Maximalisme en minimalisme

De Atheense staatsgevangenis? Een van de voorbeelden uit het boek van Hall

Het is maandag, de dag waarop ik meestal schrijf over een aspect van de oudheidkundige methode. In mijn reeks filmpjes behandel ik daarom een boek over het maximalisme/minimalisme-debat, namelijk Jonathan Halls Artifact and Artifice. Classical Achaeology and the Ancient Historian (2014). Ik prees het al eerder.

De inzet van het maximalisme/minimalisme-debat is vrij simpel: wat doe je als twee soorten bewijsmateriaal niet hetzelfde suggereren? De hoofdstad van de Meden, Ekbatana, zou volgens de geschreven bronnen een enorme nederzetting moeten zijn geweest, maar archeologen hebben nog weinig gevonden. Er zijn twee strategieën:

Lees verder “Maximalisme en minimalisme”

Snoepjesboom in Apeldoorn

U denkt: dit is een gewoon laantje. Halfverhard, wat bomen. Van zulke weggetjes gingen er ooit dertien in een dozijn en zelfs tegenwoordig, nu de leuze is “waar een wil is is alweer een weg”, gaan er nog altijd een stuk of acht in een dozijn. Een gewoon laantje, denkt u dus, maar u kon zich niet meer vergissen.

Ik weet dat, want we gingen er vroeger vaak wandelen: mijn moeder voorop, mijn vader volgend met de kinderwagen waarin mijn broertje lag en met mijn zusje aan de arm. Ik zal wel bij mijn vader hebben gelopen, verhalen vertellend over astronauten. Het gebeurde regelmatig dat mijn moeder, die dus voorop liep, ons riep snel te komen omdat ze had ontdekt dat aan een van deze bomen snoepjes groeiden. Kaneelkussentjes, weet ik nu. Ik heb zulke bomen nooit meer ergens gezien, dus dat laantje is heel bijzonder.

Lees verder “Snoepjesboom in Apeldoorn”

Popović over de Dode-Zee-rollen

Een commentaar op Jesaja: een fragment van een Dode Zee-rol, nu in het Jordan Museum in Amman.

Over de Dode-Zee-rollen zijn honderden boeken geschreven in tientallen talen. Het boek dat de Groningse hoogleraar Mladen Popović in 2013 presenteerde bij de expositie in het Drents Museum in Assen is een van de betere. Het biedt geen schijnzekerheden, zoals de “conclusie” dat het zou gaan om de bibliotheek van de sekte van de essenen. Dat is op zich een respectabel idee, ooit door Géza Vermes naar voren gebracht, maar het is zeker niet bewezen.

Lees verder “Popović over de Dode-Zee-rollen”

Clerinx over de Romeinen in de Lage Landen

Ik ken de Vlaamse wetenschapsjournalist Herman Clerinx persoonlijk; de laatste keer dat ik hem sprak was bij een persconferentie in Tongeren waarbij een vloektabletje werd gepresenteerd. Als de huidige lockdown voorbij is, hoop ik weer eens met hem te lunchen en te luisteren naar de vele nieuwtjes die hij te delen heeft. Want Herman weet alles.

Zijn boeken zijn dan ook geweldig, zoals zijn boek over de Trechterbekercultuur – u mag ook hunebedbouwers zeggen – en zijn navertelling van de Keltische verhalen. In mijn reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast” haal ik Clerinx’ boek Romeinse sporen tevoorschijn. Er is veel te prijzen, want behalve het verhaal van de Romeinse aanwezigheid in de Benelux biedt hij ook een bezoekersgids voor de vele plekken waar Romeins erfgoed te zien is.

Lees verder “Clerinx over de Romeinen in de Lage Landen”

“Rape in the sky”

Romeinse gem (Rijksmuseum van Oudheden, Leiden)

We moeten wegens de corona zoveel mogelijk thuis blijven maar voor de opnames van Oog op de Oudheid moest ik afgelopen dinsdag toch echt naar Leiden, naar het Rijksmuseum van Oudheden. Daar was een expositie van gemmen – u weet wel, gesneden edelstenen – ingericht waar geen mens momenteel naar kan komen kijken. Het stemde me intens treurig. Het is zoiets als de weg weten in een huis dat is gesloopt. (Tussen haakjes: al mijn veel beleden sympathie voor Rotterdam maakt me niet blind voor de waanzin van de sloop in de Tweebosbuurt.)

Terug naar die gemmen. Hierboven een Romeins voorbeeld uit de eerste eeuw n.Chr.: een adelaar die iemand optilt. De adelaar is Zeus/Jupiter, daar zit geen probleem. Maar wie is de ander? Is het Hebe, de schenkster van de goden? Die wordt meestal afgebeeld met een beker in de hand. Is het – zie het plaatje hieronder – Ganymedes, de geliefde van Zeus? Het door een enorme adelaar meegevoerde mensje lijkt een vrouw met een haarknotje.

Lees verder ““Rape in the sky””

Kraaien in het paradijs

Ik schrijf dit op een mooie vrijdagmorgen. Ik zette zojuist de balkondeuren open en zag in de tuin van de buren een paar groene halsbandparkieten. Mooie beestjes, waarvan de herkomst in Amsterdam een bekend verhaal vormt, maar ze hebben de huismussen verdrongen die hier vroeger nog weleens zaten. Ook de duiven zijn er niet langer. Het is een kleine herinnering aan het feit dat onze leefomgeving permanent verandert. Op zich niets catastrofaals maar het valt ook niet helemáál los te zien van de klimaatcrisis waarin we verkeren. Ik las gisteren dat wereldwijd nog maar drie procent van de ecosystemen onaangetast is.

