Identiteit tussen fictie en absolutisme

Iets met taal, negentiende-eeuws nationalisme en identiteit

Eerlijk is eerlijk: de Oudheid is niet zo relevant. Van een paar zaken kunnen we zeggen dat van de antieke samenleving vormende werking uitgaat op onze samenleving. Agency is makkelijker geclaimd dan wetenschappelijk bewezen, maar er zijn een stuk of wat voorbeelden. Ik heb bijvoorbeeld weleens verteld hoe het beleid van Domitianus ervoor zorgde dat ook in onze samenleving joden en christenen gescheiden zijn. Een tweede vorm van relevantie is dat je door de vergelijking van toenmalige denkbeelden, hoe moeilijk kenbaar ook, en onze eigen denkbeelden meer inzicht verwerft in die laatste. Ten derde vormen oudheidkundige inzichten onze samenleving: ons op taal gebaseerde nationalisme is ontstaan nadat oudheidkundigen de Indo-Europese taalfamilie ontdekten. Ten vierde is er de toeschrijving: sinds de Renaissance – en eigenlijk al daarvóór – projecteren we van alles op de Oudheid. Die aanhoudende projectie is terecht getypeerd als wezenskenmerk van de westerse cultuur.

Ergens verspreid over de eerste categorie (aspecten met agency) en vierde categorie (projecties) ligt identiteit. Ik laat even in het midden wat identiteit eigenlijk is; het gaat me er vandaag om dat sommige identiteiten projecties of nieuwvormingen zijn terwijl andere echt op het verre verleden teruggaan. Een voorbeeld van een recent gevormde identiteit die zich beroept op de Oudheid, is het neopaganisme: denk aan mensen die zich bijvoorbeeld druïde noemen en op 21 juni naar Stonehenge komen voor rituelen. (We weten feitelijk niets over de leer van de druïden.) Voorbeelden van écht op de Oudheid teruggaande identiteiten zijn de Armeense nationaliteit en jood of christen zijn.

Lees verder “Identiteit tussen fictie en absolutisme”