
Beerput III
De tussenlaag verwaardigt zich
niet te ruiken navigeert tussen
troon en rest want van eenzame hoogte
wuift een opperwezen je weg
Al gehoord al gevraagd
het steentje de klont je potje
de kantjes een nietsontziende zucht
niet komen vragen of iets iets is
Slechts weinig belijnde dagen
van de priemende meester
krijgen een eer van afdaling in stof
laat staan het stipje worden in zijn schoot
Slaaf en gladiator gelijk
wanneer hij opduikt onze vierde hegge-passant
op weg naar vissen thuis
gestopt bij halte arena
grijnzende marmerpet
leunend op zijn fiets tegen ons hek
En is er hier al goud gevonden?
[Een gastbijdrage van Masja Vrijland. Dank je wel Masja!]

Log in met je uitgenodigde account of vraag lidmaatschap aan bij de redactie.