Perzen, Grieken en pseudohistorici (1)

Herodotos (Agora Museum, Athene)

Het leuke van een eigen blog is dat je kunt doen wat je zelf wil. En hoewel ik het altijd leuk vind om op zondag iets over het Nieuwe Testament te schrijven en op maandag een methodisch probleem aan te pakken, voel ik me vrij om daar van af te wijken en iets heel anders te doen: een reeks over Xerxes’ expeditie naar Griekenland. Dat is niet omdat ik er onlangs een boek over heb gepubliceerd, al is dat wel waarom ik denk dat ik er iets van weet, maar omdat ik er zaterdag een digitale les over heb verzorgd en ik ineens weer zin had in de materie. Ik weet nu nog niet precies hoe dit zal gaan, behalve dan dat ik aanstaande woensdag de reeks onderbreek voor een aflevering in de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Ter zake.

Herodotos’ oorlog

Eerst maar even dit: voor de Perzische Oorlog, zoals wij de expeditie van Xerxes noemen, hebben we eigenlijk maar één bron, de Historiën van Herodotos, een van de leesbaarste teksten uit de Oudheid. Het woord historie betekende destijds, in de vijfde eeuw v.Chr., nog “onderzoek”, en de auteur heeft werkelijk alles onderzocht wat er te onderzoeken viel. Dat ordent hij thematisch en chronologisch. We lezen over de veroveringen van de Perzische vorsten Cyrus, Kambyses en Darius, en bij elk binnengevallen land neemt Herodotos de moeite iets over topografie, etnografie, religie, geschiedenis enz. te vertellen. De volgende koning die op oorlogspad gaat is Xerxes; hij probeert de Griekse stadstaten te onderwerpen. Omdat Herodotos’ publiek de topografie, de gewoonten, de godsdienst en het verre verleden van zichzelf wel kenden, kon Herodotos dat overslaan en zo worden de Historiën uiteindelijk geschiedschrijving.

Lees verder “Perzen, Grieken en pseudohistorici (1)”

Het einde van de Bronstijd

De Late Bronstijd! Ik had retorisch willen vragen welk oudheidkundig thema toch fascinerender kon zijn, maar dan gaat u natuurlijk “Cicero” roepen of “Atheense tragedies”, of iets anders, want het zou matennaaierij zijn op retorische vragen geen flauwe antwoorden te geven. Maar goed: weinig onderwerpen uit de Oudheid zijn fascinerender dan de Late Bronstijd.

Reden één: de puzzelstukken beginnen in elkaar te grijpen. Naast archeologie hebben we teksten, Mesopotamië sluit aan op Egypte, er het vroegste (Mykeense) Griekenland heeft contact met Cyprus en de Hethieten. We zien in de brieven menselijke emoties, we hebben handel over enorme afstanden – denk aan het tin dat vanaf de Atlantische kusten naar het oostelijk bekken van de Middellandse Zee kwam – en we hebben staatsverdragen. Alles is er, althans in aanzet.

Lees verder “Het einde van de Bronstijd”

The Rise of Civilization

Nog maar eens een filmpje in de bloedstollende reeks “Zit een oudheidkundige met de rug naar een boekenkast”: Charles Redmans boek The Rise of Civilization. Nu heb ik het op dit moment nogal druk. Dus ik verwijs degenen die geen zin hebben om ruim elf minuten naar een filmpje te kijken, even naar het stuk dat ik eerder schreef over dat boek.

Eigenlijk jammer, dat ik niet even kan bloggen, want The Rise of Civilization behoort tot mijn absolute favorieten. Het is een asociaal goed boek. Het gaat namelijk echt over archeologie, dat wil zeggen het opstellen, testen en verbeteren van hypothesen. En het gaat dus minder over de vondsten die zo vaak moeten doorgaan voor archeologie. Wie wil weten waarom archeologie een wetenschap is, waarom het belangrijk is en wat we eraan hebben, leze Redman.

Lees verder “The Rise of Civilization”

Een andere “ander”

Wie de Griekse teksten leest over de Skythen of de Romeinse teksten over de Germanen, stuit al snel op passages waarvan je je afvraagt wat daar aan de hand kan zijn. Zo zijn er Germanen die het haar op hun voorhoofd lang dragen en op hun achterhoofd kort. De Germaan is dan de anti-Romein, levend in een omgekeerde wereld. Hij is de Ander. Hetzelfde geldt voor de Skythen en nog een hele trits volken rondom de Grieks-Romeinse wereld.

