Zomaar wat boeken

Ik had vandaag eigenlijk willen bloggen over archaic survivals. Het is immers maandag en mijn methodologische blogjes plan ik nu eenmaal voor die dag. Alleen klikte ik het stukje vrijdag al weg en staat het nu al online. Dus ik blog maar even over het dichtstbijzijnde onderwerp dat voorhanden is. Dat zijn de boeken tussen bureau en bed.

Signalementen dus van wat ik nu aan het lezen ben. En voor het goede begrip: signalementen zijn geen recensies, zelfs al geven onze kranten tegenwoordig slechts 700 woorden voor wat ze recensie noemen. Degenen die geen zin hebben in onbenullige signaleringen dat boeken bestaan, hoeven niet verder te lezen. Hun bied ik een leuk muziekje.

Lees verder “Zomaar wat boeken”

Geliefd boek: Le feld-maréchal von Bonaparte

Duitse spotprent op Napoleon (1813)

Er zijn van die boeken die je herleest omdat ze je pakken. Le feld-maréchal von Bonaparte (1996) van Jean Dutourd is er voor mij zo een. Dutourd (1920-2011) was lid van de Academie Française en drager van verschillende hoge onderscheidingen. Carrière: dertig jaar journalist/columnist van France Soir en schrijver van een zeventig romans en essays, daarnaast ook nog een bekende stem op de radio en Gaullist in hart en nieren.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt hij na vijftien dagen krijgsgevangen genomen, maar na zes weken weet hij al te ontsnappen. Om de tijd te doden studeert hij aan de Sorbonne filosofie en wordt hij lid van de résistance. In 1944 opnieuw gevangengenomen weet hij weer ontsnappen en neemt hij deel aan de bevrijding van Parijs. In de nacht van 13 op 14 juli 1978 werd zijn appartement op Avenue Kléber 63 in Parijs bij een terroristische aanslag opgeblazen.

Lees verder “Geliefd boek: Le feld-maréchal von Bonaparte”

Geliefd boek: Turkse vlinders

Wie zich op het juiste tijdstip op de goede plek aan de Gouden Hoorn in Istanbul bevindt, staat iets enerverends te wachten. Van alle kanten wordt met krachtige geluidsinstallaties vanaf moskeeën opgeroepen tot gebed. Die oproepen weerkaatsen tegen de omringende heuvels. Klinken die oproepen bedreigend? Welnee, de gelovigen weten zo dat het tijd is om te bidden. Istanbul maakte op mij een diepe indruk. Maar hoe zou het zijn om er verliefd te worden en een tijdje te wonen?

Praktische problemen

De tegenwoordige columniste van de NRC en schrijfster Stine Jensen vertelt in haar Turkse vlinders. Liefde tussen culturen (Prometheus 2005) openhartig over haar relatie met een Turkse man in Istanbul. Het boek is mede gebaseerd op gesprekken met Turkse vriendinnen en enkele mannen die een Turkse partner hebben. Haar publicatie biedt een indringend beeld van het chaotische leven van jonge dertigers in die immens grote stad aan het begin van de eenentwintigste eeuw.

Lees verder “Geliefd boek: Turkse vlinders”

Geliefd boek: Oom Petros

Oom Petros en het vermoeden van Goldbach is de Nederlandse vertaling door Peter Out van de oorspronkelijk in het Engels geschreven roman Uncle Petros and Golbach’s Conjecture (2000) van de Griekse auteur Apostolos Doxiadis (geb. 1953). Met een citaat van de grote wiskundige G.H. Hardy voorin het boek wordt de toon van de roman gezet:

Archimedes zal herinnerd worden als Aeschylus is vergeten, want talen sterven maar wiskundige ideeën niet (…).

Aansluitend hierop citeer ik een uitspraak op p. 150:

Anderzijds heeft de niet-wiskundige geen idee van de vreugden die aan hem voorbijgaan. Het amalgaam van Waarheid en Schoonheid dat voor het begrijpen van een belangrijke stelling wordt onthuld, kan niet via andere menselijke activiteiten worden verkrijgen, behalve misschien de mystieke, religieuze ervaring.

Lees verder “Geliefd boek: Oom Petros”

Het verhaal van Sinuhe

Senusret (Medelhavsmuseet, Stockholm)

Ik heb op deze plek weleens geschreven over het Verhaal van Wen-Amun, een Egyptische diplomaat die in het buitenland ontdekt dat mensen buiten het eigen land weleens anders naar de dingen kunnen kijken dan hij gewend is. Het is een voorbeeld van het Egyptische genre dat wel is aangeduid als “reisliteratuur”. Andere voorbeelden zijn het Verhaal van de schipbreukeling en het Verhaal van Sinuhe. De pointe van die verhalen is niet heel anders dan die van onze reisliteratuur: de hoofdpersoon verwerft in den vreemde een bepaald inzicht.

