Testis unus, testis nullus

Alice en de Witte Koningin

De Latijnse spreuk waarmee ik dit blogje begin, is de kortste samenvatting van een methodisch principe: één bron is geen bron. Juristen zeggen het ook weleens en bedoelen dan – en ze blijven iets dichter bij de betekenis van het Latijn – dat één getuige geen getuige is. Testis unus testus nullus is een ietwat pedante manier om te zeggen dat je niet alles moet geloven wat je leest.

Als voorbeeld neem ik een uitspraak van de joodse profeet Amos, die schrijft dat de Ammonieten (een stam in het huidige Jordanië) een groep zwangere vrouwen de buik hadden opengereten.noot Amos 1.13. De gebeurtenis staat ook vermeld in het Deuteronomistisch Geschiedwerk, maar de auteur stelt niet de Ammonieten maar de Arameeërs uit Damascus verantwoordelijk voor dit misdrijf tegen de menselijkheid.noot 2 Koningen 8.12. Er zijn nu vier mogelijkheden.

Lees verder “Testis unus, testis nullus”

Licht

Vier is beter dan één (Wetenschapsmuseum, Valencia)

De bovenstaande foto doet u wellicht denken aan een van de beroemdste kunstwerken uit de afgelopen eeuw, maar dat is helaas in zwartwit, terwijl ik het vandaag wil hebben over kleur. Iets wat natuurlijk feitelijk niet bestaat: het is slechts de visualisering die onze hersenen geven aan de door de kegeltjes in onze ogen geregistreerde elektromagnetische straling. Anders gezegd, onze ogen kunnen straling met een golflengte tussen de 380 en 780 nanometer waarnemen en onze hersenen zetten die waarneming om in violet, blauw, groen, geel, oranje en rood. Kortere golflengtes, die we dus niet kunnen zien, noemen we ultraviolet. Ze zijn energierijker per deeltje (foton), met röntgenstraling als extreem voorbeeld. Golflengtes langer dan 780 nanometer heten infrarood en zijn minder energierijk.

Een kleur is dus niets anders dan onze mentale interpretatie van een golflengte. Een van de doorbraken van de twintigste-eeuwse wetenschap is nu dat we de golflengtes die onze ogen niet kunnen registreren, toch kunnen bestuderen. Dat is, althans in principe, heel simpel: je bouwt een apparaat dat voor het oog niet waarneembare golflengtes kan ontvangen (zoals een radio-ontvanger). Omdat je diverse golflengtes analyseert, heet zo’n apparaat een multispectrale camera.

Lees verder “Licht”

Archeologie en neoliberalisme

Archeologie als city marketing (©Beleidsnota Archeologie Cuijk, 2019)

De hoge kwaliteit van de Spaanse archeologische musea merk je pas goed in de museumboekhandels. Zo zag ik in januari in Alicante een in 2016 verschenen boek Archaeology and Neoliberalism, onder redactie van Pablo Aparicio Resco. Wie begrip, vertrouwen en steun voor een wetenschap wil bewaren, moet openlijk spreken over sterke én zwakke punten, en blijkbaar is daar in Spanje ruimte voor. Natuurlijk spreken ook Nederlandse archeologen over dingen die beter kunnen, maar dat gebeurt vooral binnenskamers. Zelfs de overzichtstentoonstelling over een kwart eeuw Nederlandse archeologie, onlangs in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, kwam er onvoldoende aan toe. Die benadrukte vooral de mooie kanten.

Het archeologisch bestel

Voor een overzicht van enkele minder mooie kanten kunnen we terecht in het artikel “Caught in a Business Scenario: Implications of Neoliberalism on Archaeological Heritage Management in the Netherlands” van de Leidse archeologe Monique van den Dries, te vinden in het genoemde boek. Ik vond het artikel ietwat somber, maar het zette wel aan tot nadenken.

Lees verder “Archeologie en neoliberalisme”

De hoofddoek (4) de interpretatierichting

Kroonloos Arabisch vrouwenportret uit Tamna (Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, Brussel)

Ik rondde mijn vorige blogje af met de constatering dat uit de Koran niet zonder meer valt af te leiden dat een moslima een hoofddoek behoort te dragen. Het kan bedoeld zijn geweest, het kan niet bedoeld zijn geweest. We hebben in de voorafgaande blogjes gekeken naar oud-oosterse en Mediterrane teksten en afbeeldingen. De eigenlijke vraag is volgens mij waarom latere islamitische geleerden hebben geconcludeerd dat een moslima een hoofddoek moest dragen.

