Het oudst-bekende verhaal van de wereld (3)

Een cederboom in het Libanongebergte

[Voor de vaste bezoekers van deze blog: vandaag zijn jullie even niet aan de beurt, maar is de blog voor kinderen die het verhaal van Gilgamesj nog nooit hebben gehoord. Daar moet verandering in komen. Het staat u natuurlijk vrij een achtjarige voor te lezen; zondag rond ik af. Het eerste deel was hier.]

Koning Gilgamesj en Enkidu waren de beste vrienden. En zoals ze zeggen: ze haalden het beste uit elkaar naar boven. Het meisje dat Gilgamesj naar Enkidu had gestuurd, had ervoor gezorgd dat hij geen beestmens meer was, maar iemand die met andere mensen kon wonen in de stad. En Enkidu zorgde ervoor dat Gilgamesj niet meer iedereen aanviel, want als Gilgamesj dat zou doen, dan zou Enkidu hem wel een paar stevige klappen geven, koning of niet.

Op een dag besloten de twee vrienden dat ze eens iets bijzonders moesten gaan doen, zodat iedereen zou weten wie ze waren. Al gauw hadden ze bedacht dat ze op reis zouden gaan naar het woud waar de cederbomen groeien. Net als de stad Uruk, waar Gilgamesj koning was, bestaat het cederwoud echt. Het heet tegenwoordig Libanon. Hierboven zie je een foto van zo’n ceder. Het hout van die bomen ruikt veel lekkerder en is veel sterker dan dat van gewone bomen. Als je vroeger een mooi paleis wilde bouwen, gebruikte je cederhout omdat je daarmee veel grotere kamers kon maken.

Lees verder “Het oudst-bekende verhaal van de wereld (3)”

Het oudst-bekende verhaal van de wereld (2)

Uruk

[Voor de vaste bezoekers van deze blog: vandaag zijn jullie even niet aan de beurt, maar is de blog voor kinderen die het verhaal van Gilgamesj nog nooit hebben gehoord. Daar moet verandering in komen. Het staat u natuurlijk vrij een achtjarige voor te lezen; zondag rond ik af. Het eerste deel was hier.]

In het zuiden van Irak lag een grote stad. Die heette Uruk. Nog nooit was er een plek geweest waar zoveel mensen bij elkaar woonden. Dat kun je tegenwoordig nauwelijks voorstellen want er is eigenlijk niets meer van Uruk over. Hierboven heb je een foto: stof en zand. Ik denk dat over vijfduizend jaar ook van Amsterdam of Antwerpen niet zoveel meer over zal zijn.

In het paleis van Uruk woonde koning Gilgamesj. Zijn moeder was de godin Ninsun, de godin die de waterbuffels beschermde, en Gilgamesj was dan ook zo sterk als een buffelstier. Als het oorlog was, liep hij voor de soldaten uit om als eerste op de vijand af te gaan; als het leger terug marcheerde naar Uruk, liep hij achteraan om zijn soldaten te beschermen. Vechten kon hij dus als de beste, maar helaas deed hij dat ook in de stad zelf. Hij sloeg de mannen, hij viel de vrouwen lastig. En niemand kon er wat aan doen, want Gilgamesj was heel sterk en hij was de koning.

Lees verder “Het oudst-bekende verhaal van de wereld (2)”

Jezus in Kashmir

Moslims gedenken Christus’ laatste dagen

Voor de profeet Mohammed was Jezus van Nazaret (“Isa, de zoon van Maryam”) een belangrijk persoon maar met diens wederopstanding uit de dood kon Mohammed weinig. De Koran gaat op de kwestie in naar aanleiding van een citaat:

“Wij hebben de messias, Isa de zoon van Maryam gedood” – maar zij hebben hem niet gedood, noch hem gekruisigd, maar de gelijkenis van Isa werd op een andere man gelegd. En degenen die daarin van mening verschillen zitten vol twijfel. Zij hebben daar geen kennis over, zij volgen niets anders dan gissingen en zij doodden hem niet. (Koran 4.157-158)

Westerse geleerden ontwaren hierin een gnostische (of beter: docetische) invloed op de jonge islam: de man die aan het kruis stierf, stierf slechts in schijn, had een schijnlichaam of was iemand waarvan de soldaten ten onrechte dachten dat het Jezus was. Er zijn ook islamitische gelovigen die denken dat het wel Jezus was die werd gekruisigd maar dat de marteling niet lang genoeg duurde om hem te laten sterven. Er is hier duidelijk een punt waar de weg van de islam een andere is dan die van de westerse wetenschap, die criteria heeft om authenticiteit vast te stellen en de kruisdood beschouwt als historisch feit. Dat hoeft ons hier niet bezig te houden. De vraag is: wat gebeurde er daarna?

Lees verder “Jezus in Kashmir”

MoM | Chronologie en vooruitgang

De bestudering van de Oudheid is een gevarieerd veld. Sommige onderwerpen trekken meer de aandacht dan andere (ik zie het aan de bezoekersaantallen als ik blog over het joden- en christendom), we vinden sommige thema’s belangrijker dan andere (de Griekse filosofie heeft een goede naam) en bepaalde inzichten zijn fundamenteler dan andere. Dat laatste geldt bijvoorbeeld voor de antieke geografie en chronologie. Hoe abstruus de materie soms ook oogt, de oudheidkundige kan niet zonder kennis van deze kwesties. Ideeëngeschiedenis is bijvoorbeeld onmogelijk als je de verspreiding van ideeën niet kunt plaatsen in tijd en ruimte.

