Greeks Bearing Gifts

Een van de gruwelijkste gebeurtenissen in de aan gruwelijkheden niet bepaald arme Tweede Wereldoorlog was de vernietiging van de joodse gemeenschap in Thessaloniki. De Duitse bezetter – om eens een eufemisme te gebruiken – liet de joden weten dat ze hun lot voor veel goud konden afkopen, waarop zij eerst een vermogen betaalden en daarna evengoed werden afgevoerd. Afgevoerd naar wat de Duitsers aankondigden als het door hen op de Sovjet-Unie veroverde Baltische gebied. Het joods museum in Thessaloniki toont foto’s van mannen die in de hete Griekse zon gymnastiekoefeningen moesten doen, zogenaamd om te kijken of ze wel sterk genoeg waren voor hun nieuwe leven. Ik hoef niet uit te leggen dat de treinen hen niet vervoerden naar Riga of Vilnius.

Het joods museum bevat niet zo heel veel materieel erfgoed. De Duitsers hebben de joodse gemeenschap, ruim 50.000 mensen groot, niet alleen uitgeroeid maar ook uit het verleden weggewist. De joodse begraafplaats, ruwweg op de plek van het huidige archeologische museum, is compleet vernietigd en je krijgt het als bezoeker te machtig als je in dat museum ziet hoeveel oudheden als provenance “voormalig joodse begraafplaats” hebben. Degenen die terugkeerden, wachtte een kille ontvangst: niet alleen waren ze hun bezittingen kwijt, maar hun huizen waren vergeven aan hun medeburgers en de regering had zaken aan het hoofd die misschien niet belangrijker waren maar wel urgenter, zoals de burgeroorloog. Veel Griekse joden reisden daarom door naar het Britse mandaatgebied in Palestina, wat Thessaloniki’s oude bijnaam “Moeder van Israël” een wrange nieuwe betekenis gaf.

Lees verder “Greeks Bearing Gifts”

MoM | Een inconsistente chronologie

Wandschildering van twee antelopen, gevonden op Santorini (Nationaal Archeologisch Museum, Athene)

Santorini ofwel Sint-Irene is een klein eiland in de Egeïsche Zee. In de Oudheid heette het Thera. De bovenstaande muurschildering komt er vandaan; het is het broertje van deze. Ze zijn gevonden onder een enorme laag vulkanisch gesteente, uitgestoten toen de plaatselijke vulkaan uitbarstte, ergens in het tweede kwart van het tweede millennium v.Chr. Deze “Minoïsche uitbarsting” moet een enorme explosie zijn geweest, alleen vergelijkbaar met de Tambora-uitbarsting in 1815. Het uitgestoten puinsteen lijkt te zijn gevonden tot in de delta van de Nijl, er lijkt een donker laagje in de jaarringen uit deze tijd en er lijkt zó veel stof in de atmosfeer te zijn geweest dat de Venus-waarnemingen in Babylonië erdoor werden beïnvloed.

Dat maakt het een van de ijkpunten van de Bronstijd-chronologie, maar ik gebruikte in de vorige zin niet zonder reden driemaal het woord “lijkt”. We weten het allemaal nét niet zeker genoeg. Dus is er alle reden om te onderzoeken wanneer die vulkaan nu precies explodeerde, maar dat is zo gemakkelijk nog niet. De aardewerkdatering rond 1500 v.Chr. klopt zeker niet.

Lees verder “MoM | Een inconsistente chronologie”

In Libanon (3)

Wadi Brissa (detail)

Een lezer die even oplettend is als geïnteresseerd in mijn persoonlijke wederwaardigheden – en het is een van de leuke kanten van bloggen dat je zulke virtuele vrienden krijgt – zou hebben kunnen constateren dat er een complete dag zoek was tussen de gebeurtenissen in het eerste en het tweede stukje over mijn crashbezoek aan Libanon. Ik had u gisteren achtergelaten in een berghut in de noordelijke Libanonbergen en vervolgde vanmiddag met een snel geschreven verslag van de avond in Zahle. Deze avond een stukje over zaterdag.

We zijn eerst naar Hermel gereden en daarvandaan naar Wadi Brissa, waar ik al heel lang naartoe wilde. Om precies te zijn: sinds 2008, toen ik op de Babylon-expositie in het Louvre enorme wandtekeningen zag van deze Babylonische reliëfs, waarin koning Nebukadnezzar de wereld liet weten hoe geweldig hij wel niet was. We vonden het dorpje zonder veel problemen en vroegen nog even de weg aan twee heren, die langs de weg een kopje koffie zaten te drinken.

Lees verder “In Libanon (3)”

In Libanon (2)

Ik zou niet nu in Libanon zijn als mijn zakenpartner en zijn echtgenote niet, toen we in 2012 in een hotel in Chtaura verbleven, na het ontbijt naar hun hotelkamer waren teruggegaan. Ik bleef achter in de lobby en om de tijd te doden knoopte ik een praatje aan met de jonge vrouw achter de balie. Ik had ontdekt dat Libanon een prachtig land was voor toerisme, vertelde ik, en ik wilde een groepsreis gaan organiseren – wist zij misschien welke agenten er waren? We hebben niet lang gesproken, want daar kwamen mijn reisgenoten al aanlopen, maar zo maakte ik kennis met Maya.

