Het altaar van Machnaqa

Het altaar in Machnaqa

Machnaqa – je spreekt de /q/ in het Libanees niet uit – is een klein dorp op de westelijke hellingen van het Libanongebergte, halverwege de aloude heilige stad Byblos en de bronnen van de Adonisrivier bij Afqa. Pelgrims die de rivier volgden, passeerden Machnaqa. Er staat nog altijd een oud altaar, waarbij u eigenlijk moet denken aan een lage toren. Zie boven. Altaren als deze stonden vaak op bergtoppen en dat is ook hier het geval. De vakterm is “high place of worship”.

Zoals andere cultusplaatsen was ook Machnaqa omgeven door een grote, rechthoekige omheining (de “temenos”, om nog een jargonterm te gebruiken). We weten niet welke godheid hier vereerd is geweest, maar de grote omvang van de omheining suggereert dat er veel bezoekers konden zijn. Dat suggereert een zekere populariteit. Adonis is een plausibele kandidaat, want die werd zowel in Byblos als Afqa vereerd en de naam Machnaqa betekent zoiets als “plaats van rouw”, wat past bij de mythe over de gestorven en herlevende godheid.

Lees verder “Het altaar van Machnaqa”

Achillas laat gezanten doden

Caesar (Altes Museum, Berlijn)

Het was 2 november in het jaar waarin Julius Caesar en Servilius Isauricus consuls de Romeinse consuls waren. Hulpvaardig als ik ben reken ik dat voor u om tot 19 september 48 v.Chr. Zodoende weet u dat u weer bent beland in de niet geheel accuraat als “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?” aangeduide reeks.

Niet geheel accuraat, want wat Caesar zelf deed, weten we niet zo goed. Hij was, zijn rivaal Pompeius achtervolgend, beland in een Egyptische burgeroorlog: de Alexandrijnse Oorlog. Caesar probeerde die te bedwingen, want ook iemand die een succesvolle staatsgreep heeft uitgevoerd wil geen gedonder in een nabij buitenland. De 3000 soldaten van het Zesde Legioen Ferrata en het Zevenentwintigste Legioen bleken echter te weinig om zijn wil op te leggen. Hij had zich daarom teruggetrokken in het koninklijk paleis van Alexandrië. Daar had, zoals we vorige maand zagen, een van de Ptolemaïsche troonpretendenten zich bij hem aangediend: Kleopatra VII Filopator.

Lees verder “Achillas laat gezanten doden”

Exorcisme

Genezing van een blinde (Catacombe van Petrus en Marcellus, Rome)

Ooit dineerde ik in Griekenland bij een familie thuis en toen het tijd werd af te ruimen, nam ik het tafellaken om het vanaf het balkon uit te kloppen. Mijn gastvrouw kwam ietwat lacherig op me af: “Dat hoeft niet, kruimels in de tuin trekken boze geesten aan”. Het was mijn eerste kennismaking met het Mediterrane volksgeloof in geesten. Een geloof dat ook in de oude wereld is gedocumenteerd. Bisschop Synesios van Kyrene, een heel geleerd en rationeel man, was er zeker van dat een moordenaar zich het beste kon aangeven om zich te laten executeren, opdat zijn geest niet zou blijven rondspoken. Ik neem zonder bewijs aan dat het geloof in geesten sinds de Oudheid via de Middeleeuwen en Nieuwe Tijd continu aanwezig is geweest.

Alledaags antiek exorcisme

Dat ook Jezus boze geesten uitdreef, lijkt me een feit. Wat daarbij de empirische werkelijkheid is geweest, is niet belangrijk. Ik wil u best wel trakteren op wat obligaat gegemeenplaats over dat geesten niet bestaan en dat mensen met een geestelijke ziekte wellicht rust vonden bij Jezus’ charismatische persoonlijkheid, en wie weet is dat waar, maar aangezien de betrokkenen al een millennium of twee dood zijn, is het opstellen van een medische status nogal lastig. Ik laat die vraag, even onbeantwoordbaar als oninteressant, verder onbesproken. Wat te weten valt, is alleen dat zijn tijdgenoten dachten dat Jezus geesten kon uitdrijven.

