Alexander de Grote op weg naar Gaugamela

Munt van Mazaios (Staatliches Münzkabinett, München)

Ik liet u gisteren achter bij de brug die Hefaistion, de beste vriend van Alexander de Grote, over de Eufraat aan het bouwen was, toen aan de overzijde van de rivier het leger arriveerde van Mazaios. Hij was een Babyloniër in Perzische dienst. Alexanders biograaf Arrianus vertelt:

De Macedoniërs hadden nog geen verbinding gemaakt die doorliep tot aan de andere oever, omdat ze vreesden dat de troepen van Mazaios het bruggenhoofd zouden aanvallen. Maar toen Mazaios hoorde dat Alexander zelf in aantocht was, sloeg hij met zijn hele leger op de vlucht. Zodra hij weg was, werden de bruggen doorgetrokken naar de overkant en ging Alexander er met zijn leger overheen.noot Arrianus, Anabasis 4.9.14-15; vert. Simone Mooij.

Een Macedonische nederlaag

Arrianus’ idee dat Mazaios op de vlucht sloeg toen de Macedonische koning naderde, gaat direct of indirect terug op de woorden waarmee Alexander, Parmenion en de andere commandanten de gebeurtenis aan hun soldaten uitlegden. Het zal hen zeker bemoedigd hebben dat het eerste treffen met de vijand tijdens deze operatie was uitgelopen op zo’n gemakkelijk succes.

Lees verder “Alexander de Grote op weg naar Gaugamela”

Deel dit:

Reclame

Vierde- of derde-eeuws paardenbeslag uit Cucuteni Baiceni (Nationaal Historisch Museum, Boekarest)

Als u niet van reclame houdt, moet u niet verder lezen. Dit is geen flauw intro, bedoeld om u toch verder te laten lezen. Ik zou willen leven in een wereld waarin we informatie die we werkelijk nodig hebben, krijgen op het moment dat het ons schikt, en ons niet wordt opgedrongen. Ik krijg een staart van alle aandachttrekkerij, waartoe ik ook de te vaak herhaalde mededelingen op het station reken, en de pop-ups op onze computers, columnitis, alles wat influencers afscheiden, archeologische blabla, talkshows, spam, poezenplaatjes, ongevraagd toegestuurde wijkbladen, getelefoneer in de openbare ruimte alsmede gratuit gemopper op reclame.

Ook al krijg ik dus een staart van de aandachtseconomie, ik doe er toch maar aan mee. Het is nu eenmaal de wereld waarin ook ik ben geworpen.

Lees verder “Reclame”

Deel dit:

Alexander de Grote in de Levant

Syriërs (Apadana, Persepolis)

In de zomer van 331 v.Chr. vernam de Perzische koning Darius III Codomannus dat zijn tegenstander, Alexander, was teruggekeerd uit Egypte. De Macedonische koning was op weg gegaan toen hij hoorde dat de inwoners van Samaria, die hij een maand of zeven eerder nog had begunstigd door hun de bouw van een tempel toe te staan, in opstand waren gekomen en de Macedonische gouverneur levend hadden verbrand.

De oorzaak van deze revolte is onbekend, maar we mogen aannemen dat sommige leden van de samaritaanse geloofsgemeenschap het vertrek van het Perzische garnizoen betreurden en dat anderen meenden dat de tempelbouw het begin vormde van het messiaanse tijdperk, waarin volgens de voorspellingen de taheb (een Mozesachtige profeet) de onafhankelijkheid van het oude koninkrijk Israël zou herstellen. De opstandelingen waren geen partij voor het Macedonische leger en kozen, toen het naderde, wijselijk eieren voor hun geld door de leiders van de opstand uit te leveren. Enkele papyri, gevonden in de Wadi Daliyeh op de westelijke Jordaanoever, lijken te behoren bij een groep vluchtelingen uit Samaria.