Over “de constructie van de Ander” is veel geschreven. Op zich gaat het om een simpele constatering: u en ik, we definiëren wie we zijn door (onder meer) aan te geven wat ons onderscheidt van onze naasten. Ik ben niet mijn zus, want ik woon in Amsterdam en zij woont op Curaçao. Ook ben ik mijn buurman niet, want hij woont aan de voorkant van het huis terwijl ik uitkijk op de achtertuin. Elk “ik” veronderstelt een ander, zo simpel.

Lees verder “Een andere “ander””

De ongrijpbare David Bowie

In een wat overmoedige bui kocht ik Bowie. De getekende biografie, van Michael Allred en Steve Horton, ingekleurd door Laura Allred. Als de kop die ik dit stukje meegeef de indruk wekt dat het drietal Bowie presenteert als ongrijpbaar genie dat zijn fans steeds een stap vóór was, dan vrees ik dat ik u moet teleurstellen. Ze hebben überhaupt geen grip. Misschien is dat een compliment aan Bowie, dat hij zelfs na zijn dood iedereen te slim af is, maar uiteindelijk is dit boek geen bevredigende lectuur.

Vertaling

Het komt misschien ook doordat ik in mijn haast de Nederlandse vertaling had gekocht. Die is op zich prima – laat daarover geen misverstand bestaan – maar schept ook afstand tot een wereld die u nu eenmaal kent in het Engels. U moet op Mars hebben geleefd als u niet weet hoe de woorden

Van alle shows die we tot nu toe hebben gespeeld zal deze ons het langste bijblijven omdat het niet alleen de laatste van de tour is…

eigenlijk hebben geklonken en als u niet weet wat erop volgde. P. Moretti laat die oplawaai gelukkig onvertaald, maar in feite is het omzetten in het Nederlands, hoe respectabel ook, een obstakel. U kent Bowie, u kent zijn universum, u kent het in het Engels.

Geen biografie maar een kroniek

Zou ik Bowie. De getekende biografie in het Engels hebben gelezen, dan was Bowie. Stardust. Rayguns & Moonage Daydreams me vermoedelijk ook tegengevallen. Het is namelijk niet de biografie de het voorgeeft te zijn. Het is een kroniek. Het boek begint op het moment dat Bowie een einde maakt aan Ziggy Stardust, waarna als een flashback de carrière van 1962 tot 1973 wordt doorgenomen, met een epiloog tot ’s mans dood in 2016. Er gebeurt veel en het staat keurig netjes vermeld, vaak met de datum erbij. Op 17 oktober 1972 dronk David Bowie in het Beverly Hills Hotel thee met Elton John.

Vaak commentaar erbij. Op 17 juni 1972 (overigens de dag waarop ook in Washington iets opmerkelijks gebeurde) fotografeerde Mick Rock hoe David Bowie tijdens een concert in Oxford bij de finale van Suffragette City met z’n tanden gitaar speelde op de gitaar van Mick Ronson en dat is een van de meest iconische beelden geworden uit de rockgeschiedenis. De beroemde foto is keurig nagetekend. Op 19 juni molde Bowies eenjarige zoon de platencollectie van zijn vader. Op 25 juni speelde Roxy Music in het voorprogramma van Bowies optreden in Surrey en ontmoette Bowie Brian Eno. Feit op feit op feit.

Prachtige tekeningen

Zo’n opsomming is op zich nuttig en de tekeningen zijn geweldig mooi. Zeker de portretten zijn raak en het is natuurlijk een boeiende troupe: Freddy Mercury, Mott the Hoople, Lou Reed, Marc Bolan, Iggy Pop, Christopher Lee, Alice Cooper, Ringo Starr en natuurlijk Angela Bowie. Personage na personage na personage.

U voelt het probleem al: Allred en Horton hebben geen keuzes gemaakt. Nou vooruit, ze hebben ervoor gekozen Bowies drugsgebruik te verzwijgen, maar verder is alles aanwezig. David Bowie als acteur? Zit erin. David Bowie als producent? Zit erin. Bowies gevoel voor mode? Zit er in. Het hippe Londen rond 1970? Verwerkt. Speelfilm? Check. Beelden van de eerste maanlanding? Natuurlijk. David Bowie als icoon van homo-emancipatie? Vink maar af. Obligate nagetekende krantenkoppen? Uiteraard. Feit op feit, personage na personage: het is er allemaal.

Hamlet zonder prins

Het enige wat er niet in zit, is David Jones zelf. Hij wordt geen moment een rond karakter. Misschien is het omdat hij zelf voortdurend van rol wisselde, rollen die hij nodig had om de rock & roll te scheiden van zijn echte zelf. Allred en Horton geven het eenmaal aan, maar het blijkt nergens uit het verhaal.

Wellicht hebben ze de verkeerde periode centraal gesteld en was de spanning tussen Jones’ eigen identiteit en zijn publieke persona beter tot haar recht gekomen als ze de late jaren zeventig centraal hadden gesteld, toen Bowie worstelde met de cocaïne, naar Berlijn vluchtte om eraan te ontkomen, scheidde van Angie en (helaas) zichzelf uitvond als de disco-parodie van Let’s Dance. Ik vermoed dat die jaren geschikter waren voor biografen die willen benadrukken waarom Bowie zijn Ziggy’s Stardust, zijn Halloween Jacks, zijn Thin White Dukes, zijn Pierrots en Blind Prophets zo nodig had.

Wat Allred en Horton nu bieden, is een beschrijving van buitenaf: een opsomming van losse, onverbonden gebeurtenissen. Het is prachtig getekend; dáárvoor moet u het boek zeker lezen. Ze hebben echter geen grip op de stof gekregen, de man blijft ongrijpbaar, onkenbaar – in feite de alien die David Bowie speelde. En hoewel hij daar dus aanleiding toe heeft gegeven, denk ik dat dit toch ook het falen is van de biografen.

Een nieuw “eerste” alfabet?

Een van de beschreven scherven (uit dit artikel)

Een van de redenen waarom men in de achttiende en negentiende eeuw de Oudheid bestudeerde, was dat men meende dat als men iets in zijn oorspronkelijke staat kende, men ook het wezen ervan doorgrondde. Het vroegste christendom was volmaakt geweest en later was het minder geworden; ooit was er een zuiverder Grieks gesproken geweest en dat was later vervuild geraakt. Hier komt de obsessie met “eerstes” vandaan die de oudheidkunde nog steeds teistert.

Vaak is dat aandachttrekkerij, maar niet altijd. De Amerikaanse archeoloog Glenn Schwartz publiceerde een paar weken geleden een artikel over een viertal beschreven stukjes klei uit de Bronstijdnederzetting Umm el-Marra ten oosten van Aleppo, waar hij samen met de Universiteit van Amsterdam onderzoek heeft gedaan in de jaren voor de burgeroorlog. De vondst is dus alweer wat ouder en in 2010 al gepubliceerd. Nu komt Schwartz erop terug in een artikel met de bescheiden kop “Non-Cuneiform Writing at Third-Millennium Umm el-Marra, Syria” (€). Het nieuwtje zit in de ondertitel: “Evidence of an Early Alphabetic Tradition?”

Lees verder “Een nieuw “eerste” alfabet?”

Elie Aron Cohen

Oorlogsmonument in Aduard

Een monumentje voor de gevallenen. Het staat in Aduard, even ten westen van Groningen. Het trof me door het opschrift: “Aduard gedenkt zijn gevallenen”, waarna niet alleen de mensen staan vermeld die in Nederland zijn gedood – wellicht verzetsstrijders – maar ook degenen die zijn vermoord in Auschwitz, Sobibor, Neuengamme en Malchow. Zo te zien richtte Aduard het monument al op vóór alle slachtoffers bekend waren, want drie namen zijn later toegevoegd.

Zoals gezegd trof het opschrift me. Het onderscheid dat je soms ziet, waarbij de joden een apart monument krijgen, ontbreekt. Ik heb daar altijd twee gedachten bij. Soms denk ik: wat de joden overkwam, was zo uitzonderlijk dat het een speciaal monument verdient. Dan weer denk ik: door de joden apart van andere Nederlanders een monument te geven, presenteer je ze als bijzonder en neem je het standpunt over van de bezetter. Ik weet niet goed wat ik ervan moet denken.

Lees verder “Elie Aron Cohen”

De ondergang van het Romeinse Rijk

Een van de aardigste boeken die ik de afgelopen jaren heb gelezen, is The Fate of Rome van Kyle Harper. Ik schreef al eerder over het boek, dat groot is in een klein genre.

Een klein genre

Dat kleine genre is “ondergang van het Romeinse Rijk”. We hebben relatief weinig geschreven bronnen, hoewel er met de gestage publicatie van papyri en Aramese teksten wel wat bij komt, en het archeologisch materiaal is nog onvoldoende verkend. De voorkeur ging immers lange tijd naar de klassieke periode. Lees verder “De ondergang van het Romeinse Rijk”

Babylonische lamsstoofpot

Er gaan dagen, weken voorbij zonder dat ik Babylonische gerechten eet, dus ik was blij dat Manon Henzen op deze pagina tekst en uitleg geeft over een Babylonische lamsstoofpot. Manon weet alles van historisch koken en als u denkt dat dat een soort hobbyisme is, ziet u dat verkeerd. Ook in de historische gastronomie bestaan scholen en modes; tegenwoordig reconstrueren we het eten uit de Oudheid en Middeleeuwen anders dan dertig jaar geleden. Manon heeft in Nijmegen een eigen kookatelier – Eet!verleden; u vindt de pagina hier – en verzorgt de laatste tijd online cursussen zoals deze en die. Op deze blog kwam u al eens een recept tegen van ham in deegkorst. Ze maakte ook een leuk boek over brood.

Historisch koken

Het probleem met de reconstructie van antiek voedsel is, zoals altijd, datagebrek. Archeologen hebben wel pannen, schotels en bekers opgegraven en kunnen chemische analyses doen van de etensresten, maar dat helpt ons maar beperkt verder. We hebben recepten nodig en hoewel we die hebben, zijn ze niet zomaar te gebruiken. De antieke koks schreven namelijk voor hun collega’s, die voldoende professioneel waren om niet bij het handje gehouden te hoeven worden. Kookboeken als dat van Apicius (in feite een verzameling kookboeken) of de Babylonische kleitabletten zijn erg beknopt, wat het antieke voedsel voor ons moeilijk reconstrueerbaar maakt. Bedenk bovendien dat zoiets vanzelfsprekends als “laat vijftien minuten sudderen” het slingeruurwerk veronderstelt en dat er geen Christiaan Huygens is geweest in de Oudheid.

Lees verder “Babylonische lamsstoofpot”

Op reis (schaamteloze reclame)

Fresco uit Trier (Bischöfliches Dom- und Diözesanmuseum)

Stel, u houdt van reizen en u wil op uw reizen oudheden zien. Zoiets komt in de beste families voor. Ik kan over uw reislust (en budget) geen uitspraken doen maar durf aan het feit dat u op dit moment deze niche-blog aan het lezen bent wel de conclusie te verbinden dat u op reis ook weleens gaat kijken naar een ruïne of in een oudheidkundig museum. Welnu, ik heb twee reizen te noemen die uw belangstelling zouden kunnen hebben. Ik zeg er meteen bij dat ik degene ben die de deelnemers soms attendeert op het interessante tempeltje links, op een aspect van het landschap voor ons en het aardige beeldje in de vitrine rechts.

Eén, Historizon organiseert in juli een reis langs de Neder-Germaanse limes. Ik heb eerder met deze club samengewerkt en dat was altijd opvallend prettig, menselijk. Daarom heb ik ook zin in een reis langs Xanten, Bonn en Trier. Zeg maar het reisje langs de Rijn, Moezel en Ardennen waar onze ouders van droomden, maar dan met een Romeins karakter. We bezoeken op de terugweg de expositie “Oog in oog met de Romeinen” in Tongeren (recensie), en zullen twee nachten doorbrengen in Mainz. Die stad is leuk om te beobachten, kan ik u verzekeren; ik heb er echt een zwak voor.

Lees verder “Op reis (schaamteloze reclame)”