Geliefd boek: Die versprengten Deutschen

Karl-Markus Gauß (1954) is een Oostenrijkse schrijver die in Salzburg leeft. Hij is bekend als essayist en reiziger door Midden- en Oost-Europa, waarover hij lezenswaardige boeken heeft gepubliceerd. Het werk van Gauß is in verscheidene talen vertaald, maar bij mijn weten nooit in het Nederlands. De schrijver bedient zich van een helder, modern Duits zonder ingewikkelde constructies of al te lange zinnen, observerend zonder meanderende reflecties en met af een toe een laconiek terzijde.

Hij schreef onder andere Die sterbenden Europäer (2001) over kleine Europese volkeren die verdwijnen en Die Hundeesser von Svinia (2004) over Romas in een klein dorpje in het oosten van Slowakije. Ook anderszins heeft hij zich voor de Romas ingezet. Steeds is de schrijver op zoek naar de randen van het officiële Europa en de marginale groepen die er leven.

Lees verder “Geliefd boek: Die versprengten Deutschen”

Gestolen papyri, een samenvatting (2)

De nachtwacht van Oxyrhynchos heeft een verzoek aan de politie. Grenfell en Hunt zorgden ervoor dat ook musea buiten Oxford beschikking kregen over delen van hun materiaal. Daarom is dit verzoekschrift te zien in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel

[Dit is het tweede deel van een overzicht van wat bekend is over de handel en handelingen van papyroloog Dirk Obbink. Het eerste deel is hier.]

Prijsopdrijving

Over de gang van zaken rond het Marcusfragment begrijpen we iets meer dankzij de zojuist genoemde verklaring van Daniel Wallace. Obbink wilde deze tekst verkopen aan een van de instellingen rond de Amerikaanse verzamelaar Steve Green, die een eigen collectie heeft waarvandaan hij vondsten doneerde aan een eigen bijbels museum om te profiteren van de belastingaftrek. Door Wallace te laten verklaren dat het fragment stamde uit de eerste eeuw, dreef Obbink de prijs op.

Het cruciale punt is dat Wallace zich daarvoor leende. Elke eerstejaarsstudent weet namelijk dat hij zijn vingers niet moet branden aan oudheden met een onduidelijke herkomst (vakterm: zonder gedocumenteerde provenance). Zulke dingen kunnen vals zijn en hebben dus wetenschappelijk geen waarde; wetenschappelijke belangstelling heeft geen nut, behalve dat het de verkoopprijs opdrijft. Nogmaals: elke student weet dit na het eerstejaarscollege wetenschapsleer en -ethiek. Waarom Wallace de gedragscodes negeerde, is een nog onopgelost raadsel, al heeft hij het fatsoen gehad zijn fout toe te geven.

De aandacht concentreert zich daardoor niet op Wallace maar op Obbink, die dus een Marcus-fragment uit de Oxyrhynchos-collectie stal om te verkopen aan de Green-collectie. In de loop van 2019/2020 is vastgesteld dat de EES 120 fragmenten kwijt is en dat Steve Green niet de enige koper is geweest. Het leidde tot Obbinks royement bij de Association Internationale de Papyrologues, tot aangifte, arrestatie en verhoor. En toen gebeurde er even niets.

Rechtszaak

Het bericht waarmee ik het vorige stukje opende meldt dat eenentwintig fragmenten zijn teruggevonden in Greens bijbelse museum en nu teruggaan naar Oxford. Aangezien er nog een half miljoen onuitgegeven fragmenten zijn, is het geen echt nieuws dat er nog wat terugkomen. De crux is dát het naar buiten wordt gebracht. Dit bewijst dat er inmiddels conclusies zijn en dat suggereert weer dat er onderzoek is afgerond. We mogen dus verwachten dat de rechtszaak tegen Obbink nu snel van start zal gaan.

Ik wijs nog even op dit eerdere stuk, waarin ik inga op oudheden die Green en zijn museum aan Egypte teruggeven. Daarbij zit een papyrus die, als we Obbink mogen geloven, hoort bij de gedichten van Sapfo die hij uit een kartonnage zou hebben gehaald. Zoals gezegd is de herkomst feitelijk onbekend.