Lees verder “Alexander de Grote in de Levant”

Deel dit:

Glykon

Glykon

Dat moest ik dus weer hebben. Er is een beroemd beeld van de antieke slangengod Glykon, dat ooit is opgegraven in de Roemeense havenstad Constanţa (het antieke Tomis) en dat tegenwoordig dient als logo van de regionale archeologische musea. Zie boven. Het kunstwerk zelf bevindt zich in het stadsmuseum, dat gesloten is. Ik had het vorige week willen zien, maar dat is dus niet gelukt. Ik zal naar Roemenië terug moeten.

De cultus voor Glykon is rond het midden van de tweede eeuw na Chr. geïntroduceerd door een zekere Alexandros van Abonouteichos. Of beter: dat is wat de Grieks-Romeinse auteur Lucianus van Samosata ons wil laten geloven, maar zijn boekje Alexander, de leugenprofeet is een uiterst vijandig (en uiterst amusant) schotschrift. Het is dus riskant om feiten eruit te distilleren, maar veel alternatieven hebben we niet.

Lees verder “Glykon”

Deel dit:

Testis unus, testis nullus

Alice en de Witte Koningin

De Latijnse spreuk waarmee ik dit blogje begin, is de kortste samenvatting van een methodisch principe: één bron is geen bron. Juristen zeggen het ook weleens en bedoelen dan – en ze blijven iets dichter bij de betekenis van het Latijn – dat één getuige geen getuige is. Testis unus testus nullus is een ietwat pedante manier om te zeggen dat je niet alles moet geloven wat je leest.

Als voorbeeld neem ik een uitspraak van de joodse profeet Amos, die schrijft dat de Ammonieten (een stam in het huidige Jordanië) een groep zwangere vrouwen de buik hadden opengereten.noot Amos 1.13. De gebeurtenis staat ook vermeld in het Deuteronomistisch Geschiedwerk, maar de auteur stelt niet de Ammonieten maar de Arameeërs uit Damascus verantwoordelijk voor dit misdrijf tegen de menselijkheid.noot 2 Koningen 8.12. Er zijn nu vier mogelijkheden.

Lees verder “Testis unus, testis nullus”

Deel dit:

Het lege graf

Het lege graf (Rabbula-codex)

Er zijn onderwerpen waarover historici weinig te zeggen hebben, zoals Pasen. De historicus kan alleen constateren dat het dubbele idee van Christus’ verrijzenis en diens lege graf heel oud moet zijn. Daar blijft het echter bij. Een lichamelijke wederopstanding is niet alleen in strijd met de natuurwetten maar ook zonder parallel. Zo’n gebeurtenis ligt buiten het bereik van wat een historicus weten kan. Er desondanks uitspraken over doen is net zoiets als zoeken naar de Alpenpas van Hannibal: je kunt het niet weten en moet gewoon aanvaarden dat er grenzen zijn aan je kennis.

Vier visies

Wat een historicus óók kan doen, is verschillen constateren in de berichten over het lege graf. Hier is het verslag volgens Matteüs.

Lees verder “Het lege graf”

Deel dit:

Voor-westerse geschiedenis (8) de zeeën

Straat van Gibraltar

Oké, daar gaat ’ie. Dit blogje gaat over de Adriatische Zee, de Alboránzee, de Balearische Zee, de Egeïsche Zee, de Ikarische Zee, de Ionische Zee, de Kretenzische Zee, de Levantijnse Zee, de Libische Zee, de Ligurische Zee, de Myrtoïsche Zee, de Sardijnse Zee, de Thracische Zee, de Tyrrheense Zee en de Zee van Marmara. En verder gaat het over de Atlantische Oceaan, het Aralmeer, de Indische Oceaan, de Kaspische Zee, de Noordzee, de Oostzee, de Perzische Golf, de Rode Zee en de Zwarte Zee. Alles bij elkaar vierentwintig zoute watervlakten.