Meestal is dat overigens een inzicht dat de hoofdpersoon zonder al dat gereis ook wel thuis zou hebben kunnen opdoen. Maar ja, dan hadden wij geen verhaal vol avonturen en couleur locale gehad. Het is dus maar goed dat de hoofdpersoon doorgaans niet al te snugger is.

Net als in het Verhaal van Wen-Amun lijkt het Verhaal van Sinuhe op het eerste gezicht echt gebeurd. Er wordt verwezen naar historische gebeurtenissen, zoals het overlijden van farao Amenemhet I in 1952 v.Chr., en naar reëel bestaande plaatsen. Ik zal straks nog een detail noemen dat goed getroffen is.

Lees verder “Het verhaal van Sinuhe”

Oncontroleerbare geschiedenis (voor mij dan)

De mooiste film van vorig jaar was, als je het mij vraagt, Summer of Soul. Als u die niet hebt gezien: het gaat over enkele concerten die in de zomer van 1969 zijn gegeven in Harlem, New York. Een soort Woodstock, maar grotendeels vergeten. Regisseur Questlove vond het materiaal terug en maakte er een documentaire van. En dus zien we Stevie Wonder (superjong), Mahalia Jackson, Sly & the Family Stone, B.B. King en Nina Simone. Allemaal “zwarte” muziek en dat is geen toeval, want burgemeester John Lindsay wilde, kort na de moord op Martin Luther King en Robert Kennedy, rassenrellen tot elke prijs vermijden. Daarom steunde hij het initiatief van een zwart muziekfestival.

Meer muziek

Nog zoiets: de documentaire They say I’m different, over de onlangs overleden Betty Davis. Terwijl de burgerrechtenbeweging een keurig imago wilde hebben om geen voeding te geven aan theorieën dat zwarten gelijke rechten niet aankonden, was hier een nogal libertijnse zangeres. De documentaire is vrijwel geheel in scène gezet, want er is nauwelijks beeldmateriaal. Wel een aanrader echter, want de muziek is fenomenaal. Hier is het nummer waaraan de documentaire haar naam ontleend.

Lees verder “Oncontroleerbare geschiedenis (voor mij dan)”

Aanbevelingsbrieven

Trajanus (Glyptothek, München)

Een opvallend groot aantal brieven uit de Oudheid is te typeren als aanbeveling. Ik ga daar hieronder het een en ander over neuzelen, maar het is zinvol als u eerst eens zo’n aanbevelingsbrief hebt gelezen. Hieronder is dus eerst een voorbeeld uit de correspondentie van Plinius de Jongere, gericht aan keizer Trajanus en daterend uit 112 na Chr.

Plinius’ aanbevelingsbrief

Samenvatting: Plinius vraagt voor een geleerde ridder uit Hippo Regius in Numidië een ontheffing van het verplicht beheren van het vermogen van een vrouwelijk familielid. Dit kon tijdrovend werk zijn en vermoedelijk vond Plinius dat de geleerde zich verdienstelijker maakte met nieuw literair werk dan met vermogensbeheer.

Lees verder “Aanbevelingsbrieven”

W.H. Auden, Musée des Beaux Arts

Museum voor Schone Kunsten, Brussel

Er zijn weinig schilders waarvan ik meer houd dan van Pieter Bruegel, over wiens Landschap met de Val van Ikaros ik al eens blogde. Het is namelijk helemaal niet van Bruegel. In een ander blogje, een van mijn favorieten, beschreef ik hoe de Berlijnse schilder Robert Seidel Bruegels Jagers in de sneeuw gebruikte voor een schitterend nieuw schilderij.

De dichter W.H. Auden verwees naar twee of drie van Bruegels schilderijen in een van zijn beroemdste gedichten, Musée des beaux arts (1938). Het gaat om de Volkstelling in Betlehem, het Landschap met de Val van Ikaros en waarschijnlijk ook De kindermoord in Betlehem. Alle drie zijn te zien in de Musea voor Schone Kunsten in Brussel. Omdat ik ook het gedicht mooi vind, wilde ik daar al jaren een kijkje gaan nemen, maar het kwam er nooit van. Tot vandaag dan.

