Het begin van een schrijverscarrière

Het aantal drukken van Maarten ’t Harts roman Een vlucht regenwulpen loopt in de vijftig of zestig. Het boek is verfilmd en ligt te koop bij elke supermarkt. Het mocht met recht een lacune in mijn algemene ontwikkeling heten dat ik de moderne klassieker nog niet had gelezen, en dat was vooral opmerkelijk omdat ik ander werk van ’t Hart altijd met plezier heb gelezen. Zo heeft De jakobsladder, het prachtige verhaal over een kerkscheuring en de ondergang van een gezin met een zeer orthodoxe vader, me letterlijk tot tranen geroerd. Optimistisch over al het moois wat me te wachten zou staan, begon ik aan Een vlucht regenwulpen. Het bleek niet helemaal wat ik ervan had gehoopt.

Het verhaal is bekend. Van jongs af aan heeft de hoofdfiguur, de gereformeerd opgevoede Maarten, moeite met het maken van vrienden, terwijl het vinden van een vriendin helemaal moeizaam is, hoewel hij verliefd is op een meisje Martha. Hij ontwikkelt zich tot een briljant bioloog die erin slaagt primitieve levensvormen in het lab te doen ontstaan; dat levert de sociaal nog altijd niet al te handige geleerde internationale erkenning op, en een uitnodiging voor een congres over weefselkweek in de Zwitserse stad Bern. Helaas kan hij de dwanggedachte niet van zich afzetten dat hij nog maar twee weken te leven heeft, en het lijkt er inderdaad even op dat hij zal sterven, als hij tijdens een bergwandeling een flinke valpartij maakt, net nadat hij heeft vastgesteld dat een vrouwelijke collega die hij aantrekkelijk vindt meer geïnteresseerd is in een andere beroepsgenoot. In de daarop volgende nacht heeft Maarten een heftige koortsdroom, waarin hij zijn angsten van zich aflegt – of sterft, dat wordt niet duidelijk.

Hoewel het boek is gepubliceerd in 1978, is het geschreven in het voorjaar en de zomer van 1971. Daarmee is het in feite een jeugdwerk van ’t Hart, maar alle vertrouwde thema’s zijn er al in aanwezig: liefde, natuur, wetenschap, dood en muziek spelen een belangrijke rol, en de hoofdrolspeler lijkt tot in de kleinste details op de helden van latere romans. Zo beschikt Maarten, net als de hoofdrolspeler van De jacobsladder, over enorme fysieke kracht. Een vlucht regenwulpen bevat ook prachtige lange beschrijvingen van verliefdheid en weet fenomenaal Maartens onvermogen op te roepen om ongeforceerd contact te maken met iemand van het andere geslacht. En het is vooral vlot geschreven, met een paar geweldige zinnen als ‘De kinderteelt vindt toch voornamelijk plaats in flatgebouwen waarin jonge echtparen meestal hoog boven de grond wonen’.

Maar de roman is niet ’t Harts beste werk. Vaak ligt het er allemaal wat te dik bovenop. Zo loopt Maartens angst voor de seksualiteit wel erg opvallend parallel aan zijn successen als celbioloog: iemand die langs geslachtelijke weg geen kinderen zal verwekken, weet in de reageerbuis wél leven tot stand te brengen. Maartens seksuele frustratie wordt geïllustreerd door nog andere weinig verrassende verwijzingen naar steriele vormen van erotiek: er is een verwijzing naar het Oidipouscomplex als de heel jonge Maarten met zijn moeder vader-en-moedertje wil spelen; en alweer wat ouder belandt hij in de rol van voyeur.

Dit laatste wordt ingeleid met een citaat van Simon Vestdijk, bij wie voyeurisme een vaak terugkomend motief is. Dat is niet de enige keer dat de schaduw van de duivelskunstenaar valt over Een vlucht regenwulpen: een boek van Vestdijk uit de schoolbibliotheek speelt bijvoorbeeld ook een rol. Opvallend zijn de parallellen met Terug tot Ina Damman, Vestdijks beroemde verhaal over een jeugdliefde van de sensitieve Anton Wachter. Die wordt door zijn medescholieren gepest met het woord ‘vent’, waarmee hij door zijn vader wordt aangesproken; op soortgelijke wijze wordt de jonge Maarten uitgescholden met ‘generaal’ als een onderwijzer – een soort vaderfiguur – hem zo pleegt te noemen. Elders zegt Maarten: ‘Ik wist nu ook wat ik voor Martha had gevoeld; ook dat was een soort heimwee geweest, een heimwee zonder de mogelijkheid van thuiskomst.’ De gedachte, de toon en het ritme doen enigszins denken aan de beroemde slotzin van Vestdijks Terug tot Ina Damman, dat hij ‘trouw zou blijven aan iets dat hij verloren had, – aan iets dat hij nooit had bezeten’. Het is vanzelfsprekend nooit verkeerd de grootmeester na te volgen, maar dit is iets te veel.

Sommige scènes zijn ook wat te expliciet. Een voorbeeld is het bezoek aan de dokter die bij de kleine Maarten de amandelen verwijdert. Zijn moeder heeft hem vooraf niet gezegd wat er gebeuren gaat, en het is de lezer wel duidelijk dat het kind zich in de steek gelaten voelt. De daarop volgende passage, waarin Maarten opsomt hoe voorbeeldig hij zich heeft gedragen en dat het oneerlijk was dat zijn moeder toeliet dat hij met een gloeiende tang werd bestraft, is overbodig.

Dit alles wil niet zeggen dat het een slecht boek is, maar wel dat ’t Hart, toen hij in 1971 Een vlucht regenwulpen schreef, nog niet de schrijver was die hij zou worden. De latere ’t Hart komt los van Vestdijk en durft meer impliciet te laten, erop vertrouwend dat hij zaken voldoende kan suggereren. Als Een vlucht regenwulpen onmiddellijk zou zijn uitgegeven en niet pas zeven jaar later, zou het zijn aangeduid als een ‘veelbelovend debuut’. Er zou nog veel moois volgen.

[Deze bespreking verscheen eerder op Recensieweb.]

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s