Ik weet niet wat dat betekent. Ik ben geen bioloog of klimaatwetenschapper. Vermoedelijk kunnen ook biologen en klimaatwetenschappers zich geen goede voorstelling maken van wat ons op de middellange termijn precies te wachten staat. Dan kan de verbeeldingskracht van een romanschrijver te pas komen. Ik heb het over Kraaien in het paradijs, de net verschenen tweede roman van Ellen de Bruin, waarin de neergang wordt beschreven van een geïsoleerd jungle-eiland. (Full disclosure: ik heb De Bruin weleens ontmoet en ze signeerde mijn exemplaar.)

[Hierna volgen enkele spoilers]

Lees verder “Kraaien in het paradijs”

Missing link?! Verrek, het klopt

Vroeg-alfabetische inscriptie op een scherf uit Tel Lachis (© J. Dye, Österreichische Akademie der Wissenschaften)

Ho, stop, wacht. Dit was even niet de planning! Eigenlijk had ik vandaag een stukje willen schrijven over het handboek dat ik momenteel herlees, Een kennismaking met de oude wereld van De Blois en Van der Spek, maar nu is er ineens nieuws. En niet zomaar nieuws, nee, het is nieuws uit Israël, het land waar de laatste jaren eigenlikk nooit iets zinvols over te schrijven viel. Het was óf bluf óf hype óf bluf én hype. U weet wel, in het voorjaar is er een paashoax, elke zomer graven ze weer een paleis op van koning David, rond Tisha B’Av is er iets over de oorlog tegen de Romeinen en in december is Chanoeka incompleet zonder Hasmoneeën-muntschat. Maar nu ineens zetten archeologen de Week van de Klassieken luister bij met een serieuze en vrije belangrijke vondst over het ontstaan van het alfabet.

Oude alfabetten

Kijk, het zit zo. Wij hebben ons alfabet van de Romeinen, die weer een Italisch alfabet hebben aangepast, dat die Italische volken op hun beurt hadden van de Grieken, die het op een zeker moment hebben overgenomen van de Feniciërs. Anders dan men wel beweert, hebben die het alfabet niet uitgevonden. Het was al ouder. Het museum in Damascus toont bijvoorbeeld een mooi kleitabletje uit Ugarit met daarop de tekens van een dertigletterige abjad, geschreven in de Late Bronstijd. Dat is een spijkerschriftalfabet. (Ik heb er geen foto van want ik had op de dag dat ik het museum bezocht nog niet door hoe je een suppoost zijn baksjisj betaalt.)

Lees verder “Missing link?! Verrek, het klopt”

Vroegchristelijke teksten

Mijn corona-app vertelt me dat ik onlangs een kwartier ben geweest in de nabijheid van iemand met de nare ziekte – ik wens hem of haar beterschap – en dus zit ik even thuis en is er tijd voor nog een filmpje. In de reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast” vertel ik u over Géza Vermes’ boek Christian Beginnings. Ik schreef er al eerder over en het filmpje is hieronder.

Het laatste boek van de in 2013 overleden grote geleerde leest als een trein. Hier en daar gaat hij wel erg kort door de bocht (en mijn samenvatting van het subordinationisme is dat zeker ook), maar het boekje is een fijne introductie tot de vroegchristelijke literatuur.

Lees verder “Vroegchristelijke teksten”

Een koninklijke toerist

Tempe

Voordat hij in de zomer van 480 v. Chr. Thessalië binnenviel, verzamelde de Perzische koning Xerxes zijn troepen in Therma (het huidige Thessaloniki). Bij het zien van de toppen van Olympos en Ossa, besloot hij de kloof tussen de twee bergen, het Tempe-ravijn waarover ik al eens blogde, te bezoeken. Een van de redenen was om de weg te verkennen. De Griekse onderzoeker Herodotos geeft echter ook een tweede motief aan: de grote koning had grote bewondering voor de grote werken van de natuur.

Het koninklijk bezoek biedt Herodotos de gelegenheid om uit te weiden. Verwijzend naar een oude mythe dat de god Poseidon de kloof van Tempe zou hebben geschapen, merkt hij op dat dit een redelijke verklaring is. De dichter Homeros had Poseidon immers de “schudder der aarde” genoemd, en het lag volgens Herodotos voor de hand dat deze kloof door aardbevingen was ontstaan. Hoewel hij zich vergist – Tempe is in feite ontstaan door erosie – geeft hij er blijk van zich bewust te zijn van het feit dat het oppervlak van de aarde sinds het ontstaan van de wereld is veranderd. Dat is nogal een inzicht.

Lees verder “Een koninklijke toerist”

Henri Pirenne: Van Late Oudheid naar Vroege Middeleeuwen

De apostel Paulus. Byzantijns ivoorsnijwerk, gevonden in een Merovingische context (Teseum, Tongeren)

Nog een derde filmpje in mijn reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast”: dit keer over Henri Pirenne, de grote Belgische historicus. Ik heb al eens eerder over zijn boek Mahomet et Charlemagne geschreven en het is niet zo zinvol dat te herhalen. U leest het hier maar.

Het filmpje duurt een kwartier. Langer dan ik wilde, maar het is dan ook een heel belangrijk boek. Niet om de eigenlijke these: dat de Late Oudheid, met de Merovingen als opvallendste dynastie, overging in de Vroege Middeleeuwen doordat de handel tussen het oostelijk en westelijk bekken van de Middellandse Zee tot stilstand kwam na de Arabische veroveringen. Zonder Mohammed geen Karel de Grote. Dát is weerlegd.

Lees verder “Henri Pirenne: Van Late Oudheid naar Vroege Middeleeuwen”