Het was een fijn bezoek. Het lukt me nooit om in een schilderijenmuseum van meer dan drie doeken écht te genieten, en hier was het niet moeilijk te kiezen welke. Ze hangen bij elkaar in dezelfde zaal. Dus hierbij: het gedicht van Auden, met bijbehorende illustraties.

Lees verder “W.H. Auden, Musée des Beaux Arts”

Het ros Beiaard (2)

De Vier Heemskinderen, gevelsteen op de hoek van de Herengracht/Leidsegracht in Amsterdam

[Tweede van vier door Dieter Verhofstadt geschreven stukken over de legende van het Ros Beiaard en de Vier Heemskinderen. Het eerste deel was hier.]

Van het verhaal bestaan sinds de dertiende eeuw diverse manuscripten met lichte variaties, ten gevolge van de mondelinge traditie waarin troubadours eigen elementen toevoegen.

Vertalingen

In 1508 komt een Nederlandse vertaling uit van de cyclus. In deze versie is Aymon niet erg opgetogen over de krijgsbuit die hem te beurt valt na trouw aan de zijde van Karel de Grote te hebben gevochten. Zelfs een huwelijk met Karels zuster Aye kan hem niet vermurwen. Hij zweert elk kind dat eruit voortkomt eigenhandig te doden. Als hij bij Aye na jaren klaagt over het kinderloos gebleven huwelijk, openbaart zij de vier zoons aan haar man. Aymon is in het bijzonder opgezet met de kloeke Reinout en schenkt hem het Ros Beiaard.

In de Oudnederlandse versie van 1508 is er al sprake van “Dormonde” als laatste rustplaats voor Reinout. Het is de oude naam voor Dortmund. Het kan niet worden uitgemaakt of de vermelding een oorzaak is of een gevolg van de patroonheiliging aldaar. Wel zou hier de voedingsbodem kunnen liggen voor de toe-eigening van de legende door het gelijkluidende Dendermonde. Dat het over Dortmund gaat, is wel zeker: de vroegste Franse versie heeft het over Trémoigne. Hier dokkert de kar met het lijk van Reinold uit eigen beweging heen, nadat het uit de Rijn is opgevist.

Er volgen nog Engelse, Duitse en Italiaanse vertalingen. In de Italiaanse overlevering wordt Rinaldo een belangrijke figuur, die verbonden is met zijn neef Orlando/Roeland, zoals in het epos Orlando Furioso. In de Frankische Roman komen er afgeleide verhalen en voorlopers, spin-offs en prequels als het ware, met de populaire Malegijs als hoofdpersonage.

Lees verder “Het ros Beiaard (2)”

Het ros Beiaard (1)

De finale van de omgang van het Ros Beiaard op de Grote Markt in Dendermonde (©Lieve Gijsbrecht).

Op 29 mei 2022 ging in Dendermonde het Ros Beiaard uit, naar tienjaarlijkse gewoonte. Deze keer moest men zelfs twaalf jaar wachten, aangezien de voorbije twee jaar massale bijeenkomsten werden ontmoedigd of verboden. Een decennium van pauze is lang genoeg om levens gevoelig te zien veranderen, ontstaan of ophouden. Dat maakt elke ommegang voor de betrokkenen weer een emotionele, existentiële gebeurtenis, terwijl de traditionele elementen in de folklore de gelukkige deelnemers verbinden met de heimat.

Nochtans is de legende niet voorbehouden, noch ontstaan aan de monding van Dender en Schelde. Het Ros Beiaard en de Vier Heemskinderen op zijn rug stammen immers uit de verhalencyclus die we aanduiden als Chansons de geste – vrij vertaald heldendichten –  een mondelinge traditie die bloeide in de twaalfde en dertiende eeuw. Ze vertellen over de regeerperiode van Karel de Grote, soms met feitelijke achtergrond maar hoofdzakelijk opgebouwd uit verzonnen personages en mythische elementen verbonden met lokale legenden. Het bekendste dergelijke heldendicht is het Roelantslied. De in het Oudfrans geschreven chansons de geste vormen de cyclus van de  Frankische roman die bestond naast de Arthurlegenden en de klassieke romans zoals de legende van Troje. In de Frankische roman vinden we Karel de Grote zowel terug als geliefde koning en held, zoals in het Roelandslied, als in de gedaante van onbetrouwbare tiran en antiheld, zoals bij de Vier Heemskinderen. Een hypothese is dat Karel een personificatie is van de historische sterke koning én van zijn zwakkere opvolgers.

Lees verder “Het ros Beiaard (1)”