Hadith

Eén ding staat vast: de eerste gelovigen hadden uiteenlopende meningen. Vroege anekdotes (hadith) vormen daarvoor het bewijs, want ook als die niet authentiek zijn, bieden ze een beeld van de toenmalige samenleving. Eén zo’n anekdote behandelt de vraag of een vrouw met een hoofddoek die het gehele gezicht bedekte, wel in de rechtbank mocht getuigen. Dat duidt op zeer kuise lichaamsbedekking. Een andere anekdote verhaalt dat kalief Omar (r.634-644) een slavin verbood een hoofddoek te dragen omdat dit het voorrecht zou zijn van een getrouwde vrouw. Hij deelde dus de aloude oosterse opvatting. Een afbeelding in Qusair ‘Amra (rond 690 aangelegd door de latere kalief Walid I) toont daarentegen een voorname vrouw zonder hoofddoek, zoals in het Romeinse Rijk voorkwam. In het Kalifaat waren dus diverse meningen.

Lees verder “De hoofddoek (4) de interpretatierichting”

Historische verklaringen

Kleio, de muze van de geschiedwetenschap (Prado, Madrid)

Een tijdje geleden gaf iemand me een boek dat op het gymnasium werd gebruikt als de leerlingen de Romeinse geschiedschrijver Titus Livius leren vertalen. Het verbaasde, ja ergerde me dat de auteurs van dit schoolboek de geschiedwetenschap typeerden als het beschrijven van de gebeurtenissen uit het verleden. Dat is natuurlijk onzin. Historici proberen de gebeurtenissen uit het verleden te voorzien van een verklaring. Anders gezegd: de auteurs verwarden de wetenschap met haar voorbereiding.

Positivisme, hermeneutiek en meer

Een verklaring is per definitie het leggen van verbanden tussen gegevens, en historici hebben daarvoor vijf methoden. Ze duiden die aan als verklaringsmodellen. Het eerste is het wetmatige verklaringsmodel, dat de geschiedwetenschap deelt met bijvoorbeeld de natuurwetenschap en de taalkunde. Het wordt ook wel aangeduid als positivisme en komt erop neer dat de verbanden die je beschrijft, een wetmatig karakter hebben, waardoor je oorzaken kunt aanwijzen. De historische demografie is een mooi voorbeeld.

Lees verder “Historische verklaringen”

De verledens van Spanje (3)

Romeins en Arabisch Spanje bij elkaar in Málaga

Wat ik met de twee voorgaande blogjes (een, twee) heb willen vertellen, is dat het beeld van het verleden van Spanje verandert doordat de wind uit een andere politieke en culturele hoek is gaan waaien, wat een beetje de dagelijkse omgang is met het verleden, terwijl er tegelijk ook echte wetenschappelijke ontwikkelingen zijn: nieuwe technieken, nieuwe vragen, nieuwe data, nieuwe onzekerheden, nieuwe hypothesen. Die leiden overigens en gelukkig niet meteen tot nieuwe conclusies.

Je mag voor de toekomst verwachten dat onderzoekers, nu er allerlei nieuwe bioarcheologische technieken zijn, zullen gaan kijken naar de routes waarlangs herders hun kuddes verweidden. Mij zou het niet verbazen als vee over grotere afstanden blijkt te zijn verplaatst dan we zouden verwachten aan de hand van de bekende cañadas, want dat is in elk geval elders in Europa bewezen: denk aan de Romeinse herders die van Schotland naar Zuid-Engeland kwamen. Dat documenteert dan ook weer de verspreiding van ideeën. De DNA-revolutie is vooral een hermeneutische revolutie, net wat u zegt.

Lees verder “De verledens van Spanje (3)”

De verledens van Spanje (1)

Het beeld van Leovigild, vóór het koninklijk paleis in Madrid, claimt de laatantieke vorst als voorloper van de koningen van Spanje.