Wij noemen de eerste vijftien samen de Middellandse Zee, maar al die wateren hebben andere eigenschappen. Dat krijg je ervan als je zo’n verfrommeld landschap hebt. Dat de Romeinen spraken van Mare Nostrum, “onze zee” in enkelvoud, was een weinig subtiele manier om te zeggen dat ze vele volken en landen hadden overwonnen.

Lees verder “Voor-westerse geschiedenis (8) de zeeën”

Deel dit:

V Macedonica in Dacië

Trajanus’ monument in Adamclisi

De verdere geschiedenis van V Macedonica volgt die van de andere legioenen uit de regio. Manschappen namen deel aan de oostelijke campagne van keizer Lucius Verus, die tussen 162 en 165 de Parthen versloeg. Bij terugkeer werd het legioen gestationeerd in Potaissa, het huidige Turda in Roemenië. De overplaatsing was noodzakelijk omdat verschillende, zoals de Sarmaten en Quaden, onrustig waren geworden. Keizer Marcus Aurelius bracht bijna tien jaar van zijn regering door aan de Midden-Donau. Vroeg tijdens het bewind van keizer Commodus (r.180-192) voerden Pescennius Niger en Clodius Albinus (beide toekomstige keizers) het bevel over V Macedonië en XIII Gemina. Samen versloegen ze de Sarmaten.

Toen deze oorlog eenmaal tot een goed einde was gebracht, richtten de Romeinen hun aandacht op de Daciërs in het binnenland. Arbeiders van de goudmijnen waren in opstand gekomen en hadden huurlingen in dienst genomen. Toen V Macedonica die had verslagen, kende keizer Commodus het in 185 of 187 de titel Pia Constans (“trouw en betrouwbaar”) of Pia Fidelis (“trouw en loyaal”) toe.

Lees verder “V Macedonica in Dacië”

Deel dit:

V Macedonica aan de Donau

Inscriptie van V Macedonica uit Oescus (Archeologisch museum, Sofia)

Van de meeste Romeinse legioenen kennen we de ontstaansgeschiedenis. Soms weten we welke keizer het heeft gesticht, soms kunnen we de geschiedenis herleiden tot de tijd van Julius Caesar en zijn opvolgers Marcus Antonius en Augustus. Van V Macedonica is de herkomst minder duidelijk. We kennen uit de vroegste tijd twee vijfde legioenen, V Urbana en V Gallica, die allebei identiek kunnen zijn aan het vijfde legioen dat later naar zijn standplaats Macedonië zou worden vernoemd. Misschien is het geformeerd door consul Gaius Vibius Pansa en diende het voor het eerst in 43 v.Chr., maar dat is slechts een hypothese.

V Macedonica was waarschijnlijk aanwezig bij de campagne rond Aktion (31 v.Chr.), waarna veteranen werden gevestigd in de Veneto. Een latere generatie veteranen is vijftien jaar later gedemobiliseerd in Fenicië in Beiroet. Hier kregen ook veteranen van VIII Augusta land toegewezen. In elk geval diende het legioen zelf in Macedonië.

Lees verder “V Macedonica aan de Donau”

Deel dit:

Garum, de Romeinse vissaus

Garum-kuipen (Lixus)

Het moet verschrikkelijk hebben gestonken, de productie van garum. Het heette in de Late Oudheid ook wel liquamen en was een soort vissaus, die het meest lijkt op de Vietnamese vissaus die u koopt bij de toko. De Romeinen waren er dol op.

Het vermoeden bestaat dat het product is ontstaan aan de Perzische Golf, waar de Babyloniërs al in de achttiende eeuw v.Chr. siqqu produceerden. Ook de Feniciërs kenden het spul, en zij gaven het recept door aan de Karthagers en Griekenland. Het werd populair in Andalusië, waar Cartagena een reputatie had hoog te houden voor kwaliteitsproducten. Daarvandaan kwam deze saus naar Italië, waar koks garum in allerlei gerechten verwerkten. Artsen schreven het overigens voor bij zweren, hondenbeten, diarree en buikgriep.

Lees verder “Garum, de Romeinse vissaus”

Deel dit: