Xerxes in Griekenland

Als alles naar wens gaat, rond ik vandaag mijn nieuwe boek af. Het heet Xerxes in Griekenland. De mythische oorlog tussen Oost en West. Net als in het boek over Constantijn de Grote probeer ik u te tonen dat er een wetenschappelijk proces is waarmee oudheidkundigen komen tot reconstructies. Xerxes’ invasie van Griekenland in 480 v.Chr. is daarbij een fijn voorbeeld, hoop ik, waardoor mensen het boek met plezier zullen lezen.

Weinig archeologie dit keer, wel veel teksten, en dan natuurlijk vooral die van Herodotos. In feite neem ik u ruim 52.000 woorden mee langs zijn Historiën, om te kijken hoe hij nu eigenlijk zijn doelen najaagt. Ondanks de titel van dit werk is Herodotos namelijk geen historicus. Hij is de vader van de journalistiek en zijn Historiën zijn te lezen als een artistieke reconstructie van wat was gebeurd, als een verslag van wat de auteur persoonlijk geneigd was te geloven, als een monument voor de gevallenen en de overwinnaars.

Lees verder “Xerxes in Griekenland”

Notger van Luik

Evangeliarium van Notger van Luik (Grand Curtius Museum, Luik)

“Luik, je hebt Christus te bedanken voor Notger,” schrijft Notgers anonieme biograaf, “en je hebt Notger te bedanken voor al het overige.” Daarmee zei de auteur van de Vita Notgeri geen woord teveel. Keizer Otto I had de monnik uit Sankt-Gallen in 971 benoemd tot bisschop van Luik en hoewel deze zijn keizer en daarna diens opvolger Otto II, vervolgens regentes Theophanu en tot slot de jonge Otto III altijd loyaal heeft gediend, was hij niet blind voor de belangen van zijn bisdom. In de jaren na de dood van Otto II steunde hij Theophanu door dik en dun, maar wat hij voor haar veroverde, voegde hij vaak toe aan zijn eigen gebieden, zoals Hoei en een deel van de Haspengouw. Hiermee werd hij de grondlegger van wat later het prinsbisdom Luik zou zijn. In zijn hoofdstad bouwde hij diverse kerken, een paleis en een omwalling.

De man was creatief. Een mooi verhaal – ik sta niet in voor de betrouwbaarheid – is dat over de belegering van het bergfort Chèvremont (bij Chaudfontaine), waar hij zijn tegenstanders een gevechtspauze toestond in verband met een bevalling. De volgende dag vroegen die tegenstanders hem of hij dan de doop wilde komen verzorgen, want ze erkenden weliswaar zijn wereldlijke gezag niet, maar hij was wel de hoogste aanwezige geestelijke. Notker stemde in en toog naar de burcht met een grote groep monniken, die bij nader inzien soldaten bleken te zijn, waarmee hij het garnizoen al snel had overmeesterd.

Lees verder “Notger van Luik”

Kwakgeschiedenis: Daar is Trouw weer

Amulet uit Xanten

Archeologen vinden, zoals ze zelf zeggen, alleen maar sporen van resten van overblijfselen. Die uit de grond halen is al lastig. Het echte werk moet dan nog beginnen: de interpretatie, waarbij het vaak draait om vergelijkingen met soortgelijke vondsten elders. Teksten en de resultaten van antropologisch onderzoek zijn ook middelen om verder te komen. Plus een stevige hoeveelheid logisch nadenken. Herinterpretaties van bestaande vondsten zijn, zoals in elke wetenschap, aan de orde van de dag.

Daarna blijft er nog een hele hoop over waarvan je geen idee hebt wat het is.

Gelukkig is er de Eerste Hoofdwet van de Archeologie: als je niet weet wat het is, is het vast religieus. Combineer dit met het voortleven van het Victoriaanse idee dat alle antieke religie ging over vruchtbaarheid en presto, je kunt elk voorwerp alsnog van een verklaring voorzien. Het helpt daarbij dat nogal wat voorwerpen staaf- of cirkelvormig zijn, zodat je er altijd wel een fallus of vagina in kunt herkennen.

Lees verder “Kwakgeschiedenis: Daar is Trouw weer”

Fort Battice

Battice

Luik is niet alleen Luik. Wie vanaf Maastricht langs de Maas naar de grote Waalse stad reist, rijdt eigenlijk al vanaf de grens langs de eindeloze industrieterreinen en bedrijvenparken. Dit is een van de grootste economische knooppunten van Noordwest-Europa. Dat was al zo in de negentiende eeuw en om er zeker van te zijn dat de strategisch belangrijke zone in oorlogstijd Belgisch zou blijven, kreeg Luik na 1887 een gordel van twaalf forten, die de stad moesten beschermen als Duitsland en Frankrijk ooit nog eens ten oorlog zouden gaan en de neutraliteit van België zouden negeren.

