Een van de lezers van deze blog, Bart Strörmann, stuurde me eind vorige maand een door artificiële intelligentie gegenereerd lijstje van tien belangrijke gebeurtenissen uit de Oudheid en vroeg mijn commentaar daarop. “Wat een leuke vraag!”, dacht ik, “daar zit een tof blogje in”. En vervolgens raakte ik dat lijstje kwijt. Sorry Bart. Ik heb Claude gevraagd een nieuw en iets langer lijstje te genereren.
Goedemorgen! Zou u een lijst kunnen geven van de vijftien belangrijkste gebeurtenissen uit de Oudheid?
De Britse archeoloog Christopher Hawkes (1905-1992) was een van de eersten die het belang van de Mildenhall Treasure begrepen, maar zal wel voor eeuwig – nou ja, voor de voorzienbare eeuwigheid – herinnerd worden om de naar hem vernoemde “ladder van Hawkes”. Hij benoemde het concept in 1954 en het gaat om een hiërarchie van onderzoeksgebieden, die zijn voor te stellen als de sporten van een ladder.
Hiërarchie van onderzoeksgebieden
Het is voor een archeoloog betrekkelijk eenvoudig om aan de hand van voorwerpen uitspraken te doen over de technologie in een bepaalde samenleving. Pas als je uitspraken daarover kunt doen, kun je klimmen naar de volgende sport en uitspraken gaan doen over de economie van die samenleving. Pas wie daarover iets zinvols weet te zeggen, redeneerde Hawkes, kan naar de volgende sport reiken en nadenken over de sociale verhoudingen en de politieke structuren die passen bij de gereconstrueerde economie. En pas als we iets weten over politiek en sociale verhoudingen, zouden we kunnen klimmen naar de hoogste sport: religie en ideologie, een terrein waartoe we ook kunst, literatuur, mythologie en wat dies meer mogen rekenen.
Hallowe’en Party is niet het beste dat Agatha Christie heeft geschreven, maar ach, het leest vlot weg en de zijdelingse observaties zijn bij Christie altijd het amusantst. Ook dit keer. Het boek is geschreven in de late jaren zestig en hoewel het er allemaal niet met zoveel woorden staat, merk je dat Hercule Poirot en zijn tijdgenoten de nieuwe tijd maar niks vinden. De naoorlogse babyboom bereikte de volwassenheid, met rellen, drugsgebruik, langharig werkschuw tuig, de wrange nasleep van de Summer of Love. Christie benut haar personages om eens onderhoudend te mopperen.
Maar wat ik vooral leuk vind in haar boeken: de redenaties van de detective. Ik bedoel niet de ontknoping, die dit keer ronduit vergezocht is, maar de principes waarop de redenaties zijn gebaseerd. Zeg maar: de vuistregels van het gezonde verstand. Hier zijn er drie, waarvan u de eerste twee terugvindt in het achttiende hoofdstuk.
Luchtfoto’s! Luchtfoto’s! Die waren best handig, redeneerden de generaals in de Eerste Wereldoorlog, om te weten waar vijandelijke loopgraven waren. En zo kregen de legers fotografische diensten, zo groeiden de fotoarchieven en zo kregen archeologen er een hulpmiddel bij. Op een zuurstofrijke bodem groeien gewassen beter, en een oude, reeds lang gedempte sloot is nog lang snel zuurstofrijker dan de omgeving. Zulke crop marks zijn zichtbaar op een luchtfoto. In Flanders Fields zijn zo tientallen middeleeuwse versterkte boerderijen geïdentificeerd, en elk jaar wordt wel iets ontdekt op de foto’s die in de jaren twintig boven Irak zijn gemaakt. Zoiets kan natuurlijk ook in Nederland.
Een motte op Urk?
Een lid van een lokale afdeling van de Nederlandse Archeologievereniging-AWN (zeg maar de vereniging van archeologieliefhebbers) bekeek de luchtfoto’s die tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn gemaakt van de droogvallende Noordoostpolder, en hij zag dat even voorbij Urk een kring lag in een deel van de polder dat ooit bij het eiland hoorde, maar al in de Late Middeleeuwen door de zee is verzwolgen. De kring is sindsdien nooit meer zichtbaar geweest, aangezien het nieuwe land in gebruik is genomen voor de landbouw. Ook op de foto’s van Google Earth en op de LIDAR-beelden van het Actueel Hoogtebestand is niets te zien.
De Latijnse spreuk waarmee ik dit blogje begin, is de kortste samenvatting van een methodisch principe: één bron is geen bron. Juristen zeggen het ook weleens en bedoelen dan – en ze blijven iets dichter bij de betekenis van het Latijn – dat één getuige geen getuige is. Testis unus testus nullus is een ietwat pedante manier om te zeggen dat je niet alles moet geloven wat je leest.
Als voorbeeld neem ik een uitspraak van de joodse profeet Amos, die schrijft dat de Ammonieten (een stam in het huidige Jordanië) een groep zwangere vrouwen de buik hadden opengereten.nootAmos 1.13. De gebeurtenis staat ook vermeld in het Deuteronomistisch Geschiedwerk, maar de auteur stelt niet de Ammonieten maar de Arameeërs uit Damascus verantwoordelijk voor dit misdrijf tegen de menselijkheid.noot2 Koningen 8.12. Er zijn nu vier mogelijkheden.