Lees verder “Exorcisme”

Politiek correct gekwaak

De wereldkaart van Ortelius (1570)

Mijn reactionaire visie op de wetenschap is geen geheim. Begin eens met het herstel van voldoende brede opleidingen. Of liever, denk aan een alternatief voor de universiteit, want het huidige instituut is slecht voor het personeel, slecht voor de wetenschap en slecht voor de samenleving. Verder is mijn enige politieke oordeel dat mensen die het hebben over “rechts” of “links”, doorgaans weinig interessants te zeggen hebben.

Ooit hadden die woorden betekenis. Namelijk toen “rechts” stond voor het bewaren van gevestigde normen en waarden, die immers het cement van de samenleving vormen, en toen “links” stond voor het kritisch bevragen van de heersende ideologie, die immers voortdurende herijking verdient aan de veranderende omstandigheden. Maar die betekenissen zijn vergeten. Al in 1982 wees Renate Rubinstein erop dat het woordenpaar op zoek was naar betekenis. Inmiddels worden “links” en “rechts” alleen nog gebruikt ter typering van degenen waarmee je het oneens bent. Betekenisloos.

Lees verder “Politiek correct gekwaak”

De identiteiten van Filon van Byblos

De god El (Archeologisch museum van Aleppo)

Tot de blogs die een mens elke ochtend even moet bekijken, behoort Neerlandistiek, waar Marc van Oostendorp gisteren een erg leuke bijdrage had over de politieke vraag hoe eerlijk het is dat Engels ’s werelds nationale voertaal is. Het International Journal of the Sociology of Language besteedt daaraan aandacht en er zijn, schrijft Van Oostendorp, drie standpunten.

Je kunt het Engels zien als de drager van groot sociaal onrecht en van Anglo-Amerikaanse dominantie op het wereldtoneel; of je kunt het zien als een manier waarop individuen vooruit kunnen komen in de wereld; of als een noodzakelijk instrument om wereldwijd de democratie en de rechtvaardigheid te doen toenemen.

Lees verder “De identiteiten van Filon van Byblos”

Byblos’ pelgrimsweg naar Afqa

De Romeinse weg door de Jabal Moussa

Ik heb geen idee hoeveel pelgrims in de Romeinse tijd Byblos bezochten om de Dame van Byblos en Adonis te vereren. Ik heb nog minder idee van het aantal dat verder reisde de bergen in, maar het was voldoende om een weg voor ze aan te leggen. Een deel daarvan is nog te zien in het natuurreservaat dat bekendstaat als Jabal Moussa, de Mozesberg. Nog wat verderop was bij het huidige Afqa de bron van de rivier de Adonis, waarover we al eens een filmpje toonden.

Lees verder “Byblos’ pelgrimsweg naar Afqa”

Welke oude taal was het grootst?

Griekse votieftekst uit Sisak (Archeologisch museum, Zagreb)

Stel, je zou iets willen weten over de oude wereld. Dat komt voor. Dan kun je een oude taal leren. Nu verwerf je die niet door even een programmaatje op te laden in je mentale computer. Het vergt jaren. Daaraan helpt geen moedertje lief, maar je kunt het rendement van de onvermijdelijke inspanning verhogen door te beginnen met een taal waarin veel is geschreven. Leespleziermaximalisering. Je begint dus niet met het piepkleine Vroeg-Elamitisch, dat we kennen uit veertig teksten in een pas-ontcijferd schrift, maar met talen die de belofte inhouden van hele boekenkasten aan leesplezier. Grieks of Latijn dus.