Toen het er in 1914 op aankwam, bleken de Duitsers de zwakten van de reeks te kennen. Ze vielen langs verschillende kanten aan, kenden het gat in de reeks (langs de Maas) en op 7 augustus, drie dagen na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, capituleerde Luik. Daarna werden de forten van binnenuit de cirkel aangevallen. Daar waren ze niet op ontworpen, maar de forten hielden het desondanks nog zes dagen uit, ondanks de inzet van het allerzwaarste veldgeschut dat de wereld tot dan toe had gezien, de Dikke Bertha.

Lees verder “Fort Battice”

Grenzen op de Vaalserberg

In Karelië in het oosten van Finland schijnt een plek te zijn die “Stalins vinger” heet. Volgens de moderne legende legde de tiran, toen de grens in 1940 werd getrokken, zijn hand op de landkaart, zodat degene die de grens aan het intekenen was, er met de pen omheen moest. Het plaatje hierboven toont de Duits-Belgische grens en toont, zoals u ziet, ook zo’n vreemde en onlogische vorm. Daar moest ik het mijne van weten en toen ik vorige week toch naar Aken moest, ben ik er dus heen gefietst.

Dat was makkelijker gezegd dan gedaan, want (a) ik moest de Vaalserberg op en (b) er was geen weg naar deze “vinger”. Er is wel een onregelmatig bospad dat langs de grens loopt, zodat ik in feite nogal aan het cross-country cycling was. Wat ook wel weer eens leuk is op je vierenvijftigste. Voorbij het stuk voorbij de Duitse “vinger” in België was het bospad trouwens meer de bedding van een beekje. Maar goed, ik kwam er en de vinger bleek een weilandje te zijn.

Lees verder “Grenzen op de Vaalserberg”

Het Land van Herve

Uitzicht vanaf de Vaalserberg over het noordoostelijke Land van Herve

Zoals Vladimir Majakovski al schreef en zoals de Talking Heads al bezongen, is de hemel slaapverwekkend saai. Het zal u dus niet verbazen dat le bon Dieu zich af en toe verveelt. Van zijn kant heeft de duivel, die altijd maar mensen moet straffen, daar zo nu en dan ook weleens tabak van. Allebei gaan ze dus weleens een blokje om en omdat de eeuwigheid oneindig lang is, was onvermijdelijk dat ze elkaar een keer tegenkwamen. Ze knoopten een praatje aan en God stelde voor dat ze, om wat afleiding te hebben, eens een partijtje zouden dammen.

“Maar we hebben geen schijven!”, wierp de duivel tegen, die nou eenmaal professioneel op al het positieve negatief moet reageren.

God wist raad. “Als we daar nu eens zwartbonte koeien voor nemen!” Zonder veel moeite vonden ze wat dieren zonder witte vlekken op de kop, zodat ze goed waren te onderscheiden van de witte speelstukken, waarvoor ze witte schapen namen.

Lees verder “Het Land van Herve”

MoM | Vertalen is moeilijk

Dit zijn dromedarissen en geen kamelen

Een dromedaris heeft één bult en een kameel heeft er twee. Hun Amerikaanse neefje lama heeft er geen. Een kameel komt uit Centraal-Azië, waar de winters koud zijn, en heeft daarom lange haren, dikke vetlagen en zo kort mogelijke poten. Zo bewaart ’ie zijn lichaamswarmte. De dromedaris woont daarentegen in het Nabije Oosten, waar het loeiheet is en daarom heeft het beest korte haren, lange poten en dunne vetlagen. Wat ik maar zeggen wil: het zijn verschillende dieren, levend in tegengestelde ecologische niches.

Het Nederlands maakt onderscheid. We hebben dat ontleend aan de Grieken, die de eenbulter in de zesde eeuw v.Chr. leerden kennen en begrepen dat de dromedarios, “renner”, een snelle loper was. De tweebulter leerden ze ruim twee eeuwen later kennen en daarvoor gebruikten ze kamelos, een Semitisch leenwoord dat voortleeft in het Arabische jamal. De Engelsen, de koloniale macht die ooit heerste over een half dozijn Arabische landen, heeft dit woord eveneens geleend: camel kan zowel slaan op een kameel als op een dromedaris. Zie daar de verklaring voor de dromedaris op het pakje Camel-sigaretten waar u als kind zo verbaasd over was.

Lees verder “MoM | Vertalen is moeilijk”