Een paar maanden later was ik ter voorbereiding van die groepsreis opnieuw in Libanon en spraken we elkaar opnieuw. Weer een paar maanden later vond de geplande reis plaats en op een avond ben ik uit eten geweest met twee medereizigsters, met Maya en met haar zus Miriam. Eind 2013 kwamen de twee zussen naar Nederland. Mijn bewondering voor ze groeide toen ze allebei goede banen opgaven om vluchtelingenwerk te gaan doen. Ik blogde daar al eens over (123, 4). We spreken elkaar niet wekelijks of zelfs maar maandelijks, maar ik mag de twee zussen graag en het is onmogelijk hun niet het beste te gunnen.

Lees verder “In Libanon (2)”

In Libanon (1)

In de wolken

Het was een cadeautje van V-Incentive, de aardige en competente reisagent met wie ik regelmatig zaken doe: een ticket naar Beiroet om een Libanese bruiloft bij te wonen. De datum van de ceremonie bepaalde dus mijn reisdata, maar platvloers werk bepaalde het eigenlijke programma, want ik zou op verkenning gaan voor enkele reizen die ik in het voorjaar organiseer. Ik combineerde het nuttige dus met het aangename.

De heenvlucht verliep moeiteloos, al liep ik wat vertraging op bij de douane, omdat de douanier had gezien dat ik de tijd in de rij had gedood door een boek te lezen, en hij wilde nu alles weten over hoeveel en wat ik nog meer las. Je zult je nooit niet welkom voelen in het Midden-Oosten. De taxichauffeur die me afhaalde hoorde me ook al uit – waar kwam ik vandaan? was ik voor het eerst in Libanon? – en ik was blij dat ik om half één op bed lag in een kamer waar ik door het open raam goed kon luisteren naar het verkeer op de grote uitvalsweg richting Tripoli en mijn longen kon volzuigen met de inheemse koolmonoxide. Ik sliep als een roos.

Lees verder “In Libanon (1)”

Romeins Zuid-Limburg

Grafsteen van een Romeins echtpaar (Thermenmuseum, Heerlen)

De provincie Limburg – voor Vlaamse lezers: de Nederlandse helft van het oude hertogdom – was zo vriendelijk me een exemplaar te sturen van een reisgids voor Romeins Zuid-Limburg: Via Belgica. Romeins Zuid-Limburg. Het was hoog tijd dat zo’n gids er kwam, want ’s Neêrlands antieke verleden wordt steeds verder gereduceerd tot de limes. Een bizar voorbeeld van die verschraling is dit stuk in De Volkskrant, waarin een journalist zonder kritiek reproduceert dat in Nederland zichtbare Romeinse monumenten ontbreken. Hier is óf het badhuis van Heerlen (een van de grotere ruïnes benoorden de Alpen) weggereduceerd uit ons antieke verleden óf Limburg weggereduceerd uit Nederland. Ik stoor me weleens aan Limburgers die van alles wat vies en voos is de schuld geven aan de rest van Nederland, maar in dit geval hebben ze volkomen gelijk. Nu mogen die Limburgers ook zelf weleens de trom roeren om te verhinderen dat ze uit Nederlands Romeinse verleden worden weggeschreven, en gelukkig is er nu de reisgids.

Een andere vraag is of die zijn doel bereikt en daar kun je op twee manieren naar kijken: trekt dit mensen naar Limburg of trekt het mensen naar Romeins Limburg? Het eerste gaat beter dan het tweede.

Lees verder “Romeins Zuid-Limburg”

Zeven keer sterven

Als ik u zeg dat de roman is gesitueerd in een geïsoleerd landhuis op het Engelse platteland, als ik u verder vertel dat het verhaal zich afspeelt op een onbepaald moment in de jaren twintig of dertig, als ik daaraan toevoeg dat er een strikte tweedeling is tussen de elite en de bediendes, als ik bovendien meld dat er een buitenechtelijk kind in het spel is en dat een der aanwezigen lang geleden ooggetuige is geweest van een belangrijke gebeurtenis, dan kunt u aanvullen dat we zijn beland in een detectiveroman, dat er een moord plaatsvindt, dat de auteur van het verhaal de lezers enkele keren op het verkeerde been zal zetten en dat er een speciale rol is weggelegd voor de butler.

Kortom, we hebben het over een boek dat niet bepaald uitblinkt door originaliteit. Gelukkig heeft de Britse auteur Stuart Turton besloten dat in zijn debuut The Seven Deaths of Evelyn Hardcastle (De zevenvoudige dood van Evelyn Hardcastle in de vertaling van Paul Syrier) de hoofdpersoon de opdracht de moord op te lossen al krijgt voordat deze heeft plaatsgevonden. Bovendien vindt de moord meermalen plaats. De hoofdpersoon reïncarneert ook nog eens zeven keer en maakt zo dezelfde dag acht keer mee (waarvan sommige dagen broksgewijs), terwijl hij instructies krijgt van een gemaskerd personage, wordt bedreigd door een tweede moordenaar en bovendien te maken heeft met een stem in zijn binnenste.

Dat klinkt allemaal erg complex en het is ook erg complex, maar The Seven Deaths of Evelyn Hardcastle is door dit alles bepaald geen standaard-detectiveroman. Het is Agatha Christie in combinatie met Groundhog Day in combinatie met Inferno van Larry Niven in combinatie met Cluedo in combinatie met De vale schepper in combinatie met Gosford Park. En het is een absolute page-turner.

Lees verder “Zeven keer sterven”