Eigentijdse kunst

Lukas schildert Maria

De kunst van de Grieks-Orthodoxe kerk heeft enkele opvallende kenmerken. Eén daarvan is dat vrijwel alle afbeeldingen tweedimensioneel zijn; een ander is de keuze voor bepaalde technieken (nooit gebrandschilderd glas); en tot slot worden de dingen vaak al eeuwenlang op precies dezelfde manier afgebeeld. Een portret van Sint-Nikolaas hoort er op een bepaalde manier uit te zien, omdat het anders gewoon de heilige niet goed weergeeft. Originaliteit is hier niet de ambitie.

Ik begrijp dat professionele schilders van ikonen teruggrijpen op een boek waarin precies staat aangegeven hoe het moet, maar ik heb het boek nooit gezien en om de waarheid te zeggen herken ik toch ook weleens verschillen. Ik heb de laatste dagen nogal wat afbeeldingen gezien van de opstanding van Lazarus (die, voor de tweede keer gestorven, ligt begraven in Larnaca), en steeds zie je dezelfde elementen terugkeren: de in zwachtels gewikkelde dode, Christus, enkele leden van de Twaalf achter hem, Maria en Martha aan zijn voeten, en een man in de buurt die zijn neus dichtknijpt bij het graf van Lazarus. Daarbinnen is echter behoorlijk wat variatie mogelijk. Soms komen er mensen uit de stad aanlopen, soms zijn er maar zes leden van de Twaalf en soms zie je ze allemaal, de plaatsing van Maria en Martha varieert, enz.

Lees verder “Eigentijdse kunst”

Monet in Amsterdam (3)

Claude Monet, het IJ in Amsterdam

In 1871 en 1874 bracht de beroemde Franse impressionistische schilder Claude Monet (1840-1926) een bezoek aan Amsterdam. Hij was onder de indruk van de wolken en het grijze licht, maar was niet blij met zijn eigen schilderijen, waarvan hij vond dat ze het Amsterdamse licht niet wisten te vangen. Hij heeft deze werken dan ook nooit tentoongesteld en ze zijn nog steeds niet erg bekend. Zelfs de namen van deze schilderijen zijn niet met zekerheid bekend.

Hij maakte de meeste schilderijen bij de haven, zoals het bovenstaande – nummer 298 in de Wilderstein-catalogus – ongeveer op de plek waar het Singel uitmondt in het IJ. Er is daar bij het IJ nogal wat veranderd, zoals u hieronder ziet.

Lees verder “Monet in Amsterdam (3)”

Zelfinterview

Als het goed is, ligt vanaf vandaag Het visioen van Constantijn in de winkel, een boek waarin classicus Vincent Hunink en ik een bekende oudheidkundige puzzel presenteren: hoe kon een heidens visioen veranderen in een christelijke legende? Een volledig antwoord is er niet maar we gebruiken de puzzel om en passant te wijzen op de problemen waar een oudheidkundige mee wordt geconfronteerd. In een kort vraaggesprek interviewen we elkaar.

Jona: Je had zin in het vertalen van de Lofrede van 310, de tekst waarin het heidense visioen wordt gepresenteerd, omdat dit het hoge stijlregister betrof en laatantieke welsprekendheid. Wat is daar zo speciaal aan?

Vincent: Het is een genre dat wij eigenlijk niet meer kennen. Ook wie tegenwoordig een speech houdt tegenover de koning of minister-president zal zich uitdrukken in min of meer “gewoon” Nederlands. Maar in deze antieke speeches gaan echt alle remmen los. De redenaar pakt breed uit en hanteert alle talige middelen die hij kent om zijn lofzang te zingen. Of juist om onwelkome details te verdoezelen. Ik vond het spannend om te kijken of ik die talige “grandeur” enigszins in taal van nú kon uitdrukken, zonder te belanden in de valkuil van oubollig Nederlands. Of dat gelukt is mag de lezer beoordelen.

Lees verder “Zelfinterview”

Wat zijn heidenen?

Apollo, Minerva en Mercurius: vierde-eeuws reliëf uit Lauterbourg (Straatsburg, Palais Rohan)

Als het goed is, is vandaag Het visioen van Constantijn in de boekhandels aangekomen, het boek dat ik maakte met Vincent Hunink en dat gaat over de vraag hoe een heidens visioen kon veranderen in een christelijke legende. U bestelt het hier (levert landelijk) of bij uw plaatselijke boekhandel en hieronder hebt u een stukje uit de inleiding.

***

De bekering van Constantijn betekende – wat er ook gebeurd moge zijn – het einde van het heidendom. Maar wie waren die heidenen eigenlijk? Het begrip komt uit de joods-christelijke wereld, waarin alle niet-medegelovigen over één kam werden geschoren, hoewel de niet-joden en niet-christenen zichzelf nooit definieerden als heidenen.

Ze vereerden de goden van hun eigen stad en van de Romeinse staat. Ook betoonden ze eer aan de keizer. Sommige volken hadden eigen godheden – zo hadden de Egyptenaren hun Isis, de Galliërs hun Grannus en de Bataven hun Magusanus – en daarnaast hadden bepaalde beroepsgroepen eigen culten. Over dit bonte geheel werd verschillend gedacht, maar niemand noemde zichzelf heiden. In Het visioen van Constantijn gebruiken we het woord alleen omdat het nu eenmaal ingeburgerd is. Dat bewijst overigens eens te meer in welke mate het in de vierde eeuw doorgebroken christendom het latere denken blijft beïnvloeden.

Lees verder “Wat zijn heidenen?”

In Famagusta

(Anders dan de titel van dit stukje doet vermoeden, is dit een foto uit Nicosia.)

Cyprus is, zoals u weet, sinds 1974 verdeeld in twee helften: het zuiden, waar men overwegend Grieks spreekt, en het noorden, waar men overwegend Turks spreekt. Hoe dat zo gekomen is en wie daar schuld aan heeft, is misschien iets voor een ander blogstukje. Feit is dat er Griekssprekende families zijn die in ’74 vanuit het noorden onverwacht naar het zuiden moesten en dat ik momenteel op Cyprus rondreis met een vrouw die afkomstig is uit zo’n gezin. Haar familie kwam dus uit een dorpje aan de noordkust, ze woont zelf nu in Nicosia.

Sinds een paar jaar kun je de grens over. Het is wat ergerlijk maar niet buitengewoon moeilijk. Zondag reisden we van Larnaca (het antieke Kition) naar Famagusta (het antieke Salamis) en in het restaurant waar we ’s morgens koffie dronken, raakten we aan de praat met een jonge Cyprioot uit de noordelijke helft.

Lees verder “In Famagusta”

Monet in Amsterdam (2)

Claude Monet, het Westerdok in Amsterdam

In 1871 en 1874 bracht de beroemde Franse impressionistische schilder Claude Monet (1840-1926) een bezoek aan Amsterdam. Hij was onder de indruk van de wolken en het grijze licht, maar was niet blij met zijn eigen schilderijen, waarvan hij vond dat ze het Amsterdamse licht niet wisten te vangen. Hij heeft deze werken dan ook nooit tentoongesteld en ze zijn nog steeds niet erg bekend. Zelfs de namen van deze schilderijen zijn niet met zekerheid bekend.

Hij maakte de meeste schilderijen bij de haven, zoals het bovenstaande – nummer 301 in de Wilderstein-catalogus – bij het Westerdok. Op de achtergrond is de kerk te zien die bekendstaat als De Posthoorn (alle katholieke kerken in Amsterdam hebben bijnamen) , die tijdens Monets verblijf nog niet af was. De foto laat zien dat later twee torens zijn toegevoegd.

Lees verder “Monet in Amsterdam (2)”

Monet in Amsterdam (1)

Monet, de Zuidertoren in Amsterdam

In 1871 en 1874 bracht de beroemde Franse impressionistische schilder Claude Monet (1840-1926) een bezoek aan Amsterdam. Hij was onder de indruk van de wolken en het grijze licht, maar was niet blij met zijn eigen schilderijen, waarvan hij vond dat ze het Amsterdamse licht niet wisten te vangen. Hij heeft deze werken dan ook nooit tentoongesteld en ze zijn nog steeds niet erg bekend. Zelfs de namen van deze schilderijen zijn niet met zekerheid vast te stellen.

Ook weten we niet veel van zijn verblijf in Holland. Behalve een foto en een paar brieven is het enige bewijs voor Monets bezoek het dagboek van een museum dat hij op 22 juni 1871 heeft bezocht, het Trippenhuis. Ik heb het ooit gezien en vond de handtekening van Monet naast die van een visser uit Urk, die, hoewel een Nederlander, zich minder zal hebben thuis gevoeld in de stad Amsterdam dan de mondaine schilder uit Parijs.

Lees verder “Monet in Amsterdam (1)”