Vier is beter dan één (Wetenschapsmuseum, Valencia)
De bovenstaande foto doet u wellicht denken aan een van de beroemdste kunstwerken uit de afgelopen eeuw, maar dat is helaas in zwartwit, terwijl ik het vandaag wil hebben over kleur. Iets wat natuurlijk feitelijk niet bestaat: het is slechts de visualisering die onze hersenen geven aan de door de kegeltjes in onze ogen geregistreerde elektromagnetische straling. Anders gezegd, onze ogen kunnen straling met een golflengte tussen de 380 en 780 nanometer waarnemen en onze hersenen zetten die waarneming om in violet, blauw, groen, geel, oranje en rood. Kortere golflengtes, die we dus niet kunnen zien, noemen we ultraviolet. Ze zijn energierijker per deeltje (foton), met röntgenstraling als extreem voorbeeld. Golflengtes langer dan 780 nanometer heten infrarood en zijn minder energierijk.
Een kleur is dus niets anders dan onze mentale interpretatie van een golflengte. Een van de doorbraken van de twintigste-eeuwse wetenschap is nu dat we de golflengtes die onze ogen niet kunnen registreren, toch kunnen bestuderen. Dat is, althans in principe, heel simpel: je bouwt een apparaat dat voor het oog niet waarneembare golflengtes kan ontvangen (zoals een radio-ontvanger). Omdat je diverse golflengtes analyseert, heet zo’n apparaat een multispectrale camera.
De hoge kwaliteit van de Spaanse archeologische musea merk je pas goed in de museumboekhandels. Zo zag ik in januari in Alicante een in 2016 verschenen boek Archaeology and Neoliberalism, onder redactie van Pablo Aparicio Resco. Wie begrip, vertrouwen en steun voor een wetenschap wil bewaren, moet openlijk spreken over sterke én zwakke punten, en blijkbaar is daar in Spanje ruimte voor. Natuurlijk spreken ook Nederlandse archeologen over dingen die beter kunnen, maar dat gebeurt vooral binnenskamers. Zelfs de overzichtstentoonstelling over een kwart eeuw Nederlandse archeologie, onlangs in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, kwam er onvoldoende aan toe. Die benadrukte vooral de mooie kanten.
Ik rondde mijn vorige blogje af met de constatering dat uit de Koran niet zonder meer valt af te leiden dat een moslima een hoofddoek behoort te dragen. Het kan bedoeld zijn geweest, het kan niet bedoeld zijn geweest. We hebben in de voorafgaande blogjes gekeken naar oud-oosterse en Mediterrane teksten en afbeeldingen. De eigenlijke vraag is volgens mij waarom latere islamitische geleerden hebben geconcludeerd dat een moslima een hoofddoek moest dragen.
Hadith
Eén ding staat vast: de eerste gelovigen hadden uiteenlopende meningen. Vroege anekdotes (hadith) vormen daarvoor het bewijs, want ook als die niet authentiek zijn, bieden ze een beeld van de toenmalige samenleving. Eén zo’n anekdote behandelt de vraag of een vrouw met een hoofddoek die het gehele gezicht bedekte, wel in de rechtbank mocht getuigen. Dat duidt op zeer kuise lichaamsbedekking. Een andere anekdote verhaalt dat kalief Omar (r.634-644) een slavin verbood een hoofddoek te dragen omdat dit het voorrecht zou zijn van een getrouwde vrouw. Hij deelde dus de aloude oosterse opvatting. Een afbeelding in Qusair ‘Amra (rond 690 aangelegd door de latere kalief Walid I) toont daarentegen een voorname vrouw zonder hoofddoek, zoals in het Romeinse Rijk voorkwam. In het Kalifaat waren dus diverse meningen.
Kleio, de muze van de geschiedwetenschap (Prado, Madrid)
Een tijdje geleden gaf iemand me een boek dat op het gymnasium werd gebruikt als de leerlingen de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius leren vertalen. Het verbaasde, ja ergerde me dat de auteurs van dit schoolboek de geschiedwetenschap typeerden als het beschrijven van de gebeurtenissen uit het verleden. Dat is natuurlijk onzinnig gezever. Historici proberen de gebeurtenissen uit het verleden te voorzien van een verklaring. Anders gezegd: de auteurs verwarden de wetenschap met haar voorbereiding.
Positivisme, hermeneutiek en meer
Een verklaring is per definitie het leggen van verbanden tussen gegevens, en historici hebben daarvoor vijf methoden. Ze duiden die aan als verklaringsmodellen. Het eerste is het wetmatige verklaringsmodel, dat de geschiedwetenschap deelt met bijvoorbeeld de natuurwetenschap en de taalkunde. Het wordt ook wel aangeduid als positivisme en komt erop neer dat de verbanden die je beschrijft, een wetmatig karakter hebben, waardoor je oorzaken kunt aanwijzen. De historische demografie is een mooi voorbeeld.
Wat ik met de twee voorgaande blogjes (een, twee) heb willen vertellen, is dat het beeld van het verleden van Spanje verandert doordat de wind uit een andere politieke en culturele hoek is gaan waaien, wat een beetje de dagelijkse omgang is met het verleden, terwijl er tegelijk ook echte wetenschappelijke ontwikkelingen zijn: nieuwe technieken, nieuwe vragen, nieuwe data, nieuwe onzekerheden, nieuwe hypothesen. Die leiden overigens en gelukkig niet meteen tot nieuwe conclusies.
Je mag voor de toekomst verwachten dat onderzoekers, nu er allerlei nieuwe bioarcheologische technieken zijn, zullen gaan kijken naar de routes waarlangs herders hun kuddes verweidden. Mij zou het niet verbazen als vee over grotere afstanden blijkt te zijn verplaatst dan we zouden verwachten aan de hand van de bekende cañadas, want dat is in elk geval elders in Europa bewezen: denk aan de Romeinse herders die van Schotland naar Zuid-Engeland kwamen. Dat documenteert dan ook weer de verspreiding van ideeën. De DNA-revolutie is vooral een hermeneutische revolutie, net wat u zegt.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.