt als een plausibel argument om de ongelooflijke slechtheid van het Opperwezen te tonen of te beredeneren dat de auteurs van de joodse Bijbel niet spoorden. Maar hier wil ik een kanttekening maken. Het Zondvloedverhaal veronderstelt dat er een periode van groot onrecht is geweest, waarin onschuldige mensen hebben geleden onder het kwaad. Dat God er water overheen gooit is niet bedoeld als ongedifferentieerde straf, maar is de vergelding die in het antieke wereldbeeld voor gerechtigheid noodzakelijk is. Een moord moet worden vergolden; natuurlijk kan God de moordenaar als bij toverslag omvormen tot goed mens, maar daarmee zijn het slachtoffer en zijn nabestaanden niet geholpen. Als God rechtvaardig is, is vergelding noodzakelijk.

Lees verder “Verzoening, vergelding en ressentiment”

Domitianus’ protegé: Velius Rufus

Inscriptie ter ere van Gaius Velius Rufus

Ik ontmoette Gaius Velius Rufus op 8 april 2012. Mijn zakenpartner en zijn echtgenote, met wie ik in Baalbek was, zagen hem als eerste en riepen me dat ik snel moest komen kijken. Hierboven ziet u de overdonderende inscriptie, die ergens rond het jaar 100 n.Chr. is opgericht door een zekere Marcus Alfius Olympiacus, de standaarddrager van het Vijftiende Legioen Apollinaris. De tekst is lang – u vindt hem hier – en boordevol informatie.

Joodse Opstand

Eerst maar even zijn naam: zijn vader heette Salvius, een naam die in de eerste eeuw vooral voorkwam in de Abruzzen (hoewel de bekendste drager van deze naam, keizer Marcus Salvius Otho, afkomstig was uit een stadje in het wat noordelijkere Etrurië). Misschien kwam Gaius Velius Rufus dus uit het midden van Italië voordat hij centurio werd in het Twaalfde Legioen Fulminata, dat was gestationeerd in Syrië.

Lees verder “Domitianus’ protegé: Velius Rufus”