Voordeel van het laatste is dat het een levende taal is, waarin je bijvoorbeeld de krant of een kinderboek kunt lezen of de radio beluisteren. Dit contemporaine Latijn ontwikkelt zich en kent neologismen, waarbij er wat discussie bestaat over de vraag of die gebaseerd moeten zijn op antieke vormen of dat leenwoorden uit moderne talen zijn toegestaan. Heet een drone in het Latijn aeria navis sine gubernatore of houd je het toch maar op dronus? Deze discussie speelt natuurlijk bij alle levende talen: vervaardig je een woord uit wat al aanwezig is in de eigen woordenschat of pas je een buitenlands woord aan?

Lees verder “Welke oude taal was het grootst?”

Wie gaat er mee naar Libanon?

Muurschildering uit Tyrus (Nationaal Museum, Beiroet)

Ik verdien mijn geld, zoals u wellicht weet, met wat journalistiek werk, met cursussen over de Oudheid en als reisleider. Geen van die activiteiten is voldoende om van te leven maar in combinatie kom ik een eind. En doordat ik lid ben van een vennootschap, hoef ik niet elke opdracht aan te nemen. Zo kan ik onafhankelijk blijven. Ik ben namelijk geen veilingmeester die alles kan aanprijzen. Als ik schrijf, is het over iets waar ik achter sta. Als ik een reis begeleid, is het naar bestemmingen die ik ook zelf interessant vind.

Zoals Libanon.

Ik heb op deze blog pas 200 keer geschreven dat ik dat een interessant land vind. Niet alleen omdat het een rijk verleden heeft, maar ook omdat het een gevarieerde bevolking heeft en omdat de mensen zo opvallend vriendelijk zijn. Oké, de oosterse gastvrijheid is een cliché, maar dat betekent niet dat er geen waarheid in zit. De Libanezen zijn echt aardig. En ze verdienen beter dan de huidige puinhoop. Bijvoorbeeld dat mensen belangstelling voor hen tonen. Alleen al om die reden ben ik blij dat het RMO me heeft gevraagd het publieksboek te helpen maken van de Byblos-expositie (u bestelt het hier).

Lees verder “Wie gaat er mee naar Libanon?”

De genezing van de verlamde (2)

Betzata

We hadden het over het verhaal over de genezing van de verlamde. Naast de versie van Marcus, waarover ik het in het vorige blogje had, is er een versie van Johannes. Die is opvallend anders.

Voor ik u die te lezen geef, even een tekstkritische kwestie: in de NBV21 is ervoor gekozen een bijzinnetje weg te laten dat niet in de oudste manuscripten staat en vermoedelijk een later ingevoegde toelichting is. Dat zinnetje luidt dat er weleens een engel neerdaalde die het water van Betzata in beweging bracht en geneeskrachtig maakte.

Lees verder “De genezing van de verlamde (2)”

De genezing van de verlamde (1)

Reconstructie van een antiek huis met een plat dak (Museumpark Orientalis, Berg en Dal)

Ik heb al vaker aangegeven dat het Nieuwe Testament is geschreven in een wereld met een ander waarheidsbegrip. Waar wij van een bewering vaststellen of ze waar is door te kijken of ze correspondeert met de feiten, keek men in de Oudheid of ze leek op soortgelijke beweringen. In voorindustriële samenlevingen heeft men immers de middelen niet om beweringen te toetsen. In het antieke wereldbeeld deden bijzondere mensen bijzondere dingen, want dat bleek uit elk bekend verhaal. Men vertelde dus dat de Romeinse keizer lammen kon laten lopen en blinden kon laten zien (vgl. Suetonius, Vespasianus 7.2). En het Nieuwe Testament vertelt zulks dus over Jezus.

Ik heb ook al vaker aangegeven hoe we zo’n anekdote moeten bekijken. Eén, we kijken hoe ze is overgeleverd. Twee, er zijn authenticiteitscriteria waarmee we voorbij de overlevering kijken naar wat er feitelijk gebeurd kan zijn.

De synoptici

De anekdote is twee keer overgeleverd: één keer door de evangelist Johannes, één keer door de drie andere evangelisten (de synoptici). De laatsten zullen we als eersten behandelen.

Lees verder “De genezing van de verlamde (1)”