Tot slot

Nog twee dingen. Eén: de uitgave van papyri met onduidelijke herkomst, of het nu Marcus of Sapfo is, is volstrekt onprofessioneel. Het gebeurt echter vaker; zie ook de Artemidorospapyrus, fragmenten uit de Dode-Zee-rollen en het zogenaamde Evangelie van de Vrouw van Jezus. Collegiale controle had deze verspilling van tijd, intellect en geld behoren te verhinderen. Er is echter geen collegiale controle. Een Obbink kan profiteren van het amateurisme van de Wallaces.

Het falen is dus institutioneel. En dat is het zorgwekkende.

Twee: classici en bijbelwetenschappers hebben het nu weleens over “the material turn”, waarmee ze bedoelen dat ze het materiële aspect van hun teksten inmiddels belangrijk meer waarderen en niet meer alleen kijken naar wat er staat geschreven. Met andere woorden, ze erkennen nu dat archeologen verstandige dingen zeggen. Dat dit een recent inzicht zou zijn, een turn in het debat, is echter een rookgordijn. Grenfell en Hunt wisten dit al in 1896. Bijbelwetenschappers en classici hebben een eeuw lang hun vingers in de oren gestoken om niet te luisteren naar deskundigen. Nogmaals: hun falen is institutioneel en zorgwekkend.

[Als u meer wil weten over vervalsingen, lees dan mijn boekje Bedrieglijk echt. Dit stuk wordt gereblogd op #GrondslagenNet, de groepsblog van archeologen, classici en oudhistorici.]

Gestolen papyri, een samenvatting (1)

Een mummie-kartonnage (Archeologisch Museum, Zagreb)

Je verwacht het niet: opnieuw blijken uit Oxford verdwenen papyri in New York te zijn. U leest er hier meer over. Hieronder is een overzicht van de stand van zaken waar de dagelijkse lezers van deze blog weinig nieuws in zullen vinden.

Achtergrond

In 1896 begonnen de Britse oudheidkundigen Bernard Grenfell (1870-1926) en Arthur Hunt (1871-1934) met de opgraving van Oxyrhynchos, een antiek stadje aan een wetering langs de Nijl. Ze deden dit met het expliciete doel antieke teksten in situ te vinden. Zolang oudheidkundigen niet wisten waar een tekst vandaan kwam, konden ze namelijk ook niet weten of die echt was. Dat is sindsdien niet veranderd; papyri zijn simpel te vervalsen en ook met koolstofdateringen en spectrometrie is niet vast te stellen dat zo’n snipper een authentieke tekst bevat. Na een jaar of tien hadden Grenfell en Hunt ongeveer een half miljoen snippers, die worden beheerd door de Egypt Exploration Society (EES) in Oxford. In de afgelopen eeuw zijn ruim 5000 fragmenten uitgegeven.

Lees verder “Gestolen papyri, een samenvatting (1)”

Caesar in Rome: de “Rechtsfrage”

Caesar (Palazzo Altemps, Rome)

Ik liet u gisteren achter met de Senaatsvergadering die Marcus Antonius buiten de stad Rome had georganiseerd op de kalenden van april van het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls waren – 3 maart 49 v.Chr. op onze kalender, vandaag 2069 jaar geleden. In zijn Burgeroorlog 1.32 beschrijft Caesar de toespraak die hij bij die gelegenheid zou hebben gehouden. Daarin vertelt hij wat zijn beweegredenen waren geweest om de Tweede Burgeroorlog te ontketenen.

Uiteraard zijn de volgende woorden te lezen in de context van zijn propagandistische geschiedwerk, maar het zou een samenvatting kunnen zijn van wat op de dag feitelijk is gezegd. De vertaling is van de onlangs overleden classica Hetty van Rooijen.