Teksten

Het gaat me vandaag om de chronologie. Simpel samengevat worden de onzekerheden groter naarmate we dieper in het verleden zijn. Hebben we in de Late Oudheid nog de zekerheid van onze eigen jaartelling, in de Romeinse tijd hebben we de Juliaanse kalender en daarvoor hebben we de Seleukidische era, de Ptolemaïsche koningsjaren en de Canon van Ptolemaios. Tot het midden van de achtste eeuw v.Chr. beschikken we dus nog over de systemen waarmee men destijds het verstrijken van de tijd registreerde. Als we echter nog dieper willen, wordt het lastiger.

Lees verder “MoM | Chronologie en vooruitgang”

Nieuwe oude alfabetten

Dedanitische inscriptie (Koning Saoed-universiteit, Riyad)

Ik heb al eens geschreven dat het niet de Feniciërs waren die het alfabet uitvonden, al hebben ze het wel doorgegeven aan de Grieken. Sinds het begin van de twintigste eeuw is bekend dat in de Sinaï-woestijn al alfabetisch werd geschreven in wat egyptologen de Tweede Tussenperiode noemen, tussen 1800 en 1550 v. Chr.

Primitievelingen

Nog oudere aanwijzingen voor het gebruik van iets dat alfabetisch kan worden genoemd, komen uit de Wadi el-Hol in Boven-Egypte. Daar lijken vermoedelijk West-Semitisch-sprekende arbeiders rond 1900 v.Chr. graffiti te hebben aangebracht. Je kunt je voorstellen hoe Egyptische klerken op die mensen neerkeken: wie een beetje wilde schrijven moest honderden hiërogliefen kennen, dat stelletje primitievelingen kende maar twee dozijn tekens, wat een simpelaars toch, die Aziaten konden nog niet eens een fatsoenlijk determinatief noteren.

Lees verder “Nieuwe oude alfabetten”

Het oudst-bekende verhaal van de wereld (1)

De rivieren Tigris (links) en Eufraat (rechts) komen samen

[Voor de vaste bezoekers van deze blog: vandaag zijn jullie even niet aan de beurt, maar is de blog voor kinderen die het verhaal van Gilgamesj nog nooit hebben gehoord. Daar moet verandering in komen. Het staat u natuurlijk vrij een achtjarige voor te lezen.]

Toen je opa en oma werden geboren, had je nog geen tablets, geen computers en geen televisie. Je opa en oma hebben meegemaakt dat die werden uitgevonden. De opa en oma van je opa en oma hebben de eerste vliegtuigen zien vliegen. En de opa en oma van de opa en oma van je opa en oma hebben de eerste fietsen en treinen zien rijden. Alle dingen zijn een keer voor het eerst bedacht.

Dus heel, heel lang geleden was er eigenlijk nog niets uitgevonden. De oermensen woonden in grotten, want ze hadden nog geen huizen. Ze gingen op jacht, maar veel meer dan stokken en netten hadden ze niet. Maar ze waren wel slim en ontdekten de dingen één voor één. Ze leerden hoe ze wilde geiten en koeien moesten temmen. Ze bedachten dat je boer kon worden en een boerderijtje kon bouwen. Ze leerden potten bakken en weven. Ze ontdekten hoe je kaas en wijn kon maken en ze ontdekten het wiel en de ploeg. Ze gingen dingen ruilen met andere mensen: “Als ik van jou vier vissen krijg, krijg je van mij een stuk kaas.”

Lees verder “Het oudst-bekende verhaal van de wereld (1)”

Zware cavalerie

Zwaar bepantserde Romeinse ruiter (Reliëf uit Adamclisi; afgietsel in het Limes Museum, Aalen)

In zijn prachtige catalogus van troepen die met de Perzische koning Xerxes naar Europa kwamen, beschrijft Herodotos allereerst de Perzen zelf.

Zij droegen de volgende uitrusting: een tiara of vilthoed met slappe rand, een geborduurd hemd met lange mouwen, daaronder een maliënkolder die eruitzag als visschubben, en ten slotte een pofbroek. Een metalen schild hadden ze niet, wel een beukelaar van gevlochten takken. Aan de binnenkant daarvan hing de pijlkoker. Verder waren ze voorzien van korte speren, formidabele bogen met rieten pijlen en ook nog dolken die aan de koppel naast de rechterheup waren bevestigd. (Historiën 7.61; vert. Hein van Dolen).

Dit type maliënkolder, bestaand uit allerlei kleine plaatjes, kennen we uit Centraal-Azië. Het was lichter flexibeler dan een plaatharnas en maakte het mogelijk grotere delen van het lichaam te bedekken. Droeg een ruiter zo’n schubbenpantser, dan had hij wel een sterk paard nodig, een Nesaïsche hengst zoals de Grieken het noemden, maar als dat edele dier écht sterk was, kon het ook zelf een maliënkolder krijgen.

Lees verder “Zware cavalerie”