Archeologische vondsten zeggen eigenlijk maar weinig. Ze moeten worden geïnterpreteerd: die scherven vormden ooit een kruik, die kruik bevatte olijfolie, de klei van die kruik komt uit de vallei van de Guadalquivir, en omdat ze is opgegraven in Rome duidt die kruik op handel. Maar ook zo’n geïnterpreteerde vondst is niet waarom wij, als samenleving, de mogelijkheid garanderen dat wetenschappers hun intellect, tijd en energie besteden aan archeologie. Wat kan het ons immers schelen dat Rome negentien eeuwen geleden Spaanse olijfolie importeerde? Wat hebben wij, om met Halbe Zijlstra te spreken, aan opgegraven potten en pannen, geïnterpreteerd of niet?

Die vraag kunnen we ook stellen bij historische gebeurtenissen. U en ik worden niet gelukkiger of wijzer als we weten dat in de late eerste eeuw na Chr. de Romeinse gemeentewetten in Spanje volgens een standaardmodel zijn geharmoniseerd. Er is méér nodig om zulke gegevens betekenis te geven. De resultaten van archeologisch en historisch onderzoek, en ook dat van het onderzoek van classici, krijgen pas zin als ze in een groter kader zijn geplaatst.

Lees verder “De verledens van Spanje (1)”

Wie wil er mee naar Algerije?

Mozaïek uit Lambaesis

Oké, een nieuw jaar en nieuwe plannen. Als u een trouwe lezer bent van deze blog, heeft u wellicht al gezien dat ik een reeks achtergrondblogs ben begonnen. Met die onregelmatig verschijnende reeks komen we 2026 wel door. Ook Kees Alders is weer actief als schrijver: hij zal u vanaf medio januari op gezette tijden meer vertellen over Chinese en Indische filosofieën. In Groningen gaat een leesclub van start met het voornemen historische romans te lezen en er op deze plek verslag van te doen. Daarnaast zijn er de oude reeksen: over wat de oudheidkundige disciplines maakt tot wetenschappen, over het Nieuwe Testament en over Julius Caesar – en die reeks loopt weliswaar ten einde, maar gaat nog wel door na 15 maart.

Tot zover het aanbod op deze blog. Maar ik wilde u ook over iets anders informeren. Ik organiseer namelijk in september een reis naar Algerije. Dat is – eerlijk is eerlijk – een dure reis en de visumprocedure is knap ingewikkeld. Maar: Algerije is de frustrerende voorbereidingen en de hoge reissom dubbel en dwars waard.

Lees verder “Wie wil er mee naar Algerije?”

Vragen rond de jaarwisseling (4)

Giorgio de Chirico, Gli archeologi (1927)

Zo’n drie weken geleden nodigde ik u uit om de traditionele vragen rond de jaarwisseling te stellen. Ik zal nu mijn best doen de meer beschouwende vragen te beantwoorden.

Wat vond je zelf de belangrijkste ontdekking?

Eerlijk gezegd heb ik in 2025 weinig bijzonders zien langskomen. Alles ging z’n gangetje. Je kunt natuurlijk niet elk jaar een nieuwswaardige doorbraak hebben.

Waar zou je dit jaar de Kasteel van Amstelprijs voor geven?

Ach ja, de Kasteel van Amstelprijs! In de eerste jaargangen van de Livius Nieuwsbrief reikte ik die uit aan de meest opzichtige manier om te vissen naar publiciteit. Ik noem nog maar eens Josephine Quinn, die de geschiedenis van Het Westen plaatst in de wijdere context. Voor de journalisten die haar kritiekloos aan het woord lieten: wereldgeschiedenis is een genre uit de jaren zeventig. De journalistiek relevante vraag is waarom wetenschappers publiciteit zoeken met iets dat dat al een halve eeuw in de belangstelling staat.

Lees verder “Vragen rond de jaarwisseling (4)”

Bronnen

De brand van de Hindenburg

Ik nodigde u onlangs uit om vragen te stellen in mijn reeks “vragen rond de jaarwisseling” en ik heb de vier blogjes met antwoorden inmiddels geschreven. Morgen de eerste aflevering. Eén vraag was echter meer complex. Ze betrof de bronnen en het antwoord vergde een apart stukje, dus bij dezen.

Kan je nog eens de definities herhalen/bevestigen van een primaire en een secundaire bron?

Lees verder “Bronnen”