Antieke tandheelkunde

Fenicische tandprothese (Archaeological Museum of the American University, Beiroet)

Tandklachten zijn, behalve vervelend, van alle tijden, en daarom zijn er ook al heel erg lang specialisten. Ik meen dat er in de Oudheid al vullingen waren, al kan ik me niet herinneren hoe ik dat weet. Wat ik wel zeker weet, is dat u hierboven een Fenicische tandprothese ziet, in Sidon gevonden in het graf van een man die leefde in de vijfde eeuw v.Chr.

De zes voortanden zijn met gouddraad verbonden, en dat bleek nodig ook. Uit röntgenfoto’s blijkt namelijk dat de man leed aan parodontitis, wat wil zeggen dat hij leed aan een vergevorderde vorm van tandvleesontsteking, zó ernstig dat het kaakbot werd aangetast en de tanden los kwamen zitten. Het gouddraad stabiliseerde de voortanden, zodat hij ze kon blijven gebruiken en beschikte over een letterlijk schitterende lach.

Lees verder “Antieke tandheelkunde”

Deel dit:

Voor-westerse geschiedenis (14) de rivieren

Een wereld van rivieren (Boerhaavemuseum, Leiden)

Eerst even dit: een petitie. Dit keer niet om een archeologisch instituut, een klassieke opleiding, een faculteit geesteswetenschappen of een museum te redden, maar omdat er een onzalig plan is de publiekstaken van het Nederlandse Nationaal Archief in te perken. Terwijl dat juist zijn publiekstaken moet uitbreiden, bijvoorbeeld door u en mij toegang te verlenen tot alle wetenschappelijke publicaties die de afgelopen kwart eeuw achter betaalmuren zijn gelegd. Ik noem maar iets voor de hand liggends. Uiteraard weet ik dat het moment om de humaniora te verdedigen, in de jaren tachtig was. Teken desondanks toch maar, al zal het wel vergeefse moeite zijn. Maar je mag “au” roepen als ze de toegangsdeur tot de beschaving in je gezicht dichtsmijten.

Ter zake nu.

Rivieren

Europa kende eeuwenlang twee grote handelsroutes, schreef ik onlangs. De ene was de corridor van de Noordzee via Rijn, Moezel, Saône en Rhône naar de Middellandse Zee, en de ander was de Donau, de route van de Zwarte Zee naar West-Europa. Om het belang van die rivier te illustreren, noemde ik dat hierlangs de eerste landbouwers, de eerste metaalwerkers, de eerste Indo-Europees-sprekenden, de Sarmaten, de Hunnen, de Avaren en de Magyaren westwaarts waren gekomen. Ongetwijfeld sla ik zo nog wat groepen over.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (14) de rivieren”

Deel dit:

Onze Lieve Vrouw van Tergu

De kerk van Onze Lieve Vrouw van Tergu

[De Belgische oudhistoricus Jeroen Wijnendaele, de auteur van De wereld van Clovis, ging op vakantie naar Sardinië, zag van alles en deed verslag op BlueSky en hier is een vertaling.]

De kerk van Onze Lieve Vrouw van Tergu is zonder meer een van de mooiste romaanse bouwwerken die ik ooit heb gezien. Het vroegmiddeleeuwse monument is echter meer dan alleen mooi. Het is tevens een prachtig symbool voor wijze waarop het gezag op Sardinië van de keizer in Constantinopel overging naar de onduidelijke giudicati, wat zoiets betekent als “door rechters bestuurde territoria”.

Na de heerschappij van de Vandalen kwam het eiland weer onder keizerlijk gezag na de veldtochten van generaal Belisarius in de jaren 530. De Arabische onderwerping van Byzantijns Afrika tegen het einde van de zevende eeuw, gevolgd door de geleidelijke bezetting van Sicilië in de negende eeuw, zorgden er echter voor dat Sardinië afgesneden raakte van het keizerlijk bestuur.

Lees verder “Onze Lieve Vrouw van Tergu”

Deel dit:

Het hermeneutisch vertrekpunt

Wat oudheidkundigen doen

Waarom zouden we belangstelling hebben voor de Oudheid? Ik heb het niet over u en mij, die gewoon genieten van kennis en straks andere dingen gaan doen. Ik heb het over beroepsoudheidkundigen, die moeilijk kunnen zeggen dat alleen zij mogen genieten. Ze moeten zich rechtvaardigen. Het grote plaatje, groter dan de vele detailstudies, is dat zo iemand

  1. het verleden (een denkbeeld, samenleving, voorwerp, proces…) reconstrueert,
  2. constateert dit anders was dan tegenwoordig,
  3. begrijpt dat het mogelijk is dingen anders te doen of denken dan zoals wij in onze tijd doen of denken,
  4. een verklaring zoekt voor de verschillen en overeenkomsten,
  5. en door die op te sporen ervoor zorgt dat de mensheid zichzelf beter  begrijpt.

Kennis van het heden en kennis van het verleden leiden samen tot zelfkennis: het archeologisch museum waar ik bovenstaande kisten fotografeerde, vat het mooi samen. Stap twee veronderstelt echter – en dat is in dit blogje het springende punt – dat een oudheidkundige zijn eigen wereld begrijpt. Dat is, zeg maar, de nulde stap in bovenstaand lijstje.

Lees verder “Het hermeneutisch vertrekpunt”

Deel dit:

De eerste Bulgaren

Gouden beker uit de Pereshchepina-schat (kopie; Nationaal Historisch Museum, Sofia)

[Dit is het laatste van zes blogjes over de herkomst van de Slavischsprekende volken. Het eerste was hier.]

De tweede etnogenese

In zijn mooie boek over de Avaren onderscheidt Walter Pohl voor de Bulgaren een tweede etnogenese: het volk is voor de tweede keer ontstaan. Dat gebeurde in de vroege zevende eeuw, toen de Avaarse migratie de landkaart had hertekend, maar deze immigranten geen factor van betekenis meer vormden. Rond 635, dus na het Avaarse debacle bij Constantinopel, staakten allerlei stammen in het oostelijke Zwarte Zee-gebied de betaling van tribuut aan de Avaren. Ze clusterden samen onder een nieuwe charismatische leider, die Kubrat (of Kurt of Kubrat of Kobratos) heette en heerste over een gebied dat de Byzantijnen aanduidden als Groot-Bulgarije.

Lees verder “De eerste Bulgaren”

Deel dit:

De proto-Bulgaren

Gesp uit Zuid-Rusland, waar de Bulgaren in de zesde eeuw woonden (Neues Museum, Berlijn)

[Dit is het voorlaatste van zes blogjes over de herkomst van de Slavischsprekende volken. Het eerste was hier.]

In de vorige vier blogjes heb ik geprobeerd in kaart te brengen wat we weten kunnen over de geschiedenis van de Slavischsprekenden vanaf hun Urheimat rond de Pripjatmoerassen tot het moment waarop ze, onder de vleugels van de Avaren naar het Balkanschiereiland kwamen. Migratie speelde een heel belangrijke rol, maar ook wat ik “slavificering” heb genoemd: dat mensen de taal en gewoontes van hun Slavische buren overnamen. Dat speelde zeker een rol bij de laatste groep migranten die ik wil behandelen: de Bulgaren. Maar eerst iets anders: de vorming van vroege staten.

Lees verder “De proto-Bulgaren”

Deel dit:

2x Charles de Gaulle

Het is absurd als een voormalige staatssecretaris van Defensie en gewezen brigadegeneraal van een verslagen leger zich aandient in de hoofdstad van een bevriende natie, en daar aankondigt in zijn eentje de strijd te willen voortzetten tegen een onoverwinnelijk lijkende vijand. Het wordt nog absurder als hij zijn doelen ook haalt. Dat is het verhaal van Charles de Gaulle tussen 1940 en 1944 en het verhaal van de twee Franse speelfilms die momenteel in de Nederlandse bioscopen zijn te zien.

Laten we eerlijk zijn: ze tuimelen weleens over het randje van het pathetische. Als tegen het einde van deel II de poëzie het overneemt, denk ik alleen maar “ik wou dat we snel door kunnen naar de volgende scène”. Gelukkig zijn de pathetische scènes kort en staat er veel tegenover. Er is duidelijk geld geïnvesteerd om iets moois te maken, en dat is ook gelukt. En een verhaal over een man die in z’n eentje de wereld bestormt én wint, is natuurlijk niet stuk te krijgen.

Lees verder “2x Charles de Gaulle”

Deel dit:

De Slavische volken (4) Oorzaken

Onscherpe foto van een Slavische mantelspeld (Militair Museum, Belgrado)

[Dit is het vierde van zes blogjes over de herkomst van de Slavischsprekende volken. Het eerste was hier.]

Een oorzaak?

Als ik de vorige drie blogjes mag samenvatten:

  • rond 550 woonden de Slavischsprekenden van de Elbe in het noordwesten tot over de Dnjepr in het zuidoosten,
  • met de Avaarse migratie trok de groep die aan de Zwarte Zee woonde, langs de Donau naar het westen

Lees verder “De Slavische volken (4) Oorzaken”

Deel dit:

De Slavische volken (3) Archeologie

Archeologische culturen rond 600 na Chr. (met dank aan Kees Huijser)

[Dit is het derde van zes blogjes over de herkomst van de Slavischsprekende volken. Het eerste was hier.]

In het eerste van deze vier blogjes gaf ik aan dat het Proto-Slavisch tegen het einde van het tweede millennium v.Chr. gesproken lijkt te zijn geweest rond de Pripjatmoerassen, en in het vorige blogje sprong ik naar de zesde eeuw na Chr., toen Byzantijnse auteurs Slavischsprekende groepen aanwezen in een regio die zich vanaf de Weichsel naar het zuidoosten uitstrekte tot aan de Dnjepr. Over de tussenliggende periode weten we feitelijk niets, want ook al heb ik het in dit blogje over de archeologie: archeologen graven geen taal op. Ze kunnen wel beargumenteerd speculeren.

Ik vind het echter ingewikkelde materie, uiteraard ook omdat een archeologische cultuur hoogst zelden precies met één taalgroep correspondeert. Ik noemde in het eerste blogje het verschijnsel van de superfederatie: een groep stammen met uiteenlopende achtergronden, die tijdelijk samenclustert onder een charismatische leider, en na diens overlijden weer uit elkaar valt. In zo’n superfederatie nemen mensen van alles over van iedereen, zodat eventueel bestaande correspondenties tussen taal en archeologie wegvallen. Maar speculeren staat vrij en ik denk dat ik het – voor zover ik er überhaupt iets van begrijp – het beste kan uitleggen als we in de tijd van Jordanes beginnen.

Lees verder “De Slavische volken (3) Archeologie”

Deel dit:

De Slavische volken (2) Jordanes

De Slavische volken volgens Jordanes (met dank aan Kees Huijser)

[Dit is het tweede van zes blogjes over de herkomst van de Slavischsprekende volken. Het eerste was hier.]

In mijn vorige blogje verzuchtte ik: over de vroegste Germanen hebben we tenminste Latijnse teksten, hadden we die maar voor de vroegste geschiedenis van het gebied waar het Proto-Slavisch moet zijn gesproken! De eerste echte beschrijvingen van de Slavische volken dateren van het midden van de zesde eeuw na Chr., als Slavischsprekende stammen zich aandienen aan de grenzen van het Byzantijnse Rijk. Dan lezen we over Sklabenoi (Latijn Sclaveni), Antes en “Veneti”. Die laatste groep stond nog lange tijd bekend als de Wenden.

Veneti

En misschien, misschien, is er een voorgeschiedenis. De Romeinse auteurs Plinius de Oudere en Publius Cornelius Tacitus kennen namelijk ook Veneti, die ergens in het oosten woonden, voorbij de Weichsel, dus zeg maar richting Polen. Tacitus schrijft expliciet dat hij niet weet of hij deze Veneti wel moet rekenen tot de Germanen, hoewel ze in hun gewoontes en leefwijze lijken op hun westerburen.noot Tacitus, Germania 46. Voor een Romein wilde dat zeggen: het waren heel primitieve boeren, een punt dat belangrijk is voor een volgend blogje. Ze waren echter “anders” dan de Germanen en dat andere zou weleens de taal kunnen zijn geweest.

Lees verder “De Slavische volken (2) Jordanes”

Deel dit: