Atheense democratie

De Atheense democratie wordt gekroond op een reliëf uit het Agoramuseum, Athene

De Atheense democratie. Het is zo’n onderwerp waar je als oudhistoricus niet aan kunt ontkomen. Verplicht nummer, ongeveer zoals James Bond een Martini moet bestellen. Het handboek van De Blois en Van der Spek, waarover ik op donderdag regelmatig blog, bevat dus ook een paragraaf. Ik denk te proeven dat de  auteurs die met tegenzin hebben geschreven.

Simpel samengevat is in Athene de macht van de adel op verschillende manieren overgedragen aan een breder gremium. Eerst tekende Drakon de wetten op. Rond 630 v.Chr. deed Kylon  een poging een tyrannie te stichten. Dat mislukte. (Misschien herinnert u zich dat drie jaar geleden enkele skeletten zijn gevonden van mogelijke slachtoffers.) Begin zesde eeuw waren er nieuwe wetten en hervormingen, dit keer op naam van Solon. Daarna vestigde Peisistratos een tyrannie en toen zijn zoon Hippias in 510 v.Chr. na een Spartaanse interventie was verdreven, gaf Kleisthenes extra bevoegdheden aan de Volksvergadering.

Lees verder “Atheense democratie”

Pompeius in Amfipolis

Pompeius (Louvre, Parijs)

Als ik u zeg dat het 13 sextilis was, als ik toevoeg dat het was in het jaar waarin Gaius Julius Caesar (voor de tweede keer) en Publius Servilius Isauricus consuls van Rome waren, en als ik dat omreken naar 7 juli 48 v.Chr. op onze kalender, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

Pompeius op de vlucht

Als u het wil weten: te laat aankomen in Amfipolis. Na zijn nederlaag bij Farsalos was Pompeius door het Tempe-ravijn naar de kust gereisd. Caesar schrijft dat zijn rivaal voortdurend had geklaagd hoe hij bedrogen was in zijn verwachtingen. Pompeius overnachtte bij een visser, die hem de volgende dag aan boord nam. Een passerend graanschip nam de passagiers over: Pompeius, Publius Cornelius Lentulus Spinther, Lucius Cornelius Lentulus Crus en een zekere Marcus Favonius. Die had wat lagere bestuursfuncties bekleed en speelde de cynische filosoof, maar was niet te beroerd om de rol op zich te nemen van dienaar van Pompeius. Een dienstbaarheid die een senator, zelfs als hij alleen lagere ambten had bekleed, nooit zou betonen. Favonius is een van de weinig mensen die ons treft door een zekere humaniteit. Het graanschip zette het gezelschap uiteindelijk aan land in Amfipolis.

Lees verder “Pompeius in Amfipolis”

Chrodoara van Amay

Sarcofaag van Chrodoaray van Amay

Twee jaar geleden maakte ik een fietstocht door de Maasvallei. Hoewel de coronamaatregelen op dat moment niet meer zo streng waren, bleken de archeologische musea die ik had willen bezoeken, zonder uitzondering gesloten. Dat gold ook voor de kapittelkerk van Amay, dat u zo’n vijfentwintig kilometer stroomopwaarts van Luik moet zoeken. Daar is een belangrijk Merovingisch graf, maar de kerk was en bleef gesloten. Gisteren had ik meer geluk. Heel veel geluk zelfs, want we arriveerden toen de kerk eigenlijk al dicht was, maar een vriendelijke mevrouw die het wat sneu vond dat ik voor de tweede keer voor niets was gekomen, gaf ons een uitgebreide rondleiding. En zo zag ik dan toch de sarcofaag van Chrodoara van Amay. Het is wat overdreven die aan te duiden als de belangrijkste archeologische vondst in de Lage Landen sinds de opgraving van Dorestad, maar het graf behoort zeker in een top-tien.

Chrodoara

De sarcofaag is in 1977 aangetroffen onder de apsis van de kerk. De inscriptie S(an)C(t)A CHRODOARA identificeerde de overledene, en er bleek ook een kort  rijmpje dat vertelde dat ze had behoord tot de nobilitas (de allerhoogste adel) en dat ze uit haar eigen vermogen heiligdommen had gesticht. Dat edellieden uit eigen vermogen schenkingen deden, was blijkbaar vermeldenswaard.

Lees verder “Chrodoara van Amay”

De Dame van Byblos

De Dame van Byblos (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Hunter S. Thompson was ooit te ver heen – drugs of alcohol, daar wil ik vanaf zijn – om de reportage die hij moest inleveren, fatsoenlijk af te ronden. Daarom leverde  hij toen bij wijze van ooggetuigenverslag zijn aantekeningenbriefjes maar in. Zo ontstond de gonzo-journalistiek. Eigenlijk zou ik de grotendeels onbewerkte, notitieachtige filmpjes die mijn geliefde en ik maakten in Irak en in Byblos, gonzo-filmpjes moeten noemen. De draad van de microfoon komt regelmatig in beeld, de horizon ligt scheef, op de achtergrond gebeurt van alles, er duiken Kruisvaarderskastelen op zonder dat iemand daarom heeft gevraagd. Wij waren niet dronken of stoned. De reden van onze gonzo-filmpjes is dat we een telefoon als camera gebruikten en in het felle licht niet goed konden zien wat we precies filmden.

Dame van Byblos

Nou ja, het gaat om de inhoud. Vandaag de Dame van Byblos ofwel Ba’alat Gubla. De Egyptenaren identificeerden haar lange tijd met hun godin Hathor. Na de IJzertijd lijkt ze gelijkgesteld te zijn aan Astarte. In de hellenistische tijd kwamen identificaties met Afrodite en met de gehelleniseerde Egyptische godin Isis. De Romeinen dachten dan weer aan Venus. De vraag is wel gesteld hoe de bewoners van Byblos hun godin noemden, maar dat is misschien de verkeerde vraag. In de Levant heette de oppergod gewoon Ilu of El of Allah (“god”), Balu of Ba’al (“heer”), of Adon (“meester”). Een godin heette Allat (“godin”) of Ba’alat (“heerseres”). De Dame van Byblos heette dus gewoon Dame.

Lees verder “De Dame van Byblos”

Searching for Utopia

“Searching for Utopia” (Namen)

Bij het kunstevenement ArtZuid plaatst men in het Amsterdamse stadsdeel Oud-Zuid allerlei contemporaine sculptuur. Die staat er dan een tijdje en gaat dan weer weg, waarna twee jaar later weer andere beelden worden geplaatst. Vaak is het  aanbod geslaagd, in 2017 was het onthutsend voorspelbaar en meestal is er een absolute publieksfavoriet. Geen enkel kunstwerk maakte meer en positievere reacties los dan “Searching for Utopia”, dat in 2011 stond aan de Apollolaan. Een gigantische schildpad, waarop een mannetje zat, langzaam zoekend naar een betere wereld.

De populariteit kwam misschien door de locatie. Het beeld stond meteen achter een oorlogsmonument. Een prachtige aanvulling die bij menigeen de associatie opriep met Bloems’ constatering “zo moeizaam triomfeert gerechtigheid”. Het kunstwerk was echter ook uit zichzelf geweldig en mocht wat langer blijven staan om ArtZuid de gelegenheid te geven de fondsen te verzamelen om het aan te schaffen. Dat is dus niet gelukt.

Lees verder “Searching for Utopia”

De kerstening van Armenië

Gregorios de Verlichter en Trdat (tijdelijk veranderd in een varken). Miniatuur uit de Matenadaran-collectie in Yerevan.

[In de laatste van vier blogjes over de geschiedenis van Armenië ga ik in op het ontstaan van de Armeens-Apostolische Kerk in de Late Oudheid. Het eerste deel van deze reeks is hier.]

De Romeinse veldtochten plaatsten de Parthen onder steeds meer druk en in 224 n.Chr. stortte hun rijk in. Een nieuwe dynastie trad aan, de Sassaniden uit Perzië. In Armenië bleef aanvankelijk de Arshakunidische vorst Trdat II aan de macht, maar rond 252 vluchtte hij voor de Sassanidische koning Shapur. Gedurende enige tijd werd Armenië bestuurd door degene die in Perzië gold als troonopvolger, eerst Hormizd Ardašir en daarna Narseh.

Trdat III

Op een gegeven moment is de Armeniër Trdat III aan de macht gekomen. De naam suggereert dat hij kwam uit de Arsakidische familie, maar er zijn veel onduidelijkheden. Diende hij werkelijk eerst in het Romeinse leger, zoals zijn biograaf Agathangelos schrijft in zijn Geschiedenis van Sint-Gregorios en de bekering van Armenië? Of was hij een vazal van Narseh die later onafhankelijk werd? Regeerde hij over heel Armenië of was hij slechts het hoofd van een aristocratische familie uit oostelijke deel? Was zijn vader, zoals Agathangelos beweert, een onafhankelijke vorst en, zo ja, waar regeerde hij dan?

Lees verder “De kerstening van Armenië”

Het Forum Romanum

Er zijn maar een paar plekken op aarde die je écht, zonder marketing-hype, kunt aanduiden als werelderfgoed. Eén zo’n plek is het Forum Romanum in Rome. Hier – en hier in de omgeving – zijn dingen gebeurd die u en mij nog altijd raken en die ook betekenis hebben voor mensen in pakweg Rio de Janeiro, Manila of Nairobi. Niet per se positief, niet per se door iedereen benoembaar, maar wel reëel. Leuk is daarbij dat er volop onderzoek plaatsvindt. Of het nu gaat om de hoek achter de tempel van Vesta, waar in de jaren tachtig grote huizen uit de zesde eeuw v.Chr. zijn opgegraven, of om het huidige onderzoek voor het Senaatsgebouw, er is nog volop ruimte voor andere visies en nieuwe inzichten.

Stenen en stemmen

Onlangs publiceerden Guido Cuyt (wereldberoemd in Antwerpen) en Michiel Verweij hierover Het Forum Romanum. Stenen en stemmen. Simpel samengevat: een volledige en actuele beschrijving van een van de allerbelangrijkste archeologische sites in Italië. Ik zou liegen als ik zei dat het rijk geïllustreerd was, maar de illustraties zijn goed gekozen en gaan voor een deel terug op de maquette die Cuyt van het Forum Romanum heeft gemaakt.

Lees verder “Het Forum Romanum”

De slag bij Farsalos (8)

Brutus (Palazzo Massimo, Rome)

[Laatste deel van het verslag over de slag bij Farsalos. Het eerste was hier.]

Niet zonder trots legt Julius Caesar in zijn Burgeroorlog uit dat hij bij Farsalos de zege had behaald met minimale verliezen. We hebben hier te maken met geregistreerde Romeinse burgers. Dit zijn niet per se de gebruikelijke overdreven cijfers.

Dit gevecht kostte Caesar niet meer dan tweehonderd soldaten, maar hij verloor ongeveer dertig moedige centurio’s. Ook de @reeds genoemde Crastinus sneuvelde, onverschrokken vechtend, doordat hij een zwaard recht in zijn gezicht kreeg. Wat hij had gezegd toen hij ten strijde trok was geen leugen geweest. Want Caesar was van mening dat Crastinus in deze slag buitengewone moed had getoond en dat hij aan hem zeer veel te danken had.

Van het Pompeiaanse leger waren, naar het scheen, ongeveer vijftienduizend man gesneuveld. Meer dan vierentwintigduizend man capituleerden. (Burgeroorlog 3.99)

Lees verder “De slag bij Farsalos (8)”

De slag bij Farsalos (7)

De maan

[Zevende deel van het verslag over de slag bij Farsalos. Het eerste was hier.]

De door Caesar behaalde overwinning bij Farsalos was totaal en zijn manschappen wilden al beginnen met de plundering van Pompeius’ kamp. Een deel van het vijandelijke leger had zich echter in veiligheid gebracht op wat nabijgelegen heuvels. Omdat onduidelijk was hoe groot dit leger was, en dus niet viel uit te maken of Caesars mannen het terrein werkelijk meester waren, verlegde Caesar zijn aandacht naar de Pompeianen in de heuvels.

Caesar schrijft het volgende – net als in de eerdere stukken geeft ik het weer in de vertaling van Hetty van Rooijen.

Lees verder “De slag bij Farsalos (7)”

De slag bij Farsalos (6)

Caesar (Archeologisch Museum, Palermo)

[Zesde deel van het verslag over de slag bij Farsalos. Het eerste was hier.]

In de vorige stukjes liet ik Julius Caesar (in de vertaling van Hetty van Rooijen) de slag bij Farsalos beschrijven. De legers van Caesar en Pompeius waren slaags geraakt, een ruitergevecht was in Caesars voordeel verlopen en zijn mannen konden hun tegenstanders omsingelen. Toen zij Pompeius’ leger in de rug aanvielen, keerde Pompeius terug naar zijn kamp.

Lees verder “De slag bij Farsalos (6)”