Lees verder “Caesar in Rome: de “Rechtsfrage””

Caesar in Rome

Senatoren (kopie van de Ara Pacis, Vaticaanse Musea, Rome)

Het was 31 maart in het jaar waarin Marcellus en Lentulus consuls van Rome waren – 2 maart 49 v.Chr. op onze kalender, vandaag 2069 jaar geleden. Maar de consuls waren niet in Rome, ze waren gevlucht. Toen Julius Caesar de Rubico was overgetrokken en er geen steun bleek te zijn voor de officiële vertegenwoordigers van de republiek, waren ze eerst naar het zuiden van Italië getrokken en vervolgens de Adriatische Zee overgestoken. Caesar had ze achtervolgd, had niet kunnen vermijden dat ze ontsnapten, had legers gerekruteerd en had door middel van de Lex Roscia de verdere rekruteringsbasis verbreed. Sinds 14 november 50, de dag waarop hij de Rubico was overgestoken, had de veroveraar van Gallië ongeveer 1500 km afgelegd.

Terug in Rome

En nu, op onze tweede maart, kwam hij over de Via Appia aan in Rome. Tien jaar daarvoor was hij voor het laatst in de stad geweest, als consul; sindsdien had hij Gallië veroverd en een deel van de daar verworven buit bestemd om het stadscentrum van Rome te renoveren. Naast het Forum Romanum had hij voor 600 miljoen sestertiën de grond gekocht om een tweede forum te bouwen. De stad waar hij aankwam, was zo een andere dan de stad die hij had verlaten. Ook hijzelf was veranderd. Hij was niet langer een oud-consul die blij mocht wezen zijn loopbaan te mogen voortzetten in een redelijk belangrijke provincie. Hij commandeerde een groot, getraind leger.

Lees verder “Caesar in Rome”

Oog op de Oudheid 2021

Oog op de Oudheid is een jaarlijkse serie presentaties en -discussies over de bestudering van de oudheid, georganiseerd door het Rijksmuseum van Oudheden. Want de wereld van de Romeinen, Grieken, Kelten, Egyptenaren, Joden en Mesopotamiërs is fascinerend, maar de bestudering daarvan is dat eveneens. Onder het motto ‘geen weetjes maar wetenschap’ hoort u vier avonden lang wat onderzoekers nu eigenlijk doen – dit jaar via livestreams. In 2021 is Oog op de Oudheid gewijd aan het thema controverse.

  • data: dinsdag 30 maart, dinsdag 6, 13 en 20 april 2021
  • tijd: 20.00 – 21.30 uur
  • locatie: livestream vanuit het Rijksmuseum van Oudheden
  • kosten: gratis
  • social media: #OodO21

Programma

Elke avond begint om 20.00 uur, wordt ingeleid door en sluit af met een korte discussie onder leiding van presentator Richard Kroes. Om 21.30 uur is de sluiting.

Lees verder “Oog op de Oudheid 2021”

Even geen commentaar

Raadhuis, Gouda.

Oké, ik val met de deur in huis: de commentaarsectie van deze blog gaat even op slot. Ik neem die beslissing niet lichtvaardig, want ik verwijder hiermee iets cruciaals. Het discussiëren is immers wat bloggen zoveel aardigheid geeft. De blokkade is daarom tijdelijk, maar wel noodzakelijk. Ik loop momenteel aan tegen de grenzen van mijn incasseringsvermogen.

Leuk en minder leuk

Als er één ding is waar ik als blogger trots op ben, dan is het dat we op deze plek een “community” hebben geschapen. Verschillende lezers heb ik via deze blog persoonlijk leren kennen; ik kan op uw expertise terugvallen als ik een vraag heb over natuurkunde of statistiek; u hebt mijn verblijf op de Vaalserberg mogelijk gemaakt, waar ik Xerxes in Griekenland en Bedrieglijk echt schreef; u steunt elkaar door stukjes over geliefde boeken te delen; we discussiëren en leren daarvan.

Lees verder “Even geen commentaar”

Johannes de Doper en het christendom

Bethanië, waar Johannes de Doper Jezus zou hebben gedoopt

Ik heb de afgelopen tijd de teksten over Johannes de Doper doorgenomen: de aankondiging van zijn geboorte, zijn prediking en het bericht van Jezus aan zijn leermeester. Verder blogde ik over de joodse rituele baden, een gebruik dat Johannes overnam en aanpaste tot een eenmalige handeling om aan geven dat iemand tot inkeer was gekomen en klaar was voor de Jongste Dag. Al eerder had ik geschreven over twee aspecten van Johannes’ executie: dat Salome niet de zwoele verleidster van de westerse traditie was en dat  speculator een interessant latinisme is. Vandaag: wat er na Johannes’ dood gebeurde.

Al tijdens Johannes’ leven verkondigde Jezus dezelfde boodschap: de eindtijd brak aan, God zelf zou de wereld persoonlijk regeren, de mensen moesten tot inkeer komen en geloof hechten aan dat goede nieuws. Anders dan zijn mentor liet Jezus de mensen niet naar de Jordaan komen, maar trok hij het land in. Een verschil was dat voor Jezus nogal wat “hoge” titels in omloop waren: “Mensenzoon” en “zoon van God” gaan vrijwel zeker op Jezus’ eigen tijd terug, en dat geldt vermoedelijk ook voor messias. Nadat ook Jezus was geëxecuteerd zetten zijn leerlingen het doopritueel voort. En nu deed zich een probleem voor.

Lees verder “Johannes de Doper en het christendom”

Veerman tussen twee culturen

Veerpont (Lekkerkerk)

Ik verbeeld me niet dat ik u iets nieuws vertel als ik zeg dat we afgelopen vrijdag weer zo’n relletje hebben gezien dat de letteren zo’n slechte naam geeft. Uitgeverij Meulenhoff had gevraagd aan Marieke Lucas Rijneveld om poëzie van Amanda Gorman te vertalen, maar dit leidde tot een stuk in De Volkskrant en ophef op de sociale media, waarbij de strekking was dat de opdracht beter gegeven had kunnen zijn aan iemand die, net als Gorman, zwart is. Meulenhoff probeerde de storm te bezweren met een persbericht over “sensitivity readers” – mensen die gevoeligheden herkennen die een vertaler misschien niet kent – maar het was al te laat. Rijneveld heeft zich inmiddels teruggetrokken.

Het is de moderne tijd. Abdelkader Benali kan ervan meepraten. Ergens ziet iemand je naam, iemand is verontwaardigd (doorgaans woede op zoek naar een aanleiding), de sociale media maken er een relletje van, en daarna kun je je alleen maar terugtrekken omdat aanblijven alleen maar afleidt van de goede zaak. Inhoudelijke discussie blijft achterwege.

Lees verder “Veerman tussen twee culturen”

Geliefd boek: The Last Mughal

Een nieuwe interessante schrijver ontdekken is altijd leuk. Mij gebeurde dat met de Schotse William Dalrymple (1965, niet te verwarren met Theodore Dalrymple). Hij studeerde in Cambridge. Ik zal zijn eerste boek In Xanadu. A Quest (1989) in de Amsterdamse Boekhandel hebben gekocht. Het is het enthousiaste reisverhaal – human interest ontbreekt niet – over een tocht van Jeruzalem naar de Chinese stad Xanadu. Dalrymple was pas vierentwintig toen hij het boek schreef. Daarna ben ik hem blijven volgen. De schrijver heeft zich ontwikkeld tot een narratieve historicus die leesbaar en beeldend schrijft. Voor ieder boek doet hij grondig onderzoek. Ook vindt hij het essentieel dat hij de plaatsen waarover hij schrijft zelf bezoekt, en dat is te merken.

Dalrymple woont al heel lang in Delhi. Waarom vertelt hij zelf:

I never intended to come to India. I originally set out to be an archaeologist in the Middle East, but the dig I was assigned to in Iraq closed down — purportedly due to a nest of British spies. So, I joined a friend who was heading to India. I had no particular connection to the country, but when I arrived, it was one of those moments in life when everything changes. Thirty years later, I’m still here. A constantly changing kaleidoscope of things has kept me attached, and a whole variety of careers have been facilitated by being here. My first job, teaching, took me from the Himalayas down to the far southern tip of country. By the time I was two stops in, India had unveiled itself in all its complexity and beauty — I was addicted.

Lees verder “Geliefd boek: The Last Mughal”